donderdag 3 oktober 2013

Tsjechisch feestje

Er viel weer wat te vieren bij ons in de Doelen, vorige week.
Tsjechisch bier werd er geschonken voor publiek en musici, na afloop van het eerste concert van Jiří Bělohlávek als Vaste Gastdirigent van het Rotterdams Philharmonisch.
Tsjechisch was ook het repertoire dat we speelden, met de Moldau als evergreen en Janáčeks Sinfonietta als uitsmijter maar ook een onbekend Vioolconcert van Martinú en een ouverture van Dvořák, die niemand bij ons eerder gespeeld had. Dat verbaasde me, want de muziek van de Carnaval Ouverture klinkt heel bekend. Misschien ooit een tune van een radio-programma geweest?

Allemaal heerlijke muziek, waarvan we vast nog veel meer gaan spelen.
Zeker met Bělohlávek, die in zijn geboorteland ook chef van de Tsjechische Philharmonie is.
Met zo'n moeilijke achternaam is de neiging om ons tot zijn voornaam te beperken groot, net als bij Yannick, maar ook die uitspraak is nog niet zo vanzelfsprekend. We zullen gewoon moeten oefenen.

Het enthousiasme begon een paar jaar geleden bij een week met de Zevende van Mahler. Een moeilijk stuk waarin hij allen overtuigde. In zekere zin ook Tsjechische muziek, want Mahler werd in het Boheemse Kaliště geboren en de symfonie ging ooit in Praag in premiere.
En we gaan natuurlijk ook veel andere muziek spelen. Dit najaar nog een grote Sjostakovitsj-symfonie en een Beethoven-concert met top-pianist Emanuel Ax. Iets om je op te verheugen.


Maar op mijn verlanglijstje staat zeker een heleboel Tsjechische muziek.
Niet in de eerste plaats Smetana, of Martinú, hoewel die intrigerende stukken heeft geschreven, zoals de verklanking van fresco's van Piero della Francesca of de Soldatenmis. Ik breek dan liever een lans voor Janáček, met zijn Glagolitische Mis. En natuurlijk de opera's, maar dat is bij ons in de Doelen wat lastiger te realiseren. Taras Bulba dan maar.



En Dvořák, natuurlijk. 
Daar kun je als cellist niet omheen.
Nu wordt dat Celloconcert bepaald niet veronachtzaamd. Het bekende in b klein tenminste, want er bestaat ook nog een jeugdwerk in A groot, maar dat is toch meer een curiositeit.
Het Vioolconcert gaat zelden, maar voor dat instrument zijn zoveel andere mooie stukken. Dat geldt nog meer voor het Pianooncert, dat ik alleen ken uit een fameuze opname van Svjatoslav Richter en Carlos Kleiber.
Maar welk excuus hebben we voor het praktisch negeren van die prachtige symfonische gedichten?
De Houtduit, De Middagheks, Het gouden Spinnewiel, De Watergeest, dat soort werken uit zijn late periode verdienen een regelmatige uitvoering.
En van de Slavische Dansen wil ik er ook best wel weer eens een aantal spelen.
Naast die laatste drie symfonieën die we altijd doen.
En misschien nog een persoonlijke favoriet, die bijna niemand kent.
Volkomen ten onrechte! 
De Symfonische Variaties:
Ik verwacht dat, met deze aanstelling, de kansen hierop aanzienlijk gestegen zijn.
Reden voor een feestje.  

zaterdag 14 september 2013

Hollander


We staan er weer mooi op, als Nederlanders.
Iedereen kent de vliegende Hollander, The flying dutchman, maar het is toch wel een rare figuur.
Een trieste figuur vooral.
Een figuur uit de legendes, die ooit een verkeerde belofte deed, bij het passeren van een kaap..
Een pact met de duivel. Eens in de zeven jaar een vrouw zoeken die je onvoorwaardelijk trouw blijft en pas als het lukt mag je sterven.Het niet mogen sterven als straf.
Zat dat ook niet in Parsifal, die laatste opera van Wagner?
Wagners muziek leeft ook nog steeds, maar soms vraag ik me af of hij zelf niet ook een pact met de duivel heeft gesloten. Hij bezorgt ons in ieder geval een hoop pijn en genot.
Genot vanwege de de muziek, de harmonieën, de instrumentale effecten.
En pijn om al die onmogelijke loopjes er vlekkeloos uit te krijgen.
Het motief wat al vroeg in de ouverture verschijnt, een beeld van de Hollander als de eeuwig wandelende Jood, komt talloze malen terug, maar steeds weer een beetje anders. Je komt er niet meer vanaf. Tot aan het moment dat hij Senta waarschuwt dat ze misschien niet helemaal beseft waar ze aan begint als ze hem eeuwige trouw belooft. B mineur, bijna een garantie voor struikelende vingers. Ik vermoed opzet in het spel, van Wagners kant.
Intrigerend om te horen hoe Wagner zijn eigen stijl zoekt en vindt.
In 1841 was hij nog geen dertig.
Weber en Mendelssohn waren de Duitse componisten van die tijd, wat hier en daar wel te horen is.
Zelfs Schumann luistert mee. Ik moet in de ouverture steeds aan zijn Vierde symfonie denken. Zelfde toonsoort, zelfde jaartal, dus die kon Wagner niet gekend hebben.
Aanstekelijke melodietjes, humor, suspense.
Maar ik hoor ook al hier en daar flarden Tristan.

Eenmalig in Rotterdam.
Zonder toneel, wel met video-beelden.
Ook dat herinnert aan Tristan, en de beelden van Bill Viola, zoals die ooit op het Gergiev Festival waren te zien. Dit is een heel andere kunstenaar, een Australiër, met heel andere uitgangspunten, maar natuurlijk wel weer beelden van, onder en boven, water.
Een top-cast aan solisten.
En het genoegen om Yannick in zijn rol als opera-dirigent bezig te zien.
Is dat ergens niet het ideaal dat je als dirigent kunt bereiken?
Althans als alle omstandigheden meewerken, en dat gebeurt in operahuizen ook te zelden.

Eenmalig is Rotterdam - zorg dat je er bij bent! - maar gelukkig ook nog met herhalingen in Parijs, de stad waar Wagner de opera ooit voor wilde schrijven, en Dortmund, waar het Konzerthaus met 'The Yannick Experience' is begonnen. Yannick als Exklusiv-Künstler!
We spelen er ook nog een avond met Tsjaikovski en Wagners Wesendonck-liederen en verheugen ons alweer op het gastvrije flesje bier na afloop.



zondag 8 september 2013

Festival

Een succesvol muziekfestival kan een sieraad voor een stad zijn.
We zien dat al jaren in Londen, dat met de Proms een serie heeft, die je nergens anders kunt plaatsen.
De Proms, dat is Engeland, dat is Londen.



Maar in Bremen hebben ze ook iets leuks: Musikfest Bremen.
We waren er nog niet eerder geweest met het orkest, voor zover ik weet.
We vormden de hoofdact van de openingsavond: eine grosse Nachtmusik.
Alle mogelijke soorten muziek op alle mogelijk locaties in de stad.
Wij speelden die avond drie keer, steeds voor een volle zaal met nieuw publiek. Die konden op hetzelfde moment ook voor een van de andere zeven locaties en ensembles kiezen.
Het mooie weer hielp natuurlijk, maar de sfeer was opperbest.
Bij de borrel na afloop werd de hoop uitgesproken dat we snel terug zouden komen, we hebben als havensteden tenslotte veel gemeen.
Ook Bremen lijkt door de oorlog zwaar getroffen, hoewel er nog veel mooie oude gebouwen staan, zoals rond het marktplein met de Bremer Stadsmuzikanten. Zou een dergelijk festival ook in Rotterdam mogelijk zijn, vroeg ik me met wat collega's af?

De culturele wind waait helaas momenteel niet in een gunstige richting.
Het Gergiev Festival, dat dit weekend plaats vond, moet het met veel minder geld doen.
Dat is vertaald in een grotere concentratie en minder dagen.
25 jaar Gergiev in Rotterdam wordt gevierd, en daar lijkt me alle reden voor.
Het was destijds een wonder dat we hem als chef-dirigent konden strikken, terwijl de hele muziekwereld aan hem trok. Maar niet minder uitzonderlijk is hoe we hem zo lang hebben kunnen vast houden en hoe hij loyaal blijft aan zijn Rotterdamse vrienden. Ook dit keer is het weer een feest hem terug te zien.
In Londen, bij de Proms, sprak ik nog een oud-collega die tegenwoordig bij het London Symphony zit, Gergievs huidige orkest. Veel soortgelijke ervaringen natuurlijk, maar daar zitten ze nu in de fase dat zijn periode tegen zijn eind loopt, in 2015. En hoe vaak zou hij daar daarna nog terugkeren?
Laten wij ons festival maar koesteren.

Ik vroeg natuurlijk ook meteen of ze al kandidaten  voor de opvolging hadden.
Simon Rattle was de enige naam die hij noemde, en die gisteren ook ineens in de pers verscheen. Dat zou een interessante match kunnen zijn. Vanuit Londen hebben ze altijd met scheve ogen naar Birmingham gekeken, toen hij daar chef was en een succesverhaal, inclusief prachtige nieuwe zaal, neerzette. Maar zeker ook met zijn plannen voor innovatie, nieuw repertoire, het bereiken van nieuw publiek.

En Londen bood nog meer muziek, in de vorm van beelden: Vermeer & Music.
Een tentoosntelling rond de meester uit Delft in relatie tot muziek.
De National Gallery heeft twee schilderijen waar ze er nu nog twee aan hadden toegevoegd. Een kende ik er nog niet: Zittende vrouw aan het virginaal. 

Dat was op zich al reden genoeg om het museum te bezoeken, vlak voordat we zouden doorreizen naar Bremen. De vraag in hoeverre je de schilderkunst van Vermeer met muziek kunt verbinden is wel een interessante, overigens. Het is vooral de stilte, die overheerst, denk ik, maar misschien schept dat juist wel weer ruimte voor muzikale klanken.

Mijn favoriete hoekje van de National Gallery is nog steeds zaal 66.
Daar hangen drie schilderijen van Piero della Francesca, een oude liefde van mij., dus daar ben ik ook weer even langs gelopen. Dan vallen je toch steeds weer nieuwe dingen op. Wat te denken van de houding van Josef op de Geboorte van Jezus: een oude man met zijn benen over elkaar:

Vanuit een vakantiehuis in de buurt van Arezzo heb ik ooit nog eens een groot aantal werken van Piero opgezocht. Daar hangen ze nog in het wild. Alsof je de Vermeers weer in Delft zou zien.
En ik wist dat ik op deze reis nog een Piero in Italië zou tegenkomen.
De laatste ochtend, in Rimini, stond ik voor het eerst in de Tempio Maletestiano voor het fresco met Sigmondo Malatesta voor Sint Sigismund. Hij hing overigens los op de muur. Gelukkig maar dat het nooit door een museum is ingepikt. Een bijzondere ruimte, daar in die mondaine Italiaanse badplaats.


Nog een paar nieuwtjes van het Gergiev Festival: als cadeau voor zijn zilveren jubileum kreeg Valery een
ouverture gepresenteerd. Hij mag het orkestwerk laten componeren door wie hij maar wil en wij gaan het spelen in 2015.
In zijn dankwoord legde Gergiev de nadruk op de jeugd, waar hij veel meer in wil investeren. In Rusland wil hij koorzang op de scholen promoten. In zijn jeugd was dat vanzelfsprekend, bij zijn zoon een leemte in het onderwijs. Muziek en cultuur als onmisbaar onderdeel van de opvoeding.
Dat lijkt me voor een festival een inspirerende uitdaging.
Het thema voor volgend jaar is ook alweer bekend gemaakt: de Eerste Wereldoorlog, die dan een eeuw geleden begon, zal de leiddraad vormen. Ik weet niet of de Russische muziek centraal zal staan, daar heb ik niet meteen een beeld bij.
Het eerste waar ik aan denk is het Celloconcert (1919) van Elgar. Maar daar ben ik dan weer cellist voor.
 

woensdag 21 augustus 2013

Proms

We houden heel veel van ons publiek in de Doelen in Rotterdam.
En we werden gisteravond ook weer vorstelijk onthaald door het publiek in het Amsterdamse Concertgebouw.
Maar we verheugen ons enorm op de terugkeer naar de Royal Albert Hall in Londen!


Op zich niet zo'n mooie zaal voor muziek.
Groot en rond.
Beetje moeilijke akoestiek.
Ook na de verbouwing was de airco nog een zwak punt.

