zaterdag 29 september 2012

Nieuw publiek

We mogen dan als Rotterdams Philharmonisch, in vergelijking met de meeste collega-orkesten, gunstig uit de laatste bezuinigingsronde zijn gekomen, het is wel zaak dat we genoeg publiek blijven trekken.
En dat betekent: zorgen voor nieuwe aanwas.

Dat nieuwe publiek gaan we volgende maand, zaterdag 13 oktober, opzoeken in de Feniksloodsen, op Katendrecht, onder de naam BLOWN AWAY.
Dat is ook de titel van het laatste album van country-zangers Carrie Underwood, maar ik kan me niet voorstellen dat het daar iets mee te maken heeft. Het lijkt eerder gekozen om aan te geven hoeveel geluid en andere effecten er over de bezoekers zal worden uitgestrooid: blown-away.nl.
Niet alleen geluid overigens. Aan eten wordt in dit indoor-festival ook veel aandacht besteed.
En ik vermoed dat ons aandeel voorbij zal zijn tegen de tijd dat het echt hard gaat worden.



Maar het kan zeker een interessante samenwerking worden met Ted Langenbach en Secret Cinema.
Dat een dj met klassieke muziek spannende resultaten kan bereiken is al vaker gebleken.
DGG, het prestigieuze label, is zelfs met dat uitgangspunt een serie cd's gestart: ReComposed.
En de Remix-Contest die de Berliner Philharmoniker vorig jaar op internet organiseerde mocht er ook zijn: http://remix-contest.berliner-philharmoniker.de/
En het kan een effectieve manier zijn om een breder publiek in contact te brengen met de muziek die wij spelen. En de dj's en andere knutselaars kunnen zo aan de slag met bouwstenen waar de klassieke componisten ook mee hebben gewerkt. Idee voor het RPhO?



Dat zat woensdag bij Matthijs van Nieuwkerk in DWDD, De Wereld draait door.
Een van de meest succesvolle programma's van de publieke omroep, dus een ideale manier om een breed en nieuw publiek te bereiken.
Een kleine minuut Dvorak, uit het hoofd, gedirigeerd door Yannick.
Het was bedoeld als aankondiging voor Blown Away, zo bracht de presentator het, en er zat ook een dj in de studio die aansluitend met de klanken van 'De Nieuwe Wereld' een eigen geluid liet horen. Maar je vraagt je altijd af hoeveel daarvan, in het enorme hoge tempo van het programma, bij de kijker blijft hangen.
Ik begreep wel dat het meteen al in de verkoopcijfers was te merken, en ik geloof ook zeker dat hier een groot publiek voor te vinden moet zijn.



Ik kon er niet bij zijn in de VARA-studio, maar was met een negental RPhO-collega's ook bezig nieuw publiek te werven met ongebruikelijke muziekkeuzes. Geen nieuwlichterij maar juist hele oude muziek, hoewel we ook een aantal bewerkingen in premiere brachten. Woensdag was de aftrap van de serie Lof&Lust, die we als Domestica Rotterdam voor de vierde keer in de Laurenskerk organiseren: http://www.laurenskerkrotterdam.nl/programma/agenda/domestica_rotterdam/ 

En het was verheugend om te zien hoe steeds meer mensen ons daar weten te vinden en genieten van muziek van componisten als Tomas Luis de Victoria, Claudio Monteverdi, Gesualdo, Giovanni Battista degli Antonii. Toch geen dagelijkse kost voor de meesten van ons. Muziek die te oud is voor een symfonie-orkest maar die we wel heel graag spelen. In een aantrekkelijk, laagdrempelig en toch spannend jasje, met dit jaar teksten van David Prins.
In dit geval overigens zonder jasje, in de vorm van een manlijk naaktmodel, die tijdens het concert enige malen uitgetekend werd.


