dinsdag 22 februari 2011

Muziek en beeld (2)

In Rotterdam hebben we bij het Philharmonisch in de loop der jaren al heel wat producties met film gedaan.
Vroeger kwam Carl Davis bijna elk jaar wel weer met een film uit de jaren '20 en '30. 'City lights' met Charlie Chaplin was een mooie. Vooral die bokswedstrijd werkte hilarisch met de muziek. Maar ook 'The goldrush' en 'The circus' hadden groot succes.

Voor die tijd had ik zelf al wat mooie ervaringen opgedaan bij de Beau Hunks van Gert-Jan Blom. Vooral de opnames van de muziek voor de films van Laurel en Hardy waren heerlijk om te doen. Prachtige nummers van T. Marvin Hatley en vooral Leroy Shields waren vanuit de films aan elkaar geplakt en gereconstrueerd met archeologische precisie. Het was Piet Schreuders die die monnikenklus geklaard had en steeds weer nieuwe details hoorde. Een bijzondere man vol originele ideeën, onderwerpen die hij tot de bodem toe uitzoekt en uitgever van onder meer Furore en de Poezenkrant. Zijn website (www.pietschreuders.com) laat daar iets van zien. Vaak tot diep in de nacht luisterden we tussen de opnames door naar de virtuoze musici in Hollywood, om te beoordelen of onze partituren recht deden aan het origineel en onze stijl van spelen authentiek genoeg klonk. Dat was een leuke en leerzame tijd waarin mijn bewondering voor die studio-muzikanten is gegroeid en ik met andere oren naar de films ben gaan kijken.

De laatste jaren was het niet meer Carl Davis maar Richard Kaufman, gepokt en gemazeld in Hollywood, die met het orkest oude films begeleidde. Onlangs nog The Bride of Frankenstein. Later dit seizoen doen we, met weer een andere specialist, nog een mega-spektakel met The Lord of the Rings. Ik moet toegeven dat mijn voorkeur meer naar die oude films uitgaat, maar dit wordt vast ook een unieke ervaring.

Zo hier en daar duikt film-muziek ook nog wel in de reguliere programmering op. Stravinsky hergebruikte voor zijn 'Symphony in three movements' muziek die hij eerder voor de film bedoeld had. Een aantal jaren geleden is er weer video-materiaal voor bij de muziek gemaakt. En sinds Stanley Kubrick Also sprach Zarathustra voor de openingbeelden van zijn '2001 A Space Odyssey' gebruikte kunnen we Richard Strauss ook tot de succesvolle filmcomponisten rekenen. Voor mij persoonlijk is de associatie met een wasmiddelreclame overigens nog sterker in mijn geheugen gegrift.
Ik moest eraan denken toen ik de resultaten van een Amerikaanse wedstrijd voor de meest fantasie-volle orkestprogrammering zag. Bovenaan staat een programma onder de titel 'Eternal stories' met voor de pauze het werk van Strauss en in de tweede helft de muziek voor Superman van John Williams! http://springformusic.com/s4m-fantasy-program-contest/

Blijkbaar zit er toekomst in gebruik van film en filmmuziek in de concertzaal.
Een bijzonder voorbeeld daarvan, in weer een hele andere richting, was de samenwerking met Bill Viola, de grote video-kunstenaar. De beelden die hij bij de complete muziek van Tristan und Isolde had gemaakt werden tijdens het Gergiev festival 2007 in de Doelen getoond, terwijl wij met Valery en solisten de partituur speelden. Een bij vlagen hallucinerende ervaring voor de toeschouwers, die niet alleen een commentaar op Wagner kregen te zien, maar ook een heel nieuw kunstwerk. Overigens moest de grote zaal, die toen nog niet verbouwd was, aangepast worden aan de eisen van de meester, om de beelden in voldoende kwaliteit aan te kunnen bieden. Geen moeite te veel.

Nieuwe kunstwerken worden de komende weken ook elders in Nederland gepresenteerd. Lucas van Woerkom heeft voor het Residentieorkest filmbeelden gemaakt bij Dodeneiland van Rachmaninov, die zijn muziek baseerde op het bekende werk van Böcklin. Zou de film dan weer teruggaan naar het schilderij?
Komend weekend te zien en te horen in Den Haag.
Zeker zo spannend is het nieuwe stuk dat Michel van der Aa heeft geschreven voor Amsterdam Sinfonietta en celliste Sol Gabetta. 'Up-close' is een stuk waarbij filmbeelden worden getoond op de ene helft van het podium, terwijl aan de andere kant de musici spelen. (voor meer info zie http://www.vanderaa.net/up-close).
De premiere is overigens in Stockholm.

