dinsdag 21 augustus 2018

Amadeus

De vrije tijd die de vakantie biedt heeft ook dit jaar weer een paar mooie leeservaringen opgeleverd.
Ik zal hier niet al die boeken aanprijzen, maar één raakt nog wel de klassieke muziekwereld zonder als vakliteratuur te worden beschouwd. Ik herinner tenminste nog goed hoeveel impact de film Amadeus destijds, halverwege de jaren 80, had op de populariteit van de muziek van Mozart. En daarmee ook op de programmering van orkesten en ensembles.
Ook ik was erg enthousiast over de film van Milos Forman, met bepaalde scenes in mijn geheugen gegrift, en het heeft mijn beeld van deze componist en zijn muziek ook nog wel beïnvloed. Zonder de illusie te hebben, overigens, dat hier een historisch verantwoord verhaal werd verteld. Maar het liet op zijn minst een kant van Mozart zien die niet zo bekend was en de rol van de muziek werkte heel sterk.
Deze zomer kreeg ik, meelezend met de leeslijst van mijn dochter, de originele tekst van het toneelstuk van Peter Shaffer onder ogen. En dat was genieten!
Ik heb de film nooit als theaterstuk beschouwd, terwijl het wel degelijk een successtuk is van een van de grote Engelse toneelschrijvers. En dan merk ik hoe enerverend het is om een toneeltekst te lezen, met alle aanwijzingen die erbij staan. En hoe je daar in je hoofd een ideale voorstelling van kunt maken.Ik kan het iedereen aanraden.
Dat stuk zou eens moeten worden opgevoerd in een Nederlandse vertaling, denk ik dan.
Maar dat is natuurlijk allang gebeurd. Blijkbaar heeft Jeroen Krabbé er in 2005 zijn 40-jarig jubileum mee gevierd, maar ik moet toegeven dat ik het gemist heb.
In Londen gaat het nog steeds in ongetwijfeld een prachtige productie.
Met in de hoofdrol een acteur uit Zimbabwe, blijkbaar met groot succes.
Die hoofdrol, en oorspronkelijk ook de titelrol, is natuurlijk Salieri.
Ook in de film ideaal bezet met F. Murray Abraham:
Hij is overigens ook te horen bij de BBC als lezer van de tekst in de vorm van een monoloog.
Wat je allemaal niet kunt doen met zo'n meesterlijk drama!
Shaffer kan dat zelf nog het beste vertellen.

Er waren nogal wat elementen in de tekst die ik me niet herinnerde van de film.
Een film volgt natuurlijk andere regels, maar Shaffer is intensief betrokken geweest bij de vertaling naar het witte doek, dus de geest zal zeker behouden zijn.
Bij het lezen trof me nog sterker de motivatie van Salieri, die meer een strijd voert met God dan met een concurrent. Zijn vrome leven tegenover de losbol Mozart. En hoe onrechtvaardig het talent dan verdeeld is. Amadeus, de door God geliefde, door Salieri gehate.
Een speciale rol is weggelegd voor twee figuren, de 'venticelli' die regelmatig samen commentaar leveren. Een venticello is een briesje, maar hier zijn het een soort spionnen die Salieri van informatie voorzien.
En die aria uit Le nozze di Figaro die uit Salieri's welkomstmars ontstaat, in de film en in het stuk, hoort Salieri later weer terug als hij bij een opera-uitvoering in de zaal zit. Salieri helpt niet, zoals in de film, met het uitschrijven van het Requiem maar verschijnt als gemaskerde opdrachtgever.
Hij smeekt Mozart om te sterven: God does not love you, Amadeus! God does not love! He only use! (...) He had finished with you! All you can do now is die!'
Mozart roept zijn vader aan en keert terug naar de spelletjes uit zijn jeugd, sterft tenslotte in de armen van Constanze. Een sterk dramatisch verloop dat je zo voor je ziet.
Er zijn talloze verschillen, lees ook dit artikel, belangrijkste is dat de tekst ook zonder het beeld sterk werkt.
Veel van de muziek staat al in de tekst van Shaffer, soms anders dan bij de film, vaak ook hetzelfde.
Bij een uitvoering in het theater is dat nog wel een gedoe, bij het lezen kun je dat in je hoofd mee laten klinken.
Muziek zal bij andere stukken van Shaffer ontbreken, maar ik zal er zeker wat van gaan lezen.
Eerst met Mozart op tournee: de Haffner symfonie staat op het repertoire van onze jubileumtournee die donderdag in Santander begint en anderhalve week later in de Philharmonie van Berlijn eindigt: mijn debuut in de legendarische zaal.


