Voor mijn column in de nieuwste Intrada heb ik oude seizoensbrochures van het RPhO bekeken die ik van een collega gekregen had. In die paar honderd woorden van zo'n verhaaltje kun je maar weinig kwijt en al helemaal geen illustraties, terwijl ik wel een aantal opmerkelijke zaken tegenkwam. Alle reden om daar op deze plek nog eens dieper in te duiken.
Het oudste exemplaar komt uit 1970, toch al ruim een halve eeuw geleden. En dan vallen vooral de overeenkomsten met de nieuwste op. De chefdirigent met de blik naar links voorop, het (veranderde) logo en het jaartal. Weliswaar staat Lahav er niet dirigerend op maar de uitstraling is hetzelfde en zelfs het formaat is bijna gelijk.
De verschillen worden duidelijker als je verder kijkt en het oude boekje openslaat.
Een paar korte stukjes over wat men van een concert kan verwachten, inclusief 'de Pauze. Wachten op wat boeien gaat en intussen een drankje en een goed gesprek.'
Dan foto's en bio's van beide vaste dirigenten Jean Fournet en Edo de Waart, waarvan de eerste ook artistiek leider was. Namen van stafmedewerkers of zelfs een directeur ontbreken nog. Daarna een lijstje van negen gastdirigenten en vier gastorkesten en een overzicht van de concerten buiten Rotterdam. Naast Nederlandse steden waar we nu nog wel spelen zie ik Dordrecht, Delft, Gouda, Leiden en ook Goes. Tournees naar Engeland en Zwitserland.
Voordat de series, op een losbladig systeem in zes vrolijke kleuren, in beeld komen, staan de data van de Matthäus Passion en de vermaarde Promenadeconcerten vermeld. Het waren er 15, waarbij het repertoire pas later bekend werd, en die volgens de verhalen altijd vol zaten. Kom daar nu nog maar eens om.
De kaartverkoop lijkt sowieso niet zo'n probleem. Losse kaarten worden 'indien nog voorradig telkens vanaf een week voor de concertdatum verkocht aan de kassa'. Reductiekaarten zijn beschikbaar voor o.m. dienstplichtige militairen.
Maar dan de series. A, B, CD/CW, E, X en Z. Elke dag van de week heeft een serie, behalve de maandag. En de zaterdag, maar daar zullen die promenadeconcerten dan wel gespeeld zijn.
De duurste plaatsen waren de loges, die tegenwoordig als 2e rang worden verkocht. Voor de hele serie A, 14 vrijdagavonden, betaalde je toen 150 gulden.
En daar kreeg je heel veel moois voor. Op de openingsavond speelde David Oistrach het Vioolconcert van Brahms - wie kon dat mooier dan hij? - en twee weken later dirigeerde Fournet Honeggers Jeanne d'Arc au Bucher. Het Concertgebouworkest komt twee keer, met Haitink en met Lorin Maazel die ook nog vioolsolist in werk van Mozart was.
In serie B dirigeerde Fournet Erasmi Monumentem van Frank Martin, precies een jaar na de wereldpremière. Goed dat zo'n stuk dan meteen alweer op de lessenaars staat.
Edo de Waart opent de C serie met Sinfonia van Berio op 22 september ongeveer twee jaar na de première in New York. Althans van de vierdelige versie. Inmiddels had Berio een deel toegevoegd. Die vijfdelige versie klonk waarschijnlijk eerder in Rotterdam dan in New York, waar Bernstein het op 8 oktober van dat jaar voor het eerst dirigeerde. Hoog tijd om het weer eens in de Doelen te spelen.
De Z-serie was nog niet het domein van de hedendaagse muziek, dat kwam pas later. Berio klinkt daar wel, maar hoogtepunt zal de Tweede Mahler met het koor en orkest van de Bayerische Rundfunk met Kubelik geweest zijn.
Wat ik me nog wel afvraag is de aanvangstijd van de concerten. Sinds jaar en dag hanteren we kwart over acht en kwart over twee, maar waarom eigenlijk? En wanneer is dat begonnen? Blijkbaar was het niet nodig het te vermelden en was het vanzelfsprekend. De volgende keer eens kijken wat de jaren hierna voor opvallends te bieden hebben.