Het zijn veelbelovende ontwikkelingen die hopelijk aansluiting vinden bij een groot publiek.

zaterdag 19 februari 2011

Muziek en beeld

De afgelopen weken heb ik geprobeerd om de televisie-serie over Rembrandt te volgen.
Rembrandt is een van die paar schilders die ik in de buitenlandse musea altijd weer als eerste opzoek. Een vrije middag tijdens een orkest-tournee is daarvoor zeer geschikt. Bij een volgend bezoek aan New York moet ik dus weer even langs bij de Frick-collectie langs voor een onlangs gerestaureerd zelfportret.
Zijn schilderijen interesseren me meer dan zijn leven, maar toch wil ik graag zien of de makers van zo'n serie me nieuwe inzichten verschaffen over de mens, zijn werk of zijn tijd.
Zo heel graag was dat blijkbaar na drie afleveringen niet meer, want ik heb afgelopen maandag het nieuws en politieke discussies laten prevaleren. Waarom was het me tegengevallen?

Misschien door de geringe aandacht voor het artistieke element. Ik heb al eens een theaterproductie over de molenaarszoon uit Leiden gespeeld. Sommige teksten deden me denken aan die voorstelling van Peter Greenaway, 'Rembrandts Spiegel'. Maar Greenaway keek op een andere manier dan de regisseur van deze serie. Meer als schilder. Net als Derek Jarman in zijn 'Caravaggio'.
Zoiets kun je van een tv-serie waarschijnlijk niet verwachten. Maar wat me nog meer stoorde was de muziek.
Het was vast goede muziek, Fons Merkies heeft een indrukwekkende staat van dienst, maar ik moest er steeds naar luisteren, ook als ik dat niet wilde. Een dominante aanwezigheid die op mij vermoeiend werkte.

Ik weet niet of voor zoiets regels te formuleren zijn. Hennie Vrienten sprak er laatst op een verhelderende manier over, ook op tv. Zijn boodschap was dat het elke keer weer anders is. Soms lukken dingen, soms wat minder goed. Het is een ambacht maar ook een kunst. Een vak apart, en veel belangrijker voor de kwaliteit van een film dan men zich meestal realiseert.

Die subtiele relatie tussen muziek en beeld is natuurlijk ook bepalend bij de registratie van klassieke concerten. Sinds ik een aantal keren over de schouders van Christiaan van Schermbeek heb mogen mee kijken zie ik steeds vaker dingen die me niet bevallen bij concerten op televisie. Instrumenten die bespeeld worden, zonder dat je de musicus ziet, vind ik zelden aangenaam. Vlak na het begin van een melodie bij een speler arriveren geeft geen aangenaam gevoel. Maar ook het tempo van een wisseling van camera kan tegen de muziek ingaan. Ik weet niet of daar regels voor zijn, maar je ontwikkelt bepaalde voorkeuren. En daar druisen de meeste registraties tegenin. Christiaan gelukkig zelden.

Muziek is toch in de eerste plaats om naar te luisteren. Maar een wisselwerking met beelden kan een verrijking betekenen, een aanleiding om anders te gaan luisteren. Of anders te kijken.
Ik ben nu bezig met de voorbereiding van een serie concerten die we in het najaar met Domestica in de Laurenskerk gaan doen. Een van de onderwerpen wordt de schilder Titiaan en zijn Venetië. En wat is er inspirerender dan door boeken met afbeeldingen te bladeren en je voor te stellen hoe die prachtige kleuren en mensenfiguren kunnen combineren met de klanken van muziek?
En als Greenaway met een film over de Sixtijnse kapel komt of er een nieuwe televisieserie over Titiaan komt, en waarom niet, dan wil ik die zeker zien. Ongeacht welke muziek er bij zit.

dinsdag 8 februari 2011

Vierstemmig cellogezang

Debussy en Prokofjev deze week.
Twee stukken die we relatief vaak gespeeld hebben, vooral met Gergiev.
Hoogtepunten uit het orkestrepertoire, maar niet echt vaak gecombineerd in één programma.
Toch voelt het goed.
Het roept mooie herinneringen op. Aan het eerste Gergiev Festival bijvoorbeeld.
Daar hadden Valery en Kees Hillen een prachtig programma ontwikkeld rond beide componisten, aangevuld met Stravinsky. Een spannende combinatie en een hele spannende onderneming!
Mooie herinneringen aan hoe dat festival toen begon, vanuit het niets. Maar iedereen werkte mee, musici en kantoor, dag en nacht, met alle mogelijke programma's en combinaties. Toen is de basis gelegd waar we nog steeds op voortborduren. Dit jaar wordt dat "The sea and the city". Eigenlijk een ideaal moment dus om La Mer, een van de stukken van dat eerste festival, weer te doen.
Die programmering wordt pas ergens in het voorjaar bekend gemaakt.

