We houden heel veel van ons publiek in de Doelen in Rotterdam.
En we werden gisteravond ook weer vorstelijk onthaald door het publiek in het Amsterdamse Concertgebouw.
Maar we verheugen ons enorm op de terugkeer naar de Royal Albert Hall in Londen!
Op zich niet zo'n mooie zaal voor muziek.
Groot en rond.
Beetje moeilijke akoestiek.
Ook na de verbouwing was de airco nog een zwak punt.
Maar wat de BBC daar in de loop van de jaren heeft opgebouwd is bewonderenswaardig.
Al meer dan honderd jaar, mind you.
En soms lijkt het alsof sommige bezoekers er ook al meer dan honderd jaar komen.
Die horen bij het meubilair.
Officieel bestaan er geen vaste staanplaatsen, maar sommigen hebben toch iets dergelijks weten te creëren.
Die staan er elke avond, vooraan, vlak bij het podium.
Ons bezoek dit jaar heeft nog een aardig detail; voor het eerst in mijn ervaring herhalen we een stuk.
De Vijfde van Porkofjev, nu met Yannick, hebben we aleens met Gergiev gespeeld.
In 2000 was dat.
Toen met het Pianoconcert van Grieg, hoewel ik me daar niet veel meer van herinner. De combinatie met Wagner, die we nu in de Wesendonck-liederen hebben, hadden we toen op de volgende avond gepland: Parsifal met Simon Rattle.
Het was min of meer een herhaling van een productie die we met hem bij DNO hadden gedaan, een paar jaar daarvoor, met bijna dezelfde cast. Alleen de koren kwamen dit keer uit Engeland.
In de laatste acte stonden die als hemelse engelen op de bovenste galerij opgesteld.
Zoiets kun je alleen daar in die zaal doen.
Voor mij is het een van de mooiste herinneringen uit mijn geschiedenis bij het orkest.
En misschien weten een paar mensen daar vooraan dat ook nog wel.
Voor wie ons morgenavond wil zien is er een rechtstreekse uitzending via BBC4.
Het eind van het seizoen geeft altijd een gevoel van ontspanning.
Weer een jaar hard gewerkt, met hoogtepunten en minder goede momenten.
De zon schijnt steeds vaker.
Buiten eten.
Dat soort zaken.
Maar dit jaar betekende voor een groot aantal collega's het einde van het seizoen tevens het einde van een baan, de afsluiting van een samenwerking met musici waar je soms al eindeloos mee hebt gespeeld, of de opheffing van een orkest.
In het zuiden bestaan het Limburgs Symfonie Orkest en Het Brabants Orkest niet meer: philharmonie zuidnederland heten ze voortaan, en Zeeland hoort vanaf nu ook tot hun speelgebied. Beide orkesten speelden hun laatste concert overigens in Amsterdam, in het Concertgebouw.
Dat gold in zekere zin ook voor onze Haagse collega's van het Residentieorkest.
Zij kunnen nog wel doorgaan onder hun eigen naam, maar met een beduidend kleinere formatie. Van een aantal musici moest afscheid worden genomen en ook dit orkest moet gaan zoeken naar een nieuwe identiteit. Een nieuwe zakelijke en een nieuwe artistieke leider zijn inmiddels gevonden. Het wachten is nog op een chefdirigent, maar dat zal ook samenhangen met de toekomst van de Anton Philipszaal. Wordt de huidige zaal opgeknapt of is er geld en steun voor een groot nieuw cultuurpaleis? Gisteren viel weer een beslissing in de Gemeenteraad, maar onduidelijkheid blijft. In beide gevallen zal overigens een tijdelijk onderkomen moeten worden gezocht. Een extra hobbel in deze moeilijke tijden, maar helaas geen ongebruikelijke situatie in de lange geschiedenis van het orkest.
Ik hoop dat er iets moois uit kan groeien.
Dat hebben zij en het publiek wel verdiend.
Dramatischer was het laatste concert van de Radio Kamer Filharmonie, ook in het Concertgebouw.
Zij waren al voortgekomen uit een bezuiniging en herstructurering bij de omroep. Toen waren het vooral ouderen die het veld moesten ruimen. Nu zijn het enkelen die zich bij het Radio Filharmonisch Orkest mogen aansluiten. Het kamerorkest is niet meer.