Maar wat de BBC daar in de loop van de jaren heeft opgebouwd is bewonderenswaardig.
Al meer dan honderd jaar, mind you.
En soms lijkt het alsof sommige bezoekers er ook al meer dan honderd jaar komen.
Die horen bij het meubilair.
Officieel bestaan er geen vaste staanplaatsen, maar sommigen hebben toch iets dergelijks weten te creëren.
Die staan er elke avond, vooraan, vlak bij het podium.


Ons bezoek dit jaar heeft nog een aardig detail; voor het eerst in mijn ervaring herhalen we een stuk.
De Vijfde van Porkofjev, nu met Yannick, hebben we aleens met Gergiev gespeeld.
In 2000 was dat.
Toen met het Pianoconcert van Grieg, hoewel ik me daar niet veel meer van herinner.
De combinatie met Wagner, die we nu in de Wesendonck-liederen hebben, hadden we toen op de volgende avond gepland: Parsifal met Simon Rattle.
Het was min of meer een herhaling van een productie die we met hem bij DNO hadden gedaan, een paar jaar daarvoor, met bijna dezelfde cast. Alleen de koren kwamen dit keer uit Engeland.
In de laatste acte stonden die als hemelse engelen op de bovenste galerij opgesteld.
Zoiets kun je alleen daar in die zaal doen.

Voor mij is het een van de mooiste herinneringen uit mijn geschiedenis bij het orkest.
En misschien weten een paar mensen daar vooraan dat ook nog wel.

Voor wie ons morgenavond wil zien is er een rechtstreekse uitzending via BBC4.

zondag 21 juli 2013

Dubbele streep

Het eind van het seizoen geeft altijd een gevoel van ontspanning.
Weer een jaar hard gewerkt, met hoogtepunten en minder goede momenten.
De zon schijnt steeds vaker.
Buiten eten.
Dat soort zaken.


Maar dit jaar betekende voor een groot aantal collega's het einde van het seizoen tevens het einde van een baan, de afsluiting van een samenwerking met musici waar je soms al eindeloos mee hebt gespeeld, of de opheffing van een orkest.
In het zuiden bestaan het Limburgs Symfonie Orkest en Het Brabants Orkest niet meer: philharmonie zuidnederland heten ze voortaan, en Zeeland hoort vanaf nu ook tot hun speelgebied. Beide orkesten speelden hun laatste concert overigens in Amsterdam, in het Concertgebouw.

Dat gold in zekere zin ook voor onze Haagse collega's van het Residentieorkest.
Zij kunnen nog wel doorgaan onder hun eigen naam, maar met een beduidend kleinere formatie. Van een aantal musici moest afscheid worden genomen en ook dit orkest moet gaan zoeken naar een nieuwe identiteit. Een nieuwe zakelijke en een nieuwe artistieke leider zijn inmiddels gevonden. Het wachten is nog op een chefdirigent, maar dat zal ook samenhangen met de toekomst van de Anton Philipszaal. Wordt de huidige zaal opgeknapt of is er geld en steun voor een groot nieuw cultuurpaleis? Gisteren viel weer een beslissing in de Gemeenteraad, maar onduidelijkheid blijft. In beide gevallen zal overigens een tijdelijk onderkomen moeten worden gezocht. Een extra hobbel in deze moeilijke tijden, maar helaas geen ongebruikelijke situatie in de lange geschiedenis van het orkest.
Ik hoop dat er iets moois uit kan groeien.
Dat hebben zij en het publiek wel verdiend.



Dramatischer was het laatste concert van de Radio Kamer Filharmonie, ook in het Concertgebouw.
Zij waren al voortgekomen uit een bezuiniging en herstructurering bij de omroep. Toen waren het vooral ouderen die het veld moesten ruimen. Nu zijn het enkelen die zich bij het Radio Filharmonisch Orkest mogen aansluiten. Het kamerorkest is niet meer.
In een mooie documentaire van Lucas van Eck, zoon van twee cellisten, kwamen enkele musici aan het woord die duidelijk maakten wat het voor hen persoonlijk betekent nu de bezuinigingen van het vorige kabinet worden gerealiseerd. Een fagottist volgt een nieuwe roeping als meditatieleraar, een violist weet zich bij andere orkesten in de kijker te spelen.
Het was vooral het verhaal van violiste Josje ter Haar dat me trof.
Wij hebben in dezelfde tijd in Den Haag gestudeerd en je komt elkaar later ook nog wel regelmatig op het podium tegen. Voor haar is het einde verhaal. (Althans op het moment van de opnames. Als ik het goed heb begrepen heeft ook zij op het allerlaatste moment nog een deeltijdbaan in het Radio Filharmonisch aangeboden gekregen)
Ze citeert een recensie van een concert met het conservatoriumorkest, haar eindexamen. Een lovende recensie. Zij speelde de solopartij van het Vioolconcert van Alban Berg en Lucas Vis dirigeerde.
Ik zat in het orkest, en tientallen met mij. Hoe velen van hen zou het gelukt zijn een baan in de muziekwereld te vinden en te behouden? Kwaliteit alleen biedt niet voldoende garantie, je moet ook een dosis geluk hebben.

Heel toevallig las ik afgelopen maand ook nieuws over mijn lessenaargenoot van toen. Ik kon hem feliciteren met een nieuw gecreëerde leerstoel aan de Hochschule für Musik und darstellende Kunst in Frankfurt: "Interpretatorische Praxis und Vermittlung neuer Musik". Een titel die ze alleen in Duitsland kunnen verzinnen, maar zeker geen overbodige taak. Lucas Fels reist al jaren als cellist van het Arditti Quartet de wereld rond, met de ene wereldpremiere na de andere, dus aan kwaliteit en ervaring geen gebrek. 'Deutschland ist für neue Musik das Paradis', zegt hij. Dat zou kunnen. Ik realiseer me dan wel weer hoe anders, beter, in Duitsland met de aandacht en waardering voor klassieke muziek en musici in het algemeen wordt omgegaan. Die achterstand wordt bij ons helaas alleen maar groter.



Andere getroffen ensembles als Holland Symfonia en de Nationale Reisopera hadden hun afgeslankte vorm al een half jaar geleden aan moeten nemen. De tijd zal uitwijzen of goede keuzes gemaakt zijn, of het voor sommigen niet te moeilijk gemaakt is om te overleven en of het publiek her en der gelooft in het succes.
Dat publiek hebben we nodig en zonder visie voor de lange termijn zal de toekomst er voor velen van ons somber uitzien.
Jaap van Zweden refereerde in de documentaire al aan de vorige herstructurering die onder zijn leiding nog maar kort geleden bij de omroep heeft plaats gevonden. Daar kun je de orkestwereld  niet binnen enkele jaren weer mee confronteren.

Innovatie is daarvoor onontbeerlijk.
De tijden veranderen. De manier waarop mensen met elkaar communiceren ontwikkelt zich razendsnel.
Het aanbod van informatie, en ook muziek, is gigantisch en makkelijk bereikbaar.
Daar moeten wij als orkestenwereld iets mee.
En als ik Yo Yo Ma mag geloven zijn het zeker de musici die getraind zijn om de problemen van de wereld in het algemeen, misschien ook de muziekwereld in het bijzonder, te lijf te gaan: tot samenwerking bereid, flexibel, fantasierijk en innovatief. Hopelijk kunnen de collega's die nu zonder baan zitten daarvan profiteren.

Ik heb zelf in deze laatste weken mijn eigen bescheiden steentjes aan innovatieve programma's proberen bij te dragen.
Een vormgever die betrokken is bij een vervolg van Blown Away, zoals we afgelopen seizoen met het RPhO in de Feniksloodsen hebben uitgevoerd, wilde meer weten over de achtergronden van de muziek die we spelen.
Als het lukt om ook in de uiterlijke presentatie iets te communiceren over de inhoud van wat we brengen aan publiek dat doorgaans niet onze concerten bezoekt, hebben we een belangrijke stap gezet.
Ik heb mijn best gedaan en ben heel benieuwd wat het resultaat in november gaat worden.

