Dat de zomer voorbij is, is buiten goed te merken. Toch is het officiële seizoen bij het orkest nog niet begonnen. Eerst storten we ons, traditie-getrouw, weer in het Gergiev-Festival.
En we zijn al wel weer een tijdje bezig.
Vorige week konden de fans meereizen naar Londen, dit weekend trokken we onze eigen stad in, naar een podium op de Veerhaven. Een sfeervolle maar helaas op dat moment wat winderige locatie. Tijdens de repetitie was het al een hele tour om de bladmuziek op de je lessenaar te houden, met dank aan de uitvinder van de wasknijper.
Tijdens het concert waren de weergoden ons, en het talrijke publiek, helaas nog minder goedgezind: de hoeveelheid water die halverwege het concert uit de lucht kwam vallen was te groot voor musici, muziekinstrumenten en luisteraars om verder te gaan. Voor het eerst in de geschiedenis van de Veerhaven-concerten moesten we opgeven. En dat was erg jammer, met dit aantrekkelijke programma. Prachtige solisten, getalenteerde dirigent, fantasierijke danseressen. Nu moeten we weer een jaar wachten voordat we terugkeren in onze Rotterdamse 'Waldbühne", onze "Hollywood Bowl" aan de Maas.
Het is raar: voor een symfonie-orkest is zo'n openlucht-optreden altijd een race met handicaps. Liever een zaal met een mooie akoestiek, waarin je je kwaliteiten kunt laten horen. Maar, zeker bij mooi weer, de sfeer, het losse karakter en het enthousiasme van de mensen maakt het toch tot iets bijzonders.
Bovendien kun we zo mensen bereiken die niet zo graag of makkelijk in de Doelen komen.
Ook in het Festival zijn weer allerlei prachtige optredens her en der in de stad.
Een bijzonder initiatief zijn de optredens langs de brandgrens van het bombardement van 1940.
Ik ben zelf geboren en getogen in Middelburg, waar zich een paar dagen later in mei 1940 een vergelijkbare ramp voltrok. Minder bekend maar zeker zo vernietigend. Ik ben natuurlijk veel te jong om het te hebben meegemaakt, maar ergens schept het toch een band. Foto's van de leegte, omgevallen muren, een enkele toren die nog overeind staat. En mensen die ertussen door lopen en later de verhalen hebben kunnen vertellen.
Op 4 september zijn een twintigtal gratis optredens in locaties als een metrostation (Doelenkwartet!) en de Bijenkorf. Met Domestica spelen we een voorproefje van "Wij bouwen de stad" (hoe toepasselijk) in de Paradijskerk. De echte premiere van deze nieuwe produktie is een dag later in de Jurriaanse Zaal.
Uitgangspunt is muziek van Paul Hindemith. Een Duitse componist, wat misschien misplaatst lijkt. Ware het niet dat hij zijn vaderland verliet tijdens het Hitler-regime en bovendien het grootste deel van de partituur van Almar Kok, jong Nederlands talent, is. Die heeft er een energiek, speels en af en toe swingend karakter aan gegeven. Bovendien weet ik inmiddels dat we het voortbestaan van de Laurenskerk bijvoorbeeld, die een hoofdrol in ons verhaal speelt, niet te danken hebben aan de Rotterdamse bestuurders van die dagen, maar aan het historisch besef van de bezetter.
zondag 29 augustus 2010
vrijdag 20 augustus 2010
Ontdekking
In de praktijk van de klassieke muziek zijn we een groot deel van de tijd bezig met muziek die we al kennen. Die het publiek kent en graag nog eens wil horen.
Dat 'kennen' is overigens een relatief begrip, want in de grote meesterwerken valt voortdurend wel weer iets nieuws te ontdekken.
Zoals in de 'Eroica' van Beethoven, die we zaterdag voor de Proms in de Royal Albert Hall spelen (bij de BBC, dus rechtstreeks op de radio). Nooit eerder was mij opgevallen hoe intensief en gevarieerd Beethoven hier met ritmes omgaat, hoe 'dansbaar' veel van de symfonie eigenlijk is. Is toch niet het eerste waar je aan denkt bij een held.
Naast spelen van het bekende repertoire is er gelukkig ook nog voldoende gelegenheid om onbekende werken en componisten te ontdekken. Gisteren was zo'n moment.
Carlo Gesualdo (1560?- 1613) is de naam van de componist. We speelden gisteren voor de eerste keer een nieuwe bewerking van een van zijn madrigalen. De naam is niet onbekend, maar waarschijnlijk meer door de moord die hij pleegde op zijn vrouw en haar minnaar dan door zijn muziek. Want wanneer hoor je die nu?
Het is hele uitzonderlijke muziek, lijkt nergens op, althans niet op andere muziek, een beetje bizar soms, maar met een unieke en sterke expressie. Een figuur die als het ware los in de muziekgeschiedenis staat en in zekere zin zijn tijd ver vooruit. Hoewel ik dat altijd een raar begrip vindt.
Wel is het zo dat pas de laatste decennia door componisten aansluiting gevonden wordt. Stravinsky heeft zijn muziek bewerkt, net als Brett Dean. Schnittke heeft een opera over hem geschreven, en in oktober dirigeert Dalbavie de wereldpremiere van zijn eigen opera 'Gesualdo' in Zürich.
Gesualdo is hot.
Wij brengen Gesualdo met Domestica komende woensdag (25 augustus) in de Laurenskerk, als onderdeel van een voorstelling met het verhaal van kruisridder Tancredi en Clorinda. Met echte zwaarden en prachtige muziek van Monteverdi en Hellendaal.
En Barbara Strozzi (1619-1677). Ook een leuke ontdekking!
Dat 'kennen' is overigens een relatief begrip, want in de grote meesterwerken valt voortdurend wel weer iets nieuws te ontdekken.
Zoals in de 'Eroica' van Beethoven, die we zaterdag voor de Proms in de Royal Albert Hall spelen (bij de BBC, dus rechtstreeks op de radio). Nooit eerder was mij opgevallen hoe intensief en gevarieerd Beethoven hier met ritmes omgaat, hoe 'dansbaar' veel van de symfonie eigenlijk is. Is toch niet het eerste waar je aan denkt bij een held.
Naast spelen van het bekende repertoire is er gelukkig ook nog voldoende gelegenheid om onbekende werken en componisten te ontdekken. Gisteren was zo'n moment.
Carlo Gesualdo (1560?- 1613) is de naam van de componist. We speelden gisteren voor de eerste keer een nieuwe bewerking van een van zijn madrigalen. De naam is niet onbekend, maar waarschijnlijk meer door de moord die hij pleegde op zijn vrouw en haar minnaar dan door zijn muziek. Want wanneer hoor je die nu?
Het is hele uitzonderlijke muziek, lijkt nergens op, althans niet op andere muziek, een beetje bizar soms, maar met een unieke en sterke expressie. Een figuur die als het ware los in de muziekgeschiedenis staat en in zekere zin zijn tijd ver vooruit. Hoewel ik dat altijd een raar begrip vindt.
Wel is het zo dat pas de laatste decennia door componisten aansluiting gevonden wordt. Stravinsky heeft zijn muziek bewerkt, net als Brett Dean. Schnittke heeft een opera over hem geschreven, en in oktober dirigeert Dalbavie de wereldpremiere van zijn eigen opera 'Gesualdo' in Zürich.
Gesualdo is hot.
Wij brengen Gesualdo met Domestica komende woensdag (25 augustus) in de Laurenskerk, als onderdeel van een voorstelling met het verhaal van kruisridder Tancredi en Clorinda. Met echte zwaarden en prachtige muziek van Monteverdi en Hellendaal.
En Barbara Strozzi (1619-1677). Ook een leuke ontdekking!
maandag 16 augustus 2010
Pièce de résistance
Het gebeurt niet vaak, maar uitgerekend bij het eerste concert van het seizoen ontstond er een misverstand over de programmavolgorde.
Meestal wordt een symfonie in een programma voor na de pauze bewaard. Als 'pièce de résistance'. Het zwaartepunt van het programma, waarin orkest en dirigent laten horen wat ze waard zijn.
Met een ouverture kun je op temperatuur komen, zowel de musici als het publiek, en daarna is in het concert het woord aan de (grote)solist. De dirigent is dan in een meer dienende functie en het orkest natuurlijk ook.
Bij uitzondering wordt zo'n solostuk weleens na de pauze geplaatst, maar niet elke compositie is daar geschikt voor. De paar voorbeelden die ik me herinner zijn vooral concerten van Brahms geweest. Zijn Tweede pianoconcert na walsen van Johann Strauss. Zijn Vioolconcert na de Zesde symfonie van Dvorak.
Dat het Celloconcert van Dvorak nu die eer te beurt viel, na een Mendelssohn-ouverture en een symfonie van Schumann, was dus eigenlijk niet zo raar. Want het was uitgerekend Brahms die ooit zei, na het horen van dit stuk, dat hij zelf zeker ook een concert voor cello geschreven zou hebben als hij geweten had wat daarbij mogelijk was.