In een mooie documentaire van Lucas van Eck, zoon van twee cellisten, kwamen enkele musici aan het woord die duidelijk maakten wat het voor hen persoonlijk betekent nu de bezuinigingen van het vorige kabinet worden gerealiseerd. Een fagottist volgt een nieuwe roeping als meditatieleraar, een violist weet zich bij andere orkesten in de kijker te spelen.
Het was vooral het verhaal van violiste Josje ter Haar dat me trof.
Wij hebben in dezelfde tijd in Den Haag gestudeerd en je komt elkaar later ook nog wel regelmatig op het podium tegen. Voor haar is het einde verhaal. (Althans op het moment van de opnames. Als ik het goed heb begrepen heeft ook zij op het allerlaatste moment nog een deeltijdbaan in het Radio Filharmonisch aangeboden gekregen)
Ze citeert een recensie van een concert met het conservatoriumorkest, haar eindexamen. Een lovende recensie. Zij speelde de solopartij van het Vioolconcert van Alban Berg en Lucas Vis dirigeerde.
Ik zat in het orkest, en tientallen met mij. Hoe velen van hen zou het gelukt zijn een baan in de muziekwereld te vinden en te behouden? Kwaliteit alleen biedt niet voldoende garantie, je moet ook een dosis geluk hebben.
Heel toevallig las ik afgelopen maand ook nieuws over mijn lessenaargenoot van toen. Ik kon hem feliciteren met een nieuw gecreëerde leerstoel aan de Hochschule für Musik und darstellende Kunst in Frankfurt: "Interpretatorische Praxis und Vermittlung neuer Musik". Een titel die ze alleen in Duitsland kunnen verzinnen, maar zeker geen overbodige taak. Lucas Fels reist al jaren als cellist van het Arditti Quartet de wereld rond, met de ene wereldpremiere na de andere, dus aan kwaliteit en ervaring geen gebrek. 'Deutschland ist für neue Musik das Paradis', zegt hij. Dat zou kunnen. Ik realiseer me dan wel weer hoe anders, beter, in Duitsland met de aandacht en waardering voor klassieke muziek en musici in het algemeen wordt omgegaan. Die achterstand wordt bij ons helaas alleen maar groter.
Andere getroffen ensembles als Holland Symfonia en de Nationale Reisopera hadden hun afgeslankte vorm al een half jaar geleden aan moeten nemen. De tijd zal uitwijzen of goede keuzes gemaakt zijn, of het voor sommigen niet te moeilijk gemaakt is om te overleven en of het publiek her en der gelooft in het succes.
Dat publiek hebben we nodig en zonder visie voor de lange termijn zal de toekomst er voor velen van ons somber uitzien. Jaap van Zweden refereerde in de documentaire al aan de vorige herstructurering die onder zijn leiding nog maar kort geleden bij de omroep heeft plaats gevonden. Daar kun je de orkestwereld niet binnen enkele jaren weer mee confronteren.
Innovatie is daarvoor onontbeerlijk.
De tijden veranderen. De manier waarop mensen met elkaar communiceren ontwikkelt zich razendsnel.
Het aanbod van informatie, en ook muziek, is gigantisch en makkelijk bereikbaar.
Daar moeten wij als orkestenwereld iets mee.
En als ik Yo Yo Ma mag geloven zijn het zeker de musici die getraind zijn om de problemen van de wereld in het algemeen, misschien ook de muziekwereld in het bijzonder, te lijf te gaan: tot samenwerking bereid, flexibel, fantasierijk en innovatief. Hopelijk kunnen de collega's die nu zonder baan zitten daarvan profiteren.
Ik heb zelf in deze laatste weken mijn eigen bescheiden steentjes aan innovatieve programma's proberen bij te dragen.
Een vormgever die betrokken is bij een vervolg van Blown Away, zoals we afgelopen seizoen met het RPhO in de Feniksloodsen hebben uitgevoerd, wilde meer weten over de achtergronden van de muziek die we spelen.
Als het lukt om ook in de uiterlijke presentatie iets te communiceren over de inhoud van wat we brengen aan publiek dat doorgaans niet onze concerten bezoekt, hebben we een belangrijke stap gezet.
Ik heb mijn best gedaan en ben heel benieuwd wat het resultaat in november gaat worden.
Ook met de voorbereiding van de serie Lof&Lust in de Laurens zijn we, Domestica Rotterdam, flink opgeschoten.
De muziek die we daar spelen mag dan niet erg nieuw zijn, hoewel er voor deze gelegenheid weer een paar spannende arrangementen worden gemaakt, de vorm die we kiezen en steeds verder ontwikkelen is nog bepaald uniek en met goede kansen voor de langere termijn om publiek op een onverwachte manier met bekende en onbekende muziek te confronteren.
Zo blijven we zoeken naar plaatsen die de klassieke muziek in het leven van liefst velen kan gaan innemen.
Het einde van het seizoen nadert.
Aan het weer is het nog niet te merken, maar wel aan de drang om weer een nieuw stukje te schrijven.
Die is nu even wat minder.
Ik had natuurlijk mooie verhalen kunnen vertellen over de reis naar Zuid-Korea en China.
Het was voor mij de eerste keer, dus vergelijken met 'vroeger' kan ik nog niet, maar ik voelde wel dat de ontwikkelingen daar heel snel gaan.
Met een aantal prachtige zalen en een groeiende belangstelling voor klassieke muziek.
Ik had over de Sacre op de heilige grond in Parijs kunnen vertellen.
Met veel succes sloten we de jubileum-reeks in het theater bij de Champs-Elysées af.
Voor wie nog niet genoeg heeft van dit meesterwerk, kan ik nog wel verwijzen naar twee artikelen, die er, wat mij betreft, uitsprongen.
Onze Nederlandse, maar internationaal ook zeer gerespecteerde, Stravinsky-expert Elmer Schönberger, dook in de schetsen en benadrukt dat componeren een aaneensluiting van keuzes is. Waren de keuzes van de componist bij dit stuk altijd de beste, of had het nog beter gekund?
'Ik weet niet meer wat ik na al die jaren adembenemender vind: het stuk zelf of de totstandkoming ervan. Maar wat was ik er vandaag graag bij geweest, in dat geweldige Théâtre des Champs-Elysées in Parijs.
En de 'Eckermann' van Stravinsky, Robert Craft, liet ook weer van zich horen.
Deze dirigent, muziekwetenschapper, en jarenlang assistent van de componist is inmiddels bijna negentig, maar blijft een belangrijke bron van informatie over de muziek. In Glimpses of a Life had hij al eens een paar hoofdstukken aan de Sacre gewijd met titels als 'The Rite at Sixty-Five' en 'The Rite at Seventy-Five'.
Bij een nieuwe editie kan daar nu ook 'The Rite at Hundred' aan worden toegevoegd.
Interessante verbanden worden gelegd, zoals met de schilderijen van Mikalojus Ciurlionis (1875-1911), een kunstenaar uit Litouwen, die ook componeerde.
Stravinsky zou ooit een toekomst als schilder overwogen hebben. En die openingsmaten in de fagot zouden afkomstig zijn uit een Litouws volksliedje. De rol die Nikolai Rjorich, de maker van de kostuums en decors voor de Sacre, speelde bij de totstandkoming van de partituur blijkt veel groter dan ik had gedacht. Rjorich bezat een enorme kennis van het oude Rusland, maar was als filosoof ook sterk beïnvloed door mensen als Tagore en Ramakrishna, en was voor de jonge Igor een soort guru.
Craft komt ook naar buiten met homoseksuele escapades van Stravinsky, die toch vooral een reputatie met vrouwen als Coco Chanel heeft. De omgeving van de Ballets Russes, met Nijinsky en Diaghilev, was ongetwijfeld gekleurd door de herenliefde, maar in dit artikel is het met name een liefdesrelatie met Maurice Delage, leerling van Ravel, die zelf overigens ook een belangrijke rol in dit verhaal speelt.
Je kunt je afvragen of dit niet meer onder de noemer 'roddel' past en wat het met de muziek te maken heeft, maar het voegt natuurlijk wel iets toe aan het beeld van Stravinsky. Verder staan er nog veel waardevolle details in het stuk.
Het verhaal over de herenliefde kleeft natuurlijk ook altijd aan de muziek van Benjamin Britten, zeker de rollen die hij voor zijn levenspartner tenor Peter Pears heeft geschreven. Zoals Gustav Aschenbach, in Death in Venice.
Zijn laatste opera is gebaseerd op de novelle van Thomas Mann, waarin de obsessie voor een Poolse jongen een centrale rol speelt. Zowel Britten als Mann hebben die fascinatie zelf goed gekend en ongetwijfeld geworsteld met een maatschappij die dat niet accepteert.
Vooral de verfilming van Visconti is beroemd geworden, maar het heeft zeker ook een intrigerende opera opgeleverd, die zelden on het theater is te zien. Deze dagen komt een produktie, die in Engeland bijzonder goed ontvangen is, bij DNO op de planken, met het Rotterdams Philharmonisch in de bak.
Daar zit ik niet bij, maar ik ga zeker een keer in de zaal zitten.
En hopelijk velen met mij.
Zo bijzonder is het niet meer.
Concerten in China.
Zelfs het jeugdorkest van mijn kinderen was er vorige zomer, en zij waren zeker niet het enige amateurmuziekgezelschap dat de afgelopen jaren vanuit Nederland die reis maakte.
Niet alles kon mee op reis, dat zou te duur worden.
Slagwerk en bassen zouden ter plaatse geregeld worden, en dat leverde de nodige verrassingen op.
Misschien hoort dat voor die jongeren ook wel bij de charme van zo'n reis, die ze hun leven lang niet zullen vergeten.
Inmiddels weet ik dat ook professionele orkesten dat soort avonturen voor lief moeten nemen.
Het Nederlands Symfonieorkest, onze collega's uit Enschede, zitten daar nu. Ze hebben wel een cameraploeg (-man?) van de AVRO meegenomen maar niet hun contrabassen. Wat ze daar aantreffen blijkt niet mee te vallen, hoewel het vervangen van een snaar het leed kan verzachten. Zie het verslag.
Het Philadelphia Orchestra, het andere orkest van Yannick, is ook juist in deze periode naar Beijing en Shanghai afgereisd. Zij waren er al in een tijd dat het nog wel bijzonder was, in 1973, als eerste Amerikaanse orkest sinds de communisten aan de macht waren. Een jaar daarvoor was Nixon naar Peking gereisd, wat een belangrijke stap was in het normaliseren van de betrekkingen tussen China en het Westen in dienst van de wereldvrede.
John Adams heeft daar nog een hele opera over geschreven.
Het orkest viert nu in zekere zin een dertigjarig jubileum van die eerste reis met tal van activiteiten door individuele musici en kleinere ensembles. Het is interessant om te zien hoe je zo'n buitenlandse reis op die manier nog extra inhoud kunt geven en contacten met de bevolking en de cultuur intensiveert.
Overigens gaat de New York Philharmonic daarin misschien nog verder met hun partnership met het orkest van Shanghai waarbij musici uit New York regelmatig overvliegen om Chinese studenten het vak te leren.
Wij zullen ons waarschijnlijk hoofdzakelijk beperken tot de officiële concerten.
Wat wel bijzonder was was de manier waarop we uitgezwaaid werden door ons trouwe publiek in de Doelen. Ze waren erbij op de laatste repetitie en konden meegenieten van de Pathétique, die ook op de cd stond die werd gepresenteerd aan de loco-burgemeester.
Die was er niet alleen om ons een goede reis te wensen, waarbij we in Shanghai ook weer een delegatie van de gemeente en de havens zullen treffen, maar ook om ons te feliciteren met de verlenging van het contract van Yannick als chef-dirigent tot 2018. Zelden zijn we met zulk goed nieuws op reis gegaan.
Ooit begon de samenwerking met een tournee naar China. Deze tweede keer kunnen we beschouwen als het begin van een nieuwe periode, waarin hij, ondanks alle uitnodigingen van talloze gerenommeerde orkesten en operahuizen, aangeeft met ons verder te willen. Op naar het honderdjarig bestaan!
En met de steun van ons eigen Rotterdamse publiek de wereld laten horen wat we in huis hebben.
