donderdag 7 december 2023

De zee

Na vele jaren orkestervaring denk je de ins en outs van het standaardrepertoire wel grotendeels te kennen, maar er blijven altijd mysteries over die ik niet heb kunnen oplossen. Een van die raadsels staat deze week weer bij ons op de lessenaars.  La Mer van Debussy. Halverwege het eerste deel zit een prachtige passage voor de cellogroep. Eigenlijk totaal onverwacht. Vierstemmig begint het met 8 spelers. Maar twee maten later verhoogt hij het tempo drastisch en vraagt hij om het dubbele aantal: 16 celli. Geen orkest speelt met zo'n grote sectie en niets in de rest van het stuk wijst er op dat ze voor de rest van de muziek allemaal nodig zijn. Een financiële aderlating, om van ruimtegebrek nog niet te spreken, voor zes maten1 En waarom?

Veel is lekker, dat kan ik me voorstellen. Maar dan moet je de andere groepen ook uitbreiden voor de balans. We hebben nog weleens een lessenaar toegevoegd, dan kom je op twaalf. Maar het voelt nog steeds raar en zonder reden behalve de aanwijzing in de partituur. Natuurlijk kun je af en toe de hele verhouding tussen de strijkers ter discussie stellen en misschien meer per stuk bepalen. Uitgangspunt bij ons voor het grote repertoire is meestal 16-14-12-10-8 voor 1e, 2e violen, alten, celli en bassen. Maar waarom meer 1e dan 2e violen? En meer celli dan bassen? Ik hoorde onlangs in Wenen een Tosca met 6 celli en 6 bassen, en dat klonk prachtig. Overigens zag ik op internet ook een registratie van La Mer met Abbado in Luzern. Het is niet helemaal duidelijk maar daar tel ik wel (bijna) 16 cellisten (vanaf 6:03). Maar dat is Abbado en Luzern, waar ze voldoende geld te besteden hebben voor de cultuur.







zaterdag 2 december 2023

Callas 100(platenkast 7)

 Op haar honderdste verjaardag, als de wereld overspoeld wordt door berichten over en herinneringen aan Maria Callas, kan ik natuurlijk niet achterblijven. Zij was zeker ook een van mijn heldinnen, mes heroines! Misschien meer nog later, in de tijd dat ik cd's luisterde maar ik vond nog wel een aardig stapeltje lp's: 

De belangrijkste is waarschijnlijk die beroemde Tosca, met De Sabata en Gobbi. Onovertroffen en nog steeds in nieuwe versies uitgebracht. Daar moet ik een keer rustig de tijd voor gaan nemen. Vandaag luister ik liever naar één van de vele live-opnames. Naar een moment in een opera, waar ik anders niet snel naar zou luisteren. Door haar artistieke kracht, haar unieke talent en drive wordt dat inspirerende moment zo boven alles uit getild, dat die vaak op mijn draaitafel lag. En ook nu weer zit zo'n plaat in een hele goedkope doos: Portret in Gold, Maria Callas, vol: 3. Bij de 5 platen zit ook de befaamde Medea van Cherubini, die ze in 1953 aan de Scala zong. Een onbekend werk met een toen in Italië nog onbekende dirigent. De Sabata zou het doen maar was te ziek om te dirigeren en Callas had op de radio een dirigent gehoord die haar zeer beviel: Leonard Bernstein. Zo werd een opera van Cherubini een enorm succes.

