donderdag 22 september 2016

Ouverture

Om op de hoogte te blijven van het reilen en zeilen in de klassieke muziekwereld kun je op internet een heleboel vinden. Er zijn bepaalde sites die ik daarvoor regelmatig bezoek.
Waar ik zelden op kijk is de website van ons eigen orkest.
Die zal mij weinig verrassends tonen. .
Toch is het goed om af en toe te zien welke blik de buitenwereld op het Rotterdams Philharmonisch Orkest geboden wordt.
In de nieuwe huisstijl uiteraard en met bovenaan een lijstje Top 5 best verkocht om te waarschuwen welke concerten uitverkocht dreigen te raken.
Dat noem ik goede dienstverlening.
Waar ik vraagtekens bij wil zetten is de concert-etiquette, die wordt uiteengezet aan de hand van 'meest gestelde vragen' onder het item Concertbezoek.
Goed dat die er is, zeker voor nieuw publiek, dat wil weten wat er van hen verwacht wordt.
Maar als laatkomers worden veroordeeld tot wachten tot de pauze, dan hoop ik dat dat een vergissing is.
Of misschien een overdrijving, omdat laat komen moet worden ontmoedigd.
Maar als onverhoopt alles tegenzit dan zou er na kwart over acht ook nog hoop moeten zijn.
Tenminste als er meerdere stukken worden gespeeld.
Als een stuk afgelopen is volgt er doorgaans applaus - ook daarover wordt men op de website geïnstrueerd - wat een acceptabel moment zou kunnen zijn om publiek te zaal in te laten zonder te storen.
Dat was ooit, in tijden dat men er minder waarde aan hechtte om op tijd te komen, ofwel extra waarde aan juist laat komen, een belangrijke reden om een programma met een kort stuk te beginnen.
Een ouverture bijvoorbeeld.
Die traditie is een beetje verouderd. De klassieke volgorde: ouverture-soloconcert-pauze-symfonie hoort inmiddels bij de uitzonderingen maar kan toch nog uitstekend van pas komen.
Zoals deze week bij de opening van de serie Goud, met een ouverture van Beethoven.
Het is een van zijn langste, ongeveer een kwartier.
Dus voor half negen moet iedereen wel binnen zijn, als je Arthur Jussen, een van onze jonge grote Nederlandse pianotalenten, niet wil missen.
Maar liefst gewoon op tijd, want ook de Beethoven is geweldige muziek.
Ouverture Leonore 2 is niet de tweede maar de eerste van vier (!) ouvertures die hij componeerde voor zijn enige opera, die uiteindelijk onder de titel Fidelio niet meer uit het repertoire is weg te denken. Die drie latere versies doen overigens niets af aan de kwaliteit van deze muziek.
Misschien beoogde hij steeds weer een ander doel met het begin van zijn opera.
Je wilt het kletsende publiek stil krijgen, de mensen in de stemming brengen voor de eerste scene of wel een tipje van sluier oplichten en iets van het hele verhaal laten horen.
Dat laatste doet Beethoven hier, inclusief happy end. Misschien werkte dat in het theater minder goed dan de uiteindelijke versie als Ouverture Fidelio, korter en krachtig en zonder thema's uit de opera zelf.
Leonore 1 is pas later ontdekt en heeft Beethoven waarschijnlijk later voor een afgelaste productie in Praag geschreven.
Deze klonk pas na zijn dood toen Mendelssohn de premiere in Leipzig dirigeerde.
Hij had het originele idee om alle vier de ouvertures op één avond te dirigeren, tot groot enthousiasme van Schumann, die erover in zijn tijdschrift berichtte: Als ik hem (Beethoven) ooit als krachtig ervoer, dan wel op deze avond, waar we, beter dan ooit, konden horen hoe hij in zijn werkplaats vormde, afwees, veranderde en voortdurend schitterde van inspiratie. Hij was het meest indrukwekkend in de tweede.(Schumann, 1840).
En die tweede, tegenwoordig minder populair dan nummer drie, klinkt deze week bij ons.
Dat een ouverture gecomponeerd is als opening van een opera of ander theaterstuk betekent niet dat het uitsluitend als begin van een concert geprogrammeerd kan worden.
In de eerste helft van de vorige eeuw werd daar waarschijnlijk vrijer mee omgesprongen dan tegenwoordig.
Als je bijvoorbeeld de programma's van de Duitse dirigent Wilhelm Furtwängler ziet, die rustig in een Beethoven-programma de ouverture Coriolan zet tussen de Vierde en de Vijfde symfonie.
Of eindigt met Leonore 3 na het Vierde pianoconcert.
De naam hoeft niet altijd letterlijk te worden genomen.
Ik dacht dat Ouverture vroeger als titel van het programmablad van het RPhO had gefungeerd, maar ik kom alleen de vermelding van Intermezzo tegen. Misschien was Ouverture wel beter geweest, net als Intrada en het Amsterdamse Preludium.
Ze fungeren toch als inleiding op het concertbezoek.
De website kan die rol ook steeds beter vervullen.
Zo staat er voor het programma van deze week een uitgebreide toelichting die je zelfs nog kunt uitprinten als je hem mee wilt nemen.
Ook dat is goede dienstverlening.    

Geen opmerkingen:

Een reactie posten