Yannick heeft daar in het boekje bij de cd al lovende woorden aan gewijd: 'distinctive sound', 'extremely colourful woodwind' , 'very individual generosity of the strings, with great refinement in the lower dynamics' . Dat moet we de komende week maar weer eens waar zien te maken.
Laat ik mijn koffer maar eens gaan inpakken.
Ik blijf het een raar idee vinden dat ik morgenochtend aan een hele andere kant van de wereld over straat loop.
En mijn lichaam ook waarschijnlijk.
En dan is het eindelijk zover.
29 mei.
De Sacre is honderd!
Over de hele wereld bereikt het aantal uitvoeringen deze week vast een hoogtepunt.
Niet bij ons.
Het Rotterdams Philhrmonisch speelt de Sacre pas weer in juni.
Eerst maken wij ons klaar voor een reis naar het Verre Oosten.
Het moderne leven in China en Zuid-Korea in plaats van de oeroude rites van de Russische steppe.
Hoewel we bij dat laatste best een vraagteken mogen zetten.
Zou het jaarlijkse offer van een maagd aan de goden van de vruchtbaarheid werkelijk tot het leven van die heidense tijd hebben behoord? Volgens Alex Ross (The rest is noise) is het een bedenksel van Stravinsky, die zich overigens wel uitgebreid heeft laten informeren en beïnvloeden door oude Russische volksmelodieën en -ritmes. Maar het verhaal is niet essentieel voor de verklaring waarom dit stuk honderd jaar na dato zoveel tongen los maakt. En waarom het toen zo shockeerde.
Dat zal niet alleen de muziek geweest zijn, maar zeker ook de dans.
Voor het eerst bleek het mogelijk om een groot werk te maken, voor een groep dansers, zonder het traditionele ballet-idioom. Vaslav Nijinsky!
We kunnen ons moeilijk verplaatsen in het Parijse publiek van 1913, om de sensatie na te voelen, maar de reconstructie maakt wel wat duidelijk:
Ook de scene waar de NTR-documentaire mee begint brengt ons iets dichterbij, hoewel ik niet zeker weet hoe betrouwbaar de componist een halve eeuw later nog is.
'Go to hell'
Het programma laat mooi zien wat het betekent om zo'n stuk te gaan spelen, de voorbereidingen, de stress. Maar ook de verschillen met honderd jaar geleden. De fagot heeft sindsdien meer klepjes gekregen, waardoor de hoge noten makkelijker worden. Maar die beginsolo, vanuit het niets, helemaal alleen, is inmiddels zo beroemd en beladen, dat het weer moeilijk wordt.
Stravinsky zoekt de grenzen van het mogelijke van de instrumenten op. De moeite die je als speler moet doen vormt een essentieel onderdeel van het beoogde effect.
Dat was natuurlijk in Beethovens tijd ook al zo maar wordt door musici te vaak vergeten.
Ik vind het leuk om de collega's te zien in hun voorbereiding, allemaal op hun eigen manier, en reagerend op Hans Haffmans, die weet hoe je goede muziek moet benaderen. Met nieuwsgierigheid, kennis, maar ook een zekere naïviteit. Zo wordt het nooit zwaar en krijg je toch voldoende extra informatie mee, en een band met een aantal musici, om tijdens de uitvoering optimaal van de muziek te genieten.
Ik hoop dat hij nog veel van dit soort programma's mag maken.
Nog leuker wordt het als je daarvoor ook nog naar het item over Yannick en de Sacre van Moois kijkt.
Moois heeft acteur Jack Wouterse als interviewer. Een cultuurbeest die in vele soorten kunst oprecht geïnteresseerd is en met onverwachte vragen verrassende reacties losmaakt.
Ook hier weer fagottist Pieter Nuytten aan het woord.
Natuurlijk over die solo. Maar ook over zijn favoriete moment: een roffel van de grote trom!
En weer Yannick, die op dat moment overigens met de Zevende van Sjostakovitsj bezig was.
Geen repetitiefragmenten van de Sacre dus, want het was bedoeld als aankondiging van de concerten en moest dus eerder gemaakt worden.
Maar wel een vergelijking, voorzover mogelijk binnen dit korte tijdsbestek, met twee eerdere concerten van het Rotterdams Philharmonisch (Gergiev, Dudamel) die veel vertellen over hoe je zo'n stuk ook kunt spelen, en hoe wij dat als orkest steeds weer anders moeten doen.