Het is één van haar belangrijkste verdiensten om juist het minder gespeelde belcanto-repertoire op het hoogste niveau op de planken te brengen. Later dat seizoen kwam Karajan naar Milaan voor Donizetti: Lucia di Lammermoor. Een stuk bekender dan Medea, maar ook niet meteen een componist die me aantrok. Totdat ik hoorde wat Callas en Karajan tot stand brachten. De opname is een jaar later in Berlijn gemaakt, waar het hele gezelschap in september 1955 voor twee uitvoeringen heen reisde. Karajan was net tot chefdirigent van de Berliner Philharmoniker benoemd en dirigeert hier het radio-orkest:
Vaak naar geluisterd, door betoverd en gefascineerd door een stem die eigenlijk helemaal niet zo mooi is. Klankschoonheid is niet het doel. Het gaat om het drama, om wat het karakter voelt, om zo in die rol op te gaan dat zingen bijzaak lijkt te worden. Deze plaat maakt op de A- en B-kant een vergelijking met Renate Tebaldi, die andere diva. De twee grote concurrenten in de Scala, eigenlijk in de hele operawereld, waarbij Tebaldi zeker de mooiere stem had. Ik weet niet of zij ook veel Donizetti zong. De directe vergelijking beperkte zich tot Puccini's Vissi d'arte, zoals ook op dit filmfragment:
Van beiden kun je zeker nog andere opnames vinden waarbij de vergelijking weer anders uitvalt en ieder zal zo zijn voorkeur hebben. We kunnen ons in ieder geval gelukkig prijzen dat we hier allemaal nog van kunnen genieten. En voor deze Callas-dag dan als afsluiting misschien wel het hoogtepunt uit die uitvoering in de Berlijnse uitvoering, die ik later pas ontdekte. De Waanzinscène:

The one and only...


zaterdag 28 oktober 2023

Platenkast 6. Messiaen

Tussen de juweeltjes van vroeger is het nu weer eens tijd voor een schijf, die aansluit op waar ik nu mee bezig ben. Deze weken staat Messiaens Kwartet voor het eind der tijden op de lessenaar en daar heb ik ook een mooie lp van in huis. Een op en top Nederlands product waar we trots op mogen zijn. Opgenomen en uitgebracht in 1980. In 2012 ook in een versie op cd, maar die is waarschijnlijk niet meer verkrijgbaar.

De uitvoerenden waren Vera Beths, George Pieterson, Anner Bijlsma en Reinbert de Leeuw. Als Rondom Kwartet heb ik hen dit stuk in de jaren 70 ook live horen spelen, en die indrukwekkende ervaring zal vast geholpen bij de aanschaf van deze Philips-plaat. Het was nog niet de tijd dat beide strijkers met elkaar getrouwd waren maar het samenspel is er niet minder om. Toch liggen de hoogtepunten in de solo-delen. De klarinet helemaal alleen in de vogelgeluiden en de strijkers elk in een oneindig langzaam tempo met liggende piano-akkoorden. 

Het zou één van die stukken worden waar ik enorm tegenop kijk, nog steeds. Uit bewondering, uit respect maar ook wel een beetje uit angst. Misschien is 'ongenaakbaar' de juiste term. Vanaf mijn studiejaren heb ik het met verschillende partners gespeeld en uiteindelijk hebben we het ook met mijn 'eigen' Domestica Rotterdam uitgevoerd. Johan Simons had voor de opening van Theater Rotterdam een productie gemaakt. waarin een indrukwekkende line-up van topacteurs teksten van onder meer Geert Mak, Primo Levi en Vasili Grossman voordroegen en wij het Quatuor speelden. Komende maand in de Breepleinkerk komen de verbindende teksten van Etty Hillesum.

Ik kan er niet omheen dat bij al die uitvoeringen het vijfde deel mijn bijzondere aandacht heeft: Louange à l'Èternité de Jésus. Een langgerekte melodie in een tijdloos langzaam tempo. Messiaen schrijft erbij: Jésus est ici considéré en tant que Verbe. En dat slaat dan weer op het begin van het Johannes-evangelie, één van mijn favoriete passages uit het Nieuwe Testament: 'In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God'. Ik herinner me niet of ik deze uitvoering van Anner Bijlsma vaak beluisterd heb, maar het zal me ongetwijfeld geïnspireerd hebben en ik vind het nog steeds een souvereine uitvoering, met een bewonderenswaardige beheersing van de stokvoering.


En dan moeten we het ook nog wel even over de platenhoes hebben. Wie zou bedacht hebben dat daar een gravure van Gustave Doré op moest? De Dood met een zeis en een zandloper hoort bij een beroemd gedicht van E.A.Poe, The Raven. Messiaen gebruikt wel vogelgeluiden, maar niet die van een raaf. En er zijn zulke mooie afbeeldingen van de Apokalyps, zoals de houtsneden van Dürer:

Of als het Frans moet zijn herinner ik me een prachtig wandkleed uit Angers:


  

zondag 22 oktober 2023

Platenkast 5 Nog geen genoeg van Schumann

Ik moet nog wel even bij Schumann blijven. Een van de beroemdste, populairste componisten - wie kent niet zijn Träumerei? - en tegelijkertijd ook ondergewaardeerd of misschien meer onbegrepe. Hij schreef een van de mooiste Celloconcerten, dat vaak niet het succes krijgt dat het verdient in de concertzaal. Om maar niet te spreken over zijn symfonieën, die maar weinig dirigenten en orkesten overtuigend kunnen uitvoeren. Of zijn strijkkwartetten. En dan is er nog veel repertoire wat bijna nooit uitgevoerd wordt, zoals de Faust-szenen of Das Paradies und die Peri. Dat waren ook geen stukken die ik op de plaat had. Naast de liederen was het natuurlijk de pianomuziek. Papillons, Kinderszenen, Carnaval. Van de Nachtstücke had ik een prachtige versie van Emil Gilels op een Russische persing. Veel gedraaid. Maar de ereplaats vandaag is voor Arturo Benedetti Michelangeli: Faschingsschwank aus Wien. Ik ben zelf net terug uit Wenen, dus dat komt goed uit.

Het is een plaat uit een box met tien lp's. Een curieuze verzameling live-opnames onder de titel The Classic Collection. Beetje obscuur. Over de titel zal vast niet al te lang zijn nagedacht. Misschien wel over de keuze van repertoire en opnames hoewel ik daar geen systeem in kan ontdekken. Ik zal hem vermoedelijk voor een lage prijs uit een bak bij de V&D hebben geplukt, ofwel omdat een aantal van de uitvoerenden me aansprak of omdat ik bepaalde repertoire nog niet in bezit had.


 Furtwängler zit erbij met symfonieën van Tsjaikovski en Brahms, Bruno Walter met Mozart, Mitropoulos met Mahler. Ik zou ze nog eens moeten geen beluisteren. Misschien wel tekenend dat ik me alleen de enige zonder orkest kan herinneren: Benedetti Michelangeli, die op de andere kant een sonate van Chopin speelt. Alleen die Schumann, de b-kant van plaat 5, is blijven hangen. En dan van de vijf delen van Faschingsschwank vooral twee 'tussendelen'. 

Het Intermezzo is groots en meeslepend. Twee handen spelen drie partijen. In het midden een waterval aan snelle passages, ondersteund door een stevige baslijn, en in de discant een meeslepende melodie, romantiek ten top. Mit grösster Energie, zoals Schumann voorschrijft, maar ook met de diepste gevoelens. Daar kon ik vanbinnen mee meezingen op emotionele momenten. Ik weet niet of een andere uitvoering me ook zo zou hebben aangesproken, maar dit was degene die ik had. En ik kende de reputatie van Michelangeli wel, had hem graag live gehoord. Daar had ik zeker voor naar het buitenland gemoeten met alle risico's van afzeggingen. Een excentrieke artiest, een enigma, waar ik later nog een paar mooie cd's van heb gekocht.

Fascinerend om te horen hoe hij de basnoten timet op de melodie. Vaak net iets eerder. Is het gretigheid, is het expressie, is het gemaniëreerd? Het overtuigt mij volledig.

Maar het toppunt is de Romanze, het tweede deel. Eigenlijk maar een paar maten, nog een 3 minuten. Een dalende lijn wordt een paar keer letterlijk herhaald. Ongelooflijk om te horen hoe elke noot zin krijgt, zeggingskracht. Wat mij betreft een moment waarin je de hele groten herkent.


Ik heb deze in mijn studentenkamer vaak gedraaid zonder dar ik er verder iets over wist. Op de plaat staat nauwelijks informatie. Tegenwoordig kun je op internet bijna alles opzoeken en blijkt het onderdeel van een recital in Warschau te zijn uit 1955. Michelangeli was jurylid bij het Chopin-concours en had zelf blijkbaar ook een paar optredens. Er zullen vast kandidaten onder het publiek onder het publiek hebben gezeten. Misschien wel Vladimir Ashkenazy, die een tweede prijs won, na de Pool Harasiewicz. In ieder geval werd Michelangeli hoorbaar geïnspireerd tot grootse prestaties, zoals ook aan de rest van dit fenomenale recital te horen is. Maar dat maakt allemaal geen onderdeel uit van mijn intieme momenten met deze zwarte schijf.