woensdag 15 augustus 2018

Gatti

Vakantie is een tijd om uit te rusten, om op te laden, de cello even weg te leggen, een paar goede boeken lezen, leuke dingen met de familie doen.
Het is ook heerlijk om dan een paar weken het wereldnieuws buiten beeld te houden. Het doorbreken van de regelmaat van de dagelijkse krant werkt verfrissend en relativerend. Bovendien ligt er dan bij thuiskomst een uitnodigende stapel die in willekeurige volgorde kan worden doorgespit.
Met de enorme toegankelijkheid van internet wordt dat wel steeds moeilijker.
En er was dit jaar zulk schokkend nieuws, dat me bijna niet kon ontgaan: een dramatisch verloop van gebeurtenissen, met een nog onzekere afloop, rond een topdirigent en een van onze belangrijkste orkesten.
Ik heb nog niemand van de betrokkenen gesproken dus ben alleen gevoed met wat in de media naar buiten is gekomen. Maar dat maakt het alleen maar makkelijker om erover te schrijven. Zonder een oordeel te willen vellen over of het KCO wijs gehandeld heeft in de affaire Gatti raakt het onze professie en de orkestenwereld zo grondig dat het uitnodigt tot een reactie.
Ik heb enig idee in welke ellende een orkest wordt gestort als op zo'n korte termijn zoveel afspraken moeten worden ontbonden. Ik twijfel er dan ook niet aan dat het een onvermijdelijke beslissing moet zijn geweest, dat er niet echt een alternatief was. Misschien komen er de komende weken nog details over naar buiten, iedereen is nieuwsgierig, maar dat zal vooral van belang zijn voor een eventuele rechtszaak die Gatti zal aanspannen.
Voor het orkest betekent dat allereerst dat ze vervangers voor de concerten moeten zoeken, en daarbij ook rekening moeten houden met partners als de zalen in het buitenland waar ze gaan spelen.
Voor de eerste weken lijkt dat goed gelukt..
Haitink kan zijn gemiste Amsterdamse uitvoering van Mahler 9 inhalen en hij heeft ook een nauwe band met Luzern en het festival daar. Bovendien krijgt zijn succesvolle vervanger en assistent een nieuwe kans. Honeck is een mooie keus voor Bruckner met zijn Weense achtergrond en met Hengelbrock halen ze een man terug in huis, die zich bewezen heeft als origineel en goed geïnformeerd over historische uitvoeringspraktijken.
Er zullen vast ook mensen in de zaal zitten, en wellicht op het podium, die deze wisselingen misschien wel een verbetering vinden.
Maar er is meer. De man waar ze de lijnen voor de toekomst mee hebben uitgezet verdwijnt ineens uit beeld. In zekere zin blijft een orkest dan verweesd achter, zelfs als de beslissing zelf genomen is. Er zal zeker al over verlenging van zijn contract gedacht en gesproken zijn. Ergens las ik zelfs dat er al een overeenkomst getekend zou zijn, maar dat lijkt me onwaarschijnlijk. Ik kan me wel voorstellen dat als er al besprekingen geweest zijn en het management van Gatti informatie over het artikel in de Washington Post, waar het allemaal mee begon, heeft achtergehouden, dat zou hebben kunnen bijdragen aan een vertrouwensbreuk. Maar dat is speculatie.
De relatie tussen een chef-dirigent en zijn of haar orkest is een gevoelige.
Waar de muziekwereld nu op wacht is de reactie van de andere orkesten waar Gatti de komende tijd gaat dirigeren. Op het moment dat ik het nieuws hoorde op mijn Toscaanse vakantieadres, gaf Gatti op een steenworp afstand zijn jaarlijkse dirigeercursus in Siena. Ik heb nergens iets gelezen over een afzegging daar, maar het moet toch een vreemde sfeer hebben opgeleverd.
De eerstkomende concerten die op zijn eigen website vermeld staan zijn dit najaar in het Verre Oosten. Later nog een operaproductie in Rome en een week bij de Bayerische Rundfunk. Voorlopig hebben ze elders nog wel tijd om ontwikkelingen af te wachten.
Ze zullen zich vast niet laten leiden door de beslissing in Amsterdam, maar onderlinge contacten zullen er zeker zijn.
Voor Gatti zelf, en zijn directe omgeving, is het hoe dan ook een groot drama.
Grote leegtes in zijn agenda en op zijn minst grote aarzeling bij orkesten om hem te contracteren.
Hij is niet de eerste topdirigent die op de zwarte 'metoo'-lijst is terechtgekomen. Maar, in tegenstelling tot James Levine en Charles Dutoit, zat zijn carriere nog in de lift, zouden zijn mooiste jaren nog moeten komen. En wat blijft daar nu van over?
In die zin kent deze affaire alleen maar verliezers.
En in hoeverre is hij een uitzondering?
Ik sluit niet uit dat er meer dirigenten van naam rondlopen die hier nerveus van geworden zijn.

