donderdag 2 januari 2020

Bester Freund 1

Het nieuwe jaar is begonnen.
2020.
Beethovenjaar!
Ik heb er zin in.
Er kan natuurlijk gebeuren dat we met Beethoven, zijn muziek en wat er omheen zit, overvoerd gaan worden, maar zolang dat nog niet het geval is wil ik het jaar gebruiken om dieper in de materie te graven. Nieuwe ontdekkingen te doen.
Luisteren, lezen, schrijven.
Een belangrijke en directe bron zijn de brieven.
Brieven van en brieven aan Beethoven.
Daar zijn er heel veel van.
De Konversationshefte kunnen daar ook nog aan toegevoegd worden.
'Bester Freund' heb ik als motto gekozen. Het is de aanhef die Maelzel, de uitvinder van de metronoom, gebruikt als hij in april 1818 een brief aan de componist schrijft. Daarin heeft hij het over het vastleggen van tempi, waarin Beethoven een initiërende rol vervulde. Interessante lectuur, maar daarover later.
Johann Nepomuk Maelzel, niet alleen uitvinder maar ook ingenieur en artiest, was belangrijk bij het ontstaan van Wellingtons Sieg, oder die Schlacht bei Vittoria.
Dat werk wordt het opzienbarende sluitstuk van het nieuwjaarsprogramma bij het Rotterdams Philharmonisch. Opzienbarend niet alleen vanwege de vorm van het stuk, met volksliederen en oorlogsmuziek, maar ook omdat we het nog nooit hebben gespeeld.
Jos van der Zanden noemt het in zijn lezenswaardige boek Beethoven in zijn brieven 'een toevalstreffer' die Beethoven 'onverwacht meer roem heeft bezorgd dan welk ander werk ook'.
Dat vraagt, nee smeekt dan in een Beethovenjaar toch om een uitvoering!
Het stuk was op 8 december 1813, samen met de Zevende symfonie, in première gegaan, herhaald op 12 december en 2 januari en klonk tenslotte nog op 27 februari 1814 in de Weense Redoutenzaal. Weer met de Zevende maar het was de Achtste, die toen ten doop werd gehouden.
Zulke openbare concerten moesten geld in het laatje brengen maar de musici, voor zover ze professioneel waren, moesten natuurlijk ook betaald worden. Een overzicht van die betalingen is te vinden in een brief van Anton Brunner aan Beethoven. Meer een verantwoording dan een brief eigenlijk.
Brunner staat zelf op de lijst als degene die de musici moest organiseren en vraagt daarvoor 10 florijnen.
De florijn stond gelijk aan de gulden en was 60 kreuzer waard.
De meeste musici kregen de helft, tenzij ze ook de vrijdagrepetitie hadden meegemaakt. Maar dat waren er slechts negen, een bassist, een hoboïst, twee klarinettisten, een fagottist en een viertal hoornisten die 7 florijnen kregen.
Dat betekende niet dat die repetitie met zo'n klein clubje gehouden werd, want een groot deel bestond uit amateurs. In totaal speelden er het grote aantal van bijna zeventig strijkers mee, waarvan minder dan de helft betaald werd. Die betaalde musici staan allemaal met hun achternaam op de lijst.
Opvallend in het overzicht is de vermelding van twee contrafagottisten, terwijl ze nergens in de partituur staan. Hun aandeel was blijkbaar toch gewenst waarschijnlijk vooral in Wellingtons Sieg.
Hoeveel sopraan Anna Milder-Hauptmann voor haar aandeel betaald kreeg staat niet vermeld, wel de kosten voor een rijtuig (alleen voor de repetitie) en een bediende (voor repetitie en concert) waaraan 10 fl.  besteed zou moeten worden. Dat bedrag werd er uiteindelijk weer afgetrokken dus waarschijnlijk heeft zij haar geld niet gekregen. Was Beethoven het er niet mee eens? Een enkele florijn moest nog wel betaald worden voor het vervoer van de contrabas van meneer Grams.
321 florijnen was het totaal voor dit concert.
Het zal Beethoven vast veel meer hebben opgeleverd, als je rekent dat de concerten van 8 en 12 december een recette hadden van 4006 florijnen, maar dat geld was voor de oorlogsgewonden.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten