En dan is die mooie zomer weer voorbij en staat er een aantrekkelijk seizoen op aanbreken.
In het begin is het altijd even wennen, al die mensen om me heen en al dat geluid, maar er staan al meteen veel spannende dingen te gebeuren.
Zoals die prachtige Vijfde van Bruckner met Lahav, en niet alleen in de Doelen maar ook in Amsterdam, Grafenegg, Locarno en Luzern.
Een Damnation de Faust met Gergiev, Berlioziaan bij uitstek, in het Festival.
En nog talloze andere prachtconcerten - daar komen we zeker nog vaak op terug - en heerlijk Carmen bij DNO.
Bovendien hebben we een artist in residence, Nathalie Stutzmann.
Een bijzondere vrouw in een bijzondere rol.
Een zangeres die is gaan dirigeren en bijvoorbeeld dit seizoen alweer terugkeert in Philadelphia, het orkest van Yannick. Daar staat ze zelfs in een serie, geheel gewijd aan vrouwen onder de titel WomenNOW .
Bij ons doet ze overigens meer dan dirigeren.
Maar het is wel opvallend zo'n serie in Philadelphia.
Had dat een paar jaar geleden ook gekund?
Het lijkt wel of 'vrouwen' dit jaar internationaal een leitmotief is, zeker in Amerika.
Want Jaap van Zweden maakt het bij zijn orkest in New York nog bonter met project 19.
Daar gaat het om het 19e amendement, waarmee de Amerikaanse vrouwen stemrecht kregen in 1919.
En dat vieren we in Nederland toevallig ook. Honderd jaar vrouwenkiesrecht. Bij het Grachtenfestival is er zelfs een nieuwe opera aan gewijd, Vrouwenstemmen, van Meric Artac. Inderdaad, ook een vrouw.
In de klassieke muziekwereld is het de laatste jaren wel een actueel item, de ongelijke positie tussen mannen en vrouwen. Niet meer wat de bezetting van orkesten betreft, behalve misschien bij het Nieuwjaarsconcert van de Wiener Philharmoniker. Maar zeker wel in dirigentenland, waar de dames definitief lijken door te breken. Vooral het chefdirigentschap van Mirga Grazinyte-Tyla, kortweg Mirga, in Birmingham heeft de bakens verzet. En onlangs hebben ook de orkesten in Antwerpen, Den Haag en Hilversum, waar Karina Canellakis in oktober als chef van het Radio Filharmonisch, voor een vrouw gekozen.
Hoopvolle ontwikkelingen.
Bij componisten ligt het dan nog een beetje anders. In het huidige componeren staan ze al jaren hun mannetje, maar aangezien we vooral muziek van dode componisten spelen is daar in de concertpraktijk nog een grote achterstand, die moeilijk in te halen is.
Met Domestica Rottrdam doen we een bescheiden poging en niet alleen in de Laurenskerk, want we vieren eerst de 200ste geboortedag van Clara Schumann in de Fenix Music Factory.
In de serie in de Laurenskerk breken we een lans voor Barbara Strozzi, die deze maand 400 jaar zou zijn geworden, maar ook Isabella Leonarda en Elisabeth Jaquet de la Guerre komen aan bod, naast nog levende toppers als Sofia Goebaidoelina en Kaija Saariaho. Bovendien zal een viertal vrouwelijke compositiestudenten nieuw werk presenteren.
Geen negentien, zoals in New York, maar wij dragen zo ook ons steentje bij.
Dat dat samenvalt, daar hadden wij bij het bedenken van onze serie nog geen idee van.
Soms hangt iets gewoon in de lucht.
dinsdag 20 augustus 2019
woensdag 17 juli 2019
Architectuur
Er zit bij ons orkest een prettige regelmaat in de tournees.
Meestal twee of drie reizen, waarvan één intercontinentaal, en zelden langer dan veertien dagen.
Na Oost-Azië is komend seizoen Amerika weer aan de beurt.
Maar Midden-Europa volgende maand vind ik zeker zo aantrekkelijk.
In Bremen hebben ze een leuk festival, in Grafenegg zijn we weer terug en hopelijk nu wel, met mooi weer, in de open lucht. Gstaad is nieuw, Rimini een oude bekende, wat mij betreft vooral vanwege een prachtig fresco in de Tempio Maletestiano, en het is ook geen straf om Verona en Locarno te bezoeken. En met een terugkeer naar Luzern, een jaar na ons vorige concert met Yannick, zetten we een mooi uitroepteken achter de tournee.
Je weet nooit van tevoren hoe zo'n serie concerten uitvalt, maar het was duidelijk dat de Azië-tournee in het teken van de architectuur zou staan, natuurlijk vooral vanwege het zalencomplex in Kaosiung, dat 'onze' Francine Houben daar heeft neergezet.
Ze was er ook en heeft ons rondgeleid, nog terug te zien in een leuk gefilmd verslag van Justus Cooiman voor tv Rijnmond. Je ziet daar ook mooi hoe zo'n gebouw in de omgeving werkt en hoe de omgeving daar mee omgaat.
Na afloop is een deel van ons ook nog rondgeleid bij het treinstation dat Mecanoo daar aan het bouwen is. Het heeft zo te zien wel iets weg van wat ze in Delft hebben neergezet. Ik heb het bezoek helaas moeten missen. Ik moest nog even langs een dokter omdat ik me aan een trapje bij de zaal had gestoten. Prachtig gemaakt maar ik had het over het hoofd gezien.
Het weer was misschien wat warm om te werken, maar ik hoop zeker dat we er nog een keer terugkomen.
Ook het bezoek aan Shanghai had een beetje een architectuur-tintje. We vierden daar 40 jaar samenwerking tussen Rotterdam en de Chinese havenstad en dan realiseer je je dat die hele wijk aan de overkant van de oude stad, met die iconische gebouwen er toen nog helemaal niet was. Je hebt er mooi zicht op over de rivier vanaf de Bund, En dan blijkt die promenade waar je over loopt Nederlands ontwerp, in 1986 gerealiseerd door Paulus Snoeren. Zes jaar later bouwde hij de hoge tv-toren in Beijing.
Het is mooi om te zien wat architectuur met een landschap en met de mensen kan doen.
Dat geldt ook voor concertzalen. Ik vind het een groot goed als bij het bouwen van nieuwe concertzalen het contact met de omgeving wordt geoptimaliseerd, als de mensen iets kunnen meebeleven van wat er binnen gebeurd, als ze zich voelen uitgenodigd naar binnen te gaan.
Dat lijkt ook steeds meer een item bij de nieuwe zalen die gebouwd worden.
Meestal twee of drie reizen, waarvan één intercontinentaal, en zelden langer dan veertien dagen.
Na Oost-Azië is komend seizoen Amerika weer aan de beurt.
Maar Midden-Europa volgende maand vind ik zeker zo aantrekkelijk.
In Bremen hebben ze een leuk festival, in Grafenegg zijn we weer terug en hopelijk nu wel, met mooi weer, in de open lucht. Gstaad is nieuw, Rimini een oude bekende, wat mij betreft vooral vanwege een prachtig fresco in de Tempio Maletestiano, en het is ook geen straf om Verona en Locarno te bezoeken. En met een terugkeer naar Luzern, een jaar na ons vorige concert met Yannick, zetten we een mooi uitroepteken achter de tournee.
Je weet nooit van tevoren hoe zo'n serie concerten uitvalt, maar het was duidelijk dat de Azië-tournee in het teken van de architectuur zou staan, natuurlijk vooral vanwege het zalencomplex in Kaosiung, dat 'onze' Francine Houben daar heeft neergezet.
Ze was er ook en heeft ons rondgeleid, nog terug te zien in een leuk gefilmd verslag van Justus Cooiman voor tv Rijnmond. Je ziet daar ook mooi hoe zo'n gebouw in de omgeving werkt en hoe de omgeving daar mee omgaat.
Na afloop is een deel van ons ook nog rondgeleid bij het treinstation dat Mecanoo daar aan het bouwen is. Het heeft zo te zien wel iets weg van wat ze in Delft hebben neergezet. Ik heb het bezoek helaas moeten missen. Ik moest nog even langs een dokter omdat ik me aan een trapje bij de zaal had gestoten. Prachtig gemaakt maar ik had het over het hoofd gezien.
Het weer was misschien wat warm om te werken, maar ik hoop zeker dat we er nog een keer terugkomen.
Ook het bezoek aan Shanghai had een beetje een architectuur-tintje. We vierden daar 40 jaar samenwerking tussen Rotterdam en de Chinese havenstad en dan realiseer je je dat die hele wijk aan de overkant van de oude stad, met die iconische gebouwen er toen nog helemaal niet was. Je hebt er mooi zicht op over de rivier vanaf de Bund, En dan blijkt die promenade waar je over loopt Nederlands ontwerp, in 1986 gerealiseerd door Paulus Snoeren. Zes jaar later bouwde hij de hoge tv-toren in Beijing.
Het is mooi om te zien wat architectuur met een landschap en met de mensen kan doen.
Dat geldt ook voor concertzalen. Ik vind het een groot goed als bij het bouwen van nieuwe concertzalen het contact met de omgeving wordt geoptimaliseerd, als de mensen iets kunnen meebeleven van wat er binnen gebeurd, als ze zich voelen uitgenodigd naar binnen te gaan.
Dat lijkt ook steeds meer een item bij de nieuwe zalen die gebouwd worden.
maandag 27 mei 2019
Currentzis
Er zijn zo van die dirigenten die met een paar gesproken woorden voorafgaand aan een concert een waardevolle verbinding met het publiek tot stand kunnen brengen.
Meestal hebben ze het dan over de muziek die gespeeld gaat worden en is het de bedoeling om inzicht in het werk te verschaffen. Doorgaans gaat dat in het Engels, tenzij de dirigent een Nederlander is, zoals Jan Willem de Vriend, die dat prima kan. Van de buitenlanders herinner ik me bijvoorbeeld Wayne Marshall, die een bepaalde sfeer kan scheppen en Mark Elder, die ooit met zijn tekst over de Vierde van Sjostakovitsj zelfs het orkest wist te inspireren.
Misschien dat Lahav bij ons ook nog wel dergelijke actviteiten gaat ontplooien. Voorlopig richt hij zich vooral op korte filmpjes voor het internet, onder de titel Keynotes, waarin hij laat zien hoe helder hij de essentie van een bepaald stuk in woorden en muziekfragmenten kan vatten.
Ik weet niet of er iets dergelijk ook voor onze Derde Mahler komende week op stapel staat, maar voor dat stuk vond ik elders een prachtig voorbeeld hoe een dirigent zijn publiek mee kan nemen in alle mogelijke details van de partituur en de interpretatie. Het is een nieuw initiatief van Tedor Currentis bij het SWR Symphonieorchester, waar hij net als chef is begonnen.
En dit is de registratie van de bijeenkomst.