En het verraste me weer hoeveel mogelijkheden Dvorak vindt, niet alleen voor de solopartij maar zeker ook voor het orkest. Vol van overtuigingskracht en fantasie wordt er een meeslepend verhaal verteld, zoals altijd bij deze componist, gekleurd door de volksmuziek. Elke professionele cellist heeft dit stuk gestudeerd, gespeeld en door anderen gehoord. Ik ook, maar veel details waren toch nieuw voor mij. Misschien is dat ook wel een bewijs van de kwaliteit van de partituur. Als er een ranglijst van soloconcerten zou zijn, gemeten naar de mate waarin het orkest een volwaardige rol kan spelen en de solist ook een dankbare partij heeft, dan zal dit stuk hele hoge ogen gooien.
Niet elke dirigent zal het leuk vinden om het slotapplaus te moeten delen met een solist, maar voor een goede uitvoering van het Dvorak-concert willen de meesten vast wel een uitzondering maken. En het orkest ook, als iedereen het maar tijdig en duidelijk te horen krijgt.
Meestal wordt een symfonie in een programma voor na de pauze bewaard. Als 'pièce de résistance'. Het zwaartepunt van het programma, waarin orkest en dirigent laten horen wat ze waard zijn.
Met een ouverture kun je op temperatuur komen, zowel de musici als het publiek, en daarna is in het concert het woord aan de (grote)solist. De dirigent is dan in een meer dienende functie en het orkest natuurlijk ook.
Bij uitzondering wordt zo'n solostuk weleens na de pauze geplaatst, maar niet elke compositie is daar geschikt voor. De paar voorbeelden die ik me herinner zijn vooral concerten van Brahms geweest. Zijn Tweede pianoconcert na walsen van Johann Strauss. Zijn Vioolconcert na de Zesde symfonie van Dvorak.
Dat het Celloconcert van Dvorak nu die eer te beurt viel, na een Mendelssohn-ouverture en een symfonie van Schumann, was dus eigenlijk niet zo raar. Want het was uitgerekend Brahms die ooit zei, na het horen van dit stuk, dat hij zelf zeker ook een concert voor cello geschreven zou hebben als hij geweten had wat daarbij mogelijk was.
En het verraste me weer hoeveel mogelijkheden Dvorak vindt, niet alleen voor de solopartij maar zeker ook voor het orkest. Vol van overtuigingskracht en fantasie wordt er een meeslepend verhaal verteld, zoals altijd bij deze componist, gekleurd door de volksmuziek. Elke professionele cellist heeft dit stuk gestudeerd, gespeeld en door anderen gehoord. Ik ook, maar veel details waren toch nieuw voor mij. Misschien is dat ook wel een bewijs van de kwaliteit van de partituur. Als er een ranglijst van soloconcerten zou zijn, gemeten naar de mate waarin het orkest een volwaardige rol kan spelen en de solist ook een dankbare partij heeft, dan zal dit stuk hele hoge ogen gooien.
Niet elke dirigent zal het leuk vinden om het slotapplaus te moeten delen met een solist, maar voor een goede uitvoering van het Dvorak-concert willen de meesten vast wel een uitzondering maken. En het orkest ook, als iedereen het maar tijdig en duidelijk te horen krijgt.
zaterdag 7 augustus 2010
Kleiber in Salzburg
En inmiddels is de vakantie dan weer zo'n beetje voorbij.
Na een paar weken zonder cello duurt het even voordat de vingers weer in vorm komen, voordat de toets weer even vertrouwd aanvoelt als gewoonlijk. Soms even doorbijten maar het is ook wel bevredigend. Een frisse kijk op de materie.
In de zomer zoeken we gewoonlijk met ons gezin de camping op. Meestal Frankrijk, maar dit jaar Beieren.
Twee verschillende plekken die we niet kenden, dus in die zin, zoals elk jaar, wel een avontuur.
Een paar boeken mee, natuurlijk, in de hoop op voldoende tijd om ze te kunnen lezen.
Vooral licht verteerbare kost, maar dit keer ook Doctor Faustus van Thomas Mann. Ik was een paar maanden geleden halverwege gestrand, en wilde een poging doen de eindstreep te halen. En met succes. Dat ik de laatste hoofdstukken las op een camping onderaan dezelfde berg waar Hitler ooit zijn buitenhuis had, in Berchtesgaden, was een merkwaardig toeval, waar de schrijver niet ongelukkig mee zou zijn geweest. Mooie gebied overigens. En we konden op de camping profiteren van een direkte busverbinding met Salzburg, aan de andere kant van de grens. Tijdens een bergwandeling hadden we het al van verre zien liggen.
De Festspiele stonden op punt van beginnnen.Yannick zal vast in de stad geweest zijn, maar die ben ik niet tegen het lijf gelopen. Wel vele honderden, duizenden andere mensen. Toch is het leuk weer even te zien waar Mozart geboren is en rond liep, de kerken waar hij gespeeld heeft. Een gevelsteen meldt dat Biber hier ook werkte.
Op buitenlandse tournees probeer ik vaak een enkel boek te kopen, een bruikbaar souvenir, als ik de taal van het land kan lezen tenminste. Op vakantie komt dat er eigenlijk zelden van, maar nu viel mijn oog op een etalage in Salzburg. Een paar boeken over de legendarische dirigent Carlos Kleiber lagen bij elkaar. Hij zou op 3 juli tachtig jaar zijn geworden, als hij nog geleefd had, en dat weten ze daar op waarde te schatten. Een dikke biografie lag er, maar ook een studie van musicologe en dirigent Christina Drexel. In dit gloednieuwe boek doet zij een poging te achterhalen waarin de uitzonderlijke kwaliteit van Kleiber schuilde en hoe hij zijn resultaten wist te bereiken. Aan de hand van opnames, interviews met orkestleden, door hem betekende partijen, notities die hij voor de musici maakte etcetera schetst zij een beeld van een dirigent, die door veel collega's beschouwd werd als de beste. De kwaliteit van het boek kan niet beoordelen, maar de aanpak vind ik spannend genoeg en binnen vijf minuten sta ik met mijn aanwinst weer buiten.
Ik heb Carlos Kleiber helaas maar één keer zien dirigeren, bij het Concertgebouworkest, weliswaar in de Haagse PWA-zaal, maar dat was wel een van de meest indrukwekkende concerten die ik mij kan herinneren.
Hij zou nog een keer terugkomen in Amsterdam, en ik had al een kaartje (Brahms 2, Schubert 3), maar hij annuleerde.
Hij heeft vaker afgezegd dan gedirigeerd. En om vaak uitzonderlijke redenen, zie ook het in memoriam op de site van de Wiener Philharmoniker.
Hij beperkte zijn repertoire meer en meer. Een paar opera's, Tristan, Otello, Fledermaus, Bohéme.
En Der Rosenkavalier, die wij dit seizoen ook gaan doen.
Dat komt goed uit.
Na een paar weken zonder cello duurt het even voordat de vingers weer in vorm komen, voordat de toets weer even vertrouwd aanvoelt als gewoonlijk. Soms even doorbijten maar het is ook wel bevredigend. Een frisse kijk op de materie.
In de zomer zoeken we gewoonlijk met ons gezin de camping op. Meestal Frankrijk, maar dit jaar Beieren.
Twee verschillende plekken die we niet kenden, dus in die zin, zoals elk jaar, wel een avontuur.
Een paar boeken mee, natuurlijk, in de hoop op voldoende tijd om ze te kunnen lezen.
Vooral licht verteerbare kost, maar dit keer ook Doctor Faustus van Thomas Mann. Ik was een paar maanden geleden halverwege gestrand, en wilde een poging doen de eindstreep te halen. En met succes. Dat ik de laatste hoofdstukken las op een camping onderaan dezelfde berg waar Hitler ooit zijn buitenhuis had, in Berchtesgaden, was een merkwaardig toeval, waar de schrijver niet ongelukkig mee zou zijn geweest. Mooie gebied overigens. En we konden op de camping profiteren van een direkte busverbinding met Salzburg, aan de andere kant van de grens. Tijdens een bergwandeling hadden we het al van verre zien liggen.
De Festspiele stonden op punt van beginnnen.Yannick zal vast in de stad geweest zijn, maar die ben ik niet tegen het lijf gelopen. Wel vele honderden, duizenden andere mensen. Toch is het leuk weer even te zien waar Mozart geboren is en rond liep, de kerken waar hij gespeeld heeft. Een gevelsteen meldt dat Biber hier ook werkte.
Op buitenlandse tournees probeer ik vaak een enkel boek te kopen, een bruikbaar souvenir, als ik de taal van het land kan lezen tenminste. Op vakantie komt dat er eigenlijk zelden van, maar nu viel mijn oog op een etalage in Salzburg. Een paar boeken over de legendarische dirigent Carlos Kleiber lagen bij elkaar. Hij zou op 3 juli tachtig jaar zijn geworden, als hij nog geleefd had, en dat weten ze daar op waarde te schatten. Een dikke biografie lag er, maar ook een studie van musicologe en dirigent Christina Drexel. In dit gloednieuwe boek doet zij een poging te achterhalen waarin de uitzonderlijke kwaliteit van Kleiber schuilde en hoe hij zijn resultaten wist te bereiken. Aan de hand van opnames, interviews met orkestleden, door hem betekende partijen, notities die hij voor de musici maakte etcetera schetst zij een beeld van een dirigent, die door veel collega's beschouwd werd als de beste. De kwaliteit van het boek kan niet beoordelen, maar de aanpak vind ik spannend genoeg en binnen vijf minuten sta ik met mijn aanwinst weer buiten.
Ik heb Carlos Kleiber helaas maar één keer zien dirigeren, bij het Concertgebouworkest, weliswaar in de Haagse PWA-zaal, maar dat was wel een van de meest indrukwekkende concerten die ik mij kan herinneren.
