Het was echt anders dan anders, deze nieuwjaarsdag. Meestal is het laat opstaan, nog wat van de overgebleven oliebollen bij de koffie en met een half oor bij de Strauss-walsjes uit Wenen op de achtergrond. Soms even een blik op de televisie om te zien wie er zaten te spelen en hoeveel vrouwen. Dit jaar zat ik geconcentreerd voor de buis. Het was anders.
Wat het anders maakte was dat we afgelopen maand nog in de Gouden Zaal speelden, dat ik de vorm van het houten podium herken, de onhandige lessenaars, het ruimtegebrek, dat ik weet hoe het er achter het podium uitziet en hoe makkelijk je vandaar de zaal in loopt. Dat daar iemand stond te dirigeren die ik goed ken en met wie ik al zoveel op allerlei podia heb meegemaakt dat ik met hem meevoel, meer dan met al zijn voorgangers. Dat daar in de zaal ook nog zijn familie zit, zijn ouders, zijn man, zijn manager, die we ook allemaal goed kennen. En die daar iets heel bijzonders meemaakten.
Mooi was dat dat bijzondere ook nog via het tv-scherm goed overkwam. Dat Yannick een keer aan de beurt zou komen lag voor de hand gezien zijn internationale status en zijn goede relatie met het orkest. Een belangrijk moment daarbij was blijkbaar een paar jaar geleden toen hij, ondanks een volle agenda, in New York concerten overnam die de gecancelde Gergiev had zullen dirigeren. De concerten gingen goed en het orkest was hem dankbaar. Hoe goed de relatie inmiddels is straalde van het scherm af. Wij kennen dat wel in Rotterdam, maar ik heb dat bij de Wiener nooit zo gezien. Yannick is misschien niet de eerste dirigent waar ik aan denk voor dit repertoire maar in dit programma werd elk nummer, elke wals of ouverture die vooraf de aandacht nauwelijks waard lijkt, een juweeltje. Zeker ook de Rainbow waltz van Florence Price. De inzet waarmee hier door dìt orkest op dìt moment het werk van een Afro-Amerikaanse vrouw werd uitgevoerd maakte het tot een emotioneel moment in het programma. En niet het enige. Er waren natuurlijk ook nog zijn toespraak over vrede, het zingen door het orkest, het meenemen van de hele zaal in de toegift en het aandeel van zijn man Pierre in de altvioolsectie op het podium waarmee grenzen werden beslecht en waar nog lang over zal worden nagepraat. De boodschap was vooral een teken van hoop, van de rol die muziek kan spelen in het verbinden van mensen en volken in een tijd dat dat zo ontzettend nodig voelt. De uitnodiging aan Yannick had niet op een beter moment kunnen komen. En wat een voorrecht dat we dan weer in april verder kunnen gaan op onze gezamenlijk reis in Wagner Ring-cyclus
Komende week luiden wij het nieuwe jaar in met Weense muziek en oliebollen. Wenen blijft weliswaar beperkt tot Schubert maar het Praag van Dvorak en Boedapest van Kodaly is toch ook niet ver weg. Van Schubert spelen we weer eens de Onvoltooide. Zo'n stuk dat je denkt te kennen maar dat altijd weer verrast en ontroert. Ik heb in mijn column in Intrada geschreven over mijn jeugdorkest-ervaringen met dit stuk, niet wetende dat bij het lunchconcert op woensdag het RJSO ons komt versterken. Toch ook een goeie manier om een nieuw jaar mee te beginnen. Over die Onvoltooide had ik in mijn tekst natuurlijk nog heel veel andere dingen willen vertellen. Niet over de vraag of het stuk wel af is. Is er iemand die nog iets mist? Maar de nummering is wel een merkwaardige zaak. We kenden hem altijd als 'Achtste', maar toen bleek dat er geen volwaardige 'Zevende' was moest deze symfonie voortaan met het nummer 7 door het concertleven, en de grote Symfonie in C dus als echte 8e. En misschien was dat laatste nog wel de grootste hobbel. Beide nummeringen worden nu door elkaar gebruikt maar de 'juiste' lijkt toch definitief het onderspit te gaan delven.
Interessant is nog wel de theorie die dirigent Nikolaus Harnoncourt aanhangt. Hij gaat ervan uit dat de klassieke Weense componisten als Haydn, Mozart en Beethoven zich bij hun instrumentale muziek regelmatig lieten inspireren door literatuur. Tijdgenoten waren zich daarvan bewust terwijl een concrete inhoud onbelangrijk gevonden werd. Op basis van een ontdekking van Arnold Schering, alweer zo'n eeuw geleden, hoort hij in de Onvoltooide een vertaling van Schuberts allegorische vertelling uit 1822 Mein Traum. Het overlijden van zijn moeder en de onmogelijkheid om haar nog te zien speelt daarin een grote rol. Ik weet niet of onze dirigent Slekyte dezelfde theorie aanhangt. Misschien maakt het ook niet zoveel uit, maar het kan sommige luisteraars en spelers een handvat bieden. En in dat opzicht heeft Harnoncourt mij vaker geïnspireerd met zijn teksten en interpretaties. Ik heb Schubert van hem in het Concertgebouw gehoord en Mozart-opera's in het Muziektheater. Ook zijn Fledermaus in Amsterdam vond ik enerverend. En in de jaarlijkse reeks Nieuwjaarsconcerten vanuit Wenen vond ik hem misschien wel de meest interessante. Karajan was geweldig in 1987. De eerste keer dat ik serieus ging luisteren, Carlos Kleiber bereikte twee jaar later en nog eens in 1992 waarschijnlijk wel de top. In die traditie wist Yannick me afgelopen week onverwacht sterk te raken. Petje af voor onze ere-dirigent!


Geen opmerkingen:
Een reactie posten