Currentzis is iemand die stof doet opwaaien en de muziekwereld verdeelt in 'believers' en 'non-believers'. Hij neemt zichzelf heel serieus en bereikt daar interessante resultaten mee. De ene keer dat ik hem live meemaakte, en voor mij is dat een maatstaf die ik hoger aansla dan het beluisteren van opnames, met zijn eigen orkest was ik teleurgesteld. Effectbejag, accenten zo sterk mogelijk, liefst nog iets te vroeg, uitersten opzoeken zonder voldoende rekening te houden met logica en samenhang. Het meest stoorde me nog zijn gebrek aan aandacht voor de baslijn. Er stond een kruk, maar hij danste er de hele tijd om heen in voortdurend contact met eerste violen en solo-blazers.
Dat was toen mijn indruk. De muziek was van Mozart en Beethoven.
Intussen vliegen de juichende recensies ons om de oren. Mozart-opera's, de Pathétique, de Sacre. Hij weet velen te raken en te verbazen. En ik moet zeggen: ik ben van deze aanpak, het concept Currentzis-Lab, zeker gecharmeerd. Het geeft inzicht in de muziek en in deze musicus op een manier die ik elders nog niet ben tegengekomen. Ook als je het niet overal eens mee bent biedt het zeker waardevolle stof tot nadenken.Zoals waarom Mahler geen metronoomcijfers gebruikt, terwijl hij zich voortdurend zo druk maakt over tempo en het risico te haasten of te vertragen: Nicht schleppen, Nicht eilen. ?
Currentzis luistert naar opnames van andere dirigenten en becommentarieert ze zonder namen te noemen, want daar gaat het hem niet om. Het gaat om de keuzes die gemaakt worden en het effect zoals hij dat ervaart. Hij beperkt zich tot de finale, maar dat lijkt me een goede keus. Misschien had hij nog meer de dialoog aan kunnen gaan met de dame aan zijn linkerhand en meer tijd uit kunnen trekken voor vragen uit de zaal, maar waarschijnlijk zal dit concept zich nog wel ontwikkelen.
Iets om in de gaten te houden. En geen miverstand: ik zou ook heel graag eens onder Currentzis spelen.
Wij spelen met Lahav de symfonie komende week deze prachtige symfonie en na het horen van dit verhaal zul je zeker anders luisteren naar dit laatste deel.
Was mir die Liebe erzählt.
Meestal hebben ze het dan over de muziek die gespeeld gaat worden en is het de bedoeling om inzicht in het werk te verschaffen. Doorgaans gaat dat in het Engels, tenzij de dirigent een Nederlander is, zoals Jan Willem de Vriend, die dat prima kan. Van de buitenlanders herinner ik me bijvoorbeeld Wayne Marshall, die een bepaalde sfeer kan scheppen en Mark Elder, die ooit met zijn tekst over de Vierde van Sjostakovitsj zelfs het orkest wist te inspireren.
Misschien dat Lahav bij ons ook nog wel dergelijke actviteiten gaat ontplooien. Voorlopig richt hij zich vooral op korte filmpjes voor het internet, onder de titel Keynotes, waarin hij laat zien hoe helder hij de essentie van een bepaald stuk in woorden en muziekfragmenten kan vatten.
Ik weet niet of er iets dergelijk ook voor onze Derde Mahler komende week op stapel staat, maar voor dat stuk vond ik elders een prachtig voorbeeld hoe een dirigent zijn publiek mee kan nemen in alle mogelijke details van de partituur en de interpretatie. Het is een nieuw initiatief van Tedor Currentis bij het SWR Symphonieorchester, waar hij net als chef is begonnen.
En dit is de registratie van de bijeenkomst.
Currentzis is iemand die stof doet opwaaien en de muziekwereld verdeelt in 'believers' en 'non-believers'. Hij neemt zichzelf heel serieus en bereikt daar interessante resultaten mee. De ene keer dat ik hem live meemaakte, en voor mij is dat een maatstaf die ik hoger aansla dan het beluisteren van opnames, met zijn eigen orkest was ik teleurgesteld. Effectbejag, accenten zo sterk mogelijk, liefst nog iets te vroeg, uitersten opzoeken zonder voldoende rekening te houden met logica en samenhang. Het meest stoorde me nog zijn gebrek aan aandacht voor de baslijn. Er stond een kruk, maar hij danste er de hele tijd om heen in voortdurend contact met eerste violen en solo-blazers.
Dat was toen mijn indruk. De muziek was van Mozart en Beethoven.
Intussen vliegen de juichende recensies ons om de oren. Mozart-opera's, de Pathétique, de Sacre. Hij weet velen te raken en te verbazen. En ik moet zeggen: ik ben van deze aanpak, het concept Currentzis-Lab, zeker gecharmeerd. Het geeft inzicht in de muziek en in deze musicus op een manier die ik elders nog niet ben tegengekomen. Ook als je het niet overal eens mee bent biedt het zeker waardevolle stof tot nadenken.Zoals waarom Mahler geen metronoomcijfers gebruikt, terwijl hij zich voortdurend zo druk maakt over tempo en het risico te haasten of te vertragen: Nicht schleppen, Nicht eilen. ?
Currentzis luistert naar opnames van andere dirigenten en becommentarieert ze zonder namen te noemen, want daar gaat het hem niet om. Het gaat om de keuzes die gemaakt worden en het effect zoals hij dat ervaart. Hij beperkt zich tot de finale, maar dat lijkt me een goede keus. Misschien had hij nog meer de dialoog aan kunnen gaan met de dame aan zijn linkerhand en meer tijd uit kunnen trekken voor vragen uit de zaal, maar waarschijnlijk zal dit concept zich nog wel ontwikkelen.
Iets om in de gaten te houden. En geen miverstand: ik zou ook heel graag eens onder Currentzis spelen.
Wij spelen met Lahav de symfonie komende week deze prachtige symfonie en na het horen van dit verhaal zul je zeker anders luisteren naar dit laatste deel.