Hij zou nog een keer terugkomen in Amsterdam, en ik had al een kaartje (Brahms 2, Schubert 3), maar hij annuleerde.
Hij heeft vaker afgezegd dan gedirigeerd. En om vaak uitzonderlijke redenen, zie ook het in memoriam op de site van de Wiener Philharmoniker.
Hij beperkte zijn repertoire meer en meer. Een paar opera's, Tristan, Otello, Fledermaus, Bohéme.
En Der Rosenkavalier, die wij dit seizoen ook gaan doen.
Dat komt goed uit.
zondag 4 juli 2010
Herinnering
Vorige week donderdag hebben we met het orkest de laatste noten van dit seizoen gespeeld.
Een seizoen waarin een hoop is gebeurd, vele mooie momenten meegemaakt, hard gewerkt. En dan is het ook echt even afgelopen. Ook voor deze blog blijkbaar, want ik heb het gewoon laten liggen.
Terwijl het vast beter voelt als ik het nog even afrond, voordat ik op vakantie ga.
De laatste dagen hebben we besteed aan een cd-opname voor BIS. Richard Strauss.
Ein Heldenleben was in februari tijdens de tournee door Noord-Amerika zo'n succes dat een opname voor de hand lag. Aangevuld met de Vier letzte Lieder, in april met Yannick uitgevoerd, biedt dat een originele koppeling. Allebei Strauss, maar uit totaal verschillende stijlperiodes, en een halve eeuw tijdsverschil.
De Vier letzte Lieder is een kroon op zijn werk, een soort van coda, na zijn laatste opera. De motivatie om te componeren ontbrak eigenlijk, maar stoppen kon hij ook niet. En op dat moment componeert hij, geïnspireerd door teksten van Eichendorff en Hesse, volgens sommigen de mooiste muziek uit zijn oeuvre.
Maar Ein Heldenleben is ook een soort kroon, een climax in zijn serie symfonische gedichten. En in zekere zin al een soort terugblik. Als hij 'Des Helden Friedenswerke' opsomt, komen bijna alle symfonische gedichten, op ingeneiue manier met elkaar verweven nog even langs. Tod und Verklärung klinkt ook weer aan het eind van zijn Vier letzte Lieder.
De herinnering, als gegeven, moet een belangrijk element in het artistieke werk van Strauss geweest zijn, en niet alleen in de periode dat hij oud is. Ik ken weinig componisten die dat gevoel zo overtuigend in muziek kunnen vertalen. 'Der Rosenkavalier', en dan vooral de rol van Die Marschallin, is daarvan een schitterend voorbeeld. En dat is een opera waar ik zelf ook mooie herinneringen aan heb, maar waarvan ik nu vooral een hoogtepunt van komend seizoen verwacht. Meer dan een maand lang bezig met die geniale partituur, onder de bezielende leiding van Simon Rattle!
Bij de opnames van Heldenleben komen herinneringen aan de concerten in Amerika boven. En dan blijkt dat Yannick zijn visie op het stuk al weer verder ontwikkeld heeft. Vooral in de klank en sfeer van de laatste bladzijden. Maar ook herinneringen aan 'Le voix humaine' van afgelopen maand. De telefoon die nu werd gebruikt in het contact tussen dirigent en opname-leider leek wel erg veel op die van de wanhopige vrouw
bij Poulenc, en menig citaat van Cocteau bleek zich in het geheugen te hebben vastgezet.
Mooie herinneringen en hoge verwachtingen voor volgend seizoen vol boeiende en inspirerende producties, waarvan ik waarschijnlijk op deze plek wel weer verslag zal doen.
Maar eerst een paar weken rust en bijtanken.
Een seizoen waarin een hoop is gebeurd, vele mooie momenten meegemaakt, hard gewerkt. En dan is het ook echt even afgelopen. Ook voor deze blog blijkbaar, want ik heb het gewoon laten liggen.
Terwijl het vast beter voelt als ik het nog even afrond, voordat ik op vakantie ga.
De laatste dagen hebben we besteed aan een cd-opname voor BIS. Richard Strauss.
Ein Heldenleben was in februari tijdens de tournee door Noord-Amerika zo'n succes dat een opname voor de hand lag. Aangevuld met de Vier letzte Lieder, in april met Yannick uitgevoerd, biedt dat een originele koppeling. Allebei Strauss, maar uit totaal verschillende stijlperiodes, en een halve eeuw tijdsverschil.
De Vier letzte Lieder is een kroon op zijn werk, een soort van coda, na zijn laatste opera. De motivatie om te componeren ontbrak eigenlijk, maar stoppen kon hij ook niet. En op dat moment componeert hij, geïnspireerd door teksten van Eichendorff en Hesse, volgens sommigen de mooiste muziek uit zijn oeuvre.
