maandag 11 juli 2011

Zomer

We zijn alweer een paar dagen terug op Nederlandse bodem, na de aswolk-vertraging van twee dagen, maar de vermoeidheid komt nog uit alle poriën.
Het was een boeiende reis maar behoorlijk zwaar.
Niet alleen de gebruikelijke jetlag, maar ook meerdere gemiste, want in vliegtuigen doorgebrachte nachten en vele wacht-uren op luchthavens. En verder moest er natuurlijk gewoon gewerkt worden.

Ik heb, ondanks mijn smartphone, hier weinig van mij laten horen, maar er was een journalist in ons gezelschap die dagelijks zijn verhaal op internet heeft verspreid. Als ik de volgende tournee mijn toestel onder de knie heb zal ik weer een eigen verhaal maken.
Een terugblik is van mij ook niet meer te verwachten want de tent moet snel ingepakt worden om nog lekker met het gezin van een buitenlandse vakantie te gaan genieten. Begin augustus worden we alweer in topvorm in San Sebastian verwacht. En dan mag ik nog blij zijn dat ik niets geboekt had, want verschillende collega's moesten hun vakantievlucht laten schieten.
Anderen vonden na terugkomst hun rekening leeggehaald door criminelen.
Heel vervelend allemaal, maar dat had natuurlijk ook in Europa kunnen gebeuren.
En veel redenen tot klagen hebben we niet, als je daar de ongelooflijke armoede op straat ziet.
Een reis dus die nog lang stof tot nadenken biedt.
Ook over de vele boekhandels in Buenos Aires bijvoorbeeld, waar Jorge Luis Borges een nationale held lijkt.
Na tango-legende Carlos Gardel natuurlijk.

Voor iedereen een mooie zomer toegewenst en de hoop op een inspirerend seizoen met wellicht wat voortschrijdend inzicht in de politiek, waar onze staatssecretaris inmiddels toegeeft met de btw-verhoging niet erg gelukkig te zijn.

zaterdag 25 juni 2011

Begin van de tournee. Lima

Morgen kunnen we Peru laten horen wat we waard zijn. De affiches hangen er. Slatkin staat erop maar het orkest zal Detroit wel zijn.


zondag 19 juni 2011

Tom Poes, verzin een list!

Het is sinds de opera een beetje stil geworden, hier.
Dat was niet de bedoeling, er was genoeg om over te schrijven.

Met de Lord of the Rings was makkelijk een stuk te vullen geweest. In meerdere opzichten een unieke gebeurtenis.
Een prachtige samenwerking tussen Doelen en orkest, rijen voor de ingang vooraf en rijen in de pauze en na afloop voor de kassa om kaartjes voor volgend jaar te bemachtigen. Ik heb zelden zo'n ontlading  na de (lange) aftiteling gezien. Mensen maken iets bijzonders mee en hebben daar geld voor over. Hoeveel daarvan bij onze organisaties terechtkomt, of we de percentages van Zijlstra halen weet ik niet, maar nieuw, en internationaal, publiek hebben we zeker bereikt.
Ik had erover kunnen schrijven, maar de politiek hield me teveel bezig.

We hadden opnames met Yannick. Concert voor Orkest van Bartok. Weer heel wat anders dan de Ravel, Berlioz, Beethoven, Mahler. En Strauss. De nieuwe cd (Heldenleben) werd gepresenteerd aan de wethouder van Rotterdam, die ons in de politiek woelige tijden zal blijven steunen. En Bartok is meteen gerepeteerd voor de concerten in San Sebastian.
Ook hierover was genoeg te vertellen.
Ik had geen zin, geen motivatie.

Donderdag vertrekken we richting Zuid-Amerika, dus voor die tijd zal er hier ook niets verschijnen.
Misschien wel weer iets daarvandaan of na terugkeer. Sinds een week ben ik in het trotse bezit van een smartphone, wat vast ook mogelijkheden biedt voor deze blog, maar dat moet ik allemaal nog uitzoeken en oefenen. Misschien leidt het tot kortere teksten, wat kun je op zo'n ding, en eigen foto's. Mee met het snellere tempo en de beeldcultuur van de huidige tijd.