En met een nazit als belangrijk onderdeel van het concept, waarbij publiek en uitvoerders elkaar ontmoeten.
Contact maken met het publiek gaat tegenwoordig veel via social media, internet en televisie, maar het ouderwetse gesprek is ook nog altijd een manier om mensen aan je te binden.
Zo zijn we op vele manieren, en met vele soorten muziek, bezig om publiek aan te trekken om ze te kunnen verrijken met de kunst die wij belangrijk vinden.

zondag 16 september 2012

Wervelwind

Gergiev is weer even langs geweest.
Als een wervelwind.
Twee programma's, met voor elk twee repetities, en een concertante opera-uitvoering met zijn Mariinsky-gezelschap.
Mooie herinneringen kwamen boven, zeker bij Prokofjev, en dat is dan ook meteen de muziek waarbij het meest opvalt hoe hij zich blijft ontwikkelen.
Halverwege de eerste repetitie, waarschijnlijk waren we wat ongelijk, kwam de tandenstoker te voorschijn.
Zou hij nog ergens een dirigeerstokje hebben?
Repetities waren hectisch als altijd. Hij neemt de tijd voor passages, om uit te diepen, de rest wordt vooral doorgespeeld, als we geluk hebben in het goede tempo. Want bij tijdgebrek kan dat ook nog weleens wat sneller uitvallen. Hij geeft het orkest op zo'n manier een groot vertrouwen en wij zitten op het puntje van onze stoel.

Interessant, en niet altijd voorspelbaar, is het om te ervaren waar zijn aandacht naar uitgaat.
Also sprach Zarathustra, voor het orkest echt een lastig stuk, hebben we vooral doorgespeeld. Met een assistent hadden we de lastige overgangen al onder handen genomen. Valery pikt er één passage uit met vooral veel lage blazers, twee bastuba's, lage hoorns, trombones, contrafagot met contrabassen, en blijft herhalen totdat het karakter en de balans tussen de stemmen hem overtuigt (begin tot 0.48):
 En dat bepaalt de aanpak van het hele stuk.

Van Sjstsjedrin ging een lang (volgens sommigen te lang) pianoconcert, door Olli Mustonen meesterlijk gespeeld in aanwezigheid van de oude meester. De laatste jaren zorgt Gergiev steeds voor de aanwezigheid van hedendaags Russische repertoire in zijn programma's, zodat de levende componist ook kan worden toegejuicht. In dit geval was het overigens vooral zijn vrouw die, aan het begin van de avond, het applaus in ontvangst nam. Maja Plisetskaja was haar tijd als wereldberoemde ballet-danseres nog niet vergeten.

Maar ook aan de jeugd was gedacht, in de vorm van de 24-jarige winnaar van het Tsaikovski-concours, de Armeen Narek Hakhnazaryan, die het celloconcert van Dutilleux mocht spelen. Een razendlastig stuk, dat hij speciaal voor de gelegenheid had ingestudeerd. De laatste jaren heeft Gergiev zich intensief ingezet voor de muziek van de Franse componist, die, bijna honderd, ook nog leeft, en ook nu weer deed hij dat met verve en aandacht voor details. Voor Narek was het ook wel prettig dat hiervoor voldoende repetitietijd werd ingeruimd.  

Prokofjev is voor het orkest bekend terrein, maar er zaten vast collega's die het niet eerder hadden gespeeld.
En dan kan het lastig zijn met Gergiev.
Op de Finale lag zijn focus. Briljante muziek waarin hij, als een pianist, de accoorden verstaanbaar wilde maken, en de karakters in heldere kleuren schilderde. Toch overheerste voor mijn gevoel bij het concert uiteindelijk de nadruk op een meer innerlijk verhaal, de timing van de stiltes in een uitgesponnen langzaam deel. Zo kende ik Gergiev's Prokofjev nog niet.

Een noviteit voor de meesten van ons was Die Toteninsel van Reger. De Rachmaninov spelen we nog weleens, en ook nu weer met Gergiev, maar de Reger was mij onbekend. Prachtige Duitse laat-romantiek. Het maakt onderdeel uit van 4 symfonische gedichten naar werk van Arnold Böcklin. Ik zou die andere drie ook weleens willen horen en spelen.



Een andere vondst zat in het slotconcert, gisteren met Yannick: Chausson en zijn Poème de l'amour et de la mer. Ook laat-romantiek maar van Franse snit. Mezzo-sopraan Christianne Stotijn welhaast op het lijf geschreven. Het publiek in de Doelen was ontroerd, maar ik verwacht dat we ook in Parijs, Essen en Heerlen komende week wel wat gevoelige snaren kunnen raken: http://www.youtube.com/watch?v=E-VAeW2yce8&feature=relmfu.

In anderhalve week vier verschillende concerten onder deze twee dirigenten mogen spelen is een voorrecht.
Yannick opent na de reis ook nog het seizoen, Valery komt in december weer terug.
We mogen niet klagen.

donderdag 6 september 2012

Schlechtwetterregelung

De zomer is de tijd van de muziekfestivals.
Orkesten en ensembles vliegen van hot naar her om zich te laten horen.
Idyllische omgevingen en doorgaans mooi weer.
Zo troffen wij vorige week de collega's van het KCO aan het eind van een Schipholse pier, waar zij bij de tegenoverliggende gate hun vliegtuig naar Salzburg vonden. Vrijwel gelijktijdig vlogen wij naar Wenen, op weg naar het Festival van Grafenegg.


Het Musik Festival Grafenegg is minder bekend dan de Salzburger Festspiele, veel jonger ook, maar al zeer prestigieus. Een indrukwekkende line-up van toporkesten als het Gewandhausorchester Leipzig, Dresdener  Staatskapelle, Cleveland Orchestra, London Philharmonic en LSO. Thielemann, Chailly, Tilson Thomas, Herreweghe, Jurowski, Welser-Möst.
En Yannick natuurlijk.
Allemaal op uitnodiging van Rudolf Buchbinder, Künstlerische Leiter, beroemd pianist en solist bij ons in Brahms' Tweede pianoconcert.
Ik heb begrepen dat hij zeer tevreden was - Floris heeft ook weer een heerlijke cellosolo afgeleverd - en dat er alweer een nieuwe uitnodiging voor ons klaar ligt.
Het enige wat tegenviel was het weer.

Nu is lekker weer op tournee altijd een genot, een kadootje, maar nu was het belangrijk omdat we geacht werden in de openlucht te spelen. Open Air-Bühne Wolkenturm is een prachtig theater bij slot Grafenegg en schijnt een bijzonder akoestiek te hebben. Die ervaring hebben we helaas moeten missen.
Tussen dagen met schitterend weer zaten we daar net tijdens een depressie.
Gelukkig beschikken ze daar ook over een mooie, tamelijk nieuwe zaal.
Weliswaar riep de buitenkant associaties op aan de zaal waar we vorig jaar in Lima speelden, maar het interieur leek erg op de zaal in Dortmund. Het bleek van dezelfde architect te zijn. De zaal is iets kleiner en er was geen bier na afloop, zoals traditioneel bij onze Oosterburen. Maar het glas witte wijn lieten wij ons goed smaken.

En de zaal zat vol.
In het programma stond de 'Schlechtwetterregelung'  beschreven.
De 1e t/m de 5e rang krijgen een plaats in de zaal, voor de 6e rang is er een Klappsitz op de Galerie.
Dat zal de rij stoelen hoog langs de wand wel zijn, zoals ze die in Dortmund ook hebben.
De 7e rang en de 'Rasenkarten' kunnen hun geld terugkrijgen of in de manege naar een videoregistratie kijken. Voor alle zekerheid wordt wetter- und regenfeste Kleidung geadviseerd.

Dat was bij het Veerhavenconcert ook de boodschap.
Maar ondanks alle zorgwekkende voorspellingen verliep het dit jaar zonder regen.
Ik vermoed dat ze daar ook niet over zo'n genereuze slechtweerregeling kunnen beschikken, maar het staat ook voor volgend jaar gewoon weer in de planning.
Een mooie Rotterdamse traditie.

Net als het Gergiev Festival, dat morgen alweer van start gaat.
We verheugen ons weer enorm op het weerzien met Valery, die prachtig repertoire komt dirigeren.
Bekend en onbekend.
De twee Dodeneilanden, Rachmaninov en Reger, zijn interessant. Sjtsjedrin is weer een noviteit van een landgenoot. En met de muziek van Dutilleux heeft Gergiev, sinds hij ooit het Vioolconcert tijdens een vorig Festival dirigeerde, een speciale band opgebouwd.
Strauss is natuurlijk orkestraal genieten en voor Prokofjev kun je in de wereld geen betere dirigent vinden.
Dat moet een enerverend weekend worden, waarbij ik op zondag, onze rustdag, achterover kan zitten om Otello over me heen te laten komen.
Het Mariinsky zal wel weer een blik solisten hebben opengetrokken, met jonge talenten die ooit de wereld gaan veroveren. Zo heeft een jonge Anna Netrebko tenslotte ook bij ons op het podium gestaan.

woensdag 29 augustus 2012

Het Gele Label

DEUTSCHE GRAMMOPHON.