Maar Ein Heldenleben is ook een soort kroon, een climax in zijn serie symfonische gedichten. En in zekere zin al een soort terugblik. Als hij 'Des Helden Friedenswerke' opsomt, komen bijna alle symfonische gedichten, op ingeneiue manier met elkaar verweven nog even langs. Tod und Verklärung klinkt ook weer aan het eind van zijn Vier letzte Lieder.
De herinnering, als gegeven, moet een belangrijk element in het artistieke werk van Strauss geweest zijn, en niet alleen in de periode dat hij oud is. Ik ken weinig componisten die dat gevoel zo overtuigend in muziek kunnen vertalen. 'Der Rosenkavalier', en dan vooral de rol van Die Marschallin, is daarvan een schitterend voorbeeld. En dat is een opera waar ik zelf ook mooie herinneringen aan heb, maar waarvan ik nu vooral een hoogtepunt van komend seizoen verwacht. Meer dan een maand lang bezig met die geniale partituur, onder de bezielende leiding van Simon Rattle!
Bij de opnames van Heldenleben komen herinneringen aan de concerten in Amerika boven. En dan blijkt dat Yannick zijn visie op het stuk al weer verder ontwikkeld heeft. Vooral in de klank en sfeer van de laatste bladzijden. Maar ook herinneringen aan 'Le voix humaine' van afgelopen maand. De telefoon die nu werd gebruikt in het contact tussen dirigent en opname-leider leek wel erg veel op die van de wanhopige vrouw
bij Poulenc, en menig citaat van Cocteau bleek zich in het geheugen te hebben vastgezet.
Mooie herinneringen en hoge verwachtingen voor volgend seizoen vol boeiende en inspirerende producties, waarvan ik waarschijnlijk op deze plek wel weer verslag zal doen.
Maar eerst een paar weken rust en bijtanken.
vrijdag 18 juni 2010
Philadelphia
We werden als orkestleden afgelopen weekend al op de hoogte gesteld dat er iets stond te gebeuren in de carriere van onze chefdirigent. Details werden niet genoemd en mochten ook niet naar buiten komen, voor het moment van publicatie. Maar het was ons natuurlijk niet onbekend van welke kanten er interesse was voor Yannick.
In de cellokamer werd al voorspeld dat we later die avond, op de borrel om het seizoen af te sluiten, zouden worden getracteerd op toastjes met Philadelphia.
Een delegatie van het Philadelphia Orchestra had al meerdere concerten van ons met Yannick bezocht en zij zijn al jaren op zoek naar een definitieve opvolger van Christoph Eschenbach, die daar geen gelukkige periode heeft gehad. De beide (!) keren dat hij het orkest daar dirigeerde had hij enthousiaste recensies en zijn naam klonk steeds vaker in de pers, samen met die van Vladimir Jurowski, als toekomstige chef-dirigent.
Ik vermoed dat hij inmiddels ook hoog op de verlanglijst staat van de Metropolitan Opera, maar daar is waarschijnlijk nog geen zoektocht gestart naar de opvolging van James Levine. Dat zal ook samenhangen met de ontwikkeling van diens gezondheid.
De vraag voor ons is nu of we blij moeten zijn dat onze chef door een ander orkest wordt ingepikt.
Dat hangt dan van een aantal zaken af.
Zijn functie gaat pas over twee jaar echt in werking, maar tegen die tijd zal hij veel van zijn tijd daar spenderen. Gelukkig heeft hij net bij ons bijgetekend tot 2015. Samen met zijn functie als vaste gast bij de London Philharmonic en zijn eigen orkest in Montreal lijkt er dan weinig tijd over te blijven voor gastdirekties bij andere toporkesten, zoals Berlijn en Wenen, of de operahuizen die hem graag willen hebben. Hoewel, als hij zijn zomers gebruikt om in Salzburg bij de Festspiele opera te doen, zoals de Don Giovanni met de Wiener Philharmoniker in augustus, dan passen er toch heel wat weken in een jaar.
Het Philadelphia Orchestra is een van de 'big five', volgens traditie de vijf top-orkesten van de Verenigde Staten. En traditie hebben ze daar zeker. Een orkestklank, die is gevormd door Stokowski, welbekend van zijn optreden in Fantasia, en verder ontwikkeld door de vele jaren met Ormandy. De strijkersklank is hun grootste troef. De laatste jaren hadden ze met hun dirigenten en hun management wat minder geluk, maar die kwaliteit zit vast in de genen van het orkest. En ik denk dat wij daar ook van kunnen profiteren. Ik herinner me de keren dat Gergiev bij ons dirigeerde, aansluitend aan concerten met de Wiener Philharmoniker. Onvermijdelijk gaat de klank van een orkest in de oren en het voorstellingsvermogen van een dirigent zitten, en daar konden wij ons voordeel mee doen. Ik verwacht dat dat bij Yannick ook gaat gebeuren.