Ook met de voorbereiding van de serie Lof&Lust in de Laurens zijn we, Domestica Rotterdam, flink opgeschoten.
De muziek die we daar spelen mag dan niet erg nieuw zijn, hoewel er voor deze gelegenheid weer een paar spannende arrangementen worden gemaakt, de vorm die we kiezen en steeds verder ontwikkelen is nog bepaald uniek en met goede kansen voor de langere termijn om publiek op een onverwachte manier met bekende en onbekende muziek te confronteren.
Zo blijven we zoeken naar plaatsen die de klassieke muziek in het leven van liefst velen kan gaan innemen.

Prettige vakantie!

woensdag 3 juli 2013

Zomer

Het einde van het seizoen nadert.
Aan het weer is het nog niet te merken, maar wel aan de drang om weer een nieuw stukje te schrijven.
Die is nu even wat minder.

Ik had natuurlijk mooie verhalen kunnen vertellen over de reis naar Zuid-Korea en China.
Het was voor mij de eerste keer, dus vergelijken met 'vroeger' kan ik nog niet, maar ik voelde wel dat de ontwikkelingen daar heel snel gaan.
Met een aantal prachtige zalen en een groeiende belangstelling voor klassieke muziek.


Ik had over de Sacre op de heilige grond in Parijs kunnen vertellen.
Met veel succes sloten we de jubileum-reeks in het theater bij de Champs-Elysées af.
Voor wie nog niet genoeg heeft van dit meesterwerk, kan ik nog wel verwijzen naar twee artikelen, die er, wat mij betreft, uitsprongen.

Onze Nederlandse, maar internationaal ook zeer gerespecteerde, Stravinsky-expert Elmer Schönberger, dook in de schetsen en benadrukt dat componeren een aaneensluiting van keuzes is. Waren de keuzes van de componist bij dit stuk altijd de beste, of had het nog beter gekund?
'Ik weet niet meer wat ik na al die jaren adembenemender vind: het stuk zelf of de totstandkoming ervan. Maar wat was ik er vandaag graag bij geweest, in dat geweldige Théâtre des Champs-Elysées in Parijs.


En de 'Eckermann' van Stravinsky, Robert Craft, liet ook weer van zich horen.
Deze dirigent, muziekwetenschapper, en jarenlang assistent van de componist is inmiddels bijna negentig, maar blijft een belangrijke bron van informatie over de muziek. In Glimpses of a Life had hij al eens een paar hoofdstukken aan de Sacre gewijd met titels als 'The Rite at Sixty-Five' en 'The Rite at Seventy-Five'.
Bij een nieuwe editie kan daar nu ook 'The Rite at Hundred' aan worden toegevoegd.
Interessante verbanden worden gelegd, zoals met de schilderijen van Mikalojus Ciurlionis (1875-1911), een kunstenaar uit Litouwen, die ook componeerde.
Stravinsky zou ooit een toekomst als schilder overwogen hebben. En die openingsmaten in de fagot zouden afkomstig zijn uit een Litouws volksliedje.
De rol die Nikolai Rjorich, de maker van de kostuums en decors voor de Sacre, speelde bij de totstandkoming van de partituur blijkt veel groter dan ik had gedacht. Rjorich bezat een enorme kennis van het oude Rusland, maar was als filosoof ook sterk beïnvloed door mensen als Tagore en Ramakrishna, en was voor de jonge Igor een soort guru.

Craft komt ook naar buiten met homoseksuele escapades van Stravinsky, die toch vooral een reputatie met vrouwen als Coco Chanel heeft. De omgeving van de Ballets Russes, met Nijinsky en Diaghilev, was ongetwijfeld gekleurd door de herenliefde, maar in dit artikel is het met name een liefdesrelatie met Maurice Delage, leerling van Ravel, die zelf overigens ook een belangrijke rol in dit verhaal speelt.
Je kunt je afvragen of dit niet meer onder de noemer 'roddel' past en wat het met de muziek te maken heeft, maar het voegt natuurlijk wel iets toe aan het beeld van Stravinsky. Verder staan er nog veel waardevolle details in het stuk.