Was mir die Liebe erzählt.
donderdag 16 mei 2019
Sibelius
Van Furtwängler naar Sibelius lijkt niet de meest voor de hand liggende stap.
Wie kent hem als Sibelius-dirigent?
Toch vormen En Saga en het Vioolconcert ook onderdeel van die radio-opnames uit de oorlogsjaren.
Ze werden gespeeld op 7 februari 1943.
De opname van En Saga ken ik als krachtig en heel expressief.
Furtwängler zag Sibelius als impressionist, in de hoek van Richard Strauss, Debussy, Ravel en Reger. Daar valt wat voor te zeggen. In 1950 schreef hij nog in zijn 'Notebooks' over 'the monument of great and unbroken humanity' dat Sibelius met zijn muziek heeft opgericht. 'It is with admiration that the world remembers this man who has done so much more for his country than it is generally granted to a musician to be able to do.' In het Duits klinkt het misschien nog mooier. Wat de aanleiding was ontgaat me, want toen Sibelius overleed was Furtwängler al twee jaar dood.
Zijn antipode Karajan wist ook wel raad met Sibelius. Ik las ergens dat hij de favoriete dirigent van de componist zelf was, maar misschien was daar sprake van een verwisseling met Kajanus.
Robert Kajanus was een goede vriend van de componist en bij veel van diens muziek de eerste interpreet. En Saga was een opdracht van hem.
Maar Karajan kon er zeker ook wat van.
Hij zag Sibelius meer vanuit een verwantschap met Bruckner.
Hij dirigeerde de Zesde in 1938 in Stockholm en in die jaren vast ook in Duitsland.
Zeker ook in zijn tijd als chef in Berlijn, hoewel misschien niet altijd tot ieders genoegen.
Ik was verbaasd door het verhaal van Saraste, die zei dat Sibelius' muziek na de oorlog besmet was door het enthousiasme van Hitler voor die muziek, met name in Duitsland. In Engeland bijvoorbeeld is hij altijd populair geweest.
Saraste was al vaker bij ons, al vanaf begin jaren 90, en behoort inmiddels tot de oudere generatie van topdirigenten die Finland de laatste decennia heeft afgeleverd. Aangezien het idioom van Sibelius nauw verbonden is met de Finse taal, is dat voor de promotie van zijn muziek een goede zaak.
Wat dat betreft heeft Saraste in violist Kuusisto een ideale bondgenoot. En nu eens niet met het beroemde Vioolconcert maar met de zelden gespeelde Humoresken. Echte juweeltjes, zeker in zijn handen, die ik nog nooit gehoord had.
Wie kent hem als Sibelius-dirigent?
Toch vormen En Saga en het Vioolconcert ook onderdeel van die radio-opnames uit de oorlogsjaren.
Ze werden gespeeld op 7 februari 1943.
De opname van En Saga ken ik als krachtig en heel expressief.
Zijn antipode Karajan wist ook wel raad met Sibelius. Ik las ergens dat hij de favoriete dirigent van de componist zelf was, maar misschien was daar sprake van een verwisseling met Kajanus.
Robert Kajanus was een goede vriend van de componist en bij veel van diens muziek de eerste interpreet. En Saga was een opdracht van hem.
Maar Karajan kon er zeker ook wat van.
Hij zag Sibelius meer vanuit een verwantschap met Bruckner.
Hij dirigeerde de Zesde in 1938 in Stockholm en in die jaren vast ook in Duitsland.
Zeker ook in zijn tijd als chef in Berlijn, hoewel misschien niet altijd tot ieders genoegen.
Ik was verbaasd door het verhaal van Saraste, die zei dat Sibelius' muziek na de oorlog besmet was door het enthousiasme van Hitler voor die muziek, met name in Duitsland. In Engeland bijvoorbeeld is hij altijd populair geweest.
Saraste was al vaker bij ons, al vanaf begin jaren 90, en behoort inmiddels tot de oudere generatie van topdirigenten die Finland de laatste decennia heeft afgeleverd. Aangezien het idioom van Sibelius nauw verbonden is met de Finse taal, is dat voor de promotie van zijn muziek een goede zaak.
Wat dat betreft heeft Saraste in violist Kuusisto een ideale bondgenoot. En nu eens niet met het beroemde Vioolconcert maar met de zelden gespeelde Humoresken. Echte juweeltjes, zeker in zijn handen, die ik nog nooit gehoord had.
donderdag 9 mei 2019
Furtwängler
Wat kun je doen als twee van je helden met elkaar botsen?
Kun je de één zomaar van zijn sokkel laten vallen, zodat de ander onbeschadigd blijft?
Of is het beter om te onderzoeken waar de frictie vandaan komt?
Dat laatste is in dit geval zeker interessant.
Waar het om gaat: ik ben een fan van Alex Ross, de Amerikaanse muziekjournalist die een blog onderhoudt met de titel van zijn grote succesboek over klassieke muziek in de twintigste eeuw als web-adres. Wat mij betreft een uniek boek. Listen to this, werd veel minder bekend, maar is zeker ook het lezen waard.
Ik volg hem eigenlijk vooral op internet en in The New Yorker.
En daar verscheen afgelopen week een minder dan vleiend artikel over een dirigent die heel hoog op mijn lijst van interessante musici staat: Wilhelm Furtwängler.
De titel laat aan duidelijkheid niets te wensen over: The disquieting power of Wilhelm Furtwängler, Hitler's court conductor.
In het eerste fotobijschrift is meteen al sprake van een 'nimbus of greatness' die gedemythologiseerd moet worden. Demythologiseren kan heel goed zijn, maar wil ik dit wel lezen?
Natuurlijk heb ik het gedaan en het is zeker het lezen waard.