Het Concertgebouworkest heeft een belangrijke beslissing voor de toekomst genomen.
Daar zullen de komende weken en maanden nog vele andere beslissingen en keuzes op volgen.
Ik benijd het management niet, en wens ze veel sterkte.
Ondanks, of ook door, de beperkingen kan het nog tot verrassende vervangingen leiden die ik met belangstelling zal volgen. Niet in het minst ook de zoektocht naar een nieuwe chefdirigent.
De kwaliteit die een orkest als het KCO verdient is dun gezaaid.


zondag 15 juli 2018

Vers bloed

Het was een mooie week, deze laatste week voor de vakantie.
Lahav kwam langs voor een korte opnamesessie.
Er liggen natuurlijk alweer plannen voor een reeks mooie cd's waarin we ons eigen publiek en de rest van de wereld kunnen laten horen waar we mee bezig zijn.
We hebben helaas ook afscheid moeten nemen van een waardevolle en aimabele kracht aan het hoofd van onze artistieke afdeling, Janneke Slokkers. Maar van haar zullen we zeker nog veel van horen.
Het beste nieuws is misschien nog wel de aanwas van nieuwe orkestleden.
In een reeks proefspelen hebben alle strijkersgroepen er een nieuwe kracht bijgekregen, zodat er minder beroep hoeft te worden gedaan op remplaçanten. Die aanwas heeft onder de vorige directeur een aantal jaren praktisch stilgelegen. Toevalligerwijze kwam Hans Waege deze weken in het nieuws vanwege een stakingsaanzegging bij zijn nieuwe orkest, het Nationaal Orkest van België, door moeilijkheden rond het personeelsbeleid en het verlies van twintig musici. Ik ken de discussie en ben blij dat wij weer investeren in de musici, uiteindelijk toch het kapitaal van een orkest.
Vijf strijkers hebben we aangenomen.
Twee dames voor beide vioolsecties, dat lijkt tegenwoordig haast onvermijdelijk, en drie heren bij de altviool, cello en basgroep. Vrouwelijke bassisten vormen ook nog steeds een minderheid.
Ik heb zelf alleen bij het celloproefspel mogen mee beslissen, en dat is altijd weer een interessante exercitie. Wat vind je belangrijk in het spel van iemand, wie zou je graag als buurman zien, wat zijn zwaktes van het moment en wat is structureel? Want ga er maar aan staan. Degene die als gelukkige uiteindelijk gekozen werd heeft gedurende de dag drie keer voor de commissie moeten spelen, waarvan twee keer achter een gordijn. Pas in de laatste ronde zagen we wie hij was: Clément Peigné.
Een Franse jongen, afgelopen jaar gestudeerd aan de academie van het KCO, met dank aan onze Amsterdamse collega's, en geboren in 1990.
Zo'n moment waarop je je oud begint te voelen.
Maar we zijn natuurlijk heel blij met het verse bloed. Bassist Ricardo Neto is met 24 jaar nog jonger, overigens.
Ik ben benieuwd of we ze alle vijf al zien bij de zomertournee in augustus.
Maar eerst ga ik van een paar weken vakantie genieten, om met nieuwe energie aan het volgende seizoen te kunnen beginnen.

woensdag 27 juni 2018

Offenbach

Het seizoen is alweer bijna afgelopen.
Een serie educatieve voorstellingen, een cd-opname, een aantal proefspelen.
En nog een paar voorstellingen van Les contes d'Hoffmann in Amsterdam.
Het is een reeks van acht uitvoeringen maar wel verspreid over meer dan vier weken dus in een enkel geval zit er zelfs een week tussen.
Je zou bijna het gevoel hebben dat het al vakantie is.
Maar het is altijd goed voor een orkest om opera te doen, zeker als het niet tot je dagelijkse routine behoort. En dat geldt dan nog extra voor deze muziek van Offenbach, die, hoewel bedoeld als serieuze opera, toch erg tegen het operette-idioom aan schuurt.
Niet onze natuurlijke habitat, zullen we maar zeggen.
Toch is het ook leuk om te doen, zeker met een prima cast op het podium.
John Osborn, de titelrol, herinneren we ons nog van Benvenuto Cellini  een paar jaar geleden.
De muziek lijkt ook nog wel een beetje op elkaar.
Vooral de dirigenten zijn heel verschillend, de Italiaan Carlo Rizzi en de Engelsman Sir Mark Elder.
En wat is Offenbach dan eigenlijk, Duitser of Fransman?
In de muziek en de taal zit weinig Duits maar hij is toch echt in Keulen als Jakob Offenbach geboren.
In 1819, dus wellicht begint er binnenkort een spannend of meer amusant Offenbach-jaar.
Zijn operettes kunnen wel een revival gebruiken.
Ik las ergens dat de Weense satiricus Karl Kraus, eigenaar van Die Fackel en nauw bevriend met de componisten van de Tweede Weense School, een fanatiek Offenbach-liefhebber was.
Hij beschouwde het als tegengif tegen de Wagner-cultus en gaf in de jaren 20 en 30 talloze solorecitals van de operettes ten beste.
Dat moeten curieuze bijeenkomsten geweest zijn.
Er zijn zelfs nog opnames van.
Een ander element in de opera is natuurlijk E.T.A.Hoffmann, de schrijver die als verliefde dronkenlap wordt opgevoerd in drie van zijn eigen verhalen.
En wie leest er nu nog Hoffmann?
Ook daar zou een herwaardering op zijn plaats zijn.
Prachtige 'fantastische' verhalen. Een wereld die volop is doorgesijpeld in de muziek van de Duitse romantiek tot en met Wagner. En eigenlijk al vanaf Beethoven. De recensie die Hoffmann van de Vijfde symfonie schreef is nog altijd een eye-opener.
Een prachtige verhaal is de geschiedenis van Antonia, onze derde acte, uit Rat Krespel.
Daarin zingt zij na de dood van haar moeder een motet van Padre Martini zo mooi, net als haar moeder ooit had gedaan: Der Klang von Antoniens Stimme war ganz eigentümlich und seltsam, oft dem Hauch der Äolsharfe, oft dem Schmettern der Nachtigall gleichend. Die Töne scheinen nicht Raum haben zu können in der menschlichen Brust. Dat soort taal.
Of ze in dat verhaal ook sterft door te zingen, door haar vader verboden, blijft ongewis. Hij droomt dat zij zingt en vindt haar vervolgens slapend in bed. Denkt hij. Sie war aber tot.
Sterven door musiceren, door de liefde eigenlijk, is vaker een thema in romantische verhalen.
Een van de mooiste vindt ik Thomas Mann in Tristan.  
'Unter ihren arbeitenden Händen vollzog sich die unerhörte Steigerung, zerteilt von jenem beinahe ruchlosen, plötzlichen Pianissimo, das wie ein Eingleiten des Bodens unter den Füssen und wie ein Versinken in sublimer Begierde ist.'  Der Gattin Herrn Klöterjahns speelt Isoldes Liebestod.
En dan zijn we toch weer bij Wagner.  