Bovendien kan ik me voorstellen dat we eerder door zalen in het buitenland worden uitgenodigd als we met een dirigent komen, die ook in Amerika zo hoog in aanzien staat.
Ik kan Yannick van harte feliciteren met een glansrijke toekomst voor de boeg.
En het Rotterdams Philharmonisch, die een paar jaar geleden een toen nog verrassende keuze hebben gemaakt, die inmiddels door de internationale muziekwereld volop ondersteund wordt.
En het Rotterdamse publiek dat nog jarenlang kan genieten van de activiteiten van een van de topdirigenten van zijn generatie.
Naar verluidt is hij vandaag in Philadelphia om zijn contract te ondertekenen, dirigeert hij zondag een derde concert met de Achtste Mahler in Montreal en staat hij dinsdag weer bij ons in de Doelen, voor de opnames van een nieuwe cd. Welcome home, Yannick.
In de cellokamer werd al voorspeld dat we later die avond, op de borrel om het seizoen af te sluiten, zouden worden getracteerd op toastjes met Philadelphia.
Een delegatie van het Philadelphia Orchestra had al meerdere concerten van ons met Yannick bezocht en zij zijn al jaren op zoek naar een definitieve opvolger van Christoph Eschenbach, die daar geen gelukkige periode heeft gehad. De beide (!) keren dat hij het orkest daar dirigeerde had hij enthousiaste recensies en zijn naam klonk steeds vaker in de pers, samen met die van Vladimir Jurowski, als toekomstige chef-dirigent.
Ik vermoed dat hij inmiddels ook hoog op de verlanglijst staat van de Metropolitan Opera, maar daar is waarschijnlijk nog geen zoektocht gestart naar de opvolging van James Levine. Dat zal ook samenhangen met de ontwikkeling van diens gezondheid.
De vraag voor ons is nu of we blij moeten zijn dat onze chef door een ander orkest wordt ingepikt.
Dat hangt dan van een aantal zaken af.
Zijn functie gaat pas over twee jaar echt in werking, maar tegen die tijd zal hij veel van zijn tijd daar spenderen. Gelukkig heeft hij net bij ons bijgetekend tot 2015. Samen met zijn functie als vaste gast bij de London Philharmonic en zijn eigen orkest in Montreal lijkt er dan weinig tijd over te blijven voor gastdirekties bij andere toporkesten, zoals Berlijn en Wenen, of de operahuizen die hem graag willen hebben. Hoewel, als hij zijn zomers gebruikt om in Salzburg bij de Festspiele opera te doen, zoals de Don Giovanni met de Wiener Philharmoniker in augustus, dan passen er toch heel wat weken in een jaar.
Het Philadelphia Orchestra is een van de 'big five', volgens traditie de vijf top-orkesten van de Verenigde Staten. En traditie hebben ze daar zeker. Een orkestklank, die is gevormd door Stokowski, welbekend van zijn optreden in Fantasia, en verder ontwikkeld door de vele jaren met Ormandy. De strijkersklank is hun grootste troef. De laatste jaren hadden ze met hun dirigenten en hun management wat minder geluk, maar die kwaliteit zit vast in de genen van het orkest. En ik denk dat wij daar ook van kunnen profiteren. Ik herinner me de keren dat Gergiev bij ons dirigeerde, aansluitend aan concerten met de Wiener Philharmoniker. Onvermijdelijk gaat de klank van een orkest in de oren en het voorstellingsvermogen van een dirigent zitten, en daar konden wij ons voordeel mee doen. Ik verwacht dat dat bij Yannick ook gaat gebeuren.
Bovendien kan ik me voorstellen dat we eerder door zalen in het buitenland worden uitgenodigd als we met een dirigent komen, die ook in Amerika zo hoog in aanzien staat.
Ik kan Yannick van harte feliciteren met een glansrijke toekomst voor de boeg.
En het Rotterdams Philharmonisch, die een paar jaar geleden een toen nog verrassende keuze hebben gemaakt, die inmiddels door de internationale muziekwereld volop ondersteund wordt.
En het Rotterdamse publiek dat nog jarenlang kan genieten van de activiteiten van een van de topdirigenten van zijn generatie.
Naar verluidt is hij vandaag in Philadelphia om zijn contract te ondertekenen, dirigeert hij zondag een derde concert met de Achtste Mahler in Montreal en staat hij dinsdag weer bij ons in de Doelen, voor de opnames van een nieuwe cd. Welcome home, Yannick.
maandag 14 juni 2010
Applaus
Een van de merkwaardige gewoontes in ons concertbedrijf is dat applaus na afloop van een gespeeld werk.
