We zitten deze weken in de bak van het Muziektheater in Amsterdam met toevallig dezelfde partituur als exact 25 jaar geleden. Tristan und Isolde van Wagner. Een opera, volgens de componist: een Handlung, met het orkest in de hoofdrol en zonder twijfel één van de meest invloedrijke werken uit de muziekgeschiedenis. Ook een hoofdrol voor één bijzonder dissonant akkoord, al in de tweede maat van het stuk, dat pas een uur of vier later oplost. In meerdere opzichten een killer voor beide hoofdrolspelers. Een kwart eeuw geleden werd ik totaal overweldigd door de intensieve ervaring, de lastige partituur en de kwaliteit en de eisen van de dirigent. Simon Rattle was toen onze leidsman en van die leerschool profiteer ik nu nog steeds. We hadden veel repetities en meer voorstellingen. En het is heerlijk om daar nu, met alle andere ervaringen van de tussenliggende jaren weer mee aan de slag te kunnen. En daardoor ook met wat meer afstand.
Meer dan onze dirigent, vermoed ik. Hij beschouwt deze partituur als het beste, het mooiste, het grootste werk uit de muziekgeschiedenis, misschien zelfs de hele kunstgeschiedenis, en zal er dus alles aan doen om dat in onze uitvoeringen te realiseren. Dat is een mooi streven en tegelijk een risico, wat hijzelf ook onderkent overigens. Je kunt je er in verliezen. Met zijn leeftijd, hij liep een kwart eeuw geleden nog in de luiers, heeft hij al best een hoop ervaring opgedaan. Zelfs al wel een Tristan in eigen bewerking gedirigeerd. Het is behalve een uniek meesterwerk tegelijk een heel gevaarlijk stuk. Anekdotes daarover zijn er voldoende. Een spannend avontuur gaat het voor ons als orkest ook zeker weer worden. En persoonlijk hoop ik weer een stukje dieper door te dringen in de geheimen van deze muziek, door te spelen, door te luisteren en door te lezen in de partituur en wat anderen erover geschreven hebben.
Wagner heeft ons ook weer in dit stuk rijkelijk bedeeld met prachtige melodieën. De opening is helemaal voor ons. Vanuit de stilte en meestal ook de duisternis spelen wij drie magische noten voordat de houtblazers met onze vierde noot het beroemde Tristan-akkoord vormen. En de volgende expressieve melodie, het motief verbonden met de Tristans verliefde blik, is ook al weer helemaal voor ons, voordat de rest er in meegaat. Dat allereerste begin kan weleens eng zijn, met zulke lange stiltes ertussen. Zeker als een dirigent dat niet helemaal uitslaat. Rattle zal dat vast wel gedaan hebben, maar Gergiev bijvoorbeeld gaf veel meer ruimte voor twijfel, en dat leverde ook echt wel iets op. Het geheim zit hem vooral in de overgang van onze 'opmaat' naar het akkoord en het vervolg in de blazers. Er zijn mooie beelden vanuit de orkestbak in Bayreuth uit 1976, toen een van de grootste Tristan-dirigenten, Carlos Kleiber, daar wonderen verrichtte. Juist die flexibiliteit in tempo is hier goed in zijn beweging te zien:
Natuurlijk hebben we dat Vorspiel ook vaak met andere dirigenten gespeeld in combinatie met de Liebestod, zoals dat meestal gaat. Tarmo vindt dat een slecht idee. De essentie van de opera, de tijd die het duurt en de moeite, de energie, om vanaf het begin tot het eind te komen wordt zo geminimaliseerd tot een paar minuten. En eigenlijk ben ik dat wel met hem eens. Gemakzucht van programmeurs en dirigenten, die de muziek toch graag laten horen? Terwijl Wagner ook een versie van het Vorspiel had gemaakt met een slot zonder die hele Liebestod. Richard Strauss maakte er in 1928 een opname van in Berlijn, die overigens ook heel mooi en misschien wel erg authentiek met tempi omgaat: Waarom zouden we die versie niet eens vaker kunnen uitvoeren? Er blijkt ook nog een uitgebreidere bewerking van Stokowsky te zijn met een groot deel van de nacht-muziek uit de 2e acte:Maar waarom zou ik daar nu naar op zoek gaan? We zijn bevoorrecht met de kans om de opera een aantal malen in zijn geheel in het theater uit te voeren. En, zoals gezegd, met voor mij iets meer afstand dan de vorige keer. Iets meer ruimte om het als geheel te ervaren en stil te staan bij details. Om de muziek als vernieuwend te ervaren. En tegelijk ook de traditionele elementen te herkennen. Alleen al al die frases van vier maten die je tegenkomt als je je rusten moet tellen.




