vrijdag 22 juni 2018

Poco fa

Het was een moment waar we lang naar uitgekeken hebben.
Een moment dat we tegelijk zo lang mogelijk wilden uitstellen.
Of, zo lang mogelijk laten duren.
Want wat was het mooi!
Een artistiek hoogtepunt waren de twee jubileumconcerten voor het honderdjarig bestaan.
Twee absolute hoogtepunten
Zelfde programma, zelfde uitvoerenden, maar toch ook weer heel verschillend.
En beide bewaard voor het nageslacht.
Zaterdagavond is opgenomen door medici.tv.
Zondag was radio 4 in de Doelen aanwezig.
De beelden van zaterdagavond waren ook rechtstreeks op het Schouwburgplein te zien en je kunt zien hoe bijzonder het was. Want bijzonder was het hoe aanvankelijk een paar losse musici, maar uiteindelijk een klein orkest, in het tempo en de belichting van een begrafenisstoet, het podium betrad. Met in hun midden soliste en dirigent.
E vivo encora? waren de eerste woorden uit de goddelijke keel van superdiva Joyce DiDonato
En daarmee was de toon gezet.
Het ene prachtige nummer na het andere, in een ongebruikelijke programmaopbouw, waar goed over nagedacht moet zijn.
'Ben ik nog in leven?' lijkt een terechte vraag voor een honderdjarige.
Maar de honderdjarige, die moeilijke tijden gekend heeft, blijkt springlevend.
En in topconditie, al zeg ik het zelf.
En de aria uit Händels Ariodante, die op dit recitatief volgt begint als: Scherza infidante.
'Vermaak jezelf, o trouweloze!' zou met een knipoog de boodschap aan Yannick kunnen zijn.
De chef, die ons na tien jaar verlaten heeft voor zijn nieuwe liefde, de Metropolitan Opera in New York. En het is waar dat het zijn besluit was om er na tien jaar een punt achter te zetten, maar de punt is gelukkig een komma geworden. Hij blijft aan ons verbonden als ere-dirigent met de belofte om regelmatig terug te keren. Voor de komende seizoenen staan de afspraken al in de agenda.
Dus voor eventuele woede en wraakgevoelens uit de volgende Händel-aria (Svegliatevi) was geen enkele reden. Maar wel lekker dat zij die, naadloos aansluitend aan de eerste, nog even zong.
Parto, parto op de muziek van Mozart, met een prachtige rol voor Julien Hervé op zijn nieuwe bassetklarinet in bes, benadrukt natuurlijk weer ons verdriet verlaten te worden door de geliefde chef. Maar het zijn dan toch de laatste woorden die blijven hangen: Ah qual poter, oh Dei! Donaste alle belta. O goden, welke kracht hebben jullie de schoonheid gegeven! Het bewijs werd ter plekke geleverd.
Na de pauze moeten we de teksten vooral niet meer letterlijk nemen.
Dopo l'oscuro nembo? Integendeel. We denken terug aan mooie tijden en Yannick zal wel degelijk terugkeren. Overigens: wat heerlijk om zo weer eens Bellini te doen!
Una voce poco fa gaat natuurlijk ook over de liefde, maar met een zeer daadkrachtige en hoopvolle dame. Iemand vertaalde het met 'Een stem doet weinig', maar dat klopt natuurlijk niet.
En zou een lachertje zijn als we het over Joyce DiDonato hebben. Menige traan heeft gevloeid.
Misschien nog wel de meeste bij de toegift, die ze op zondag aankondigde met een verhaal over Yannicks optimisme, dat we allen hard nodig hebben in deze wereld.
Toen klonk Morgen van Richard Strauss, met een hemelse vioolsolo van Marieke Blankestijn.
'und auf uns sinkt des Glückes grosses Schweigen...'

