zondag 10 mei 2020

Met de moedermelk

Af en toe komt er op facebook een challenge voorbij die gelukkig meestal aan mij voorbijgaat.
Het past niet zo bij mij en hoe ik met het medium omga.
Dit keer werd ik wel door twee vrienden uitgedaagd om '10 achtereenvolgende dagen een foto te plaatsen van een musicus die van invloed is geweest op mijn leven en bepalend voor mijn muzikale voorkeur'. Begeleidend commentaar niet gewenst en je moest zelf ook weer tien slachtoffers zien te vinden.
Ik heb beide keren deze handschoen laten liggen maar wil best eens op zoek naar wie in het verleden belangrijk zijn geweest voor de vorming van mijn muzikale smaak en persoonlijkheid.
Een beetje uit de losse pols, zeg maar, maar niet alleen met foto's.
En ook niet op achtereenvolgende dagen.
En dan begin ik, hoe kan het anders, met mijn moeder.
Misschien is dat niet de bedoeling van de challenge, maar in mijn geval is daar alle reden toe.
En geen beter moment dan moederdag.
Marian Beinema-Pars was in 1936 geboren op Oost-Java en overleed ruim drie jaar geleden in Middelburg. Daar was het ook dat ik het levenslicht zag en mijn eerste muzikale indrukken tot mij nam.
Ik weet niet hoeveel daar wetenschappelijk over bekend is, maar kan me niet anders voorstellen dan dat muzikale indrukken tijdens de maanden voor mijn geboorte - vanaf wanneer kun je horen?- hebben bijgedragen aan mijn vorming.
Ik moet haar hebben horen piano studeren en zingen als sopraan in het koor.
De Johannes Passion stond elk jaar op het programma en ze had het later ook wel eens over de Negende Beethoven, met al die hoge noten, die ze met een dikke buik stond te zingen, maar dat kan ook bij een van mijn broers geweest zijn.
De ritmieklessen die ze gaf, daar moet ik als foetus ook bij geweest zijn.
En later weer als kleuter, als leerling in de groep.
Ze gaf ritmiek volgens de ideeën van Dalcroze en was opgeleid aan het conservatorium in Rotterdam, toen nog aan de Mathenesserlaan.
Ik kwam laatst nog de advertentie tegen waar ze, begin jaren 50, als middelbare scholier waarschijnlijk op gereageerd had.
Lerares Rhythmische Gymnastiek, vak dat meisje bevrediging kan schenken.
Het is alsof je de stem van Philip Bloemendal erbij hoort.
Maar ik geloof zeker dat het haar bevrediging geschonken heeft - ook als werkende getrouwde vrouw in een tijd dat dat allerminst vanzelfsprekend was - en de talloze kinderen die daarvan mochten profiteren evenzeer.
Als ik me probeer te herinneren wat ik ervan heb meegekregen gaat dat vooral over het ervaren en uitdrukken van muziek met je lichaam. Het ging dan om hele simpele dingen als hoog en laag, hard en zacht, maar ook om het samendoen, het sociale aspect.
Ik weet niet of hier tegenwoordig nog iets mee gebeurt, misschien zijn er andere dingen voor in de plaats gekomen, maar het zou voor velen heel zinvol zijn.
En het kan niet anders of het heeft mij muzikaal gevormd.
Wat ik me daarvan nog levendig herinner waren de uitvoeringen in de schouwburg, samen met de leerlingen van de balletschool. De theater-sfeer achter het podium, waar ik mocht helpen toen ik wat ouder was, was een magische wereld, die me nog steeds erg aanspreekt.
Ik weet niet zeker waarom ze met de lessen gestopt is, maar ze is zich gaan toeleggen op muziektherapie met gehandicapten. Dat kreeg waarschijnlijk voorrang en daar is ze tot haar pensionering mee doorgegaan. Ik kan me voorstellen dat ze daar nog meer bevrediging in vond.
Mensen die moeilijk benaderbaar zijn kun je vaak nog wel met muziek bereiken, en dat was zeker een van haar grote talenten.