En even weg van de vaderlandse politiek.
Dat kan verfrissend werken, hoewel de cultuurpolitiek in Latijns Amerika ook niet overal te prefereren is.
Ik ben benieuwd of we er iets van mee krijgen.
Van de Haagse politiek wordt ik erg somber. Niet eens in de eerste plaats over de beslissingen, daar zullen wij als orkest misschien niet slecht van af komen. Maar meer over de motivatie van de keuzes, en het gebrek aan termijnvisie. Gebrek aan besef voor het belang van cultuur, voor de plaats van cultuur in de gewenste samenleving, enzovoorts, enzovoorts.
Ik geloof niet dat het slecht is als de subsidie-gever eisen stelt aan de instellingen die geld ontvangen. Er kan vast nog veel verbeterd worden. Maar geef de kunstenwereld die kans dan vooral!
En misschien mogen er dan aan de politiek ook eisen worden gesteld. Een minimum aan culturele bagage bijvoorbeeld. Waarom niet een verplichte boekenlijst, een paar films die ze gezien moeten hebben, wat toneelwerk, een paar symfonieën, een enkele Rembrandt en Vermeer?
Die boeken hoeven niet al te moeilijk te zijn, ze moeten tenslotte al zoveel lezen. Maar doe dan geen Ludlum of Dan Brown maar een paar bundels van Marten Toonder. Daar staan nog plaatjes bij ook. Híj zou over de huidige politieke ontwikkelingen, of de laatste economische crisis een mooi verhaal hebben kunnen schrijven. Ik sluit niet uit dat hij dat ooit al gedaan heeft, en dat de beleidsmakers met die kennis misschien fouten, dwaalwegen hadden kunnen voorkomen. Dat had ze vast een groter denkraam opgeleverd.
Bij Bommel is het altijd nog Tom Poes die de heer van stand en Rommeldam tot inzicht brengt, maar ik weet niet wie dat in Den Haag zou moeten doen?

zondag 5 juni 2011

Die Zeit.... (Rosenkavalier 9 en slot)

En toen was het weer voorbij.
Gisteren de laatste voorstelling van Der Rosenkavalier en warme woorden na afloop.
Wat overblijft is de herinnering.
En een televisie-registratie, vermoedelijk ook een dvd.
Was drum und dran hängt, ist mit dieser Stund vorbei.
Ik heb ervan genoten, en velen met mij.
En iets ervan zal toch wel blijven hangen. Het werken met topdirigenten is voor een orkest als vitamines.



Om af te kicken hebben we allemaal de heruitgave op cd van de opname uit 1976, onder leiding van Edo de Waart, gekregen. Ik had weleens naar de platen geluisterd maar nooit erg zorgvuldig. En nu ik de partituur inmiddels zo goed ken is het extra overweldigend welke enorme kwaliteit er uit de boxen komt.
En opwinding! Het moet een enerverende ervaring geweest zijn voor het orkest, net als dat destijds voor Strauss was tijdens het componeren.
Er staat een indrukwekkende lijst met solisten als Frederica von Stade, Ruth Welting (mevrouw de Waart) en José Carreras, maar het is vooral het orkest dat de sterren van de hemel speelt. Veel tijd en aandacht hebben ze besteed zijn aan deze grote onderneming, de eerste plaatopname van een complete opera in Nederland. Daarover kun je ook lezen in het informatieve boekje dat erbij zit. Edo de Waart verdient een groot compliment, maar zeker ook opnameleider Wilhelm Hellweg. En achter de schermen blijkt Ed Spanjaard al zijn steentje te hebben bijgedragen. Daar zal Opera Zuid, waar hij de opera afgelopen jaar dirigeerde, nog van geprofiteerd hebben en indirect dus ook DNO, op zoek naar invallers.



In bijna elke organisatie zul je achter de schermen mensen tegenkomen die zeker zo belangrijk voor de resultaten zijn als de mensen in de schijnwerpers. Dat geldt ook voor ons orkest en voor Alie Mink, die als artistic administrator vorige week afscheid  van het orkest nam. Ik weet niet hoe lang ze bij ons gewerkt heeft en welke titels tijdens die jaren bij haar functie hoorden, maar zij was degene die de contacten onderhield met de dirigenten en solisten. Ze is ook een tijdlang tourmanager geweest maar ik heb haar vooral leren kennen en waarderen in mijn werk voor de artistieke commissie, in soms moeilijke tijden. Ze had altijd aandacht voor het belang van de orkestleden. Iedereen, binnen het orkest en in de internationale orkestenwereld kende Alie en Alie kende iedereen. Vele oud-collega's kwamen dan ook naar haar afscheidsreceptie. Dat waren de musici die destijds met Edo de Waart Der Rosenkavalier opnamen en die er ook voor gezorgd hadden dat Simon Rattle zich prettig voelde in Rotterdam.

Je hebt, zelfs als orkest, de neiging om vooruit te kijken en het verleden te vergeten maar voor een gezonde ontwikkeling is het noodzakelijk om regelmatig stil te staan bij dat verleden. Dat verleden blijft een essentieel onderdeel van de identiteit. Een orkest ontwikkelt zijn kwaliteit in de loop van vele jaren. En hoe kwetsbaar dat is, hoe snel dat afgebroken kan worden, realiseren we ons des te meer in deze politiek zware tijden.
Voor Alie Mink zal wel weer een goede opvolger komen, maar we zullen haar zeker missen.
En de collega's van nu zullen ervoor moeten zorgen dat we over dertig jaar weer met de Rattle's van de toekomst kunnem werken.

Maar ik hoop ook dat we Simon de afgelopen maand voldoende aanleiding hebben gegeven in de toekomst een plek voor ons in zijn agenda in te ruimen. Dat zal zeker van meerdere factoren afhangen.
Wat rest zijn mooie herinneringen.
Zoals de manier waarop hij het accoord onder 'sonderbar'  neerlegde, fluisterzacht: 'Die Zeit ist ein sonderbar Ding.'
En dat is het!

zaterdag 28 mei 2011

Was will die Musi? (Rosenkavalier nr.8)

We beginnen al bijna op een echt operaorkest te lijken, deze week.
De Operadagen in Rotterdam zijn begonnen, en wij leveren als Rotterdams Philharmonisch dit jaar ons aandeel met een avond vol schitterende aria's en ouvertures. Een gala met Anna Caterina Antonacci. Dat belooft een avond vol drama en hartstocht te worden. La mort de Cléopâtre zong ze met ons in de zaal en in de studio met meer dan volle overgave.
Dit keer ook weer Berlioz, maar daarnaast bijvoorbeeld ook Carmen, Don Carlo en Idomeneo.
Mozart dus, dé grote inspiratiebron voor Rosenkavalier.


Een Mozart-opera wilde Strauss schrijven, na Elektra, en Hofmannsthal had daar wel oren naar. Het is vooral het verhaal van Le nozze di Figaro, waar hij op teruggegrepen heeft. La Contessa is nu de Marschallin, Octavian een nazaat van Cherubino, en de overspelige edelman wordt weer in de val gelokt.
Hofmannsthal plaatst zijn verhaal in het Wenen van keizerin Maria Theresia, het midden van de 18e eeuw dus.
Maar Strauss kon natuurlijk niet echt in de stijl van de vroeg-klassieken gaan componeren. Er zijn weliswaar enkele momenten, zoals tijdens de levée, waar hij er even aan ruikt, maar voor het overige is het vooral de Weense wals die luisteraar moet vervoeren.

Verbazingwekkend hoe overtuigend zo'n wals het publiek terug in de tijd brengt. Eigenlijk is dat muziek van honderd jaar later, maar het werkt veel beter dan 18e-eeuwse muziek. En Weenser kan eigenlijk niet. Die hele traditie van de ziveren roos is ook verzonnen, terwijl andere details juist weer heel echt zijn. Zoals de klok die de Marschallin om middernacht stil zet om het verstrijken van de tijd te stoppen. Als je meetelt kom je tot dertien slagen! Geen vergissing, want ik las dat klokken in die tijd een slag extra gaven voor het kwartier. Zo ontstond een merkwaardige attractieve mix tussen fantasie en werkelijkheid.

De realiteit voor Rattle is, dat hij de zaken op het toneel goed in de gaten moet houden en sturen om de boel niet te laten ontsporen. De zangers die helemaal opgaan in hun rol kunnen nog weleens wat vrijheden nemen. Maar als bij een enkele wals niet gezongen wordt laat hij het stokje nog weleens liggen en luistert genietend naar wat het orkest ervan maakt.
Dat kan natuurlijk niet bij die walsen in de derde acte, die achter het toneel worden gespeeld.
Daar zit een orkestje voor de baron en zijn liefje te spelen. Was will die Musi? Hab' sie nicht bestellt. 
We zien de collega's altijd in de kantine als wij, vermoeid na de tweede acte de bak uitkomen. Nog fris en in vrijetijdskleding, wetende dat ze ook nog redelijk op tijd thuis zullen zijn. Maar ik benijd ze niet.
Ik heb zelf ooit iets dergelijks gedaan, in Un ballo in maschera, maar toen zaten we in kostuum, met pruik en mailloot, op een rijdend decor. Wij konden toen gewoon op de dirigent in de bak spelen, maar die zien ze nu niet. Een aparte assistent, die contact houdt met Rattle, dirigeert ze. Dat contact is overigens vooral dat Rattle naar hun luistert via een kleine geluidsbox bij zijn hoofd. Het is de bedoeling dat het orkest tijdens hun walsjes andere dingen speelt, gedeeltelijk ook in een andere maatsoort, maar wel gelijk uitkomt.
Ook weer zo'n verwijzing naar Mozart, in dit geval Don Giovanni.



Ik weet niet of het er nog in zit met de nieuwste plannen van de staatssecretaris, maar ik denk dat het voor elk orkest goed is om af en toe opera te spelen. Het vraagt een bijzondere manier van reageren en flexibiliteit, waar je in andere repertoire weer van kan profiteren.
Bij DNO kunnen we vaak mooie produkties doen met interessante dirigenten, maar ik zou het ook niet erg vinden om weer eens in Rotterdam opera te doen. Ik hoorde deze week weer dat we met het Nieuwe Luxor eigenlijk een hele geschikte zaal hebben. Ligt, net als de Stopera, prachtig aan het water en ziet er van binnen stijlvol uit. En de akoestiek is ook heel bruikbaar, te horen aan de prachtige Jahreszeiten van Haydn, afgelopen woensdag.

Ik zie ons orkest daar ook wel een mooie opera spelen.
Over een paar jaar?
In de Operadagen?
Mozart, met Yannick?
Dat zal voorlopig wel meer fantasie dan werkelijkheid blijven, maar we moeten vooral ook blijven dromen.
Eerst nog een laatste voorstelling van Strauss met Simon Rattle in de Stopera.
Met veel genoegen!

dinsdag 24 mei 2011

Ohne mich, ohne mich jeder Tag dir so bang.

Het kopen van een kaartje voor de opera brengt risico's met zich mee.
Je weet nooit zeker wie je te horen krijgt. Bij zoveel zangers met zware rollen en tere stembanden kan er makkelijk iets misgaan. Maar zoveel als bij onze Rosenkavalier-productie heb ik nog niet eerder mee gemaakt. De opkomst van een aankondiger van DNO behoort inmiddels bij de vaste rituelen.

Gisteren was Kurt Rydl, onze Ochs, niet voldoende in staat om te zingen.
Hij voelde het 's morgens al.
Ik denk dat opstaan voor zangers veel spannender is dan voor gewone mensen. Vooral het moment dat je probeert of die stem nog goed zit, en je weet dat je later die dag een optreden hebt.
De hoop dat het voor de voorstelling nog goed zou komen moest hij uiteindelijk opgeven. Toen was er geen tijd meer om een vervanger in te vliegen, zelfs niet van Opera Zuid.
Gelukkig was er binnen de cast iemand die de rol goed kende. Runi Brattaberg is ingehuurd als politiecommissaris maar had de rol van baron Ochs, volgens de web-site van zijn management, als understudy voor de Met gedaan (http://www.musicaglotz.com/musiciens/brattaberg-runi-basse/). Hij moet de enige operazanger zijn met eigen (natuur)foto's op postzegels, en vermoedelijk trots op zijn afkomst van de Faeröer.


En hij was de enige die Rydl kon vervangen.
In dit geval alleen als zanger, vanaf de zijkant van het podium. Rydl speelde zijn rol zwijgend, totdat Brattaberg zijn eigen rol moest gaan zingen.