Met Yannick spelen we voor ons abonnementspubliek en voor de microfoon.
Vier concerten in Rotterdam waaruit een cd-opname kan worden samengesteld.
Dat wordt zeker iets bijzonders, een mooi vervolg op het succes van de Ravel-cd.
En op de Berlioz-cd van afgelopen maand.
Met het gevaar teveel met Franse muziek te worden geassocieerd, maar daar zal de Strauss-cd, die binnenkort uitkomt, hopelijk voldoende tegenwicht aan bieden.
Al met al een luxe positie, twee cd-maatschappijen, BIS en EMI, die graag de combinatie Yannick-RPhO uitbrengen. Bij Gergiev paste de combinatie met zijn Mariinsky-orkest altijd veel beter in de marketing-strategie van Philips dan die met ons. Anders hadden we daar menige mooie opname mee kunnen uitbrengen.

Bovendien: hoe Frans is La Mer eigenlijk?
Het beeld wat bij het stuk hoort is die bekende golf van Hokusai, met de berg Fuji op de achtergrond. Die koos Debussy voor de omslag van de partituur en sommige pentatonische motieven doen zeker oosters aan.
En wat schilders betreft schijnt hij zich meer verbonden te hebben gevoeld met Turner dan bijvoorbeeld met Monet. En er zijn vast ook nog wel Russische sporen te vinden als je goed zoekt. Daar heeft de jonge Claude tenslotte ook nog wat jaartjes doorgebracht.

Overigens als het nodig is een overeenkomst tussen deze Debussy en de Vijfde Prokofjev te vinden, dan staat er een opvallende in de cellopartij. Het gebeurt slechts zelden dat we als cellogroep een vierstemmige passage  spelen, maar hier zijn twee voorbeelden op één avond. Prokofjev citeert aan het begin van de finale het hoofdmotief van het eerste deel in een frase van acht maten, vierstemmig voor de cello's. We zijn met zijn tienen, dus dat is nooit een eerlijke verdeling.
Debussy componeert een soortgelijke passage in zijn eerste deel. Heel bijzonder van klank en berucht, want het wordt vaak op audities gevraagd. Met ons tiental doen we de componist overigens schromelijk te kort, want hij rekent op zestien cellisten, verdeeld in vier viertallen. Ik heb nooit begrepen hoe hij daarop gekomen is, en op hoeveel violen hij dan gerekend had. Of waren die extra cellisten alleen nodig voor dit moment?
Dat de standaard waar we tegenwoordig mee spelen, met de meeste strijkers in de hoogste groepen, niet van alle tijden is, zal duidelijk zijn, maar dit voorbeeld blijft voor mij een raadsel. Suggesties zijn welkom!

vrijdag 21 januari 2011

Busch

Ik heb ooit een aardige verzameling klassieke grammofoonplaten opgebouwd. Niet extreem uitgebreid maar met het normale repertoire aan kamermuziek, orkestwerken, opera's e.d en daarbinnen een aantal bijzondere opnames. Ik heb ze nog steeds, inclusief de platenspeler, maar het vervelende is dat ik me de laatste jaren nauwelijks meer de tijd gun om daarnaar te luisteren.
Het concert van morgen, 440Hz met Mahler-bewerkingen van Beethoven en Schubert, was een gelukkige aanleiding om weer eens in de platenkast te duiken en een oude geliefde terug te vinden.
Tussen de fans van Heifetz, Kreisler, Oistrach en Menuhin, die ik alle vier enorm bewonderde, had ik zelf lange tijd een eenzame voorkeur voor Adolf Busch. Geen violist die indruk maakte met zijn virtuositeit of een gouden toon, maar er was altijd een soort vanzelfsprekendheid, van 'zo moet het' met af en toe een magisch moment. Inzicht in de structuur van een stuk zonder behoefte om te epateren.