Het verhaal over de herenliefde kleeft natuurlijk ook altijd aan de muziek van Benjamin Britten, zeker de rollen die hij voor zijn levenspartner tenor Peter Pears heeft geschreven. Zoals Gustav Aschenbach, in Death in Venice.
Zijn laatste opera is gebaseerd op de novelle van Thomas Mann, waarin de obsessie voor een Poolse jongen een centrale rol speelt. Zowel Britten als Mann hebben die fascinatie zelf goed gekend en ongetwijfeld geworsteld met een maatschappij die dat niet accepteert.
Vooral de verfilming van Visconti is beroemd geworden, maar het heeft zeker ook een intrigerende opera opgeleverd, die zelden on het theater is te zien. Deze dagen komt een produktie, die in Engeland bijzonder goed ontvangen is, bij DNO op de planken, met het Rotterdams Philharmonisch in de bak.
Daar zit ik niet bij, maar ik ga zeker een keer in de zaal zitten.
En hopelijk velen met mij.

vrijdag 7 juni 2013

China

Zo bijzonder is het niet meer.
Concerten in China.
Zelfs het jeugdorkest van mijn kinderen was er vorige zomer, en zij waren zeker niet het enige amateurmuziekgezelschap dat de afgelopen jaren vanuit Nederland die reis maakte.
Niet alles kon mee op reis, dat zou te duur worden.
Slagwerk en bassen zouden ter plaatse geregeld worden, en dat leverde de nodige verrassingen op.
Misschien hoort dat voor die jongeren ook wel bij de charme van zo'n reis, die ze hun leven lang niet zullen vergeten.

Inmiddels weet ik dat ook professionele orkesten dat soort avonturen voor lief moeten nemen.
Het Nederlands Symfonieorkest, onze collega's uit Enschede,  zitten daar nu. Ze hebben wel een cameraploeg (-man?) van de AVRO meegenomen maar niet hun contrabassen. Wat ze daar aantreffen blijkt niet mee te vallen, hoewel het vervangen van een snaar het leed kan verzachten. Zie het verslag.

Het Philadelphia Orchestra, het andere orkest van Yannick, is ook juist in deze periode naar Beijing en Shanghai afgereisd. Zij waren er al in een tijd dat het nog wel bijzonder was, in 1973, als eerste Amerikaanse orkest sinds de communisten aan de macht waren. Een jaar daarvoor was Nixon naar Peking gereisd, wat een belangrijke stap was in het normaliseren van de betrekkingen tussen China en het Westen in dienst van de wereldvrede.
John Adams heeft daar nog een hele opera over geschreven.
Het orkest viert nu in zekere zin een dertigjarig jubileum van die eerste reis met tal van activiteiten door individuele musici en kleinere ensembles. Het is interessant om te zien hoe je zo'n buitenlandse reis op die manier nog extra inhoud kunt geven en contacten met de bevolking en de cultuur intensiveert.
Overigens gaat de New York Philharmonic daarin misschien nog verder met hun partnership met het orkest van Shanghai waarbij musici uit New York regelmatig overvliegen om Chinese studenten het vak te leren.
Wij zullen ons waarschijnlijk hoofdzakelijk beperken tot de officiële concerten.


Wat wel bijzonder was was de manier waarop we uitgezwaaid werden door ons trouwe publiek in de Doelen. Ze waren erbij op de laatste repetitie en konden meegenieten van de Pathétique, die ook op de cd stond die werd gepresenteerd aan de loco-burgemeester.
Die was er niet alleen om ons een goede reis te wensen, waarbij we in Shanghai ook weer een delegatie van de gemeente en de havens zullen treffen, maar ook om ons te feliciteren met de verlenging van het contract van Yannick als chef-dirigent tot 2018. Zelden zijn we met zulk goed nieuws op reis gegaan.


Ooit begon de samenwerking met een tournee naar China. Deze tweede keer kunnen we beschouwen als het begin van een nieuwe periode, waarin hij, ondanks alle uitnodigingen van talloze gerenommeerde orkesten en operahuizen, aangeeft met ons verder te willen. Op naar het honderdjarig bestaan!
En met de steun van ons eigen Rotterdamse publiek de wereld laten horen wat we in huis hebben.
Yannick heeft daar in het boekje bij de cd al lovende woorden aan gewijd: 'distinctive sound', 'extremely colourful woodwind' , 'very individual generosity of the strings, with great refinement in the lower dynamics' . Dat moet we de komende week maar weer eens waar zien te maken.  

Laat ik mijn koffer maar eens gaan inpakken.
Ik blijf het een raar idee vinden dat ik morgenochtend aan een hele andere kant van de wereld over straat loop.
En mijn lichaam ook waarschijnlijk.