Als publiek moet je tijdens de muziek stil zijn en je kunt laten horen dat je weet dat het afgelopen is door te gaan klappen. Sommigen nemen dat zeer letterlijk en verliezen geen seconde na de laatste noot, wat vaak afbreuk doet aan de stilte na de laatste noot, die misschien nog wel belangrijker is dan de klank, voor de afronding van het stuk.
Met applaudiseren op de verkeerde momenten laat je zien dat je niet weet hoe het hoort, af althans dat 'je er niet bij hoort'. In de opera mag je na een mooie aria nog wel klappen, bij een symfonie wacht je tot na het laatste deel. Er zijn beruchte voorbeelden als de Pathétique van Tsjaikovsky, waar dat altijd misgaat. Het einde van het voorlaatste deel klinkt te overtuigend als afsluiting.
Het zijn natuurlijk allemaal maar van die regels, die eigenlijk niet zo belangrijk zijn. Belangrijker gemaakt worden dan ze zijn. Alex Ross heeft onlangs in zijn blog The Rest is Noise geïllustreerd hoe tijdgebonden zoiets ook is.
Een gemeend applaus is altijd welkom, maar mensen mogen van mij hun enthousiasme ook op een andere manier uiten. Desnoods tijdens de muziek, als het niet storend zou zijn.
Bij Domestica Rotterdam hebben we de laatste jaren vooral gemikt op uitvoeringen, voorstellingen waarbij de spanningsboog vastgehouden wordt en er geen aanleiding gevonden wordt om te onderbreken door te klappen. Aansluitingen van muziek en tekst moeten daarvoor goed getimed worden. Net als de manier waarop musici opkomen en afgaan.
Dat wordt komende woensdag in de Laurenskerk ook weer een uitdaging.
We hebben in Fred van der Hilst een prachtige acteur, met een mooie diepe stem, die de aandacht zeker vast kan houden. En de opbouw van het programma qua muziek lijkt ook te kloppen. We beginnen met één musicus en eindigen glorieus met alle 25 spelers, als ik goed geteld heb.
Maar er moet nogal wat verplaatst en bewogen worden, dus het wordt toch weer spannend.
Met na afloop de inmiddels traditionele nazit met lekkere hapjes.
Na de Lof de Lust zullen we maar zeggen.
Woensdagavond in de Laurenskerk.
Als publiek moet je tijdens de muziek stil zijn en je kunt laten horen dat je weet dat het afgelopen is door te gaan klappen. Sommigen nemen dat zeer letterlijk en verliezen geen seconde na de laatste noot, wat vaak afbreuk doet aan de stilte na de laatste noot, die misschien nog wel belangrijker is dan de klank, voor de afronding van het stuk.
Met applaudiseren op de verkeerde momenten laat je zien dat je niet weet hoe het hoort, af althans dat 'je er niet bij hoort'. In de opera mag je na een mooie aria nog wel klappen, bij een symfonie wacht je tot na het laatste deel. Er zijn beruchte voorbeelden als de Pathétique van Tsjaikovsky, waar dat altijd misgaat. Het einde van het voorlaatste deel klinkt te overtuigend als afsluiting.
Het zijn natuurlijk allemaal maar van die regels, die eigenlijk niet zo belangrijk zijn. Belangrijker gemaakt worden dan ze zijn. Alex Ross heeft onlangs in zijn blog The Rest is Noise geïllustreerd hoe tijdgebonden zoiets ook is.
Een gemeend applaus is altijd welkom, maar mensen mogen van mij hun enthousiasme ook op een andere manier uiten. Desnoods tijdens de muziek, als het niet storend zou zijn.
Bij Domestica Rotterdam hebben we de laatste jaren vooral gemikt op uitvoeringen, voorstellingen waarbij de spanningsboog vastgehouden wordt en er geen aanleiding gevonden wordt om te onderbreken door te klappen. Aansluitingen van muziek en tekst moeten daarvoor goed getimed worden. Net als de manier waarop musici opkomen en afgaan.
Dat wordt komende woensdag in de Laurenskerk ook weer een uitdaging.
We hebben in Fred van der Hilst een prachtige acteur, met een mooie diepe stem, die de aandacht zeker vast kan houden. En de opbouw van het programma qua muziek lijkt ook te kloppen. We beginnen met één musicus en eindigen glorieus met alle 25 spelers, als ik goed geteld heb.
Maar er moet nogal wat verplaatst en bewogen worden, dus het wordt toch weer spannend.
Met na afloop de inmiddels traditionele nazit met lekkere hapjes.
Na de Lof de Lust zullen we maar zeggen.
Woensdagavond in de Laurenskerk.
Abonneren op:
Posts (Atom)