Een weekend om nooit te vergeten.

zondag 27 mei 2018

Tussen Milaan en München

We zijn alweer een tijdje terug van onze reis en wat valt er eigenlijk over te melden?
Er ging een filmer mee die elke dag een aardig item voor de achterblijvers maakte, en de recensies staan inmiddels ook online dus kunnen we over tot de orde van de dag.
De orde van DNO, inmiddels, met komende week de premiere, maar daarover later meer.

Ik denk dat we tevreden kunnen terugkijken op de concerten.
En elke stad had zo zijn aantrekkelijke kanten en mooie momenten.
Zo'n Scala in Milaan ademt een flinke brok geschiedenis. Natuurlijk de voetsporen van legendarische zangers, regisseurs en dirigenten, maar voor mij in de eerste plaats toch Verdi. En die kon ik deze reis verbinden met die andere operagigant, Mozart in München: het Cuvilliés-Theater, waar ooit de Idomeneo werd gecreëerd.
Daar hebben we weliswaar niet gespeeld, maar ik kon er wel in om een idee van de omstandigheden te krijgen. Uiteraard heeft het de Tweede Wereldoorlog niet overleefd.
Terugkijkend blijkt de reis voor mij in het teken van de verbinding te hebben gestaan.
Een tournee werkt eigenlijk altijd verbindend, binnen het orkest, maar dat was hier tussen Yannick en ons zeker ook weer het geval. Op het podium leverde de communicatie steeds mooiere momenten op, met als hoogtepunt waarschijnlijk Wenen, of toch München. En in een tijd dat we bijna afscheid van hem gaan nemen is dat een belangrijke constatering. Een afscheid dat geen afscheid is. Want we gaan hopelijk nog jaren met elkaar door. Er staat een mooie tournee in augustus en een prachtig programma volgend jaar maart. Zorg dat je op tijd kaarten hebt!
Ook mooi was de vertoning van de film Yannick in Parijs waar 'ons' theater en onze ambassade een feestje voor het honderdjarige orkest hadden aangericht. Een verbinding om te koesteren.
Daardoor hadden we in Parijs een dag extra en vond ik de moed om weer eens de mensenmassa in het Louvre te trotseren. Met een paar specifieke doelen. Die leken alweer deels in het water te vallen toen suppoosten me verzekerden dat de vleugel met Noord-Europese schilderkunst die dag gesloten was. Dat bleek gelukkig mee te vallen, maar eerst stonden er een paar Italianen op het menu: Mantegna en Piero della Francesca. Piero volg ik al jaren, sinds begin jaren 90, toen een vakantie in de buurt van Arezzo een rijke oogst opleverde. En Rimini verlaat ik nooit zonder even langs de Tempio Malatestiano te lopen. Dan verbaast het me telkens weer hoe weinig mensen zich op dat moment aan die sublieme kunst laven. Niet beroemd genoeg. Dat was zo bij het altaarstuk in de Brera in Milaan, die natuurlijk niet op maandag, maar wel dinsdagochtend vroeg openging, en dat was zo bij het krachtige portret van dezelfde Malatesta uit Rimini in het Louvre.
Dan kun je ongestoord een kwartier voor een schilderij blijven staan. Heerlijk. En met de luxe van deze reis om verbindingen te leggen, met overal orachtige musea. Caravaggio, sinds vorig jaar Napels toegevoegd aan mijn favorieten, maakte op mij meer indruk in Milaan dan in Parijs, maar fascineert steeds door zijn directheid, zijn contact met de onderkant van de samenleving en met de onderbuik. Rubens is een nieuwe liefde. Een onverwacht kado was een hele zaal in het Louvre - toch niet afgesloten - met meer dan twintig schilderijen voor Maria de Medici. Wat een energie, fantasie en kleurenrijkdom! En rust. Iedereen in het Louvre lijkt alleen maar geïnteresseerd in Da Vinci en zijn Mona Lisa. En dan vooral om op de foto te zetten. Dat is dan wel weer ontluisterend.
Later in de Alte Pinakothek in München, als verrassing en kers op de taart, bleken studies voor de cyclus te hangen.
Waar ik wel weer op voorbereid was: twee geschilderde zelfportretten van Dürer. En in de juiste volgorde. Eerst de versie uit 1493 met distel. Baanbrekend in die tijd. Een jonge twintiger. En dan dat Jezus-portret uit 1500, frontaal, intrigerend in alle details. Waar zou dat zelfbewustzijn vandaan komen?
Rembrandt kwam dit keer wat minder aan bod dan anders.
Maar natuurlijk ben ik zaterdag wel vanuit het Muziektheater naar de Hermitage gelopen om de nieuwste aanwinst met eigen ogen te zien. Een prachtig verhaal, en dan nog wel van een Six.
Maar bij het zien kon ik me ook wel voorstellen dat niet iedereen deze als Rembrandt heeft herkend. Hoe mooi hij in veel opzichten ook is. Kwaliteit herkennen is geen sinecure.
En dat geldt natuurlijk ook in ons vak.