Wat mij betreft meer door de vragen die het oproept dan de mening van de auteur.
Laat ik er een paar van noemen.
Natuurlijk gaat het over zijn rol tegenover en mogelijk in samenwerking met het Hitler-regime in een tijd dat vele collega's het land moesten of besloten te verlaten. Daar zijn boeken over volgeschreven en er wordt verschillend over geoordeeld. Interessanter in dit verband is de vraag of dat het luisteren naar deze opnames moet beïnvloeden.
Aanleiding voor deze bespreking is het verschijnen van een box met 22 cd's van live-registraties van de Berliner Philharmoniker uit de jaren 1939-45. Een deel van de opnames, 8 cd's bij DGG, heb ik al vele jaren in mijn bezit en regelmatig met bewondering en fascinatie beluisterd. Daarbij zit bijvoorbeeld een prachtige uitvoering van Schumanns Celloconcert door 'onze' Tibor de Machula, destijds nog in Berlijn werkzaam. Ross betrekt de luisteraar van destijds erbij en citeert uit een toelichting bij een Beethoven-concert: 'It is our world that sounds forth when the bows are set in motion, the world of a spirit that no enemy air raid can destroy, nor any bomb'. Beethoven als symbool van de kracht van de Duitse cultuur die niet gebroken kan worden door de geallieerde bombardementen.
Daar kun je op verschillende manieren naar kijken. Ik weet niet wie er naar deze concerten konden komen luisteren, maar dat Beethoven zo in Duitsland gespeeld werd lijkt me geen slechte zaak. De urgentie in het spel van de musici zal niet bij allen vanuit eenzelfde motivatie komen. En die urgentie wordt vast een overdaad, wring significance from every phrase zoals Ross schrijft, als je teveel opnames na elkaar beluistert. Maar ik word totaal gegrepen door die Ouverture Coriolan.
Niet om vandaag de dag zo uit te voeren. Ook toen was het een eenmalige gebeurtenis die je eigenlijk alleen goed kunt ervaren als je er in de zaal bij bent. Maar ik vind het prachtig hoe zinvol er bijvoorbeeld met vrijheid van tempo wordt omgegaan. Om een tweede, lyrischer thema langzamer te spelen was toen wel een soort traditie, die voor mij bij iemand als Mengelberg nog weleens geforceerd overkomt. In deze uitvoering overtuigt het mij volkomen, zeker de laatste keer na de lange noot in de hoorns (6:22). En ik ben blij dat ik daar nu weer eens naar geluisterd heb. In dat opzicht geen demythologisering voor mij. En het chauvinisme waar Ross tegenaan loopt, en dat bepaald niet beperkt blijft tot die duistere jaren, stoort mij nauwelijks.
Waar in het artikel meer de nadruk op is gelegd is dat de dirigent (en componist) het tonale muzieksysteem superieur acht aan de atonaliteit, die vanaf het begin van de eeuw met Schönberg weliswaar een belangrijke factor in het componeren is geworden, maar nog steeds de aansluiting met het publiek mist. Dat is uiteraard tegen het zere been van Ross, die zich altijd met een bewonderswaardige energie inzit voor de huidige avant-garde. Maar ik vind het niet fair als hij een verbinding maakt tussen uitspraken van Furtwängler over atonaliteit van Arnold Schönberg als biologically inferior en de Holocaust. Een Joodse, entartete componist die biologisch inferieur bezig zou zijn. Dat kan verontwaardiging oproepen die niet op zijn plaats is.
Kun je de één zomaar van zijn sokkel laten vallen, zodat de ander onbeschadigd blijft?
Of is het beter om te onderzoeken waar de frictie vandaan komt?
Dat laatste is in dit geval zeker interessant.
Waar het om gaat: ik ben een fan van Alex Ross, de Amerikaanse muziekjournalist die een blog onderhoudt met de titel van zijn grote succesboek over klassieke muziek in de twintigste eeuw als web-adres. Wat mij betreft een uniek boek. Listen to this, werd veel minder bekend, maar is zeker ook het lezen waard.
Ik volg hem eigenlijk vooral op internet en in The New Yorker.
En daar verscheen afgelopen week een minder dan vleiend artikel over een dirigent die heel hoog op mijn lijst van interessante musici staat: Wilhelm Furtwängler.
De titel laat aan duidelijkheid niets te wensen over: The disquieting power of Wilhelm Furtwängler, Hitler's court conductor.
In het eerste fotobijschrift is meteen al sprake van een 'nimbus of greatness' die gedemythologiseerd moet worden. Demythologiseren kan heel goed zijn, maar wil ik dit wel lezen?
Natuurlijk heb ik het gedaan en het is zeker het lezen waard.
Wat mij betreft meer door de vragen die het oproept dan de mening van de auteur.
Laat ik er een paar van noemen.
Natuurlijk gaat het over zijn rol tegenover en mogelijk in samenwerking met het Hitler-regime in een tijd dat vele collega's het land moesten of besloten te verlaten. Daar zijn boeken over volgeschreven en er wordt verschillend over geoordeeld. Interessanter in dit verband is de vraag of dat het luisteren naar deze opnames moet beïnvloeden.
Aanleiding voor deze bespreking is het verschijnen van een box met 22 cd's van live-registraties van de Berliner Philharmoniker uit de jaren 1939-45. Een deel van de opnames, 8 cd's bij DGG, heb ik al vele jaren in mijn bezit en regelmatig met bewondering en fascinatie beluisterd. Daarbij zit bijvoorbeeld een prachtige uitvoering van Schumanns Celloconcert door 'onze' Tibor de Machula, destijds nog in Berlijn werkzaam. Ross betrekt de luisteraar van destijds erbij en citeert uit een toelichting bij een Beethoven-concert: 'It is our world that sounds forth when the bows are set in motion, the world of a spirit that no enemy air raid can destroy, nor any bomb'. Beethoven als symbool van de kracht van de Duitse cultuur die niet gebroken kan worden door de geallieerde bombardementen.