Ik vond nog ergens een verslag van de gedenkwaardige avond:

We were all riveted by the very first bars of Bach’s Chaconne, as adapted by Busoni. Then we heard a dazzling version of Beethoven’s Sonata in C major Op. 2, passed through a vigorously youthful and fiery rendering of Schumann’s Carnival Pranks in Vienna Op. 26, to be finally enraptured by Brahms’s Variations on a Theme of Paganini! I remember how a silent shiver ran through the balcony of the National Philharmonic Hall, where I had my seat directly behind the jurors, all famous artists who gave their own recitals after the auditions for the competition contestants. One after the other, they expressed their ecstatic joy and undisguised amazement that such a thing as Arturo Benedetti Michel- angeli’s pianism could exist on this earth. It was a reaction of astonishment mixed with absolute rapture. The artist was called back many times, and gave several encores, consisting of Scarlatti’s Sonata, Mompou’s Canzona e Danza, and Chopin’s Waltz in E flat ← 9 | 10 → major, which had only recently been discovered and published. However, the audience did not want to let the artist go, and with continuous applause and ovations forced him to give further displays from the stage. Finally, the piano was closed up, but even that was of little help, and so some of the lights in the hall were extinguished. But the audience remained riveted to their seats, so moved were they by the rich sensations of such brilliant playing. And I had heard the embodiment of my artistic ideal!


 

donderdag 31 augustus 2023

Platenkast 4. Schumann

 Kiezen uit je mooiste lp's, hoe doe je dat? Het begin van deze serie was vanzelfsprekend. Goulds Goldbergvariaties heeft nu eenmaal een bijzondere positie die ik ook genoemd had in het interview in Intrada, waar dit allemaal begon. De Tweede Mahler als vervolg had direct te maken met de concerten bij het Philhamonisch. Bij de kennismaking met Mahlers symfonieën was de platenspeler voor mij destijds onmisbaar. Inmiddels heb ik dat repertoire al zo vaak en met zoveel dirigenten uitgevoerd en staan alle partituren in mijn kast dat er minder reden is om te luisteren. Toch was de ervaring interessant.

Ook de vorige aflevering had met orkestconcerten in Rotterdam te maken, hoewel het daarna nog een paar maanden duurde voordat ik een verhaal over de Vijfde van Beethoven en Karajan formuleerde. Twee iconen. En eigenlijk komt er dan teveel naar boven en moet je je vooral beperken om een leesbaar stukje te maken. Over de image, de marketing van deze dirigent en dat repertoire bijvoorbeeld. Hij had toch een soort monopolie, wekte vertrouwen en ontzag. Maar wàt maakte hem nou zo goed? Of was hij misschien niet zo goed als wij dachten? Als andere platen van hem aan bod komen hoop ik daar wel iets dieper in te duiken. Nu merkte ik dat ik vooral aansloeg op het uiterlijk van de platenhoes, de foto van Lauterwasser. Het logo van DGG, daar moeten we het ook nog een keer over hebben. Voor de afwisseling voel ik nu een behoefte aan kostbare kleinigheden, juweeltjes, die zeker zo belangrijk voor mij waren. Een eenvoudig lied van Schumann: Der Nussbaum.

Een kort nummer dat opviel, bleef hangen, me diep raakte binnen het brede repertoire op vijf langspeelplaten, een box met als titel Les Introuvables d'Elisabeth Schwarzkopf. EMI had er een hele serie van, waarvan ik later ook nog de 'onvindbare' kostbaarheden van Verdi en, dan inmiddels op cd, Wagners Ring kocht. Het was in een tijd dat je nog kon zoeken naar bijzondere opnames, voordat Youtube ermee vol stond. Schwarzkopf zal toen toch ruim vertegenwoordigd zijn geweest op de platenmarkt maar blijkbaar niet met deze uitvoeringen. Als echtgenote van een van de beroemdste en meest actieve opnameleiders, Walter Legge, had ze het voor het uitkiezen.