Dat communiceren met muziek gebeurde natuurlijk ook binnen het gezin.
Ik zie mezelf nog op de foto als jongetje met een tamboerijn en ik kreeg natuurlijk ook pianoles.
Pianoles heeft ze altijd gegeven, aan jong en oud, tot in de laatste maanden van haar leven:
Op de piano was ze heel handig. Met improviseren maar ook met het spelen van begeleidingspartijen, waar ik veel van profiteerde. En met een broer die viool speelde bleef dat natuurlijk niet beperkt tot cellosonates.We hebben aardig wat pianotrio's, op ons niveau, ingestudeerd en soms ook gezellige muziekfeestjes met andere Middelburgse families uitgevoerd.
En ik ben ervan overtuigd dat die kamermuziekervaring, luisteren naar elkaar, een mening vormen over hoe het beter kan, ook heel belangrijk is geweest voor mijn latere muzikale ontwikkeling.
Het waren overigens ook wel momenten waarop je lekker kon ruzie maken.
Geen idee overigens wat ik op deze foto met die strijkstok uitvoer.
Muziek maken heb ik dus voor een groot deel van mijn moeder geleerd.
Maar ook in het muziek luisteren speelde zij een belangrijke rol.
Het pianorepertoire dat zij speelde als ik in bed lag.
Ik denk dat ik me sommige stukken ook nog herinner, maar dat kan inbeelding zijn. Een impromptu van Schubert, Haydns Variaties in f . Pianomuziek als het zand van Klaas Vaak.
En later de concerten waar ze me mee naar toe nam.
De koffieconcerten, die toen in de jaren 70 in de mode waren, met alle mogelijke vooral Nederlandse ensembles. Concerten van het Zeeuws Orkest, waar solisten als Herman Krebbers en Tibor de Machula kwamen spelen. Maar misschien nog wel belangrijker in dit verhaal is het jaarlijkse Festival Nieuwe Muziek, waar in een laagdrempelige omgeving grenzen werden opgezocht en overschreden en de internationale top kwam. Feldman, Xenakis, Pousseur, Cage, het Arditti Quartet, Frances Marie Uitti. Ik ging vaak met haar mee en kreeg zo bepaald een gevarieerd beeld van wat er op muziekgebied allemaal mogelijk is.
Ook op het gebied van de oude muziek werden we overigens goed voorzien en voor mijn ouders was later een bezoek aan het Festival Oude Muziek vaste prik.
Alleen opera ontbrak in het aanbod. Dat heb ik later zelf in moeten halen.
En toen ik eenmaal 'in het vak' zat, volgde ze met veel belangstelling de concerten die ik speelde en programmeerde. Zelden miste ze onze Domestica-concerten in de Laurenskerk en ze had na afloop altijd zinvol commentaar, waar ik wat mee kon.
Kortom: de belangrijkste en meest langdurige invloed op mijn muzikale ontwikkeling kwam van mijn moeder.
En ik prijs mij daar gelukkig mee.













dinsdag 5 mei 2020

Schemering

We zijn inmiddels ruim anderhalve maand verder sinds het orkest besloot om niet naar Amerika te reizen en we elkaar als orkest voor het laatst zagen, voelden en hoorden.
Een groot deel van de maatschappij ligt stil en voor veel mensen wereldwijd zijn er grote zorgen, qua gezondheid, qua toekomstperspectief en financieel.
Met mij persoonlijk gaat het nog wel goed, maar ik kan niet ontkennen dat er veel sombere momenten zijn, zeker wanneer het dagelijkse nieuws tot je komt. Ik las altijd veel kranten en keek naar actualiteitenprogramma's maar heb mezelf nu wel op rantsoen gezet.
Gezondheid gaat boven alles maar gelukkig wordt inmiddels vanuit het Outbreak Management Team met nadruk gevraagd om bredere expertise en om daar bijvoorbeeld ook historici bij te betrekken. Leren van de geschiedenis, van eerdere vergelijkbare situaties, lijkt me een kans om de kwaliteit van te maken keuzes te verbeteren. En ik hou van geschiedenis.
Zo zit ik vol spanning te wachten op het nieuwste boek van Hilary Mantel, De spiegel en het licht. 
Zo vul ik dus een deel van mijn tijd met het lezen van boeken over het verleden, en dan met name ons culturele en muzikale verleden.
Ik probeer dat een beetje thematisch en in samenhang te doen om niet te verdrinken in alles wat me interesseert.
En om iets van discipline te behouden.
Deze week was de beurt aan de Duitse Romantiek. Dat is tenslotte ook de muziek die we in het orkest het meeste spelen, en nu dus met nadruk niet spelen.
Die Romantiek blijkt nog niet zo'n duidelijk begrip, maar waar je wel heerlijk in rond kunt dwalen en op alle mogelijke verbanden en parels stuiten.
Parels, zoals de gedichten van Eichendorff en de liederen die Schumann daarop maakte. Die Liederkreis opus 39 was nu mijn uitgangspunt. En je hoort dan bij het luisteren dat de componist innig vertrouwd is met de piano. Maar het zijn de zangpartijen, zeker in opnames van de groten, die me uitnodigen om mijn cello te pakken, de liederen te spelen en daarin hun klank en uitdrukking te benaderen. Van een Fischer Dieskau natuurlijk, maar in dit geval meer nog van tenor Peter Schreier en bariton Matthias Goerne. Heerlijk om te doen. En ik denk dat je daar als strijker veel van kan leren.
En ik ben zeker niet de enige die dat doet. Zo kwam het ook herhaaldelijk naar voren in de necrologieën van de onlangs overleden cellist Lynn Harrell. Maar bij hem was het niet de klank van zomaar een zanger, maar specifiek het geluid van zijn eigen vader, de beroemde Mack Harrell, overleden toen Lynn nog jong was, dat hem zijn leven lang bleef inspireren.

En vergelijk dat dan met het cellospel van zijn zoon.
Lynn Harrell is met zijn prachtige toon ook regelmatig bij ons als solist te gast geweest.
Een aimabele persoonlijkheid.
Hoe vaag Romantiek als begrip ook is, je denkt wel meteen aan zingen.
Of zoals Eichendorff geciteerd wordt aan het begin van Safranski's boek over het onderwerp:
Je hoeft het toverwoord maar te zeggen en de wereld begint te zingen.
En Schumann is een zanger op zijn piano en een dichter in zijn liederen.
Safranski noemt wel een aantal kenmerken, zoals een verlangen naar het verleden, herontdekking van het gevoel voor het wonderbaarlijke, een hang naar de nacht en naar poëtische mystiek, een gevoel van een nieuw begin na de Franse Revolutie en de Napoleontische oorlogen. Hij beschrijft het vooral als een Duits fenomeen maar beperkt het daar niet toe. En ook na de 19e eeuw zijn nog voorbeelden te vinden, tot op de dag van vandaag.
Maar voor mij toch eerst even die Duitse cultuur. En daar kan ook nog best een schilder bij. Uit de nalatenschap van mijn vader heb ik nog een paar prachtig uitgegeven boeken over Caspar David Friedrich staan. Dit is mijn kans om daar eens wat aandacht aan te besteden.
Hij is de oudste van dit drietal maar er zijn veel overeenkomsten. De ervaring van het oneindige, de angst voor de afgrond, voor een wereld zonder god, innerlijke eenzaamheid zie je overal in zijn schilderijen opduiken.
Eigenlijk ook nog wel actuele thema's in deze tijd.
Bij Friedrich is het ook vaak donker, een maanbeschenen nacht of het moment dat de zon opkomt of ondergaat. Dat brengt me op misschien wel mijn favoriete lied uit Liederkreis: Zwielicht.
In de schemering ziet alles er anders uit, kun je niets en niemand meer vertrouwen.
Was will dieses Graun bedeuten?
Aan die onzekerheid weet Schumann op een ongelooflijke manier klank te geven.
Hier voor de gelegenheid in een versie door een van de mooiste liedduo's die Nederland rijk is en die hopelijk ook snel weer in de concertzaal te horen kan zijn.
Het is prettig om zo zonder haast met dit onderwerp bezig te kunnen zijn.
Lezen, kijken, luisteren, spelen.
Hopelijk kan ik de vruchten daarvan in de nabije toekomst ook weer op het podium gebruiken.
En ondertussen zijn we natuurlijk ook bij het orkest druk bezig plannen te bedenken waarmee we ons in de nieuwe situatie kunnen laten horen en van waarde kunnen zijn.
Dat is een spannende uitdaging.
En een belangrijke verantwoordelijkheid.
Om niet verloren te laten gaan wat in meer dan honderd jaar is opgebouwd.
Of, om met de laatste regels van het Schumann-lied te spreken:

Manches geht in Nacht verloren -
Hüte dich, sei wach und munter!





woensdag 22 april 2020

Beethoven 2020

2020 zou het jaar van Beethoven worden.
250 jaar geleden geboren.
Een gigant.
Maar het dreigt, ook in de klassieke muziekwereld, het jaar van corona te worden, van covid-19.

Overal op de wereld zijn prachtige programma's rond Beethoven bedacht, soms verrassend vaak ook erg voorspelbaar, maar er zou veel te genieten zijn geweest.
Een deel heeft natuurlijk doorgang kunnen vinden, zoals ons nieuwjaarsconcert, en hopelijk valt er later dit jaar nog wel het een en ander overeind te houden, maar een groot aantal concerten blijven ongespeeld, zullen niet gehoord gaan worden.
Dat leek ook het lot van een spannende opera-productie in Wenen, in het Theater an der Wien.
Premieredatum 16 maart.
Gelukkig hebben ze er een registratie van kunnen maken, voor iedereen nog te zien.
Fidelio in de versie van 1806.
Met ouverture Leonore III, die meteen de aandacht trekt.
Hij klinkt regelmatig in de concertzaal, maar zelden meer in het theater.
En hij zet, ook in de muzikale aanpak, meteen de toon: zeer uitgesproken, dramatisch, op het puntje van je stoel.
Manfred Honeck kennen wij in Rotterdam ook als dirigent die weet wat hij wil, vanuit een (Weense) traditie, en blijft aandringen tot hij het krijgt. Zeer overtuigend, wat mij betreft, in deze uitvoering.
Nog voor de ouverture begint overhandigt regisseur Christoph Waltz al zijn visitekaartje het bijzondere decor, als een aaneenschakeling van grote trappen, bijna Escher, en een man die daarlangs naar beneden komt rollen.
Ik vermoed dat dit Florestan is, die opgesloten is beneden in de kerker.
Een originele en effectieve manier om een voorstelling te beginnen.
Er zijn nog wel meer mooie vondsten van de regisseur, maar voor mij is het toch vooral het muzikale aandeel dat pakt en verrast. Ook door de muzikale nummers die niet in de gebruikelijke versie zitten, zoals een duet tussen Leonore en Marcellina (rond 59:00) na Leonores Abscheulicher. Misschien niet onmisbaar in dramatisch opzicht voor het verhaal, maar de concertmeester en solo-cellist kunnen hier hun meest virtuoze beentje voor zetten. Heerlijk.
Met die concertmeester is iets bijzonders aan de hand, als ik het goed heb gezien. En je kunt hem goed zien, want in de Weense opera-opstelling zitten de eerste violen niet aan de buitenkant. Dat moet wel Rainer Honeck zijn, broer van de dirigent. Misschien niet verrassend, maar aangezien hij concertmeester bij de Staatsopera en de Philharmoniker is, en hier de Wiener Symphoniker in de bak zitten, is dat voor mij toch een opvallend detail.
Hoe belangrijk de voorstelling in artistiek opzicht is, daar wordt verschillend over geoordeeld door de recensenten, maar historisch is die al vanwege het moment dat het plaatsvond.
16 maart j.l. zou de première van een reeks voorstellingen zijn, maar die werd vanwege corona-maatregelen op last van de overheid afgelast, zoals dat bijna overal op de wereld gebeurde.
Blijkbaar hebben ze nog wel toestemming kunnen krijgen om de voorstelling een keer, zonder publiek maar met een zaal vol camera's, te spelen en te registreren. Van de bekende anderhalve meter afstand is in de bak en op het podium uiteraard absoluut geen sprake. Je kunt je misschien afvragen of het verantwoord was en ik weet niet of er onder de medewerkers mensen waren die bezwaar of twijfels hadden, of er mensen vervangen zijn (een concertmeester misschien?) maar ik kan me goed voorstellen dat àls je meedoet je dat doet in het besef van een historisch moment, een afscheid van een tijdperk, en met de pijn dat dit voorlopig niet meer mogelijk is.
En ik sluit niet uit dat dat gevoel in de uitvoering doorklinkt, in de urgentie die van het orkest en de dirigent uitgaan. En dan merk je hoe geschikt de muziek van Beethoven voor dit soort momenten is.
Bovendien kun je het ook beschouwen als eerbetoon voor al die theatermensen - acteurs, regisseurs, musici, belichters, etc. etc.- die allemaal prachtige voorstellingen aan het maken, aan het repeteren , aan het voorbereiden waren en die wreed onderbroken werden in dat artistieke proces.
Door een besmettelijk en vernietigend virus.
Je ziet hier bij het 'slotapplaus' ook de orkestleden op het podium. Ze vieren het succes en nemen afscheid van elkaar. Maar zij hadden het geluk hun productie nog te kunnen realiseren.
Het is nu nog te zien op Arte tv en vast ook op youtube.
Kijken.




woensdag 15 april 2020

Wunder Mozart

Het is een rare tijd.
Een moeilijke tijd.
Een tijd waarop het veel gebezigde woord 'bizar' wel van toepassing is.
Een tijd waarin je je nauwelijks kunt voorstellen weer concerten te gaan geven op een vol podium in een goed gevulde zaal.
Aan de ene kant is dat een uitdaging die door een aantal collega's binnen het orkest met energie wordt opgepakt. En wat ook al tot mooie resultaten heeft geleid.
Aan de andere kant is dat bij veel musici ook een rem op de creativiteit en motivatie.
Terwijl mensen om je heen, zoals in de gezondheidszorg, keihard moeten werken kunnen wij net zo goed vakantie houden, lijkt het. Binnenshuis of in de tuin dan natuurlijk.
Maar de extra vrije tijd biedt ook kansen voor het lezen van boeken, partituren, beluisteren van opera's etcetera, waar je anders altijd voldoende aan toekomt.
En dat is nog best een hele lijst waar ik, met de benodigde discipline, aan begonnen ben. .
Ik heb, net als velen, De pest van Camus van de boekenplank gepakt.
Nooit eerder gelezen, maar dit was wel het moment.
Een bijzondere ervaring en niet alleen omdat het ook gewoon een goed verhaal en mooi geschreven is.
En zo was daar ook nog een verrassend boek dat ik onlangs van een vriend had gekregen, over Mozart. Een boek waar ik nog nooit over gehoord had terwijl het toch niet meer zo heel nieuw is; Das Wunder Mozart in der Aufklärung van Harke de Roos.
Harke de Roos is dirigent en operarepetitor, Nederlands van geboorte maar vooral werkzaam in Duitsland. Zijn biografie is op zijn website te vinden.
Zijn andere boek, Beetgenomen door Beethoven, blijkt al jaren bijna ongemerkt op mijn boekenplank te staan. Daarin poneert de auteur een theorie over metronoomcijfers die onderdeel zouden zijn van een raadsel. Dat heeft me nog niet echt kunnen boeien.
Maar dit Mozart-boek, vol intrigerende feiten, is een heel ander verhaal. Een spannend en meeslepend verhaal. Ik verbaas me dan eigenlijk, dat de inhoud nog zo weinig aandacht heeft gekregen.
Of ik moet dat helemaal hebben gemist..
Het gaat niet alleen over Mozart en de problemen die hij ondervond in zijn omgang met de adel, maar ook over de rol van keizer Joseph II daarbij. De idealen van de Franse Revolutie, die aan Marie Antoinette, zijn zuster, de kop zou kosten, vonden bij hem ook nog wel een voedingsbodem, maar de Weense adel was daar minder gelukkig mee. Zijn broer en opvolger Leopold II, die al na anderhalf jaar keizerschap en drie maanden na Mozart stierf zou slachtoffer van die adel geweest kunnen zijn.
Net als Mozart?
Mozart viel bij die adel vooral in ongenade vanaf het moment dat Le nozze di Figaro in premiere ging.
De inhoud was gebaseerd op een verboden toneelstuk van De Beaumarchais maar de meest opruiende passages waren eruit gehaald. Die kende het publiek natuurlijk wel en dan wordt met een zin als 'il resto nol dico, già ognuno lo sa!' (de rest hoef ik niet te vertellen, die kent iedereen al) in de het libretto des te meer olie op het vuur gegooid. En het boek van De Roos staat vol met dergelijke details.
De rol van Aartsbisschop Colloredo, de Salzburgse broodheer waar Mozart ontslag had genomen, en diens familie komt uitgebreid aan bod. Verrassend vond ik het gezichtspunt dat het ontslag nooit was aanvaard dus dat Mozart volgens de wet tot zijn dood beschouwd kon worden als dienstweigeraar.
Voor mij is de auteur op zijn best als hij de opera's bespreekt en linkt met een actualiteit zoals die geweest zou kunnen zijn. Daar zal ik verder niet teveel van verklappen, maar de keizer en Mozarts schoonfamilie krijgen een dominant aandeel in zijn Don Giovanni.
Ook als het niet of maar ten dele waar is, er worden veel aanwijzingen aangevoerd maar niet altijd bewijzen, is het spannend genoeg om te lezen.
Een aanrader!


woensdag 1 april 2020

Oprah!

En dan ineens ben je wereldberoemd.
Of althans heeft de hele wereld je kunnen zien.
En je naam gehoord.
Gewoon met een filmpje van je orkest.
Op het juiste moment en met de goede invalshoek.
We hebben er talloze mensen mee geraakt en dat geeft een goed gevoel.

Het noemen van onze namen was vast bedoeld om het persoonlijk te maken, om te benadrukken dat er allemaal individuen in zo'n orkest zitten die allemaal apart thuis zitten.
Behalve de echtparen natuurlijk, zoals Saskia en Wim, die ook gezamenlijk in beeld kwamen.
Maar de belangrijkste namen komen niet voorbij; het drietal dat het plan heeft bedacht en uitgevoerd.
Mike en Stijn kregen nog een interview op de veelgelezen blog Slippedisc van Norman Lebrecht, maar de naam van André Heuvelman kan daar gerust aan toegevoegd worden.
Wat ze met onze bijdragen gemaakt hebben was van een kwaliteit waar we ons niet voor hoeven te schamen, in tegendeel, maar ook nog uitgevoerd in kort tijdsbestek.
Want eerder zijn dan anderen is zeker een belangrijk onderdeel van het succes.
Voor mij persoonlijk betekende dat dat ik, aan het begin van de ochtend gebeld, binnen een uur moest zorgen dat ik er fatsoenlijk uitzag, dat ik mijn oortjes gevonden had, dat ik even een handige vingerzetting voor de loopjes aan het eind moest bedenken en dan ook nog enthousiast de camera inkijken. Een voordeel van deze corona-crisis is dan wel dat een handige dochter thuis is om het filmpje te maken en versturen. Maar de opmerking en verbazing van Lebrecht dat we dit zonder repeptitie gedaan hadden is nog een understatement. We waren zelfs niet ingespeeld.