Ik ken hem vooral van de opnames met zijn Busch-kwartet, vooral Beethoven en Schubert. Verder nog wat sonates met schoonzoon Rudolf Serkin en een enkel soloconcert. Een live-opname van het Brahms-concert bijvoorbeeld, opgenomen in Basel in 1951. Daarop hoor je, tussen prachtige momenten, ook nogal wat missers. Maar ook dat hoort bij deze speler. Over zijn leven is net een boek verschenen, twee dikke pillen onder de titel 'The life of an honest musician'. Dat kan interessant zijn als het goed is geschreven. Zijn leven was er boeiend en gevarieerd genoeg voor. Misschien iets voor mijn verlanglijst.

Ik concentreer me nu vooral op de Schubert, ' Der Tod und das Maedchen' en raak gefascineerd door zijn rubato-spel en variëren van tempo.http://www.youtube.com/watch?v=p8ilcLpI9LE . Die vrijheid is zeker lastiger te bereiken met een strijkorkest maar iets daarvan moet kunnen lukken. Kavakos heeft op dat vlak als dirigent een paar weken geleden bij het Philharmonisch ook meer bereikt dan ik had verwacht. Het zijn de meesters waar we van kunnen blijven leren en ons door kunnen laten inspireren. Een paar extra porties Busch de komende tijd zullen zeker geen kwaad kunnen.

zondag 16 januari 2011

Waxman

Sommige componistennamen associeer je maar met één stuk.
Ponchielli bijvoorbeeld. Ken ik alleen van de urendans, maar daaromheen zit nog een hele opera. Ouverture Donna Diana van Reznicek zal ook wel het begin van een lange opera of operette zijn. En de Canon van Pachelbel.
'One-piece-composer' noemen ze zo iemand in Engeland. Maar het ligt natuurlijk niet aan die mensen zelf, want ze hebben altijd nog veel meer gecomponeerd en vaak is die andere muziek niet slechter dan wat wel heel beroemd is geworden.

Waxman was voor mij ook zo'n naam.
Franz Waxman, en eigenlijk was het Wachsmann. Een Duitser die op tijd naar Amerika is gevlucht en zich bij de Duitse culturele elite in Los Angeles heeft gevoegd. Net als Schoenberg, waar hij nog les van heeft gehad. Thomas Mann, Bruno Walter, ga zo maar door.
Jascha Heifetz zat er ook. Maar die kwam oorspronkelijk uit Vilnius.
Hij was het die de Carmen Fantasie speelde samen met ander virtuoos repertoire. Saint-Saëns, Chausson,  De Sarasate enzo Een lp met een witte hoes. Ik heb hem vroeger best vaak gedraaid.
Het laatste stuk op kant B was dan die Carmen Fantasie, vol bekende melodieën en duizelingwekkende virtuositeit. Heel effectief gecomponeerd en ongelooflijk gespeeld door een van de grootsten onder de violisten.
Niet alleen de perfectie en helderheid maken indruk - je hoort echt iedere noot - maar ook de expressie in de klank en de overgangen die hij maakt van de ene sectie naar de andere.
Ik haal nog graag een langspeelplaat uit een hoes maar je kunt tegenwoordig veel daarvan ook op Youtube vinden  ( http://www.youtube.com/watch?v=LKAwWVRBw5w) . En luister dan bijvoorbeeld hoe hij rond 3'48" als een kameleon van kleur verandert en in een heel andere wereld terecht komt. Heerlijke muziek.

Dat kan nog leuk worden met die filmmuziek deze week.
Ik ken de film niet, The Bride of Frankenstein, maar ik begreep dat hij door sommigen gerekend wordt tot de honderd beste films alle tijden (http://www.filmsite.org/bride.html). Jammer dat je daar als speler niet zoveel van kunt zien. Af en toe omdraaien tijdens de repetities. Later een dvd huren. En luisteren naar de smeuïge verhalen van dirigent Richard Kaufman, gepokt en gemazeld in de filmwereld van Hollywood. Hij zal zich tijdens de uitvoering toch vooral bezig moeten houden met de synchronisatie, want zo'n film past zich niet aan aan de grillen van een dirigent.

maandag 10 januari 2011

handschrift

Voor mij is het internet nog vaak een jungle, onontwarbaar, waar veel moois te ontdekken valt, maar daarvoor moet je wel flink met een kapmes te werk. Het kan dan praktisch zijn als je sites weet die je kunnen helpen, je op de hoogte houden van wat je wilt weten.
Een blogger die ik graag lees is Alex Ross, muziekjournalist bij The New Yorker. Hij schreef een aantal jaren gelden een boek over de muziek in de twintigste eeuw, wat meteen een klassieker is geworden. 'The rest is noise' heet het, en zo heet ook zijn blog.