Een van hun grootste successen was Der Rosenkavalier met Karajan in 1956 in Londen, waar ze de Marschallin zong. In deze box kun je horen hoe ze, ook met Karajan, al in 1947 in Wenen een scene uit dezelfde opera, maar dan als Sophie, zingt. Heerlijk en waarschijnlijk nog steeds niet bij velen bekend: 

Maar voordat we al te veel uitweiden over al het andere moois, het is Der Nussbaum die me is bijgebleven. En waarom dan eigenlijk? De kracht van Schumann als liedcomponist? Dichterliebe is voor mij een van de grote meesterwerken uit de Duitse romantiek, maar daar draagt de tekst van Heine volop aan bij. En daar vormen de liederen een verhalend geheel. De Myrthen opus 25 zijn meer een bos bloemen en geschreven door Robert voor zijn Clara als huwelijkscadeau. 26 liederen, zoveel als de letters van het alfabeth en als het derde lied dan staat voor de C van Clara dan maakt dat Der Nussbaum nog extra dierbaar.

Julius Mosen, was geen dichter van het niveau Heine maar dat heeft voor een componist ook zo zijn voordelen. Of zoals ik toevallig vorige week bij Thomas Mann las: 'Ich habe oft sagen hören, ein Gedicht dürfte nicht zu gut sein, um ein gutes Lied abzugeben. Die Musik sei viel besser daran bei der Aufgabe, das Mässige zu vergolden. So glänzt virtuose Schauspielkunst am hellsten in schlechten Stücken.' (Doktor Faustus, hoofdstuk XXVII). Ik weet niet of de vergelijking helemaal opgaat. En ik snap Schumanns keuze helemaal als ik lees over de bloesems, die naar elkaar fluisteren over een meisje en een bruidegom over een jaar. De zorgeloze tedere melodie als van een volkslied zingt Schwarzkopf met alle aandacht voor detail. Tekstbehandeling tot kunst verheven. 'Zart' en 'zierlich' worden in de klank vertaald en het fluisteren bewaard voor het slot van het lied. Een enkele volgorde en zelfs een woord is veranderd. Maar, met alle waardering voor haar, is het vooral de pianist die me meeneemt. Vanaf de eerste maten, die eigenlijk een nazin vormen, die eindeloos herhaald gaat worden. Gerald Moore was in zijn tijd misschien wel de ideale liedbegeleider, had terecht een enorme reputatie. Hij speelt dienend, eenvoud in de hoogste graad, maar vertelt misschien nog wel meer het verhaal van de componist dan de sopraan. Ik kom niet achter zijn geheim, maar dat is misschien ook wel het mooiste. Een vergelijking met een latere opname van haar met Geoffrey Parsons werkt misschien verhelderend?
Wat meteen opvalt is het langzamere tempo. Raadselachtig, moeilijk te rijmen met het Allegretto in de partituur. Dat kan de invloed van de pianist zijn, maar misschien ook het ontbreken van Legge aan Schwarzkopfs zijde. Hoewel ik er lang niet meer naar geluisterd heb zijn mijn oren teveel gewend aan mijn favoriet. Tegelijk voel ik de behoefte om weer vaker het liedrepertoire tot me te nemen. Het hoeft niet altijd veel tijd te kosten en kan zo bevredigend zijn. Schumann natuurlijk, maar ook Schubert, Brahms, Wolf. Misschien zelfs Beethoven. Niet de eerste om aan te denken, maar wel het eerste nummer op de plaatkant voordat deze Schumann klonk. En ik kan me niet voorstellen dat ik die vaak heb overgeslagen. Met een tekst van Goethe. Over grote dichters gesproken.... Wonne der Wehmut: 

donderdag 24 augustus 2023

Platenkast 3. Beethoven 5

De tijd dat ik lp’s kocht om repertoire te leren kennen ligt inmiddels natuurlijk ver achter me. Dat kun je je nu helemaal niet meer voorstellen. Maar ooit was zelfs de Vijfde van Beethoven voor mij terra incognita en zou Karajan mijn gids worden. Ik heb weinig herinneringen aan die eerste keren dat ik luisterde maar zie de lp-hoes nog zo voor me. Het was een aanschaf via een boekenclub. Eens in de zoveel tijd moest je een boek uit de selectie kopen en als alternatief, voor als je niet kon kiezen, boden ze ook een beperkt aantal grammofoonplaten aan. Zo kwam deze opname, samen met de Zesde, in mijn bezit. Maar nu ik hem weer tevoorschijn haal, blijkt de hoes er toch anders uit te zien dan ik dacht.