Daar kun je op verschillende manieren naar kijken. Ik weet niet wie er naar deze concerten konden komen luisteren, maar dat Beethoven zo in Duitsland gespeeld werd lijkt me geen slechte zaak. De urgentie in het spel van de musici zal niet bij allen vanuit eenzelfde motivatie komen. En die urgentie wordt vast een overdaad, wring significance from every phrase zoals Ross schrijft, als je teveel opnames na elkaar beluistert. Maar ik word totaal gegrepen door die Ouverture Coriolan.
Waar in het artikel meer de nadruk op is gelegd is dat de dirigent (en componist) het tonale muzieksysteem superieur acht aan de atonaliteit, die vanaf het begin van de eeuw met Schönberg weliswaar een belangrijke factor in het componeren is geworden, maar nog steeds de aansluiting met het publiek mist. Dat is uiteraard tegen het zere been van Ross, die zich altijd met een bewonderswaardige energie inzit voor de huidige avant-garde. Maar ik vind het niet fair als hij een verbinding maakt tussen uitspraken van Furtwängler over atonaliteit van Arnold Schönberg als biologically inferior en de Holocaust. Een Joodse, entartete componist die biologisch inferieur bezig zou zijn. Dat kan verontwaardiging oproepen die niet op zijn plaats is.
Op zoek naar de bron, die Ross niet noemt, kwam ik een bundel teksten tegen, Gespräche über Musik, waarin het laatste gesprek inderdaad uit 1947 stamt. De dirigent spreekt daarin over het probleem dat het publiek het contact met het hedendaagse componeren steeds meer kwijtraakt. Hij zet tonale en atonale muziek tegenover elkaar en ziet de tonale als een zich organischer, van binnenuit, op basis van cadenzen, van de tegenstelling spanning-ontspanning, ontwikkelende muziektaal. Atonale muziek heeft zeker ook kwaliteiten, maar is in biologisch opzicht in het nadeel. Diese biologischen Minderwertigkeit mag eine intellektuelle Hochwertigkeit gegenüberstellen; das ändert an die Tatsache an sich nichts. Daarover kun je van mening verschillen, maar het is wel een heel ander verhaal dan Ross suggereert. En de verbinding met wegblijvende publiek vind ik niet zo raar.
Overigens was Furtwängler degene die Schönbergs Varitionen opus 31 ooit in Berlijn in wereldpremière bracht. En welke dirigent heeft dat tegenwoordig nog op zijn repertoire?
Het zijn interessante vragen die het artikel oproept en misschien wel aanleiding om weer eens wat dieper in de materie te duiken. Zo'n ouverture van Beethoven is in wezen nog een redelijk onschuldig voorbeeld, maar ook één van mijn favoriete uitvoeringen van de Negende komt van deze dirigent met dit orkest in dezelfde zaal, maart 1942. Wat zouden ze toen gedacht hebben bij Alle Menschen werden Brüder!?
woensdag 17 april 2019
Woord
Er zijn weinig bijbelteksten die ik nog in mijn geheugen heb zitten maar het begin van het Johannes-evangelie is daar één van.
In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God.
Misschien wel de mooiste openingszin uit de hele Bijbel.
En een onmiskenbare verwijzing naar Genesis 1.
Ik moest er aan denken toen ik me op de concerten van deze week ging voorbereiden.
De Johannes Passion. Weleens maar niet vaak gespeeld.
En dan ontdek je weer dat de tekst van Johannes zo anders is dan die van Mattheus.
En hoe Bach dat in zijn muziek vertaalt.
En dat dirigent Gardiner daar beeldend over kan vertellen in zijn boek Music in the Castle of Heaven.
Hij kent de gave van het woord.
Johannes gebruikt veel minder woorden dan Mattheus. Soms zelfs te weinig voor Bachs doel en dan put hij nog wat uit het andere verhaal, zoals het moment van Petrus na zijn verloochening: und weinete bitterlich. Ook het beven van de aarde en scheuren van de voorhang komt bij Mattheus vandaan.
Alles kost in deze Passion minder tijd. Nauwelijks heeft Pilatus toegegeven aan het volk of Jezus is al met zijn kruis onderweg naar Golgotha. En voor het moment van overlijden gebruikt de evangelist zijn kortste recitatief. Één enkele maat: Und neiget das Haupt und verschied.
Kort maar krachtig. Heel krachtig.
De rol van Pilatus is een interessante en niet eens onsympathiek. Vooral de tegenstelling tussen de confrontatie met het publiek buiten en de dialoog, als het ware onder vier ogen, met Jezus binnen werkt heel sterk. En de momenten die Bach kiest om het verhaal te onderbreken voor een reactie van de gemeente, zoals wanneer Jezus over zijn koningschap heeft gesproken, Ach grosser König, na het bevel van Pilatus tot geselen, de bas- en de tenoraria, en als Pilatus een manier wil vinden om hem vrij te kunnen laten, Durch dein Gefängnis.
Ook onze dirigent van deze week, John Butt, heeft al menige tekst gepubliceerd, zelfs een boek over de beide passies van Bach, Bach's dialogue with modernity. Hij benadrukt ook tijdens de repetities dat het voor Bach in deze muziek niet alleen om de gebeurtenissen rond de jaartelling ging, maar meer nog om zijn eigen tijdgenoten en, in het verlengde daarvan, om de luisteraar van nu. Die luisteraar wordt in de Doelen ook deelnemer desgewenst. Het publiek mag twee koralen meezingen.