zondag 22 april 2018

Mineur

Wij gaan in mineur op tournee.
De lente mag zich dan laten bewonderen in zomerse temperaturen, het orkest rijgt de ene jubileumviering aan de volgende, met gisteren nog een spetterend gala, maar de toonsoort van het programma waarmee we de komende week Europa doorkruisen is f mineur.
Iets minder uitgesproken dan in een eerdere planning, toen Yuja Wang nog met Chopins Tweede pianoconcert op de rol stond. Rachmaninovs Vierde staat in g klein, toch aleer een hele toon hoger.
En wat maakt dat uit?
In vroeger tijden werden er aan toonsoorten karakters, gevoelsladingen toegekend.
Bij een bepaalde emotie hoorde een toonsoort en musici en luisteraars waren zich daar ook van bewust. Dat bewustzijn is grotendeels verdwenen, maar een hele avond in één toonsoort gaat ook ons tegenwoordig niet in de koude kleren zitten.
F klein staat voor: depressie, rouw, vertwijfeling, 'unaussprechlich tiefe Schwermut, Grab verlangende Sehnsucht' 'Grauen oder ein Schauder verursachen' , of volgens Grétry (1797) schrijft: la plus pathétique de toutes. In dat soort termen werd er over gedacht.
En het past natuurlijk naadloos op die Vierde van Tsjaikovsky, geschreven in emotionele nood na de dramatische vergissing van zijn huwelijk. Pathetischer dan de Pathétique. En Tsjaikovsky is wel gewend in mineur te schrijven en met veel mollen, zoals het overbekende Eerste pianoconcert in bes, of zijn laatste strijkkwartet in es, met wel zes mollen aan de sleutel.
En het valt misschien wel mee want de symfonie doorkruist nog talloze andere toonsoorten en eindigt gewoon in majeur. Juichend en uitbundig! In Yannicks versie houden we ons bepaald niet in, met wellicht een extra schrijnend effect.
Uitzonderlijker is de toonsoort voor Joseph Haydn.
Meer dan honderd symfonieën schreef hij, maar slechts een achttal in mineur..
En Haydn toont zich meer de meester van de beperking.
Elk deel in de hoofdtoonsoort, op een charmant Trio in majeur na.
Maar wat een drama! Het voelt als theatermuziek.
De ondertitel La passione suggereert de kerk, maar ik ga voor het operatheater.
De Scala  in Milaan bijvoorbeeld.
En daar beginnen we, als vitale honderdjarigen, onze tournee.
F mineur: