Na 25 jaar op herhaling met Tristan und Isolde bij DNO. Wat toen, in 2001, nog Nederlandse Opera heette is nu Nationale Opera geworden maar het gebouw aan de Amstel is nog steeds hetzelfde. Ik denk dat ik door alles wat ik in die kwart eeuw heb gespeeld, gehoord en gelezen de opera inmiddels met iets meer afstand zal ervaren maar met zeker zoveel fascinatie en verwondering. Grappig overigens dat Joseph Kerman in zijn standaardwerk Opera as Drama uit 1956 iets soortgelijks schrijft, maar dan in een groter verband. Volgens hem was in de eerste helft van de 20e eeuw de kunstwereld verdeeld in voor en tegenstanders van Wagner, als meest problematische van de grote componisten, in het begin vooral verafgood, later meer vervloekt en verafschuwd. 'Only fairly recently has it become possible to view the old redoubtable wizard with some impassivity and with some clarity.' En dat is dan ook alweer een halve eeuw geleden.
Wat ik inmiddels bijvoorbeeld beter kan waarderen is de heldere vergelijkbare structuur die in alle drie de actes naar voren komt. Een structuur die ik niet ken van andere opera's. Aan het begin steeds een voorspel met daarna een muzikale activiteit, dat wil zeggen muziek die in de handeling ook als muziek ervaren wordt. Dat begint al met een jonge zeeman die, buiten beeld, hoog in de mast zit en onbegeleid een lied zingt over een Ierse maagd. Eigenlijk best provocerend en Isolde voelt zich dan ook aangesproken. Zij begint met 'Wer wagt mich zu höhnen?' . Zijn monoloog is in meerdere opzichten opvallend. Er is geen duidelijke toonsoort, geen gevoel van een maatsoort en geen begeleiding. Op het moment waarop traditioneel, zeker in de Italiaanse opera, een groot toneelvullend koor gaat zingen is het nu een enkele tenor die onzichtbaar de overgang maakt van de inleidende muziek van het orkest, eindigend in enkele noten van celli en bassen, naar de bühne. In Die Meistersinger, zijn volgende opera zal hij wel met een prachtige koorscène beginnen, waarin het koor ook werkelijk een koor is, namelijk de gemeente tijdens een kerkdienst. Wagner schrééf niet alleen opera's, maar was ook bewust bezig met de ontwikkeling van het genre. En, als zijn eigen librettist, gebruikt hij in de tekst formuleringen die in mijn beleving op meerdere manieren kunnen worden opgevat. Zo zingt Isolde aan het eind van haar eerste frase: 'Sag - wo sind wir?' Dat zal het publiek zich na de ouverture ook hebben afgevraagd. Als Brangäne haar antwoordt, dat ze 'voor de avond veilig het land zullen bereiken' - voor mij ook wel weer een dubbele bodem, na alle gedurfde harmonische afslagen - zijn het overigens weer de celli die met het motief van de zeeman aan de haal gaan. Een leitmotief dat ongetwijfeld maritieme associaties moet vertolken, maar in sommige uitvoeringen ook een ridderlijk karakter blijkt te bezitten. Ook dat past goed bij de hoofdrolspelers.
In de tweede acte worden de hoorns verbonden met hun voorouder, de jachthoorn. Een blik ver terug in de Middeleeuwen De jachtpartij, georganiseerd om een ontmoeting tussen beide geliefden mogelijk te maken, moet zich naar een veilige afstand begeven. Die afstand wordt ervaren door het volume van de muziek, die niet alleen het publiek hoort maar ook de figuren op het toneel. 'Hörst du sie noch?' zijn Isoldes eerste woorden. Weer zo'n geniale vondst van Wagner. En het mooier wordt het nog als hij soortgelijke klanken uit de orkestbak laat komen (1:43) , als Isolde zingt: dich täuscht des Laubes säuselnd Getön'' en later (2:34) voor 'Nicht Hörnerschall tönt so hold' wanneer inmiddels de klarinetten en strijkers het hebben overgenomen.
Wagner zal hierbij ook vast teruggedacht hebben aan zijn Waldweben in de Siegfried. Die compositie had hij onderbroken om zich te vermaken met deze Tristan. Leuk dat wij die binnenkort ook mogen spelen.In de laatste acte brengen de klanken van een schalmei van een herder ons na het voorspel terug in de wereld van Tristan, in Bretagne in de wereld van zijn jeugd die hij lang daarvoor verlaten had. Muziek kan een sterk middel zijn om oude herinneringen weer boven te halen, zoals dat bij Alzheimer-patiënten ook vaak met succes wordt toegepast. Briljant om dat hier in een opera te gebruiken. Je ziet het zo voor je. De jonge edelman die opgroeit tussen de dienaren van zijn ouders, spelend en lerend in de natuur. Ook hier heeft Wagner weer een melodie bedacht met ongemakkelijke intervallen, die je vervolgens meteen herkent. Het begint als een grote solo op de engelse hoorn, prachtig gespeeld door Ron Tijhuis achter het podium. Terecht dat hij in de recensies ook genoemd wordt. Maar de herder speelt zijn melodie niet alleen om Tristan te wekken: 'Die alte Weise - was weckt sie mich? Wo bin ich?' De herder staat vooral op de uitkijk om de komst van het schip van Isolde aan te kondigen. Zolang de treurige melodie klinkt, in de herhaling begeleid door strijkers, is ze nog niet in zicht. Muziek om een boodschap over te brengen. De melodie, en het volume, veranderen als het schip in zicht komt: O Wonne! Freude! Wagner adviseert dan, hoewel hij nog steeds een engelse hoorn noteert, het te versterken met hobo's en klarinetten ofwel een krachtig natuurinstrument als een alpenhoorn te gebruiken. Bij ons speelt Alex Elia op een Holztrompete.
Mooi om de collega's zo bezig te zien en te horen. Ron en Alex delen terecht ook in het slotapplaus met de zangsolisten en dirigent op het podium. Daar had, wat mij betreft nog wel een collega bij gekund, maar dat komt wel in de volgende aflevering. De première is geweest, met, voor zover ik heb gezien, juichende recensies. Nog vijf voorstellingen te gaan.


















