Onze keuze voor de zomervakantie viel dit jaar op Noord-Duitsland, in de hoop daar twee van mijn artistieke helden te treffen; Thomas Mann in Lübeck en Caspar David Friedrich op Rügen. Niet te ver weg en hopelijk ook niet al te warm. En vol verrassingen. Drie daarvan zijn het wel waard om hier te noemen en zo het nieuwe seizoen te beginnen, na een onbedoeld lange stilte. Wat betreft Mann: ik was aanvankelijk niet van plan de Buddenbrooks al vooraf te herlezen, maar kon de verleiding toch niet weerstaan. En met de half uitgelezen dikke pil in de bagage bezochten we de vriendelijke, aantrekkelijke Hanze-stad. Helaaas troffen we bij het Buddenbrook-huis een gesloten deur, wegens verbouwing. Maar dat de stad trots is op haar wereldberoemde burger, die als jonge schrijver met die roman over een koopmansgeslacht een nobelprijs zou oogsten, was duidelijk. Twee andere winnaars, Günther Grass en Willy Brandt, werden overigens ook in het zonnetje gezet. Dat ik het beroemde huis, dat zo'n belangrijke rol in het boek speelt, niet van binnen kon zien was wel een teleurstelling, maar het lezen heeft me, vooral na het bezoek toch veel gebracht. En de connectie tussen de roman en de Ring des Nibelungen, die ik niet eerder had ervaren, kwam nu, na zo'n door Wagner gedomineerd seizoen, ook goed uit.
We verbleven iets ten noorden van Lübeck, in de Holsteinische Schweiz, een prachtig gebied met meren om in te zwemmen en bossen om in te wandelen. En wat kleine stadjes, waar ik nooit eerder van had gehoord, zoals Eutin. In Eutin bleek een jaarlijks opera-festival plaats te vinden, de Eutiner Festspiele, in een openluchttheater aan het meer. Helaas sloegen ze dit jaar over. Uitgerekend het jaar waarin de 200ste sterfdag van Carl Maria von Weber herdacht wordt. We hebben zijn geboortehuis daar gezien, een oud café dat net verbouwd werd, maar ik had graag aan het meer een voorstelling van Oberon of Der Freischütz meegemaakt. Voor ons standaardrepertoire speelt Weber geen hele grote rol, maar in de geschiedenis van de Duitse romantische opera, op weg naar Wagner, vormt hij zeker een belangrijke schakel. Nu weet ik waar zijn wieg heeft gestaan.
Vlakbij Eutin ligt Plön, ook aan een groot meer. Daar ontdekte ik geen belangrijk geboortehuis maar wel een grafsteen die mijn aandacht trok. In de Johanniskirche was in 1690 Christian Gottlieb begraven. Zijn bijnaam 'der schwarze Trompeter' stond op de steen vermeld. Een slaaf uit Centraal Afrika, die was opgeklommen tot musicus in dienst van hertog Hans Adolf. De website van de kerk vermeldt het volgende: Der als tapfer, klug und wirtschaftlich erfolgreich bekannte "Plöner Mohr", hatte nach Überwindung größerer Schwierigkeiten die Tochter des Plöner Ratsherrn Radeleff geheiratet. Nach nur wenigen glücklichen Ehejahren starb er im Jahr 1690 und ist als erster in der damals fünf Jahre alten Kirche bestattet worden.
Elders lees ik dat er in die tijd veel slaven uit Afrika als trompettist of trommelaar in dienst van de hoven waren, als symbool van de glorie van zo'n prins. Ze konden na enkele jaren een vrije status krijgen en lid worden van een gilde. Toch was hun sociale status door hun uiterlijk kwetsbaar en nooit helemaal gelijk aan die van de meeste van hun collega's. Het is een situatie waar ik nooit eerder bij heb stilgestaan, en die me bijvoorbeeld ook niet bekend is van schilderijen uit die tijd.
Nog een laatste vondst deed ik op Rügen, één van de mooiste eilanden van Duitsland. Zegt men, en ik geloof het. We waren er voor de natuur, de bossen en krijtrotsen die Friedrich zo vaak en mooi geschilderd heeft, maar bleken in de voetsporen te lopen van Johannes Brahms. In Sassnitz, waar wij een appartement huurden, had hij, op aanraden van zanger George Henschel de zomer van 1876 doorgebracht. Men dacht altijd in Hotel am Fahrnberg, waar ook Fontane voor zijn Effi Briest had gelogeerd, maar inmiddels hebben ze blijkbaar een ander adres getraceerd. Ik heb er niet naar gezocht. Het belangrijkste voor mij is dat hij daar door de natuur geïnspireerd werd om, na veel tijd en moeite, eindelijk zijn Eerste symfonie te voltooien. En dus kan ik nu, bij het spelen of beluisteren van die dramatische en optimistische finale, aan die omgeving denken. Hij noemt specifiek de Wisower Klinken, maar die rotsen zijn twintig jaar geleden helaas afgebroken en in zee verdwenen.
De symfonie staat gelukkig nog fier overeind en spelen we met regelmaat. Met de Tweede gaan we deze week naar Grafenegg, maar van de finale van de Eerste hoorde ik onlangs een uniek geluidsdocument, opgenomen in Berlijn in de laatste maanden voordat het Derde Rijk instortte en de stad al behoorlijk in puin lag. Niet de ideale uitvoering maar om verschillende redenen interessant genoeg om te beluisteren en bij stil te staan.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten