woensdag 27 juni 2018

Offenbach

Het seizoen is alweer bijna afgelopen.
Een serie educatieve voorstellingen, een cd-opname, een aantal proefspelen.
En nog een paar voorstellingen van Les contes d'Hoffmann in Amsterdam.
Het is een reeks van acht uitvoeringen maar wel verspreid over meer dan vier weken dus in een enkel geval zit er zelfs een week tussen.
Je zou bijna het gevoel hebben dat het al vakantie is.
Maar het is altijd goed voor een orkest om opera te doen, zeker als het niet tot je dagelijkse routine behoort. En dat geldt dan nog extra voor deze muziek van Offenbach, die, hoewel bedoeld als serieuze opera, toch erg tegen het operette-idioom aan schuurt.
Niet onze natuurlijke habitat, zullen we maar zeggen.
Toch is het ook leuk om te doen, zeker met een prima cast op het podium.
John Osborn, de titelrol, herinneren we ons nog van Benvenuto Cellini  een paar jaar geleden.
De muziek lijkt ook nog wel een beetje op elkaar.
Vooral de dirigenten zijn heel verschillend, de Italiaan Carlo Rizzi en de Engelsman Sir Mark Elder.
En wat is Offenbach dan eigenlijk, Duitser of Fransman?
In de muziek en de taal zit weinig Duits maar hij is toch echt in Keulen als Jakob Offenbach geboren.
In 1819, dus wellicht begint er binnenkort een spannend of meer amusant Offenbach-jaar.
Zijn operettes kunnen wel een revival gebruiken.
Ik las ergens dat de Weense satiricus Karl Kraus, eigenaar van Die Fackel en nauw bevriend met de componisten van de Tweede Weense School, een fanatiek Offenbach-liefhebber was.
Hij beschouwde het als tegengif tegen de Wagner-cultus en gaf in de jaren 20 en 30 talloze solorecitals van de operettes ten beste.
Dat moeten curieuze bijeenkomsten geweest zijn.
Er zijn zelfs nog opnames van.
Een ander element in de opera is natuurlijk E.T.A.Hoffmann, de schrijver die als verliefde dronkenlap wordt opgevoerd in drie van zijn eigen verhalen.
En wie leest er nu nog Hoffmann?
Ook daar zou een herwaardering op zijn plaats zijn.
Prachtige 'fantastische' verhalen. Een wereld die volop is doorgesijpeld in de muziek van de Duitse romantiek tot en met Wagner. En eigenlijk al vanaf Beethoven. De recensie die Hoffmann van de Vijfde symfonie schreef is nog altijd een eye-opener.
Een prachtige verhaal is de geschiedenis van Antonia, onze derde acte, uit Rat Krespel.
Daarin zingt zij na de dood van haar moeder een motet van Padre Martini zo mooi, net als haar moeder ooit had gedaan: Der Klang von Antoniens Stimme war ganz eigentümlich und seltsam, oft dem Hauch der Äolsharfe, oft dem Schmettern der Nachtigall gleichend. Die Töne scheinen nicht Raum haben zu können in der menschlichen Brust. Dat soort taal.
Of ze in dat verhaal ook sterft door te zingen, door haar vader verboden, blijft ongewis. Hij droomt dat zij zingt en vindt haar vervolgens slapend in bed. Denkt hij. Sie war aber tot.
Sterven door musiceren, door de liefde eigenlijk, is vaker een thema in romantische verhalen.
Een van de mooiste vindt ik Thomas Mann in Tristan.  
'Unter ihren arbeitenden Händen vollzog sich die unerhörte Steigerung, zerteilt von jenem beinahe ruchlosen, plötzlichen Pianissimo, das wie ein Eingleiten des Bodens unter den Füssen und wie ein Versinken in sublimer Begierde ist.'  Der Gattin Herrn Klöterjahns speelt Isoldes Liebestod.
En dan zijn we toch weer bij Wagner.  

vrijdag 22 juni 2018

Poco fa

Het was een moment waar we lang naar uitgekeken hebben.
Een moment dat we tegelijk zo lang mogelijk wilden uitstellen.
Of, zo lang mogelijk laten duren.
Want wat was het mooi!
Een artistiek hoogtepunt waren de twee jubileumconcerten voor het honderdjarig bestaan.
Twee absolute hoogtepunten
Zelfde programma, zelfde uitvoerenden, maar toch ook weer heel verschillend.
En beide bewaard voor het nageslacht.
Zaterdagavond is opgenomen door medici.tv.
Zondag was radio 4 in de Doelen aanwezig.
De beelden van zaterdagavond waren ook rechtstreeks op het Schouwburgplein te zien en je kunt zien hoe bijzonder het was. Want bijzonder was het hoe aanvankelijk een paar losse musici, maar uiteindelijk een klein orkest, in het tempo en de belichting van een begrafenisstoet, het podium betrad. Met in hun midden soliste en dirigent.
E vivo encora? waren de eerste woorden uit de goddelijke keel van superdiva Joyce DiDonato
En daarmee was de toon gezet.
Het ene prachtige nummer na het andere, in een ongebruikelijke programmaopbouw, waar goed over nagedacht moet zijn.
'Ben ik nog in leven?' lijkt een terechte vraag voor een honderdjarige.
Maar de honderdjarige, die moeilijke tijden gekend heeft, blijkt springlevend.
En in topconditie, al zeg ik het zelf.
En de aria uit Händels Ariodante, die op dit recitatief volgt begint als: Scherza infidante.
'Vermaak jezelf, o trouweloze!' zou met een knipoog de boodschap aan Yannick kunnen zijn.
De chef, die ons na tien jaar verlaten heeft voor zijn nieuwe liefde, de Metropolitan Opera in New York. En het is waar dat het zijn besluit was om er na tien jaar een punt achter te zetten, maar de punt is gelukkig een komma geworden. Hij blijft aan ons verbonden als ere-dirigent met de belofte om regelmatig terug te keren. Voor de komende seizoenen staan de afspraken al in de agenda.
Dus voor eventuele woede en wraakgevoelens uit de volgende Händel-aria (Svegliatevi) was geen enkele reden. Maar wel lekker dat zij die, naadloos aansluitend aan de eerste, nog even zong.
Parto, parto op de muziek van Mozart, met een prachtige rol voor Julien Hervé op zijn nieuwe bassetklarinet in bes, benadrukt natuurlijk weer ons verdriet verlaten te worden door de geliefde chef. Maar het zijn dan toch de laatste woorden die blijven hangen: Ah qual poter, oh Dei! Donaste alle belta. O goden, welke kracht hebben jullie de schoonheid gegeven! Het bewijs werd ter plekke geleverd.
Na de pauze moeten we de teksten vooral niet meer letterlijk nemen.
Dopo l'oscuro nembo? Integendeel. We denken terug aan mooie tijden en Yannick zal wel degelijk terugkeren. Overigens: wat heerlijk om zo weer eens Bellini te doen!
Una voce poco fa gaat natuurlijk ook over de liefde, maar met een zeer daadkrachtige en hoopvolle dame. Iemand vertaalde het met 'Een stem doet weinig', maar dat klopt natuurlijk niet.
En zou een lachertje zijn als we het over Joyce DiDonato hebben. Menige traan heeft gevloeid.
Misschien nog wel de meeste bij de toegift, die ze op zondag aankondigde met een verhaal over Yannicks optimisme, dat we allen hard nodig hebben in deze wereld.
Toen klonk Morgen van Richard Strauss, met een hemelse vioolsolo van Marieke Blankestijn.
'und auf uns sinkt des Glückes grosses Schweigen...'

Een weekend om nooit te vergeten.

zondag 27 mei 2018

Tussen Milaan en München

We zijn alweer een tijdje terug van onze reis en wat valt er eigenlijk over te melden?
Er ging een filmer mee die elke dag een aardig item voor de achterblijvers maakte, en de recensies staan inmiddels ook online dus kunnen we over tot de orde van de dag.
De orde van DNO, inmiddels, met komende week de premiere, maar daarover later meer.

Ik denk dat we tevreden kunnen terugkijken op de concerten.
En elke stad had zo zijn aantrekkelijke kanten en mooie momenten.
Zo'n Scala in Milaan ademt een flinke brok geschiedenis. Natuurlijk de voetsporen van legendarische zangers, regisseurs en dirigenten, maar voor mij in de eerste plaats toch Verdi. En die kon ik deze reis verbinden met die andere operagigant, Mozart in München: het Cuvilliés-Theater, waar ooit de Idomeneo werd gecreëerd.
Daar hebben we weliswaar niet gespeeld, maar ik kon er wel in om een idee van de omstandigheden te krijgen. Uiteraard heeft het de Tweede Wereldoorlog niet overleefd.
Terugkijkend blijkt de reis voor mij in het teken van de verbinding te hebben gestaan.
Een tournee werkt eigenlijk altijd verbindend, binnen het orkest, maar dat was hier tussen Yannick en ons zeker ook weer het geval. Op het podium leverde de communicatie steeds mooiere momenten op, met als hoogtepunt waarschijnlijk Wenen, of toch München. En in een tijd dat we bijna afscheid van hem gaan nemen is dat een belangrijke constatering. Een afscheid dat geen afscheid is. Want we gaan hopelijk nog jaren met elkaar door. Er staat een mooie tournee in augustus en een prachtig programma volgend jaar maart. Zorg dat je op tijd kaarten hebt!
Ook mooi was de vertoning van de film Yannick in Parijs waar 'ons' theater en onze ambassade een feestje voor het honderdjarige orkest hadden aangericht. Een verbinding om te koesteren.
Daardoor hadden we in Parijs een dag extra en vond ik de moed om weer eens de mensenmassa in het Louvre te trotseren. Met een paar specifieke doelen. Die leken alweer deels in het water te vallen toen suppoosten me verzekerden dat de vleugel met Noord-Europese schilderkunst die dag gesloten was. Dat bleek gelukkig mee te vallen, maar eerst stonden er een paar Italianen op het menu: Mantegna en Piero della Francesca. Piero volg ik al jaren, sinds begin jaren 90, toen een vakantie in de buurt van Arezzo een rijke oogst opleverde. En Rimini verlaat ik nooit zonder even langs de Tempio Malatestiano te lopen. Dan verbaast het me telkens weer hoe weinig mensen zich op dat moment aan die sublieme kunst laven. Niet beroemd genoeg. Dat was zo bij het altaarstuk in de Brera in Milaan, die natuurlijk niet op maandag, maar wel dinsdagochtend vroeg openging, en dat was zo bij het krachtige portret van dezelfde Malatesta uit Rimini in het Louvre.
Dan kun je ongestoord een kwartier voor een schilderij blijven staan. Heerlijk. En met de luxe van deze reis om verbindingen te leggen, met overal orachtige musea. Caravaggio, sinds vorig jaar Napels toegevoegd aan mijn favorieten, maakte op mij meer indruk in Milaan dan in Parijs, maar fascineert steeds door zijn directheid, zijn contact met de onderkant van de samenleving en met de onderbuik. Rubens is een nieuwe liefde. Een onverwacht kado was een hele zaal in het Louvre - toch niet afgesloten - met meer dan twintig schilderijen voor Maria de Medici. Wat een energie, fantasie en kleurenrijkdom! En rust. Iedereen in het Louvre lijkt alleen maar geïnteresseerd in Da Vinci en zijn Mona Lisa. En dan vooral om op de foto te zetten. Dat is dan wel weer ontluisterend.
Later in de Alte Pinakothek in München, als verrassing en kers op de taart, bleken studies voor de cyclus te hangen.
Waar ik wel weer op voorbereid was: twee geschilderde zelfportretten van Dürer. En in de juiste volgorde. Eerst de versie uit 1493 met distel. Baanbrekend in die tijd. Een jonge twintiger. En dan dat Jezus-portret uit 1500, frontaal, intrigerend in alle details. Waar zou dat zelfbewustzijn vandaan komen?
Rembrandt kwam dit keer wat minder aan bod dan anders.
Maar natuurlijk ben ik zaterdag wel vanuit het Muziektheater naar de Hermitage gelopen om de nieuwste aanwinst met eigen ogen te zien. Een prachtig verhaal, en dan nog wel van een Six.
Maar bij het zien kon ik me ook wel voorstellen dat niet iedereen deze als Rembrandt heeft herkend. Hoe mooi hij in veel opzichten ook is. Kwaliteit herkennen is geen sinecure.
En dat geldt natuurlijk ook in ons vak.

zondag 22 april 2018

Mineur

Wij gaan in mineur op tournee.
De lente mag zich dan laten bewonderen in zomerse temperaturen, het orkest rijgt de ene jubileumviering aan de volgende, met gisteren nog een spetterend gala, maar de toonsoort van het programma waarmee we de komende week Europa doorkruisen is f mineur.
Iets minder uitgesproken dan in een eerdere planning, toen Yuja Wang nog met Chopins Tweede pianoconcert op de rol stond. Rachmaninovs Vierde staat in g klein, toch aleer een hele toon hoger.
En wat maakt dat uit?
In vroeger tijden werden er aan toonsoorten karakters, gevoelsladingen toegekend.
Bij een bepaalde emotie hoorde een toonsoort en musici en luisteraars waren zich daar ook van bewust. Dat bewustzijn is grotendeels verdwenen, maar een hele avond in één toonsoort gaat ook ons tegenwoordig niet in de koude kleren zitten.
F klein staat voor: depressie, rouw, vertwijfeling, 'unaussprechlich tiefe Schwermut, Grab verlangende Sehnsucht' 'Grauen oder ein Schauder verursachen' , of volgens Grétry (1797) schrijft: la plus pathétique de toutes. In dat soort termen werd er over gedacht.
En het past natuurlijk naadloos op die Vierde van Tsjaikovsky, geschreven in emotionele nood na de dramatische vergissing van zijn huwelijk. Pathetischer dan de Pathétique. En Tsjaikovsky is wel gewend in mineur te schrijven en met veel mollen, zoals het overbekende Eerste pianoconcert in bes, of zijn laatste strijkkwartet in es, met wel zes mollen aan de sleutel.
En het valt misschien wel mee want de symfonie doorkruist nog talloze andere toonsoorten en eindigt gewoon in majeur. Juichend en uitbundig! In Yannicks versie houden we ons bepaald niet in, met wellicht een extra schrijnend effect.
Uitzonderlijker is de toonsoort voor Joseph Haydn.
Meer dan honderd symfonieën schreef hij, maar slechts een achttal in mineur..
En Haydn toont zich meer de meester van de beperking.
Elk deel in de hoofdtoonsoort, op een charmant Trio in majeur na.
Maar wat een drama! Het voelt als theatermuziek.
De ondertitel La passione suggereert de kerk, maar ik ga voor het operatheater.
De Scala  in Milaan bijvoorbeeld.
En daar beginnen we, als vitale honderdjarigen, onze tournee.
F mineur:

woensdag 11 april 2018

Now&Wow

Bij het programmeren van klassieke muziek is de actualiteit niet altijd makkelijk te vinden.
Dat hoeft misschien ook niet.
De uitvoering en de kwaliteit van het werk kunnen het een actualiteitswaarde verlenen.
Voor onze serie in de Laurenskerk hadden we dit seizoen het thema Vrienden gekozen.
Een tijdloos thema dat in de actualiteit rond Facebook misschien wat vervaagt maar des te belangrijker voor ieder persoonlijk is.

Drie schrijvers, of mag ik zeggen:schrijfsters, hebben het met een hele persoonlijke tekst ingevuld.
Sanneke schreef voor het concert van vanavond een indringend verhaal over een vriend van haar, Hans Merts. Hans moet dealen met de ziekte Parkinson en daar heeft hij zijn vrienden hard bij nodig.
Om een idee te geven:
Ik herinner me nog wel dat Sanneke met het idee kwam om hierover te schrijven.
We waren enthousiast, maar konden toen nog niet vermoeden hoe toepasselijk het verhaal zou worden voor 11 april, de geboortedag van Dr. Parkinson en Wereld Parkinson Dag!

Ook componist Hans Koolmees heeft zich met zijn gloednieuwe bijdrage bij het thema gevoegd: een swingende compositie voor twee violen en ensemble onder de titel: Now&Wow.
Dat verwijst naar een stukje Rotterdamse cultuurgeschiedenis waarin Hans Merts een belangrijke rol heeft gespeeld, de befaamde discotheek van Ted Langenbach.
Hoe actueel wil je het hebben?
En dan combineren we dat natuurlijk met oude muziek.
Telemann staat nog steeds centraal, maar wat in combinatie met Koolmees, en voor de sombere kanten van het thema, wel heel sterk werkt is de bewerking van een Lamento van Heinrich Isaac.
Hier het origineel:



dinsdag 3 april 2018

Vijf ballen

Al lange tijd schrijf ik programmatoelichtingen voor concerten van het orkest.
Niet veel, een paar per seizoen.
Net genoeg om een soort van routine te behouden, zonder dat het al teveel tijd gaat kosten.
Maar dat ik er meer uren in stop dan de meeste van mijn schrijvende 'collega's' lijkt me niet onwaarschijnlijk.
Die routine behouden is ook maar betrekkelijk, want tegenwoordig worden alle toelichtingen in een beperkte periode voor het hele seizoen verzameld.
Nu is de tijd voor seizoen 18/19 en is me gevraagd twee verhalen te schrijven.
De toelichting die ik voor de Achtste van Mahler voor afgelopen week gemaakt had is dan ook van meer dan een jaar geleden. Ik wist inmiddels niet goed meer wat mijn insteek was geweest, heb er altijd moeite mee mijn eigen teksten nog eens te gaan lezen, maar kreeg al wat positieve geluiden vanuit het publiek.
Of orkestleden de tekst gelezen hebben weet ik eigenlijk niet.
We hadden een drukke week en wie voelt zich dan geroepen zo'n toelichting op de website op te zoeken?
En als de concerten eenmaal afgelopen zijn is die daar ook niet meer te vinden.

Maar dan is het extra leuk om onverwacht een positieve waardering in de krant te lezen.
Peter van der Lint gaf niet alleen het concert in Trouw de hoogste waardering, vijf ballen, waarbij Yannick uiteraard en terecht veel lof kreeg toegezwaaid. Maar en passant werd zelfs mijn naam voor de toelichting en als lid van de cellogroep, voor de gelegenheid aangevoerd door Quirine Viersen, ook geprezen.
Ik heb mijn best gedaan en had een heerlijke week met partituur en dirigent, maar dat je dan als tutti-strijker op een meer dan overvol podium wordt genoemd is toch wel uitzonderlijk:
Ik denk dat er andere auteurs zijn die betere toelichtingen schrijven.
Maar ik vind het leuk om het af en toe te doen en denk dat het ook een meerwaarde heeft als musici zich hiermee bezig houden, zodat de muziek dan beschouwd wordt vanuit het gezichtspunt en met de ervaring van mensen die de muziek uitvoeren.
Dat maakt bijvoorbeeld ook zo'n boek over Bach van Gardiner voor mij extra waardevol.
Zonder me met zo iemand te willen vergelijken, natuurlijk.
En het is voor mij een manier om me op een onderwerp te concentreren, me niet te snel weer door iets anders laat afleiden. Het vergt discipline.
Sjostakovitsj 13 is een opdracht voor volgend jaar.
Het trekt misschien minder de aandacht dan Mahler 8 maar gaat zeker zo indrukwekkend worden. Zelden wordt het stuk gespeeld, ongetwijfeld vanwege het grote mannen(bassen!)koor, maar wat een ongelooflijk krachtige en originele partituur is dat!
Dat Yannick met Sjostakovitsj overweg kan heeft hij bij ons inmiddels wel bewezen, vorig jaar nog met een sterke Vierde, maar met deze Dertiende heeft hij zelfs bij de Berliner Philharmoniker zijn sporen verdiend.
Toen ook met onze Russische vriend Michael Petrenko, ongetwijfeld een ideale casting.
Kortom: kopen die kaartjes voordat het te laat is!
Ik ben nog aan het worstelen met een waardige toelichting. Hoe vertel je in minder dan duizend woorden wat voor meesterwerk destijds de machthebbers in het Kremlin tot in het diepst van de ziel geraakt zou hebben, als ze naar de premiere hadden durven komen.
En wie deze week nog wat mooie cellosolo's wil horen; Quirine Viersen zit er weer en behalve heerlijke romantische melodielijnen in de Zemlinsky laat zij zich horen in misschien wel de mooiste solo uit het repertoire, Brahms' Tweede pianoconcert.




woensdag 28 maart 2018

Dichter bij Bach

Vroeger hield ik erg van het lezen van biografieën.
Componisten, historische figuren, kunstenaars, wat al niet.
Ik vond het fascinerend om me in te leven in hun wereld, hun omgeving, in wat er met hen gebeurde.
Die fascinatie is er nog steeds, maar ik zoek nu liever naar directe bronnen.
Brieven, handschriften, het werk zelf.
Als er dan zo'n bericht over de uitgave van Bachs bijbel, de vertaling van Luther met vele persoonlijke aantekeningen van de componist, langskomt word ik wel onrustig. Maar de prijs, hoewel voorlopig nog 700 euro goedkoper, stelt me weer gerust. Dat ga ik er toch niet aan uitgeven. Ik bekijk 'm graag een keer in een bibliotheek.
Het spelen van de Matthäus Passion is ook een manier om dichter bij het genie en de persoon Johann Sebastian Bach te komen. Het getal van zijn naam 41, JSBACH, wordt meteen door ons lage strijkers neergezet aan het begin van het openingskoor met precies dat aantal herhalingen van de grondtoon.
Alsof hij meteen zijn handtekening zet, zoals Rembrandt die zichzelf schildert bij de mensen die Jezus van het kruis afnemen.
Bij het orkest gaat het stuk min of meer jaarlijks, maar meestal zit ik daar niet bij.
Richard Egarr, met al zijn kennis en misschien wat overmatige energie, is een boeiende dirigent om weer eens goed in de materie te duiken.
Hij strooit gul met talloze wetenswaardigheden, die meestal ook bepalen hoe we de muziek moeten spelen. Als je een as tegenkomt, bijvoorbeeld, of de toonsoort As groot, weet je dat je diep in modder zit.
Hij begon ook nog over een geit, fis klein?, maar dat heeft hij (nog) niet verder uitgelegd.
En ik zie nu de kans, hoewel er altijd weer te weinig tijd is, om boeken open te slaan die daar al te lang op wachten.
Het boek van John Eliot Gardiner, Music in the Castle of Heaven, is  alleen al door de mooie uitgave uitnodigend om vast te pakken. En ik vind de combinatie van zijn wetenschappelijke achtergrond en zijn ervaringen als musicus zeer aantrekkelijk.
Maar ik heb ook geen spijt van de aanschaf van De passies van Johann Sebastian Bach van H. Brandts Buys, al jaren alleen nog antiquarisch te krijgen. Jan Willem de Vriend raadde het me ooit aan, en ik lees dat ook mensen als Koopman en Leonhardt zich ooit door deze Nederlandse collega van Gardiner, die in 1959 overleed, hebben laten leiden.
Ik weet niet of Gardiner veel herhaalt wat in andere boeken al genoemd staat, maar zijn beeld van het openingskoor als gelovigen die de berg Sion beklimmen, spreekt mij wel aan. Een andere berg dan die van Goethes Faust vorige week, maar we gaan ook weer omhoog.
Onze pedaaltoon, de 41 e's, plaatst hij in de stijl van de Franse tombeau.
En Maarten Luther is alom aanwezig. De protestantse eredienst, waarin voorafgaand aan deze passie het koraal O Lamm Gottes unschuldig al geklonken heeft en dus meteen herkend zal worden.
Het openingskoor vergelijkt hij met een groot altaarstuk van Veronese of Tintoretto.
En de musicus Gardiner die bij het begin van het slotkoor van de eerste helft, O Mensch, bewein dein Sünde gross, altijd even moeite heeft met de overgang naar een andere 'versnelling': 'it lasts only a few seconds and then all is well again.' Heb ik dat ook?
Talloze details noemt hij nog. Hij stelt een indeling in vijf actes met een proloog, voor beide helften een exordium en aan het slot een conclusio, voor. Als een klassiek drama.
Dat vind ik wel een mooie structuur om bij de concerten mee te voelen.
Brandts Buys heeft natuurlijk een achterstand van meer dan een halve eeuw in Bach-onderzoek en uitvoeringspraktijk. Dat merk je vooral in wat uitgelegd wordt, in hoe lezers aangesproken worden. Maar ook dat verhaal biedt veel meer dan wat ik in deze paar dagen verwerken kan.
Hij onderzoekt de structuur op verschillende manieren, en komt onder meer tot een kruisvorm, die ik elders ook weleens gelezen had. Het blijft verbazingwekkend.
Zelfs tijdsduur probeert hij erbij te betrekken, in de zin van een verdeling in minuten in plaats van maten of noten, waarbij vooral de zeven- en veertientallen gezocht worden, aan de hand van gemiddelden van de uitvoeringen.
En dan lees je dat Willem Pijper het stuk in 150', als een van de snelsten, dirigeerde!
Daar zullen dan vast coupures in gezeten hebben, zoals ook in de beroemde opname van Mengelberg.
Zinvol vind ik de ruime aandacht die hij aan de verschillende koralen besteedt. Je luistert er makkelijk overheen, als overgang naar de volgende evangelietekst of aria, maar ze zijn eigenlijk heel belangrijk en ongelooflijk gevarieerd.
Dus dat worden voor mij zeker drie mooie avonden.