De zwart-wit foto uit mijn geheugen siert niet de Vijfde maar de Pastorale. Een foto van onderaf genomen, de dirigent als heerser. De hoes van de Vijfde is anders, informeler en in kleur. Karajan meer luisterend dan bepalend wat er moet gebeuren. Vrijetijdskleding, met het boordje van een overhemd dat maar aan één kant boven zijn trui uitsteekt. Microfoonstandaards zijn zichtbaar dus de foto zal tijdens een opnamesessie gemaakt zijn. Maar het kan ook zijn dat de dirigent hiervoor geposeerd heeft aan de belichting te zien. Over de naam van de fotograaf geen twijfel: Siegfried Lauterwasser. Zelden zal een samenwerking tussen dirigent en fotograaf zo intensief zijn geweest als tussen hen. Ik weet niet precies welke rol Lauterwasser gespeeld heeft in het beeld en daarmee voor een deel ook het succes van de dirigent, maar zijn naam lijkt onlosmakelijk verbonden aan Karajans beeldmateriaal. Dit interview biedt daar nog een interessante blik op: https://www.youtube.com/watch?v=Ymj4H_vUl1M 

Gevoelsmatig zou ik de informelere foto eerder met de 6e dan met de 5e geassocieerd hebben, maar misschien zijn het twee verschillende edities, heruitgaven die in de uitverkoop moesten omdat er weer een nieuwe versie gemaakt zou worden. Zo heb ik ook nog een Negende, opgenomen in dezelfde periode, die er weer heel anders uitziet. Van alle keren dat Karajan alle Beethovens heeft opgenomen heeft deze eerste Berlijnse reeks de beste naam, zoals ook bevestigd wordt in dat filmpje. 

Ik herinner me niet goed wat me destijds zo heeft aangesproken. Er zit energie in, een vol orkest in een ruime akoestiek (de Jesus Christus Kirche), minder perfect dan ik gedacht had, maar zeer overtuigend. Wel wat weinig muziek voor een langspeelplaat.


Ik merk dat ik er nu weinig connectie meer mee heb. Waarschijnlijk heeft de ontwikkeling van de interpretatie in de loop der tientallen jaren met mensen als Harnoncourt en Brüggen het voor mij lastiger gemaakt om hier nog in mee te gaan. Het vibrato, vooral in de violen, vind ik vaak echt storend, terwijl het ook niet de magie heeft van sommige echte oude opnames. Toch zitten er zeker prachtige dingen in. De opbouw en het tempo van het tweede deel bevallen mij zeer. En de manier waarop hij tegen het eind van de finale tempo terugneemt vind ik heel overtuigend. Er zullen zeker nog steeds genoeg liefhebbers voor zijn, maar ik zoek de kwaliteiten van Karajan liever in ander repertoire. Daarover vast later meer. 






zaterdag 20 mei 2023

Platenkast 2 Mahler

Ik heb er weer met volle teugen van kunnen genieten, die Tweede Mahler afgelopen week. Ook al heb ik hem al vaker gespeeld, het is altijd weer een bijzonder spektakel. Dat geldt misschien voor elke symfonie van Mahler, bij ons ook meestal voorbehouden aan de chef of een andere hoog gewaardeerde dirigent, maar deze Tweede heeft nog wel wat meer toeters en bellen, koor, solisten, koperblazers achter het podium en een orgel als kers op de taart, dan de meeste andere. Zonder oneerbiedig te willen klinken, want het is prachtige en over de verschillende delen zeer gevarieerde muziek. Dat moet voor de collega’s die deze symfonie, of zelfs Mahler, wel voor het eerst speelden een overweldigende ervaring zijn geweest. Ook Lahav had hem nooit eerder gedaan, zei hij, wat verbazing wekt als je hoort hoe diep hij al in deze partituur is doorgedrongen. Ooit was Mahler voor mij onbekend terrein,  als speler en als luisteraar. De eerste noten die ik gespeeld heb waren de Lieder eines fahrende Gesellen, toevallig misschien wel de meest laagdrempelige binnenkomer. Met de Vierde symfonie als volgende halte viel het ook nog wel mee. Inmiddels is alles wel meerdere keren langs gekomen. Het nieuwe is er af, maar het blijft een zoektocht.

