zondag 16 januari 2011

Waxman

Sommige componistennamen associeer je maar met één stuk.
Ponchielli bijvoorbeeld. Ken ik alleen van de urendans, maar daaromheen zit nog een hele opera. Ouverture Donna Diana van Reznicek zal ook wel het begin van een lange opera of operette zijn. En de Canon van Pachelbel.
'One-piece-composer' noemen ze zo iemand in Engeland. Maar het ligt natuurlijk niet aan die mensen zelf, want ze hebben altijd nog veel meer gecomponeerd en vaak is die andere muziek niet slechter dan wat wel heel beroemd is geworden.

Waxman was voor mij ook zo'n naam.
Franz Waxman, en eigenlijk was het Wachsmann. Een Duitser die op tijd naar Amerika is gevlucht en zich bij de Duitse culturele elite in Los Angeles heeft gevoegd. Net als Schoenberg, waar hij nog les van heeft gehad. Thomas Mann, Bruno Walter, ga zo maar door.
Jascha Heifetz zat er ook. Maar die kwam oorspronkelijk uit Vilnius.
Hij was het die de Carmen Fantasie speelde samen met ander virtuoos repertoire. Saint-Saëns, Chausson,  De Sarasate enzo Een lp met een witte hoes. Ik heb hem vroeger best vaak gedraaid.
Het laatste stuk op kant B was dan die Carmen Fantasie, vol bekende melodieën en duizelingwekkende virtuositeit. Heel effectief gecomponeerd en ongelooflijk gespeeld door een van de grootsten onder de violisten.
Niet alleen de perfectie en helderheid maken indruk - je hoort echt iedere noot - maar ook de expressie in de klank en de overgangen die hij maakt van de ene sectie naar de andere.
Ik haal nog graag een langspeelplaat uit een hoes maar je kunt tegenwoordig veel daarvan ook op Youtube vinden  ( http://www.youtube.com/watch?v=LKAwWVRBw5w) . En luister dan bijvoorbeeld hoe hij rond 3'48" als een kameleon van kleur verandert en in een heel andere wereld terecht komt. Heerlijke muziek.

Dat kan nog leuk worden met die filmmuziek deze week.
Ik ken de film niet, The Bride of Frankenstein, maar ik begreep dat hij door sommigen gerekend wordt tot de honderd beste films alle tijden (http://www.filmsite.org/bride.html). Jammer dat je daar als speler niet zoveel van kunt zien. Af en toe omdraaien tijdens de repetities. Later een dvd huren. En luisteren naar de smeuïge verhalen van dirigent Richard Kaufman, gepokt en gemazeld in de filmwereld van Hollywood. Hij zal zich tijdens de uitvoering toch vooral bezig moeten houden met de synchronisatie, want zo'n film past zich niet aan aan de grillen van een dirigent.

maandag 10 januari 2011

handschrift

Voor mij is het internet nog vaak een jungle, onontwarbaar, waar veel moois te ontdekken valt, maar daarvoor moet je wel flink met een kapmes te werk. Het kan dan praktisch zijn als je sites weet die je kunnen helpen, je op de hoogte houden van wat je wilt weten.
Een blogger die ik graag lees is Alex Ross, muziekjournalist bij The New Yorker. Hij schreef een aantal jaren gelden een boek over de muziek in de twintigste eeuw, wat meteen een klassieker is geworden. 'The rest is noise' heet het, en zo heet ook zijn blog.

Deze week verspreidde hij een link naar the Morgan Library in New York, waar ze een prachtige verzameling handschriften hebben, waaronder partituren van Mahler en Schubert. Een aantal daarvan zijn nu online te bekijken. En wat is er mooier dan grote muziek in het handschrift van de meester zelf lezen? En je kunt nog een paar keer vergroten ook!

Ik heb al even een blik op het Adagietto uit Mahlers Vijfde geworpen en meteen een paar opvallende verschillen met de versie die ik ken gezien. Zo had hij op het moment dat hij dit neerschreef nog het idee dat de 1e violen hun g-snaar omlaag moesten stemmen om vlak voor het eerste dynamische hoogtepunt een lage ges te kunnen spelen. Later heeft hij blijkbaar ingezien dat hij dat beter aan alten en celli kon overlaten. Er ontbreken nog tempo-aanduidingen, die hij dus later heeft toegevoegd. Ik geloof dat hij deze symfonie nog tot    aan zijn laatste levensjaar heeft 'verbeterd', dus wat is dan een definitieve versie? Maar zeker is het verhelderend om te zien hoe hij het in 1902 heeft opgeschreven. Zonder de titel 'Adagietto' overigens.
Misschien kunnen we er nog ons voordeel mee doen als we het stuk volgende week spelen, met 440hz in Delfshaven (22 januari).

Daarna wil ik ook graag wat andere handschriften bekijken. Die Winterreise bijvoorbeeld!
Dat is zeker een zege van het internet, de toegankelijkheid van zoveel bronnen van informatie.
Tegelijkertijd besef je dat er van de componisten van vandaag nauwelijks meer handschriften zullen overblijven, want wie werkt er nog zonder computer?

dinsdag 28 december 2010

Publiek

Het was een mooi beeld wat Kees Hülsmann in zijn praatje bij het afscheid van Mieke Biesta en Zsofia Kiss schetste: 'De laatste bladzijde'.Gezeten vanuit het publiek kun je soms zien dat de musici hun laatste bladzijde omslaan. Zeker als de rechter pagina leeg is. En als de betreffende musicus veel noten te spelen heeft, weet je dan dat het bijna klaar is. Er zijn natuurlijk ook voorbeelden dat het begin van de laatste bladzijde al een half uur voor de slotnoot bereikt wordt, maar zelden bij de tweede violen, en zeker niet als ze de Notenkraker spelen.
En dat was afgelopen donderdag het geval.
Voor de liefhebbers is het concert nog te bekijken op de website van de AVRO, heb ik begrepen.

Maar dit was voor beide collega's natuurlijk een bijzondere laatste bladzijde; de laatste die ze in de Doelen voor het eigen publiek mogen spelen. De laatste van zeer velen, in meer dan 37 jaar. Moeilijk om voor te stellen hoe dat voelt, ik kijk er voor mezelf niet naar uit.
Het zou voor hen, met een dergelijke trackrecord, verdiend zijn om zelf de laatste bladzijde te mogen bepalen, maar zo werkt het helaas niet in het orkestbedrijf. Ver van tevoren wordt gepland, dus de keuzevrijheid voor de individuele musicus is beperkt. Je zou vast een mooie lijst kunnen samenstellen uit favoriete 'laatste bladzijden'. Misschien een item voor onze vernieuwde RPhO-website?

Ik begreep overigens dat Mieke en Zsofia dit seizoen nog wel onze opera-produktie meespelen en dat lijkt me qua repertoire en dirigent eigenlijk een toepasselijker afscheid. Der Rosenkavalier en Simon Rattle zijn belangrijke namen geweest in de geschiedenis van het orkest en de persoonlijke geschiedenis van beide musici.

Maar voor het eigen publiek gold vorige week als slotaccoord. En wat ik goed vond, en nooit eerder heb gezien, was, dat aan het publiek van die avond een papier werd uitgedeeld waarin het afscheid, met enkele persoonlijke woorden, werd aangekondigd. Het gebeurt zo vaak dat men wel iets ziet gebeuren op het podium, met bloemen enzo, maar niet precies weet waar het om gaat.
Een goed gebaar naar het publiek toe.
Een publiek wat, ook voor de politiek, de komende tijd alleen nog maar belangrijker wordt.  

zondag 12 december 2010

Bach

Het einde van het jaar is traditioneel de periode van de lijstjes, de overzichten, de scores.
Vorig jaar kwam The Gramophone met het beste orkest ter wereld, wat toevallig van Nederlandse bodem kwam. Nu hebben ze het beste koor bepaald. Geen Nederlandse koren in de top 20, wel Collegium Vocale uit Gent, die laatst met het RPhO in Mahler 2 schitterden.
En het Radiokoor uit Stockholm, die met ons het Requiem van Brahms zongen op het afscheidsconcert van Valery Gergiev (ook op dvd).
Van mij had het Omroepkoor er best in gemogen, maar die kennen ze vermoedelijk in het buitenland minder goed dan al die Engelse koren die op de lijst staan. Ik weet niet wat de minister en staatssecretaris morgen gaan voorstellen, maar misschien moet het koor de komende jaren wat vaker naar het buitenland reizen om haar internationale reputatie te versterken.

Bovenaan staat het Monteverdi Choir. De keren dat ik ze met John Eliot Gardiner heb gehoord was ik inderdaad diep onder de indruk. Niet alleen van hun koorklank, maar ook individuele prestaties in Mozart-opera's bijvoorbeeld, staan nog duidelijk in mijn geheugen gegrift. Zij hebben in 2000 een heel jaar aan Bach gewijd, een project om jaloers op te worden.
Want als er ooit één componist recht heeft op een eerste plaats, dan is het wel Johann Sebastian Bach. Niet alleen muziek van een ongelooflijke kwaliteit, maar ook met een louterende werking voor musici en luisteraars. En Gardiner kon zo een jaar lang in zijn huid kruipen, zijn keuzes als componist meevoelen. Wat moet dat met een mens doen?
Hij heeft beloofd er een boek over te schrijven. Ik ben heel benieuwd, en wil het zeker lezen.

Ik heb weleens gehoord dat Ivan Fischer Bach-motetten gebruikt tijdens de repetities van zijn Budapest Festival Orkest. Dat is wat onorthodox, maar ik kan me voorstellen dat dat voor de ontwikkeling en de klank, het  gezamenlijk ademen, van een orkest goed kan zijn. Ik denk niet dat Yannick dat in Rotterdam nog eens gaat introduceren, daarvoor ontbreekt doorgaans de tijd.

Pablo Casals, een van de allergrootsten in ons vak, begon de dag altijd met Bach. Ik heb weleens gedacht dat iets dergelijks op scholen ook niet slecht zou zijn, ware het niet dat niemand zal luisteren. Maar als het wel zou kunnen, vermoed ik dat het een positief effect op verschillende aspecten van een school zou kunnen hebben. Ik zou het de verschillende fracties in de Tweede Kamer aanraden, als moment van meditatie, voordat er belangrijke beslissingen worden genomen.
En de ambtenaren van OCW, inclusief de minister en staatssecretaris; elke ochtend verplicht een deeltje Wohltemperiertes Klavier voordat de koffie-automaat wordt aangezet.

Ze kunnen ook deze week naar de Doelen komen. Drie keer Bach op vrijdagavond. Een Vioolconcert, gereconstrueerd, een deel uit Musikalisches Opfer, prachtig geïnstrumenteerd door Webern, en de Tweede symfonie van Schumann. Romantische muziek natuurlijk, maar zo doordrenkt van de oude Bach. Vooral dat Adagio, een van de mooiste en gevoeligste delen die Schumann ooit voor orkest schreef, met een thema dat direkt uit Musikalisches Opfer komt.
Een avond voor Bach-liefhebbers. En wie is dat niet?

donderdag 2 december 2010

Laatste voorstelling

Bij theaterproducties, voor zover mijn ervaring strekt, wordt vaak geprobeerd om van de laatste voorstelling iets bijzonders, vaak ludieks te maken. Dat moet natuurlijk wel binnen bepaalde grenzen blijven want ook het publiek van die avond wil een optimale opvoering zien.
Vorige week hadden we met het orkest een serie van vijf RPhO-shows voor de basisscholen. Het was een reprise van vorig jaar, toen we het verhaal over Circus Rodolpho met een directeur (Remco Vrijdag), acrobaten, musici en een meisje wat de harten komt stelen, voor het eerst hebben gebracht. Een leuke en afwisselende voorstelling, met goede muziek van onder meer Kabalevski, Stravinsky en zelfs Sjostakovitsj. Ja, hij weer. Nu niet de zwaarmoedige sombere Sjostakovitsj, zoals hij ook altijd op foto's staat, maar de filmcomponist, humoristisch en effectief.
En Massenet met zijn beroemde, maar altijd weer ontroerende Méditation. Want het is tenslotte een violist, Bart uit België, die het hart van het meisje weet te veroveren en het circus redt. Wat de dikke tromboneclown en de dunne fluitclown niet gelukt is. Net zomin als Ronaldinho, die sneller xylofoneert dan zijn schaduw.
Want het mooie is dat in het verhaal de muziek en de musici alle aandacht krijgen.