De rol van baron Ochs auf Lerchenau is een van de grote operarollen voor een bas.
Er zitten een paar hele lage noten in die er goed uit moeten komen. Dat zat gisteren wel goed.
Maar het is natuurlijk ook vooral een komische rol, waarin de tekst heel belangrijk is.
Aanvankelijk zou het ook de titelrol zijn, maar die ging uiteindelijk naar Octavian. En dat terwijl het vooral de vertolkers van de Marschallin zijn die de meeste aandacht trekken.
Ik weet niet of je beroemd kunt worden als Ochs. Kurt Rydl heeft er, als Wener en met meer dan 200 voorstellingen op zijn conto, wel een zekere reputatie mee opgebouwd.
Otto Edelmann, ook in Wenen geboren, is een (toepasselijke) grote naam uit het recente verleden.
Maar degene die, volgens mensen die hem hebben zien spelen, de rol het overtuigendst vertolkt heeft, moet Richard Mayr geweest zijn. Zoals de broemde sopraan Lotte Lehmann over hem schrijft: 'Mayr was Viennese, first and foremost, Viennese in what one might call the cosy, comfortable sense of the word, but at the same time an aristocrat. Rough-hewn, a country squire, nevertheless he was always surrounded by an aura of 'class'.'
Bij de Weense premiere, in april 1911, een paar maanden na de wereldpremiere in Dresden, was hij Ochs en Strauss had tegen hem gezegd dat hij steeds aan Mayr had gedacht bij het componeren van de rol.
Hij is te horen op de eerste registratie van de opera, opgenomen in 1933 in Wenen met Robert Heger als dirigent, maar daarbij is helaas het grootste deel van zijn rol weggevallen door de coupures.
Blijkbaar heeft hij de slotscene van de tweede acte een paar jaar daarvoor met Bruno Walter in Londen opgenomen. Duidelijk een studio-opname met het orkest erg op de achtergrond, maar fascinerend, niet alleen om te horen hoe Mayr zijn rol af en toe bijna spreekt en hoe subtiel Walter met tempi omgaat.

Aan het enthousiaste applaus na afloop te horen, heeft het publiek gisteren toch een mooie avond gehad.
Het moment dat Brattaberg in zijn eigen rol stapte, halverwege de derde acte, (en Rydl noodgedwongen zelf moest gaan zingen), zorgde onbedoeld maar begrijpelijk voor enige hilariteit. En of het meeste applaus nu naar de zanger of de acteur van Ochs ging weet ik niet, maar meestal het publiek artiesten in moeilijke omstandigheden wel te waarderen.

Dit was een noodoplossing, die de voorstelling kon redden.
Ik heb een keer meegemaakt dat een voorstelling niet te redden was.
Aan het eind van de eerste acte van Siegfried struikelde de tenor met desastreuze gevolgen voor zijn schouder en moest de voorstelling worden afgebroken. Het teleurgestelde publiek werd naar huis gestuurd en ook voor een orkest voelt dat erg onbevredigend. De meevaller was wel dat we gezamenlijk in de kantine naar een spannende voetbalwedstrijd van het Nederlands elftal konden kijken.
Toch hoop ik dat de laatste twee voorstellingen deze week verdere ziektegevallen bespaard zullen blijven.

zondag 22 mei 2011

Doppelter Bedeutung

Het werd met een grafstem gepresenteerd vrijdagavond door een dame van DNO.
Andermaal had een solist wegens ziekte moeten afzeggen.
Ik kan me voorstellen dat veel mensen voor Anne Schwanewilms, een grote naam op het gebied van Strauss, waren gekomen, maar het bood weer een Nederlandse zangeres de kans om bij DNO te debuteren in een van de mooiste rollen van het repertoire. Johanni van Oostrum had, net als Karin Strobos, de rol van de Marschallin niet lang geleden bij Opera Zuid gezongen, maar zou je zoiets zo makkelijk binnen een paar uur weer op kunnen halen en in een hele andere regie en met een andere dirigent zonder repetitie op de planken brengen?
Of zou ze er stiekem al rekening mee hebben gehouden?

Misschien was er een souffleur aanwezig, ik weet niet of dat tegenwoordig bij de opera nog gebruikt wordt. Je hoort zulke mensen nog weleens op oude live-opnames. Maar hoe dan ook, je moet als opera-zangeres gewoon een heleboel uit je hoofd kennen. Niet alleen de noten of de tekst, maar ook wat je geacht wordt te doen op dat toneel.
Ik realiseerde me van de week weer hoe anders dat ligt bij ons als instrumentalisten. Een regisseur vroeg, bij de voorbereiding van een produktie voor volgend seizoen in de Laurenskerk, wat de mogelijkheden waren om ons uit het hoofd te laten spelen. Die zijn er natuurlijk wel, maar voor ensembles en orkesten is zoiets erg ongebruikelijk en vraagt het veel meer voorbereiding. Afhankelijk natuurlijk van de muziek die je moet spelen. Melodieën zijn vaak makkelijker te onthouden dan begeleidingspassages, een overzichtelijke structuur kan helpen.

Voor zangers zal de tekst zeker ook een hulp zijn. Zeker als de tekst zo mooi is als die van Hofmannsthal en vervolgens zo natuurlijk op muziek is gezet. Ik las dat ze in Wenen weleens Der Rosenkavalier als toneelstuk hebben opgevoerd en dat dat heel goed werkte. Ik kan me dat wel voorstellen, hoewel de tekst, in tegenstelling tot Elektra, geschreven is voor het muziektheater, voor de werking als gezongen tekst. Maar ook zonder de muziek weet de tekst al een hele eigen sfeer neer te zetten. Hofmannsthal heeft een bijzondere taal gecreëerd die, in zijn eigen woorden, "wie alles in dem Stück - zugleich echt und erfunden war, voll Anspielung, voll doppelter Bedeutung".


Die dubbele betekenis is zeker een van de attracties van het stuk. Niet alleen in de tekst, maar ook in de muziek zal veel verborgen zitten wat pas na grondige studie naar boven zal komen.
Ik was gefascineerd door een passage aan het begin van de tweede acte. Geen belangrijke passage. Een zin van de Haushofmeister, waarin hij zijn baas Faninal aanspoort de bruidegom te gaan halen: "Der hochadelige Bräutigamsvater sagt: die Schicklichkeit muss ausgefahren sein, bevor der silberne Rose vorfahrt."
Het curieuze aan deze passage is dat componist en librettist beiden een fout maken: het gaat natuurlijk om de vader van de bruid, niet van de bruidegom. En de frasering die Strauss componeert na 'sagt' moet eigenlijk daarvoor staan: .., sagt die Schicklichkeit, muss ...  Op deze manier is het onzin. Waarom hebben ze dat laten staan?
In onze productie wordt nu 'Brautvater'gezongen, maar aan de noten in de partituur kun je weinig veranderen.
Ik heb het er even met Rattle over gehad, die aangaf dat Strauss in zijn haast en enthousiasme wel meer slordigheden had laten staan. Hij zou ergens per ongeluk zelfs een regie-aanwijzing op muziek hebben gezet. Hij componeerde in de volgorde van de opera, dus zal weleens ongeduldig zijn geweest om bij een volgende scene te komen. Maar Hofmannsthal stond bekend als zorgvuldig en lettend op elke punt en komma.
Zouden ze deze gezamenlijke en dubbele fout met opzet hebben gemaakt, zich zo als het ware deelgenoot hebben gemaakt van de gebeurtenissen en de opwinding in huize Faninal hebben vertaald in slordigheden?
Dat zal wel te vergezocht zijn.

Maar ik ga met plezier op zoek naar die dubbele bodems.
Wat bijvoorbeeld te denken van 'Jedes Ding hat seine Zeit'. De Marschallin zingt het als zij gaan ontbijten, terwijl Octavian iets heel anders van plan is. Maar het kan ook heel goed slaan op de hele opera en de stijl die ze daarvoor gekozen hebben.
Overigens is deze passage zo ongeveer de eerste tekst waar Strauss een melodie bij heeft geschreven. Op de eerste schets van Hofmannsthal, vijf velletjes die hij aan Strauss stuurde, zijn enkele aantekeningen van de componist te zien. Voornamelijk toonsoorten, een paar accoorden, een enkel motief. Daar begon het ooit mee. Fascinerend om te zien!

Van Oostrum heeft zich, voor zover ik dat kon horen, goed van haar taak gekweten. Er waren voor ons natuurlijk wel wat verrassende momenten, effectief door Rattle opgevangen. Een enkele keer duurde daardoor een accoord in de trombones onverwacht lang, maar dat vingen de heren goed op.
Ik ben benieuwd of er de komende week nog meer zangers uit de produktie van Opera Zuid moeten worden gebeld. Laten ze zich er maar op voorbereiden.