Butts aanwijzingen voor het koor gaan met name over de tekst, het belang van bepaalde woorden en daarmee ook de manier waarop ze worden uitgesproken. De evangelist zou tevreden zijn.
Maar hij heeft het ook over de symmetrie in het werk, met als centrale punt het koraal Durch dein Gefängnis:
Het vormt als onderbreking midden in de berechtingsscene een moment voor de gemeente om de centrale theologische boodschap te overdenken over de vrijheid die de mensen gegeven is door de opoffering van Christus. Het koor ervoor en erna hebben dezelfde muziek in een verschillende toonsoort, eerste over de Joodse wet en vervolgens over de gehoorzaamheid aan de keizer.
Ik heb als tutti-cellist niet heel veel te spelen, de meeste noten zijn voor de cellist in het continuo, maar het is fantastisch om al die koralen te spelen. Eenvoudige melodieën die steeds op een verrassende en expressieve manier zijn geharmoniseerd. Wat een rijkdom.
En de kans om lekker te luisteren naar de zangers. De alt-aria met gamba, Es ist vollbracht, is dan een van mijn favorieten, en niet in de eerste plaats omdat Beethoven die melodie in zijn Derde cellosonate heeft gebruikt. De reden daarvan - of zou het toeval zijn? - hoop ik nog eens te ontdekken.
.
In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God.
Misschien wel de mooiste openingszin uit de hele Bijbel.
En een onmiskenbare verwijzing naar Genesis 1.
Ik moest er aan denken toen ik me op de concerten van deze week ging voorbereiden.
De Johannes Passion. Weleens maar niet vaak gespeeld.
En dan ontdek je weer dat de tekst van Johannes zo anders is dan die van Mattheus.
En hoe Bach dat in zijn muziek vertaalt.
En dat dirigent Gardiner daar beeldend over kan vertellen in zijn boek Music in the Castle of Heaven.
Hij kent de gave van het woord.
Johannes gebruikt veel minder woorden dan Mattheus. Soms zelfs te weinig voor Bachs doel en dan put hij nog wat uit het andere verhaal, zoals het moment van Petrus na zijn verloochening: und weinete bitterlich. Ook het beven van de aarde en scheuren van de voorhang komt bij Mattheus vandaan.
Alles kost in deze Passion minder tijd. Nauwelijks heeft Pilatus toegegeven aan het volk of Jezus is al met zijn kruis onderweg naar Golgotha. En voor het moment van overlijden gebruikt de evangelist zijn kortste recitatief. Één enkele maat: Und neiget das Haupt und verschied.
Kort maar krachtig. Heel krachtig.
De rol van Pilatus is een interessante en niet eens onsympathiek. Vooral de tegenstelling tussen de confrontatie met het publiek buiten en de dialoog, als het ware onder vier ogen, met Jezus binnen werkt heel sterk. En de momenten die Bach kiest om het verhaal te onderbreken voor een reactie van de gemeente, zoals wanneer Jezus over zijn koningschap heeft gesproken, Ach grosser König, na het bevel van Pilatus tot geselen, de bas- en de tenoraria, en als Pilatus een manier wil vinden om hem vrij te kunnen laten, Durch dein Gefängnis.
Ook onze dirigent van deze week, John Butt, heeft al menige tekst gepubliceerd, zelfs een boek over de beide passies van Bach, Bach's dialogue with modernity. Hij benadrukt ook tijdens de repetities dat het voor Bach in deze muziek niet alleen om de gebeurtenissen rond de jaartelling ging, maar meer nog om zijn eigen tijdgenoten en, in het verlengde daarvan, om de luisteraar van nu. Die luisteraar wordt in de Doelen ook deelnemer desgewenst. Het publiek mag twee koralen meezingen.
Butts aanwijzingen voor het koor gaan met name over de tekst, het belang van bepaalde woorden en daarmee ook de manier waarop ze worden uitgesproken. De evangelist zou tevreden zijn.
Maar hij heeft het ook over de symmetrie in het werk, met als centrale punt het koraal Durch dein Gefängnis:
Ik heb als tutti-cellist niet heel veel te spelen, de meeste noten zijn voor de cellist in het continuo, maar het is fantastisch om al die koralen te spelen. Eenvoudige melodieën die steeds op een verrassende en expressieve manier zijn geharmoniseerd. Wat een rijkdom.
En de kans om lekker te luisteren naar de zangers. De alt-aria met gamba, Es ist vollbracht, is dan een van mijn favorieten, en niet in de eerste plaats omdat Beethoven die melodie in zijn Derde cellosonate heeft gebruikt. De reden daarvan - of zou het toeval zijn? - hoop ik nog eens te ontdekken.
.
donderdag 4 april 2019
Eredirigent
En het was inderdaad een hele bijzondere week met Yannick.
Er was natuurlijk die Dertiende Sjostakovitsj, die we nooit eerder gespeeld hadden.
Met een klankwereld die we van het Tweede celloconcert kennen, dat gelukkig wel steeds meer gespeeld wordt, maar dan toch weer anders. Waanzinnige muziek.
Het effect van zo'n grote groep mannen die, eensgezind en eenstemmig, de dialoog aangaat met de solist is heel uitzonderlijk en werkt heel goed. En die solist was een klasse op zich.