Wat de dove of slechthorende leerlingen tijdens de laatste voorstelling daarvan hebben meegekregen, weet ik niet. Dat ze in de zaal zaten bleek uit de aanwezigheid van een doventolk, die, zo goed en zo kwaad als het ging, de tekst van de circusdirekteur in gebaren omzette. Dat was niet altijd eenvoudig. "Vannemedittum enne me dattum en vanneme zussem enne me zoüm." Maar zeker leuk om te zien hoe ze dat oplost.
Zo werd de laatste voorstelling inderdaad anders dan de andere. En kon de tolk niet verhinderen dat ze werd meegetrokken in het dansje voor de circusbruiloft (Hebben jullie dat wel eens meegemaakt, jongens en meisjes, lekkere ijsjes?).
Het dankbare publiek kon daarna nog laten horen hoe goed ze het circuslied, dat speciaal voor de gelegenheid is gecomponeerd, hadden ingestudeerd. Ook de juffen en meesters, en dat biedt weer hoop. Wat dat betreft heeft Rotterdam Zuid vorige week goed gescoord!

Merkwaardig toeval dat we juist in deze week het bericht kregen van het overlijden van een zeer dierbare collega. Mieke Bruijning, tweede violiste, heeft de lange maar ongelijke strijd tegen een slopende ziekte moeten opgeven. In een 'normale' week zouden we haar voor het publiek muzikaal herdacht hebben, maar bij deze show kon dat natuurlijk niet. Dat geeft een raar en ongemakkelijk gevoel, maar ook dat hoort bij dat merkwaardige vak van ons.

zaterdag 20 november 2010

Don Carlo

Gesualdo, of voluit 'Don Carlo Gesualdo di Venosa' was voor mij tot nu toe niet veel meer dan een naam uit de geschiedenisboeken. Een adellijke componist die zijn vrouw en haar minnaar vermoord had. En Strawinsky had er weleens wat mee gedaan. Zijn Monumentum pro Gesualdo ging, als ballet van Balanchine, precies vijftig jaar geleden in premiere, om de vierhonderdste geboortedag van de componist te vieren.
Hoog tijd voor de 450 dus!

Probleem is dat geboortejaren uit die tijd zelden betrouwbaar zijn, dus kunnen we nog een paar jaar doorgaan met die 450. Tot 2013, dan is hij 400 jaar dood.

Welk jubileum dan ook, woensdag klinkt er volop Gesualdo in de Laurenskerk. Hij schreef zijn madrigalen meestal voor vijf vocale stemmen, maar Jan Willem Nelleke heeft er een paar op een stijlvolle manier voor strijkorkest omgewerkt. Die vormen een belangrijk, en voor vele ongetwijfeld verrassend, onderdeel van onze laatste aflevering van Lof&Lust( http://www.laurenskerkrotterdam.nl/?fId=262&uId=2955). Vooral  'Moro lasso' is een klein wonder!
En dan blijkt dat oude muziek ook heel modern kan klinken. Vol chromatiek en extraverte contrasten. En dat het even duurt voordat we tot de kern kunnen doordringen.

Maar velen zijn ons voorgegaan. Niet alleen Stravinsky, maar ook Louis Andriessen en Jan van Vlijmen, Peter Maxwell Davies, Brett Dean, Ligeti en Schnittke. Dalbavie voltooide onlangs een opera over hem. Pollini speelt zijn muziek in zijn recitals. Abbado organiseerde een Gesualdo Festival en werd zo beïnvloed door de muziek dat hij sindsdien anders tegen de bekende meesterwerken van Bach en Mozart aankijkt. Allemaal gefascineerd door de figuur en de muziek van Gesualdo.