Deze week verspreidde hij een link naar the Morgan Library in New York, waar ze een prachtige verzameling handschriften hebben, waaronder partituren van Mahler en Schubert. Een aantal daarvan zijn nu online te bekijken. En wat is er mooier dan grote muziek in het handschrift van de meester zelf lezen? En je kunt nog een paar keer vergroten ook!

Ik heb al even een blik op het Adagietto uit Mahlers Vijfde geworpen en meteen een paar opvallende verschillen met de versie die ik ken gezien. Zo had hij op het moment dat hij dit neerschreef nog het idee dat de 1e violen hun g-snaar omlaag moesten stemmen om vlak voor het eerste dynamische hoogtepunt een lage ges te kunnen spelen. Later heeft hij blijkbaar ingezien dat hij dat beter aan alten en celli kon overlaten. Er ontbreken nog tempo-aanduidingen, die hij dus later heeft toegevoegd. Ik geloof dat hij deze symfonie nog tot    aan zijn laatste levensjaar heeft 'verbeterd', dus wat is dan een definitieve versie? Maar zeker is het verhelderend om te zien hoe hij het in 1902 heeft opgeschreven. Zonder de titel 'Adagietto' overigens.
Misschien kunnen we er nog ons voordeel mee doen als we het stuk volgende week spelen, met 440hz in Delfshaven (22 januari).

Daarna wil ik ook graag wat andere handschriften bekijken. Die Winterreise bijvoorbeeld!
Dat is zeker een zege van het internet, de toegankelijkheid van zoveel bronnen van informatie.
Tegelijkertijd besef je dat er van de componisten van vandaag nauwelijks meer handschriften zullen overblijven, want wie werkt er nog zonder computer?

dinsdag 28 december 2010

Publiek

Het was een mooi beeld wat Kees Hülsmann in zijn praatje bij het afscheid van Mieke Biesta en Zsofia Kiss schetste: 'De laatste bladzijde'.Gezeten vanuit het publiek kun je soms zien dat de musici hun laatste bladzijde omslaan. Zeker als de rechter pagina leeg is. En als de betreffende musicus veel noten te spelen heeft, weet je dan dat het bijna klaar is. Er zijn natuurlijk ook voorbeelden dat het begin van de laatste bladzijde al een half uur voor de slotnoot bereikt wordt, maar zelden bij de tweede violen, en zeker niet als ze de Notenkraker spelen.
En dat was afgelopen donderdag het geval.
Voor de liefhebbers is het concert nog te bekijken op de website van de AVRO, heb ik begrepen.

Maar dit was voor beide collega's natuurlijk een bijzondere laatste bladzijde; de laatste die ze in de Doelen voor het eigen publiek mogen spelen. De laatste van zeer velen, in meer dan 37 jaar. Moeilijk om voor te stellen hoe dat voelt, ik kijk er voor mezelf niet naar uit.
Het zou voor hen, met een dergelijke trackrecord, verdiend zijn om zelf de laatste bladzijde te mogen bepalen, maar zo werkt het helaas niet in het orkestbedrijf. Ver van tevoren wordt gepland, dus de keuzevrijheid voor de individuele musicus is beperkt. Je zou vast een mooie lijst kunnen samenstellen uit favoriete 'laatste bladzijden'. Misschien een item voor onze vernieuwde RPhO-website?

Ik begreep overigens dat Mieke en Zsofia dit seizoen nog wel onze opera-produktie meespelen en dat lijkt me qua repertoire en dirigent eigenlijk een toepasselijker afscheid. Der Rosenkavalier en Simon Rattle zijn belangrijke namen geweest in de geschiedenis van het orkest en de persoonlijke geschiedenis van beide musici.

Maar voor het eigen publiek gold vorige week als slotaccoord. En wat ik goed vond, en nooit eerder heb gezien, was, dat aan het publiek van die avond een papier werd uitgedeeld waarin het afscheid, met enkele persoonlijke woorden, werd aangekondigd. Het gebeurt zo vaak dat men wel iets ziet gebeuren op het podium, met bloemen enzo, maar niet precies weet waar het om gaat.
Een goed gebaar naar het publiek toe.
Een publiek wat, ook voor de politiek, de komende tijd alleen nog maar belangrijker wordt.