We kennen Michael Petrenko inmiddels goed. Na de, nog wat jonge, koning Marke die hij met Valery in 2007 in het Gergiev Festival zong was hij de laatste aflevering een overtuigende Hunding. Hij zong Verdi's Filips II met Yannick bij DNO in 2012 en was er ook bij in het Requiem. Maar voor deze partij van Sjostakovitsj staat hij absoluut op eenzame hoogte. Zijn lengte had deze keer voor mij nadelen want hij ontnam mij herhaaldelijk het zicht op de dirigent, maar het was geen straf om met hem op zo'n korte afstand het verhaal intens mee te beleven.
Maar met Yannick werken was een groot feest der herkenning.
We hebben natuurlijk al zoveel met elkaar meegemaakt. We moeten ons in deze nieuwe relatie wel weer even vinden, maar het voelde alsof hij er kort geleden nog was, terwijl er toch alweer een half jaar tussen zat. Tijd waarin hij, net als wij, zijn eigen ontwikkeling doormaakt. En zo zal het komende jaren verder gaan.
Ik vind het heel spannend om te zien wat het leiden van een groot operahuis met hem als dirigent gaat doen. Vroeger, een eeuw geleden, was het operatheater de plaats waar je als dirigent het vak leert, van het repeteren met zangers tot het assisteren van orkestrepetities tot het af en toe invallen. Dat is niet meer de weg van de jonge dirigeertalenten. Dirigenten die in het theater beginnen lijken de uitzonderingen. Ik weet niet zeker of dat een verlies is.
Ik verwacht wel dat, hoewel Yannick al heel wat opera-ervaring heeft, ook met ons bij DNO, zo'n vaste plek in de Met hem nog weer meer, en op een andere manier, zal doen rijpen. En daar verheug ik me enorm op.
Dat is nog wel even wachten, maar dan komt hij ook meteen met een grote, een hele grote Strauss-opera en een prachtige Mahler-symfonie. Mahler was zo'n dirigent die zijn muzikale leven grotendeels in de orkestbak doorbracht. Ik kan me voorstellen dat opera-ervaring een dirigent ook kan helpen bij het doorgronden van Mahlers idioom.
Maar het wordt natuurlijk vooral Die Frau ohne Schatten waar we het avontuur gaan beleven. En niet alleen in Rotterdam, maar ook bij onze vrienden in Dortmund en Parijs, die ons deze keer ook weer zo hartelijk ontvangen hebben.
Ik zou iedereen die er iets van mee wil pikken aanraden om er snel bij te zijn met kaarten bestellen.
Losse kaarten komen pas 15 mei in de verkoop, maar hou het in de gaten.
We gaan met Yannick een bijzondere tijd tegemoet.
Er was natuurlijk die Dertiende Sjostakovitsj, die we nooit eerder gespeeld hadden.
Met een klankwereld die we van het Tweede celloconcert kennen, dat gelukkig wel steeds meer gespeeld wordt, maar dan toch weer anders. Waanzinnige muziek.
Het effect van zo'n grote groep mannen die, eensgezind en eenstemmig, de dialoog aangaat met de solist is heel uitzonderlijk en werkt heel goed. En die solist was een klasse op zich.
We kennen Michael Petrenko inmiddels goed. Na de, nog wat jonge, koning Marke die hij met Valery in 2007 in het Gergiev Festival zong was hij de laatste aflevering een overtuigende Hunding. Hij zong Verdi's Filips II met Yannick bij DNO in 2012 en was er ook bij in het Requiem. Maar voor deze partij van Sjostakovitsj staat hij absoluut op eenzame hoogte. Zijn lengte had deze keer voor mij nadelen want hij ontnam mij herhaaldelijk het zicht op de dirigent, maar het was geen straf om met hem op zo'n korte afstand het verhaal intens mee te beleven.
Maar met Yannick werken was een groot feest der herkenning.
We hebben natuurlijk al zoveel met elkaar meegemaakt. We moeten ons in deze nieuwe relatie wel weer even vinden, maar het voelde alsof hij er kort geleden nog was, terwijl er toch alweer een half jaar tussen zat. Tijd waarin hij, net als wij, zijn eigen ontwikkeling doormaakt. En zo zal het komende jaren verder gaan.
Ik vind het heel spannend om te zien wat het leiden van een groot operahuis met hem als dirigent gaat doen. Vroeger, een eeuw geleden, was het operatheater de plaats waar je als dirigent het vak leert, van het repeteren met zangers tot het assisteren van orkestrepetities tot het af en toe invallen. Dat is niet meer de weg van de jonge dirigeertalenten. Dirigenten die in het theater beginnen lijken de uitzonderingen. Ik weet niet zeker of dat een verlies is.
Ik verwacht wel dat, hoewel Yannick al heel wat opera-ervaring heeft, ook met ons bij DNO, zo'n vaste plek in de Met hem nog weer meer, en op een andere manier, zal doen rijpen. En daar verheug ik me enorm op.
Dat is nog wel even wachten, maar dan komt hij ook meteen met een grote, een hele grote Strauss-opera en een prachtige Mahler-symfonie. Mahler was zo'n dirigent die zijn muzikale leven grotendeels in de orkestbak doorbracht. Ik kan me voorstellen dat opera-ervaring een dirigent ook kan helpen bij het doorgronden van Mahlers idioom.
Maar het wordt natuurlijk vooral Die Frau ohne Schatten waar we het avontuur gaan beleven. En niet alleen in Rotterdam, maar ook bij onze vrienden in Dortmund en Parijs, die ons deze keer ook weer zo hartelijk ontvangen hebben.
Ik zou iedereen die er iets van mee wil pikken aanraden om er snel bij te zijn met kaarten bestellen.
Losse kaarten komen pas 15 mei in de verkoop, maar hou het in de gaten.
We gaan met Yannick een bijzondere tijd tegemoet.
Abonneren op:
Posts (Atom)



