Maar het succes was enorm en echt wereldwijd.
Als je nu, op de laatste dag van maart, het filmpje opzoekt staat het al boven de 2 miljoen views.
En daar komen dan nog andere media als facebook bij.
Het is verschillende malen op de Nederlandse televisie getoond en ook ook lovend genoemd door Jaap van Zweden in DWDD. We hadden als musici een app-groep waarin we elkaar op de hoogte hielden van de wapenfeiten en daar kwamen vele buitenlandse nieuwszenders als CNN en BBC-world langs. Een beroemdheid uit de wetenschap als Neil deGrasse, met 14 miljoen volgers op twitter, besteedde aandacht aan ons. En als kers op de taart was het Oprah Winfrey die ons in haar hart gesloten had.
Dan hebben die jongens bij ons toch iets goed gedaan.
Die aantallen zijn natuurlijk mooi.
Maar het mooiste is toch om te merken hoe het mensen raakt, hoe ze zich gesteund voelen in moeilijke tijden door deze muziek. Daar is geen Beethoven-jaar voor nodig.
Misschien is het wel een aanleiding om na te denken over hoe belangrijk de rol van de kunsten in het algemeen en muziek in het bijzonder kan zijn.
Hoe die in de moeilijke financiële en economische tijden die er aan komen, beschermd moet worden.
En hoe de moderne media gebruikt kunnen worden om grote aantallen mensen te bereiken en echt te raken.
Ik heb zelf maar een kleine bijdrage mogen leveren aan dit project, dat voelt als een voorrecht, maar ben ook wel blij en trots dat we als orkest in staat blijken om een antwoord op de huidige problematiek te formuleren.
Daar zijn we nog niet klaar mee, daar ligt nog een hoop werk.
Voorlopig wil ik graag op deze plek André, Mike en Stijn bedanken.
En ik ben benieuwd wat er de komende weken nog uit hun vingers komt.

UPDATE
Ik had gedacht dat het effect inmiddels wel was uitgewerkt, maar op onze app-groep verscheen nog een artikel, onder de titel Classical music's moment, met grote foto voor op een kunstbijlage van de Washington Post:  

En misschien is het ook goed om een originele persiflage nog even te delen:

zondag 22 maart 2020

Een nieuwe werkelijkheid

We leven in een nieuwe werkelijkheid.
Een werkelijkheid waar we nog weinig van weten.
Een werkelijkheid waarin je voorzichtig moet zijn.
Waarin iedereen persoonlijk een grote verantwoordelijkheid krijgt.
Of hadden we die verantwoordelijkheid allemaal altijd al?
Worden we ons daar nu alleen meer van bewust.
Wordt het nu duidelijker benoemd.

Een werkelijkheid ook waarin nauwelijks meer te plannen valt.
Waarin ons orkest stil ligt.
Of toch niet helemaal.
We zouden bijna vergeten dat er vorige week een beslissing is genomen die heel belangrijk is voor de toekomst van ons orkest.
Dat er een paar handtekeningen zijn gezet waar we met zijn allen heel blij mee mogen zijn.
En dan gaat het natuurlijk over de verlenging van het contract van onze chef-dirigent.
We zouden dat, onder normale omstandigheden, natuurlijk in de Verenigde Staten gevierd hebben.
Twee weken gezamenlijk onderweg, een reeks verschillende zalen, elke keer weer kunnen laten horen hoe goed onze samenwerking loopt en welke kwaliteiten Lahav te bieden heeft, als dirigent en als solist. Want hij zou ook, als invaller weliswaar, soleren in Beethovens Vierde pianoconcert.
Het heeft niet zo mogen zijn en waarschijnlijk zal deze gebeurtenis nu door weinigen worden opgemerkt.
Er zijn tenslotte ook belangrijker zaken die ons bezig houden.
Bovendien verandert er voorlopig nog niets.
Lahav had al een contract van vijf jaar en gaat daar gewoon mee door.
Maar wij vonden dat met zijn allen niet genoeg.
En dus kunnen we nu aan gezamenlijke plannen werken voor de nog verdere toekomst, in een muziekwereld waarin aan talentvolle dirigenten door vele orkesten hard getrokken wordt.
En waar verschillende belangrijke orkesten nog intensief op zoek zijn naar een nieuwe chef.
Wij mogen ons dus gelukkig prijzen.
Nu maar hopen dat we snel weer kunnen gaan spelen.

Een voorschot daarop was een filmpje dat inmiddels viral is gegaan.
Een briljant initiatief van onze innovators André Heuvelman en Mike Schaperklaus, die het niet alleen mooi gemaakt hebben, maar ook op tijd op het internet hebben gekregen.
En het blijkt dat dat bij talloze liefhebbers over de hele wereld een gevoelige snaar weet te raken.
Wie weet wat er nog meer bedacht gaat worden in deze moeilijke tijden?
Deze periode, met voor velen onverwacht veel vrije tijd, biedt ook kansen om interessante artistieke producties op internet te zien, vaak gratis aangeboden door instituten als de Met, de Berliner Philharmoniker en de Bayerische Staatsoper.
Van de laatste zag ik vanmiddag een interessante productie onder de titel Judith.
Judith is de vrouwelijke hoofdpersoon van Blauwbaards Burcht, een opera van Bartok.
Die opera wordt gespeeld, voorafgegaan door Bartoks Concert voor orkest, een van de stukken die we toevallig ook hadden voorbereid voor onze tournee. Tijdens die muziek zijn videobeelden te zien van het eerste deel van een Krimi, die met de opera zal worden afgemaakt. En hoewel er niets aan de tekst wordt gewijzigd krijgt het verhaal daarmee een heel andere uitkomst.
De uitwerking sprak mij niet in alle opzichten aan, maar het concept vind ik erg spannend en waard om met ander repertoire als basis verder te onderzoeken.
Waarschijnlijk gaat het over een paar dagen van de site af, dus wees er snel bij als je het nog wilt zien.

dinsdag 17 maart 2020

Project YMS terugblik

Tien afleveringen zijn het geworden: Project YMS.
En het leek me uitzonderlijk genoeg om met enige afstand nog een keer terug te blikken.
Aansluitend ben ik een paar dagen op vakantie gegaan.
Het orkest is inmddels alweer met een volgende productie begonnen, maar de ogen zijn ook al enigszins gericht op Amerika.
Onze tournee met Lahav door de VS begint vrijdag, met voorafgaand enkele repetities in Rotterdam.
Het zou iets moeten zijn om ons op te verheugen maar de onzekerheid in de wereld is momenteel zo groot dat alles in een ander daglicht komt te staan. Dat komt de concentratie niet ten goede.
Ook bij ons zijn deze week halfzieke musici, en vooral musici die in Noord-Italië zijn geweest, naar huis gestuurd. Je moet als werkgever het zekere voor het onzekere nemen.
En dan komen er berichten dat zalen als Davies Symphony Hall in San Francisco voorlopig zijn deuren gaat sluiten. Velen zullen volgen. Uit eigen beweging of van hoger hand.
Zo begon ik vorige week aan mijn tekst, tijdens de voorbereidingen van onze reis naar Amerika.
Het lijkt alweer lang geleden.
De wereld is veranderd.
Het dagelijks leven heeft een andere wending genomen.
Je realiseert je ineens hoe, onder normale omstandigheden, je agenda bepalend is voor wat je doet.
Altijd in voorbereiding op de concerten die je gaat geven.
Op de afspraken die in je agenda staan.
Deze periode zal zeker ergens goed voor blijken te zijn.

Maar het zal wel even duren voordat we ons allemaal op deze nieuwe situatie hebben ingesteld.
En deze situatie verandert ook nog van dag tot dag.
Voor de een is dat makkelijker dan voor de ander.
Voor mij persoonlijk valt het nog wel mee.
Ik heb een vaste baan.
En wij lijken thuis nog gezond te zijn.
Bovendien heb ik een vak waar je ook in afzondering nog een heleboel zinvol werk kunt doen.
Zoals plannen voor de toekomst maken en uitwerken.
Verschillende operahuizen en symfonieorkesten delen voor de gelegenheid veel interessant geluid en vooral beeldmateriaal met wie daar interesse voor heeft.
Ook daar kan ik een deel van mijn vrijgekomen mee vullen en misschien nog wat delen via deze blog.
Ik heb de titel van mijn opzet boven dit artikel laten staan: terugblik.
Een terugblik is het niet geworden.
Misschien komt het op een later moment nog. Als er ruimte en urgentie voor is.
Het project was zo'n onderneming met zijn allen die je nooit meer vergeet.
En waar we ook op door zouden moeten borduren.
Alleen de gebeurtenissen die volgden, en nog steeds volgen, zullen we nog minder vergeten.
Zullen de nabije toekomst gaan bepalen.
Een toekomst waarin hopelijk snel weer ruimte komt om gezamenlijk muzikale uitvoeringen te ondergaan, als speler en als luisteraar. En dan des te meer beseffen hoe bijzonder dat is.