DGG, eigenlijk, want het is een 'Gesellschaft'.
The Yellow Label, op zijn Engels. Het ijzersterke logo als handelmerk.
Das tradtions-reiche Prestige-Etikett.
In de hoogtijdagen van de langspeelplaat was het een van de belangrijkste maatschappijen met een rijke traditie en een grote reputatie. En dat is het nog steeds, hoewel het (cd-)landschap er inmiddels wel wat anders uitziet.
Het begon in 1898, in Hannover, maar ik denk niet dat ze toen ook al dit etiket gebruikten.
Het doet me een beetje denken aan de goudomrande cartouches met componistennamen in het Concertgebouw. Respect, waardigheid, een beetje verering wellicht.

Veel van de eerste platen die ik van mijn zakgeld kocht zagen er zo uit, en dan wist je dat het goed was.
Karajan met Beethoven, Abbado met Brahms, Oistrach met Bach, Amadeus Quartet.
En toen Bernstein bij DGG kwam leek hij opeens veel succevoller, veel interessanter dan bij CBS.
Maar dat was vooral een gevoel, gevoed door reclame en de manier waarop het verpakt werd.
Ik weet niet in hoeverre dat nog steeds opgaat. Maar het is wel hetzelfde etiket dat wij nu op onze cd's mogen zetten.

Of liever: de naam van het Rotterdams Philharmonisch Orkest verschijnt op hun cd's.
Misschien vooral de naam van Yannick. Op een serie van een drietal schijfjes.
En dat daar meer op staat dan begeleidingen van een grote solist is in deze tijd bijzonder.
De Pathétique van Tsjaikovsky.
Een symfonie. En niet zomaar een symfonie.
Hartverscheurende muziek, een afscheidswerk, een laatste noodkreet, een verholen liefdesbekentenis aan zijn neef. Wat je er ook maar in horen wilt.

We hadden het stuk nog nooit samen uitgevoerd, maar kennen het stuk natuurlijk goed.
Vorig seizoen speelde het orkest het nog met Saraste, Yannick dirigeerde het deze zomer bij zijn Amerikaanse orkest. En zo begonnen we afgelopen week in de Doelen aan de opnames.
We hadden vrij veel tijd om er iets moois van te maken, om lastige passages te herhalen, om zaken nog beter op elkaar af te stemmen.
Ik begreep dat het opnameteam over uitzonderlijk goede microfoons kon beschikken, maar daar zitten natuurlijk ook nadelen aan vast. Het omslaan van de pagina's, niet altijd te vermijden, wil je op een cd niet horen, dus daar werden extra takes voor opgenomen. Maar het voetenwerk van een dirigent eiste drastischer maatregelen: een tweetal dekens, de bovenste oranje, vormde een effectieve bescherming tussen zijn zolen en de bok.

We kregen schone partijen, ontdaan van alle mogelijke streken en vingerzettingen van decennia. Alleen het hoognodige.
Een Amerikaanse heruitgave van de bekende Breitkopf&Härtel, materiaal waar elk Westers orkest van speelt. Een curieuze uitgave overigens, want er is meteen een bewerker mee aan de slag gegaan, die in verschillende stemmen extra noten heeft genoteerd, voor het geval je het stuk met een incompleet orkest gaat spelen. Vooruitlopend op drastische bezuinigingen?
De naam van de bewerker, Martin Schmeling, hebben de Amerikanen geschrapt maar zijn toevoegingen, Einzeichnungen für vereinfachte Besetzung, staan er nog steeds. Zo kunnen wij in de openingsmaten een stem van de basgroep overnemen (zie foto boven).  En als de vierde hoorn zich voor het eind van het eerste deel verslikt staan wij ook weer reserve.
Een zeldzaam geval, dat ik alleen van dit stuk ken.
Maar waarom juist de Pathétique, en zou het weleens zo worden uitgevoerd?

Er is wel een beruchte passage waar Tsjaikovsky vaak wordt 'verbeterd', vlak voor de grote catastrofe in het eerste deel, als de componist naar zijn zachtste dynamiek afdaalt. De klarinet mijmert wat na op de meeslepende melodie, dolce possibile, en verdwijnt in het niets tot ppppp. Vijf piano's, ik weet niet hoe je dat uit moet spreken. Pianisississimo? Lastiger nog is het om het te spelen. Maar onmogelijk wordt het als een fagot de lijn afmaakt tot pppppp!!
Meestal wordt hier gekozen voor een basklarinet, die veel makkelijker een zachte toon kan voortbrengen.
Beide alternatieven hebben we opgenomen. Ik ben benieuwd waarvoor gekozen gaat worden.
(ook bij Karajan klinkt ook een basklarinet, natuurlijk buiten beeld: 10.21):

