vrijdag 16 maart 2018

Chef, erechef, oud-chef

Het voelt eigenlijk al alsof hij al chefdirigent is, Lahav Shani.
Zo werkt dat wel vaker bij benoemingen.
Onze toekomst is met hem en daar bouwen we samen aan, ook afgelopen week weer.
En tegelijkertijd gaan we nog mooie dingen met Yannick doen.
Officieel nog de echte chef, maar misschien ook al een beetje ere-dirigent.
En bij de Met in New York hebben ze zijn benoeming ook maar twee jaar eerder in laten gaan.
Na deze zomer is hij daar de grote baas, maar dat is hij deze weken in Parsifal en Elektra toch ook al een beetje.

Als orkest werk je met een chefdirigent anders dan met de andere maestro's.
Hij, een vrouw hebben we in die rol nog niet gehad, heeft een verantwoordelijkheid ten opzichte van ons en vise versa. Een verantwoordelijkheid over de langere termijn.
Over de richting die we met zijn allen op willen, over het verbeteren van de kwaliteit.
En die kwaliteit is een complex geheel, waar ieder zo zijn bijdrage aan levert.
Nu Yannick afscheid gaat nemen komt dat her en der ter sprake.
Hoe ziet hij, hoe zien wij zijn erfenis?
En hoe gaan we daarmee verder?
En hoe past zijn erfenis in onze historie, die bij het jubileum uitgebreid aan bod komt?
En dan blijkt een debuut al veel te laten zien, als ik afga op wat ik bij Lahav en bij Yannick heb meegemaakt.
Wat ik me van die eerste week met Yannick vooral herinner is het benefietconcert waarbij we het Tripelconcert van Beethoven speelden met legendes als Martha Argerich en Ida Haendel.
Op zich al een unieke gelegenheid. Zo'n stuk met drie solisten, grootheden die zelden het podium delen en al helemaal niet met ons orkest. Argerich heeft bovendien een reputatie als het gaat om afzeggingen. Maar als ze er is, en ze was er, dan is het van een ongeëvenaard niveau.
Er waren bij ons orkest twijfels of we zo'n project aan een jonge, onbekende debuterende dirigent moesten toevertrouwen. Maar het werd een triomf. Yannick maakte indruk met zijn muzikale energie, die ook leidde tot meerdere optredens met Argerich, helaas elders in de wereld. Maar zeker ook met zijn vermogen mensen te binden en zijn organisatietalent. De ideale man dus voor een groot operahuis als de Met in New York. En de ideale dirigent voor een Achtste Mahler. Na wat hij vorig jaar met de Tiende heeft laten zien, moeten dit wel gedenkwaardige concerten worden.
Het debuut van Lahav is veel korter geleden, maar hij voelt al helemaal als een van ons.
Op een andere manier dan Yannick en dat maakt het ook zo waardevol.
Toen Lahav kwam, kwam hij niet alleen als dirigent, maar meteen ook als pianosolist.
Dat kan een trucje lijken, om extra indruk te maken op een publiek. Een dirigent die ook nog kan spelen, een orkest dat ook zonder dirigent gelijk speelt. Maar bij Lahav is het bepalend voor zijn musiceren en daarmee ook zijn aanpak als dirigent. Zoals hij vanachter de piano communiceert, ons overtuigt met zijn muzikale ideeën en ons dwingt te luisteren, zo werkt hij ook als dirigent.
En na zo'n heerlijke week met Lahav volgt dan de langverwachte terugkeer van David Zinman.
Ook hij hoort in het rijtje chefdirigenten thuis, als opvolger van Edo de Waart. Ik denk dat hij het eerste concert dirigeerde dat ik van dit orkest gehoord heb, in de concertzaal van Middelburg.
Hebriden van Mendelssohn, Bürger als Edelmann van Strauss. Ik heb er mooie herinneringen aan en het zal vast ook goed geweest zijn maar met de kennis van nu kunnen we spreken van een mismatch tussen dirigent en orkest. En in zekere zin nog wel te verklaren. Na de grote ambities en strakke leiding van Edo had men waarschijnlijk vooral behoefte aan lekker muziek maken. En dan blijkt dat het orkest toch niet zonder de zweep, zonder een strenge leider kan.
Er zijn mensen die denken dat dat nog steeds zo is, maar ik denk dat ik het orkest heb zien veranderen. Het is vriendelijker en gevoeliger geworden en dat heeft wellicht ook iets te maken met een gevoel voor eigenwaarde, de erkenning die we ondervinden, onder meer in het buitenland.
Het is in ieder geval lekker muziek maken met Zinman die zichtbaar geniet van de expressieve momenten in de Enigma-variaties en het doorleefde spel van Truls Mørk.
En het zal zijn gevoel over ons orkest enigszins hebben kunnen verwarmen.
Waar een jubileum al niet goed voor kan zijn.
Een juweel uit dat verleden:


Geen opmerkingen:

Een reactie posten