Bij het begin van die zoektocht had ik veel profijt van mijn platenspeler. Het was hard werken, het bleef lange tijd een weerbarstige materie om in door te dringen, maar ik had gelukkig die grote zilveren box van Philips, die alleen al door zijn volume meteen in het oog springt in mijn platenkast. Zestien zwarte schijven waarop Bernard Haitink zijn, toen nog niet koninklijke, Concertgebouworkest dirigeert in Mahlers Complete Symphonies. Echt compleet vind ik het niet zonder Das Lied von der Erde. De Tiende, door anderen voltooid, is dan nog een ander verhaal. Daarvan dirigeerde Haitink, net als Abbado en Bernstein alleen het Adagio, overigens de enige Mahler die ik ooit met hem in Rotterdam heb mogen spelen. Over zijn Tweede in 1990 hoor ik nog steeds veel lovende verhalen van collega’s die er wel bij waren en bij de Zevende, kort daarna, zat ik helaas ook nog niet in het orkest. Maar ik ben dus wel door Haitink de wereld van Mahler binnen geleid.

Ze golden indertijd als de standaard, deze platen, bekroond met een Edison, en ik kan nog wel horen waarom. Evenwichtig opgebouwde uitvoeringen met een helder klankbeeld, waardoor je prima hoort wat je moet horen. Ideaal dus voor mijn toen onervaren oren, die er nog steeds van kunnen genieten. De naam van opnameleider Jaap van Ginneken moet daarbij genoemd worden. Later, zeker na een overweldigend concert van Bernstein met de Negende, ging ik zoeken naar wildere uitvoeringen, extremer, spannender, dramatischer, hoewel de concertervaring, zo essentieel bij Mahler, met een opname nooit benaderd kan worden. Maar de uitvoering van Otto Klemperer, opgenomen tijdens een Holland Festival, ook weer in diezelfde zaal, komt aardig in de richting. Met deze ervaren dirigent, die ooit nog in aanwezigheid van de componist het bühneorkest in de Tweede gedirigeerd had, en die, net als Mahler, gepokt en gemazeld was in het operatheater en een soliste die weet dat ze niet lang meer te leven heeft ontstond in de zaal een uniek drama. Met haar unieke stem zong Kathleen Ferrier ontwapenend vanuit haar hart Der Liebe Gott will mir ein Lichtchen geben, wird leuchten mir bis an das ewig selig Leben, vlak voordat het orkest zich met een daverende Schreckensfanfare  in de finale stort. Hier hou je je ogen niet droog:

Het zou kunnen zijn dat deze week mijn laatste keer Mahler 2 maar zeker niet de laatste Mahler. Ik zie volgend seizoen alweer een uitdagende Zesde gepland. Iemand vroeg mij deze week naar mijn favoriet. 'Degene die we nu spelen' is dan een logisch en zeker ook eerlijk antwoord, maar los daarvan kies ik dan waarschijnlijk voor de symfonie die geen symfonie genoemd mocht worden, die ontbreekt in de zilveren box van Philips, Das Lied von der Erde. Twee prachtige platen had ik later aangeschaft, beide legendarische opnames. Op de ene dirigeert Klemperer, op de andere zingt Ferrier, met Bruno Walter als dirigent. Walter stond nog veel dichter bij Mahler en dirigeerde na diens dood de wereldpremière. Toch heb ik voorlopig een lichte voorkeur voor Klemperer, met Christa Ludwig en Fritz Wunderlich als prachtige solisten. Misschien moet ik ze toch nog eens rustig vergelijken.