Het zal nog wel een jaar duren voor het schijfje in de schappen ligt, althans in Europa.
Het schijnt dat China, waar we de symfonie aan het eind van dit seizoen gaan spelen, al eerder van het resultaat mag gaan genieten.
En een prachtige opname zal het vast wel worden.
We hebben er hard en intensief aan kunnen werken, schaven aan details, voortdurend op het puntje van de stoel, en dat is altijd nuttig voor een orkest. Daar wordt je alleen maar beter van.

En trots dat we op het gele label staan?
Het geeft zeker een goed gevoel en is onmiskenbaar een vorm van erkenning.
Maar ik moet toegeven dat mijn zoon mij is voorgegaan, een paar jaar geleden, als jongenssopraan in een opname van de Mattheus Passion.
In een Nederlandse hertaling, overigens.
Ook dat past blijkbaar bij het Duitse label.

maandag 20 augustus 2012

Alweer vijf!

Het was geen onverdeeld genoegen, vrijdagavond, om dat warme zwarte pak weer aan te trekken.
En dan mochten we nog blij zijn dat we niet op zaterdag of zondag het podium op moesten.
Een Amsterdams Concertgebouw vol luchtige zomerse kledij ontving ons desondanks met gejuich.

Maar een genoegen was het natuurlijk ook.
Twee prachtige symfonieën van Brahms in die warme akoestiek, samen met Yannick, die op deze manier aan zijn vijfde seizoen bij ons begon. Toen hij dat zei was iedereen verbaasd dat het al zo lang geduurd had. Het lijkt nog zo kort geleden dat hij begon en het voelt nog fris en avontuurlijk.



En vertrouwd, want deze symfonieën hebben we allebei vorig seizoen gespeeld.
De Vierde en het Requiem komen dit najaar aan de beurt.
Zo ontwikkelen we met Yannick een Brahms-stijl, die weer heel anders is dan de manier waarop we bijvoorbeeld met Gergiev speelden. Bij het Deutsches Requiem kunnen we dat rechtstreeks vergelijken met de dvd-registratie van Valery's prachtige afscheidsconcert.
Yannick streeft een slanker klankideaal na, met vaak ook wat vlottere tempi.
Geen Bruckner-klank, geen 'plofkip'.
Ik denk dat dat vrijdag het beste lukte in de Tweede, die ook wat lichter van toon is.
Ik was blij met zijn keus om de finale attacca aan het scherzo te spelen.
Het legt wat minder gewicht op die eerste maat, met dat onhandige pp-accoord in het koper.
Als een Canadese 'corn-party' moest het klinken, maar dan op grote afstand. Ik ben niet zo'n mais-liefhebber.

Dat het programma opende met de Eerste was een verrassing. Zo stond het niet op onze lijst maar blijkbaar wel in het programma. Maar ach, wat maakt het uit?
Op zich is dat best een interessante vraag.
Ze eindigen beiden met krachtige accoorden in majeur, maar ze vertellen een heel verschillend verhaal.
De moeite die het hem kostte, de strijd die geleverd moest worden, om onder de machtige schaduw van Beethoven uit te komen bepalen vooral de hoekdelen van de Eerste. Dan lijkt het misschien logischer om de Tweede, componist inmiddels bevrijd van de last, zelfverzekerd en ontspannen, na de pauze te spelen.
Maar voor een ongekeerde volgorde valt ook wat te zeggen, met meer gewicht in de tweede helft, zoals vaak in orkestprogramma's.
Het voelde in ieder geval wat merkwaardig om na de slotmaten van de Eerste pas aan de pauze te beginnen. Dat zijn we niet gewend.

Je merkt natuurlijk ook de overeenkomsten in de stukken, zoals onze pizzicato-begeleiding aan het begin van de scherzi, de ene keer onder een klarinet-thema, de volgende keer met een melodie in de hobo.
En de manier waarop de Tweede naar de toekomst wijst.
Zoals die maten in de finale waarin hij Mahlers Eerste lijkt te citeren.
Dat kan natuurlijk niet. Mahler was als 17-jarige net in Wenen gaan studeren toen de Brahms-symfonie daar in premiere ging. Maar toch voelt het bij Brahms als een citaat en bij Mahler niet (bij 4.38):



Een vriend van mij, aanwezig in de zaal, reisde dit weekend door naar Edinburgh waar Valery Gergiev met zijn LSO Brahms 3 en 4 doet. Ik ben benieuwd naar zijn ervaringen. Kun je de vier symfonieën ervaren als een cyclus, als een groter geheel? Vullen Valery en Yannick elkaar aan in dit repertoire?

Met Yannick storten we ons de komende dagen op echt 'Gergiev-repertoire'.
Zo mogen we Tsjaikovsky's Pathétique toch wel noemen.
Een van de absolute meesterwerken uit de Russische symfonische literatuur.
Komt op cd bij DGG.
Het is maar goed dat de temperatuur inmiddels wat gedaald is want in de Doelen zal het warm genoeg worden.

donderdag 5 juli 2012

Een seizoen afgesloten

Het gebeurt niet vaak dat we ons seizoen afsluiten met onze eigen chef.
En de eerste repetitie in augustus staat hij ook weer voor onze neus.
Een ongekende luxe.

Een luxe die we ons waarschijnlijk niet meer heel lang kunnen permitteren.
Yannick begint na de zomer aan zijn chef-dirigentschap in Philadelphia.
Afgelopen maand was hij daar al weer even voor een Stokowski Celebration.
Een weekend lang concerten om te vieren dat Leopold Stokowski 100 jaar geleden als chefdirigent aantrad en nog lang daarna zijn onuitwisbare stempel zou blijven drukken.
Ik weet zeker dat we in Rotterdam ook nog wel wat van die traditie zullen meepikken.
Stokowski was befaamd om de strijkersklank die hij uit zijn orkest wist te halen. Een van de 'trucs' daarvoor was te zorgen dat niet iedereen in een strijkersgroep dezelfde streek zou nemen, maar dat het zo gemixt wordt dat de nadelen van een bepaalde streekkeuze wegvallen. Yannick begint dat bij ons ook mondjesmaat te introduceren.

Tussendoor was hij ook nog een weekje bij de Berliner Philharmoniker om Daphnis te spelen.
Een slimme keus, na de serie concerten met ons, en voor de cd-opname.
Want daarmee sloten we het seizoen af: opnames voor BIS en voor DGG.
Of de concerten in Berlijn nog veel veranderd hebben aan zijn visie weet ik niet, ik denk wel dat het een mooie opname is geworden. Geen buitenlands koor, maar het onvolprezen Omroepkoor.
In het schema was tijd ingeruimd voor een extra stukje Ravel, maar dat heeft niet zo mogen zijn: er wordt ook buiten de Doelen hard gewerkt, en dat maakte in dit geval zoveel lawaai dat verder opnemen uitgesloten was. Gelukkig stond Daphnis er toen al op!

Later in de week waren er ook nog opnames voor de cd voor DGG met een nieuw supertalent op klarinet, Andreas Ottensamer. Ik was niet nodig, dus weet niet hoe het gegaan is. Ik begreep wel dat sommige dames wat onrustig werden, vanwege zijn uiterlijk, dus dat belooft wat voor het hoesje. In september kan men hem live zien en horen in het Gergiev Festival. 


Maar voor die tijd zal Yannick er ook alweer zijn, meteen na de zomer, als we weer bij elkaar komen. Brahms in het Concertgebouw en in de open lucht van Grafenegg.
Stokowski zal in zijn tijd zeker zoveel bij zijn orkest geweest zijn, het begin, het eind en de meeste weken tijdens het seizoen. Maar tegenwoordig is dat uitzonderlijk.
Hoeveel zal Yannick van zijn roemruchte voorganger overnemen?
Zou een film als Fantasia tegenwoordig nog kunnen?
Of de bewerkingen waar hij beroemd om was, zoals Bachs Toccata en Fuga in d:



Misschien niet een van zijn meest gelukkige arrangementen en bovendien lastig om te spelen.
Maar bewerkingen van Bach en andere oude muziek mogen wat mij betreft best vaker geprogrammeerd worden. Bij Domestica hebben we daar in onze serie in de Laurenskerk veel en positieve ervaringen mee opgedaan. Komend najaar hebben we op dat gebied weer veel mooie (Italiaanse) verrassingen: http://www.laurenskerkrotterdam.nl/programma/agenda/domestica_rotterdam/

Maar ook de Rotterdam Philharmonic Strings komen met een interessante Bach-bewerking: het Dubbelvioolconcert in een versie voor twee celli, met Floris en Daniel als solisten. Dat kan interessant worden! http://www.rotterdamphilharmonicstrings.nl/nieuws.html

En wie daar nog verder in is gegaan is Koen Plaetinck, een van onze slagwerkers. Een hele cd heeft hij volgespeeld met Bach, alles op een marimba. Een prachtig instrument en zeer smaakvol gedaan.
Ik moet zeggen dat ik bij het horen van de viool- en vooral cellomuziek de harswolken, de energie en beweging die bij strijkinstrumenten hoort, weleens miste. Maar de stilte en concentratie die Koen weet te bereiken is het beluisteren waard. Hij speelt de viool-partita komend seizoen ook in de kamermuziekserie van het orkest: http://www.allmusic.com/album/bach-notenb%C3%BCchlein-mw0002112555



Het gaat muzikaal vast weer een mooi seizoen worden.
Maar ook een seizoen waarin duidelijk gaat worden wat de bezuinigingen in orkestenland voor uitwerkingen en gevolgen gaan krijgen. Wat er nog rest van de prachtige orkesten die ons land rijk is, als de kruitdampen zijn opgelost, en hoe de vooruitzichten voor de komende jaren kunnen worden ingeschat.    

Eerst een paar weken vakantie.
Bijtanken, uitrusten, genieten, dat soort dingen.

dinsdag 19 juni 2012

Fans

Vier keer hebben we hem gespeeld.
Deel 2 van Lord of the Rings.
De eerste keer was de generale repetitie, een handjevol mensen in de zaal en de neuzen van veel orkestleden  zoveel mogelijk richting filmdoek.
Je wilde tenslotte toch een beetje een indruk krijgen waar de muziek voor bedoeld was.

The Two Towers heet dit deel, en als ik het goed heb begrepen zit in elk van beide torens een tovenaar, een goede en een slechte, die met elkaar een strijd aangaan.
En niet alleen die tovenaars, want er wordt veel gevochten in die ruim drie uur film.
Oorlogen tussen alle mogelijke duistere wezens die je, als je de film niet echt kunt zien, toch lastig uit elkaar kunt houden. Waarschijnlijk zou je het in de muziek van Howard Shore moeten kunnen horen, maar wat het meeste opviel was het voortdurend gebruik van de lage instrumenten in het orkest. Waar de violen nog weleens op adem konden komen, zaten wij met de bassen onafgebroken door te zagen. Maar ook het lage koper was bezig met een uitputtingsslag. Daarbij vergeleken is een Wagner-opera een peuleschil. Zeker als je die eens in de drie dagen speelt, zoals we doorgaans bij DNO doen.



Toch heeft Shore wel goede muziek geschreven, denk ik. Zeer effectief in combinatie met de filmbeelden en in een herkenbare eigen stijl. Op een gegeven moment lukte het me wel de muzikale vertaling van de figuur Gollem te traceren. Veel hoge noten en flageoletten in de violen en vooral de specifieke klank van de cymbalon, zoals in de scene dat hij in een verboden meertje van bovenaf bespied wordt, vlak voordat hij gevangen wordt genomen.
En de reactie van het publiek, zonder uitzondering steeds juichend en fluitend, pleit ook voor de partituur van Shore. Als orkest, beperkt als we worden door een dirigent die het tempo van de film op de voet volgt, moet je zoiets niet te vaak doen. Maar het is wel een manier om de schijnwerpers op de muziek te richten en het belang daarvan voor een goede film.

Een happening voor de echte fans was het.
Voor de mensen die dan ook alles van de films en de boeken afweten.
En die het niet erg vinden dat het Nederlands voetbalelftal op hetzelfde moment een belangrijke wedstrijd speelt.
De eerste helft van de wedstrijd tegen Denemarken konden we in de atiestenfoyer bekijken, voor wie dat wilde. Orkestleden en koorzangers gebroederlijk naast elkaar om de landgenoten aan te moedigen.
Op dat moment zie je dat onze Belgische collega's, merendeels wel voetbalfans, toch echt buitenlander zijn en zich afzijdig houden.
En net als bij de film is zo'n wedstrijd een gebeuren waarin je moet geloven om meegesleept te worden.
Als je op afstand zit en het commentaar niet hoort valt dat niet mee.
Dan is een voetbalwedstrijd maar half zo spannend, net als een film zonder muziek.