Hier niet over onderbuikgevoelens en ondergewaardeerde tederheid, maar aandacht voor elk detail en de dansbaarheid. En het is allemaal belangrijk in de opvatting van Yannick.
Ik merk wel dat ik mijn aandacht makkelijker bij zijn woorden kan houden als de camera rustig op zijn gezicht gericht blijft, zoals bij Moois, dan als er voortdurend naar afwisseling in detail gezocht wordt, zoals steeds meer de gewoonte lijkt van televisie maken. Maar ik zal wel ouderwets zijn.
Ik verlang alweer naar de volgende verjaardag van een stuk, of een componist.
Of een orkest.
95 jaar gaan we als orkest dit jaar geworden.
Reden voor een feestje.
En veel mooie programma's van NTR en van Moois.
Over de Sacre is inmiddels wel genoeg gezegd en geschreven.
Zelden kreeg een muziekstuk zoveel media-aandacht als dit ballet.
Want dat is het toch eigenlijk; 'gewoon' een ballet.
Toch kan ik er niet omheen om er ook nog even op in te gaan.
Zeker niet, nu zich de afgelopen weken twee camera-ploegen bij ons orkest meldden om het honderdjarig jubileum mee te vieren.
Elke keer als we het uitvoeren, en dat is de laatste twintig jaar best vaak geweest, blijft het stuk me intrigeren.
Het is niet lekker om te spelen, er zitten wat onhandige dingen in, een soort stroefheid ook.
Heel anders dan Petroesjka en Vuurvogel.
De onzekerheid over ritmes en overgangen verdwijnt wel met de ervaring, hoewel je afhankelijk blijft van de helderheid van de dirigent.
Met Gergiev hebben we het veel gespeeld.
De oerkracht van die man, zijn wortels in de Russische grond en zijn band met het theater, maken hem waarschijnlijk tot de ideale sacre-dirigent.
Geen wonder dat hij het is die volgende week met zijn Mariinski-troepen het eeuw-feest in Parijs viert.
Ze spelen een reconstructie van het oorspronkelijke ballet en een nieuwe choreografie van Sasha Waltz.
Zij heeft een deel van haar opleiding in Amsterdam gevolgd maar haar sporen verdiend in Berlijn.
Een interessante keus.
Ik herinner me nog goed de ijzersterke productie van Pina Bausch, die ooit in het Holland Festival te zien was.
Ook een Duitse.
Concerten met Gergiev van de Sacre zijn meer dan eens voor televisie opgenomen.
Een keer in de VARA-matinee in het Concertgebouw, maar ook, in een soort documentaire-vorm in de Doelen. Dat moet in de jaren '90 zijn geweest, misschien rond het eerste Gergiev Festival. Die beelden zou ik nog wel eens terug willen zien. Mooismet Jack Wouterse lieten in hun item over onze concerten van afgelopen week een latere registratie met Gergiev zien, uit 2008. En beelden van een uitvoering met Gustavo Dudamel. Ook daar hebben we mooie herinneringen aan.
Pieter Nuytten houdt een leuk verhaaltje over de fagotsolo waar het werk mee opent en je hoort ook hoe hij het met Gergiev speelde. Bijna naast hem zit Bram van Sambeek, onze vroegere collega, die de solo met Dudamel speelde. Wat zou hij denken?
En de NTR was nu ook ter plaatse om Yannick en onze musici aan het woord te laten over de Sacre.
Wat zij ervan gemaakt hebben weet ik nog niet. Dat wordt uitgezonden op 26 mei om 13.00 uur op Nederland 2.
Misschien komen daar ook beelden uit hun archief met Gergiev in, of oud materiaal van de componist zelf, altijd mooi om te zien. Interessant is ook de registratie uit hun archief die ons orkest in 1982 met een nog heel jonge Simon Rattle maakte. 27 was hij toen, en de collega's die het mee hebben gemaakt spreken hier nog over.
Maar Yannick mag er ook wezen.
De pers uitte zich in superlatieven en de volle zalen barstten uit in luid gejuich.
En passant kon men in Rotterdam ook genieten van een wereldpremiere.
Het Celloconcert, dat Robin de Raaff vorig jaar voor het afscheid van Marien van Staalen geschreven zou hebben, was nu wel af en werd alsnog door onze vroegere solo-cellist met verve gepresenteerd.
Leuk om hem weer even terug te zien bij ons.
Inmiddels speelt hij niet meer op de Tecchler-cello, die eigendom is van het orkest, maar gebruikte hij, zeer toepasselijk, een moderne Nederlandse cello, gebouwd door Saskia Schouten.
Niet alleen de cello was nieuw, ook het staartstuk was gebaseerd op een modern idee, waarbij de stemming van de snaren onder de kam is afgesteld op de stemming van het gedeelte waarop gestreken wordt, zodat de boventonen elkaar versterken, als ik het goed begrijp.
Het is een uitvinding van Zoran Markovic die zij nu in Nederland introduceert.
Ik weet niet zeker hoe er over honderd jaar naar De Raaff geluisterd wordt, maar de Sacre klinkt nog steeds fris en modern. Zo fris dat Decca een box vult met cd's, twintig stuks, met 38 uitvoeringen van dit ene stuk. Vanaf Eduard van Beinum (1946) tot Gustavo Dudamel (2010). Monteux, Ansermet, Rattle, Gergiev, ze zitten er allemaal bij. Alleen de componist zelf ontbreekt merkwaardig genoeg. Zijn opname uit 1960 heb ik nog op lp maar bij Pristine Classical hebben ze een restauratie beloofd van de opname die hij in 1929 in Parijs maakte. Dat lijkt me spannend.
Maar ook de opname die Yannick afgelopen maand in Philadelphia maakte is iets om naar uit te kijken.
Evenals de herhalingen met ons in juni, als we het in Luxemburg spelen en in hèt theater, le Théâtre des ChampsElysées. Niet op de verjaardag zelf, maar wel in dezelfde serie.
En Stravinsky heeft nog veel meer meesterwerken geschreven.
Komende week doen we zijn Symfonie in drie delen en Julien Hervé speelt het Ebony Concerto, ooit geschreven voor Woody Herman en zijn band.
Dat wordt dus swingen.
Wie meer houdt van Mozart kan zaterdagavond in Ouderkerk aan den IJssel aan zijn trekken komen.
In de prachtige oude Dorpskerk spelen we daar een van zijn mooiste werken, het grote Divertimento in Es KV563, voor strijktrio.
Ik had het nooit eerder meegemaakt.
In een trein zitten die gaat stoppen vanwege dodenherdenking.
In drie talen werd uitgelegd wat de reden was.
In de coupé naast ons stond een radio aan, dus ook het Wilhelmus ontbrak niet.
We waren een paar uur daarvoor uit Berlijn vertrokken; een gezamenlijk moment van Nederlanders, Duitsers en waarschijnlijk nog wel andere nationaliteiten.
Bijzonder en gepast.
Van mijn zoon, die op dat moment op Schiphol stond, in afwachting van zijn bagage, begreep ik dat ook onze nationale luchthaven, inclusief duizenden buitenlandse gasten, twee minuten stil was.
Een zinvolle herdenking, die we nog jaren in ere moeten houden.
Ik was in Berlijn met vrouw en dochters.
De stad waar Hitler en zijn kornuiten aan de macht kwamen en die ze verwoest en verdeeld achterlieten.
Verdeeld door overwinnaars die tegenover elkaar stonden.
Dat is een verhaal wat inmiddels, nog maar zo kort geleden, onvoorstelbaar lijkt en moeilijk uit te leggen.
Maar Berlijn vertelt vele verhalen en geschiedenissen.
We begonnen onze verkenning vorige week op de Gendarmenmarkt.
Een prachtig plein.
Twee kathedralen tegenover elkaar.
De Hugenoten tegenover de Lutheranen.
En daar tussenin het theater.
Konzerthaus heet het tegenwoordig, maar de dichter Schiller staat er nog voor.
En het orkest, Konzerthausorchester, laat trots weten hoe blij ze zijn met hun nieuwe chefdirigent, Ivan Fischer. Spandoeken zijn opgehangen om het de wereld te verkondigen.
Dat zou ik rond de Doelen ook best willen zien.
Yannick als cultureel uithangbord.
En als het niet op het schouwburgplein kan, dan misschien op het toekomstige plein voor het Centraal Station.
Slot Charlottenburg blijkt uit dezelfde tijd te zijn als de beide kerken, rond 1700.
Toen begon de opmars van provinciestad naar hoofdstad van een belangrijk koninkrijk.
Ik was daar vooral op zoek naar Frederik de Grote, de koning-filosoof, tevens begenadigd fluitist en componist, waar we komend najaar in de Laurenskerk een programma aan gaan wijden.
Maar de nieuwe vleugel, die in 1747 door hem aan het paleis was gebouwd werd gerestaureerd.
De inrichting van de rest was vooral gewijd aan zijn oma Sophie Charlotte, voor wie het paleis destijds was gebouwd. Ze bleek overigens ook een groot muziekliefhebber en klaveciniste, dirigeerde opera's en onderhield een briefwisseling met de filosoof Leibniz. Zou zij een voorbeeld voor haar kleinzoon zijn geweest?
Toen ik thuiskwam realiseerde ik me dat ik nog vergeten was te zoeken naar sporen van Frederik Willem II, de opvolger van Frederik de Grote. Hij was een uitstekend cellist en kunstliefhebber. De Pruisische kwartetten van Mozart en de eerste twee cellosonates van Beethoven zijn aan hem opgedragen.
Dat bewaren we maar voor een volgende keer.
Een andere cellist verraste ons in het Mauermuseum, bij Checkpoint Charlie.
Tussen alle bewijzen van gelukte en mislukte vluchtpogingen stond een levensgroot beeld van Rostropovich.
Hij was het die tijdens het vallen van de muur met zijn cello naar Berlijn vertrok en daar in de open lucht Bach ten gehore bracht: 1 november 1989.
Twee maanden later dirigeerde Bernstein in het Konzerthaus aan de Gendarmenmarkt de Negende van Beethoven.
Op zulke emotionele kantelmomenten blijkt muziek onmisbaar.
Van de Nazi-tijd hebben we uiteindelijk niet zo heel veel gezien.
We zijn wel in de Joodse buurt geweest, met de Neue Synagoge, en de Häckische Höfe.
En vanuit de Brandenburger Tor richting Potsdammer Platz kom je langs het Holocaustmonument.
Een merkwaardige verzameling van betonblokken, waartussen je eindeloos verstoppertje kunt spelen, maar die ook wel indruk maakt. Juist in zijn eentonigheid, zonder kleur, slechts hoogteverschillen.
En als het over een volk van vervolgden, van vluchtelingen gaat, is het Joodse volk daar exemplarisch voor.
Zo zal Sjostakovitsj het Joodse element in zijn muziek hebben gebruikt.
Niet alleen in de Zevende symfonie, waar het de vorige keer over ging, maar meer nog in zijn Pianotrio en natuurlijk helemaal de cyclus liederen uit de Joodse Volkspoëzie.
Maar Sjostakovitsj put dan uit een cultuur die de zijne niet is.
Dan zit je met Gustav Mahler dichter bij de bron.
Hoewel hij zich tot christen heeft laten dopen, is zijn Joodse achtergrond bepalend voor zijn muzikale idioom.
Misschien vooral in zijn vroegere werken uit de tijd van Des Knaben Wunderhorn, zoals de Eerste symfonie.
We spelen met het orkest dit stuk deze week in combinatie met een nieuwe orkestratie van het Pianokwartet, een jeugdwerk. Dat klinkt meer naar de Duitse romantiek van Schumann en consorten.
Maar in het derde deel bevinden we ons zonder twijfel op een Joodse begraafplaats.
Hier in een versie van Bruno Walter, ooit assistent van de componist en wellicht de grootste dirigent die Berlijn ooit heeft voortgebracht:
Werkzaam in de wereld van de klassieke muziek, vanaf 1993 als cellist bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest, zie ik verschillende manieren om daar een rol in te spelen. In de eerste plaats het uitvoeren van de mooiste muziek. Maar ook als programmeur voor Domestica Rotterdam, als lid van de redactie van Intrada, en ook als schrijver van een blog. Teksten over en in combinatie met muziek hebben me altijd geïnteresseerd en internet is daarvoor een mooi podium.