Zo'n fenomeen verdient een meer prominente plaats in onze muziekcultuur en ik ben blij dat we daar met Domestica, op onze eigen manier, een kleine bijdrage aan kunnen leveren.
Misschien vindt deze muziek ook nog weleens een plaats binnen de programmering van het RPhO.

Voorlopig houdt Yannick zich intensief met een andere Don Carlos bezig.
Maandag dirigeert hij de premiere van een gloednieuwe produktie aan de Met van Verdi's vijf-akter.
Ook Italiaanse muziek, ook met een hele eigen kleur, een unieke 'tinta', maar veel bekender dan die andere Don van Venosa.
We wensen hem veel succes.

maandag 15 november 2010

Revolutie

Het lijkt erop dat vandaag de dag de afstand tussen klassieke muziek en steeds groter wordt. Terwijl belangrijke politieke omwentelingen in het verleden vaak verbonden zijn met opera's en symfonieën.
Alleen al de onafhankelijk van België, de tien-daagse veldtocht, begon met een avondje in de opera. Het was een uitvoering van La Muette de Portici van Auber op 25 augustus 1830 die de opstand ontketende. Zo stom was dat vissersmeisje dus niet, want de vlam sloeg behoorlijk in de pan.
Voor de bestorming van de Bastille was geen opera nodig geweest, maar in de jaren die erop volgden was zeker behoefte aan muziektheater om de strijdbare idealen van vrijheid, gelijkheid en broederschap uit te dragen. De grote Franse namen waren toen Cherubini, Grétry en Méhul. Tegenwoordig net zo onbekend als Auber, maar voor Beethoven vormden ze een belangrijke bron van inspiratie. Niet alleen zijn Fidelio, maar ook zijnVijfde symfonie is zonder deze Franse voorbeelden ondenkbaar.

Alleen al daarom was het opmerkelijk nieuws dat de Vierde van Méhul afgelopen week in Londen in premiere ging. Niet helemaal premiere, want het stuk is in 1810 wel een keer uitgevoerd maar vervolgens verdwenen. Totdat iemand in 1979 een stapel partijen vindt in de bibliotheek van het Orchestre de Paris. Hij stelt een partituur samen en constateert dat hij een voorganger van de Symphonie Fantastique heeft ontdekt.
Je kunt je afvragen waarom het dan nog zo lang moest duren voordat het werk in Londen werd uitgevoerd.
Bovendien lijkt het erop dat het stuk wel in 1992 in Lissabon is opgenomen. Telt dat dan niet?
Volle zalen trek je er niet mee, maar toch is het wel interessant om te horen wat er in die woelige tijd geschreven is, wat de omgeving was van genieën als Beethoven en Berlioz.

Komende week gaan we een andere revolutie herdenken. Sjostakovitsj wijdde zijn Elfde symfonie aan de gebeurtenissen van 1905, de zogenaamde Eerste Russische Revolutie, die nog niet erg succesvol was en vele slachtoffers geëist heeft. Hij componeerde het in 1957, niet vijftig jaar na 1905, maar veertig jaar na 1917. En één jaar na Boedapest, het neerslaan van de Hongaarse opstand, als de Sovjet Unie, na de dood van Stalin, haar ware gezicht laat zien. Het zit allemaal in de muziek, in die zin actueel en belangrijk om te worden gespeeld en gehoord. Socialistische liederen, muziek van de revolutie klinkt in de muziek door. Eenvoudig en strijdlustig. Maar het waren ook de liederen die de gevangenen in de goelag zongen. Dat dubbele hoort bij Sjostakovitsj.

Het zullen geen vrolijke concerten worden deze week. Of het zou moeten zijn vanwege Simone Lamsma, een viooltalent waar we in Nederland trots op kunnen zijn.