zondag 22 oktober 2023

Platenkast 5 Nog geen genoeg van Schumann

Ik moet nog wel even bij Schumann blijven. Een van de beroemdste, populairste componisten - wie kent niet zijn Träumerei? - en tegelijkertijd ook ondergewaardeerd of misschien meer onbegrepe. Hij schreef een van de mooiste Celloconcerten, dat vaak niet het succes krijgt dat het verdient in de concertzaal. Om maar niet te spreken over zijn symfonieën, die maar weinig dirigenten en orkesten overtuigend kunnen uitvoeren. Of zijn strijkkwartetten. En dan is er nog veel repertoire wat bijna nooit uitgevoerd wordt, zoals de Faust-szenen of Das Paradies und die Peri. Dat waren ook geen stukken die ik op de plaat had. Naast de liederen was het natuurlijk de pianomuziek. Papillons, Kinderszenen, Carnaval. Van de Nachtstücke had ik een prachtige versie van Emil Gilels op een Russische persing. Veel gedraaid. Maar de ereplaats vandaag is voor Arturo Benedetti Michelangeli: Faschingsschwank aus Wien. Ik ben zelf net terug uit Wenen, dus dat komt goed uit.

Het is een plaat uit een box met tien lp's. Een curieuze verzameling live-opnames onder de titel The Classic Collection. Beetje obscuurOver de titel zal vast niet al te lang zijn nagedacht. Misschien wel over de keuze van repertoire en opnames hoewel ik daar geen systeem in kan ontdekken. Ik zal hem vermoedelijk voor een lage prijs uit een bak bij de V&D hebben geplukt, ofwel omdat een aantal van de uitvoerenden me aansprak of omdat ik bepaalde repertoire nog niet in bezit had.


 Furtwängler zit erbij met symfonieën van Tsjaikovski en Brahms, Bruno Walter met Mozart, Mitropoulos met Mahler. Ik zou ze nog eens moeten geen beluisteren. Misschien wel tekenend dat ik me alleen de enige zonder orkest kan herinneren: Benedetti Michelangeli, die op de andere kant een sonate van Chopin speelt. Alleen die Schumann, de b-kant van plaat 5, is blijven hangen. En dan van de vijf delen van Faschingsschwank vooral twee 'tussendelen'. 

Het Intermezzo is groots en meeslepend. Twee handen spelen drie partijen. In het midden een waterval aan snelle passages, ondersteund door een stevige baslijn, en in de discant een meeslepende melodie, romantiek ten top. Mit grösster Energie, zoals Schumann voorschrijft, maar ook met de diepste gevoelens. Daar kon ik vanbinnen mee meezingen op emotionele momenten. Ik weet niet of een andere uitvoering me ook zo zou hebben aangesproken, maar dit was degene die ik had. En ik kende de reputatie van Michelangeli wel, had hem graag live gehoord. Daar had ik zeker voor naar het buitenland gemoeten met alle risico's van afzeggingen. Een excentrieke artiest, een enigma, waar ik later nog een paar mooie cd's van heb gekocht.

Fascinerend om te horen hoe hij de basnoten timet op de melodie. Vaak net iets eerder. Is het gretigheid, is het expressie, is het gemaniëreerd? Het overtuigt mij volledig.

Maar het toppunt is de Romanze, het tweede deel. Eigenlijk maar een paar maten, nog een 3 minuten. Een dalende lijn wordt een paar keer letterlijk herhaald. Ongelooflijk om te horen hoe elke noot zin krijgt, zeggingskracht. Wat mij betreft een moment waarin je de hele groten herkent.


Ik heb deze in mijn studentenkamer vaak gedraaid zonder dar ik er verder iets over wist. Op de plaat staat nauwelijks informatie. Tegenwoordig kun je op internet bijna alles opzoeken en blijkt het onderdeel van een recital in Warschau te zijn uit 1955. Michelangeli was jurylid bij het Chopin-concours en had zelf blijkbaar ook een paar optredens. Er zullen vast kandidaten onder het publiek onder het publiek hebben gezeten. Misschien wel Vladimir Ashkenazy, die een tweede prijs won, na de Pool Harasiewicz. In ieder geval werd Michelangeli hoorbaar geïnspireerd tot grootse prestaties, zoals ook aan de rest van dit fenomenale recital te horen is. Maar dat maakt allemaal geen onderdeel uit van mijn intieme momenten met deze zwarte schijf.

Ik vond nog ergens een verslag van de gedenkwaardige avond:

We were all riveted by the very first bars of Bach’s Chaconne, as adapted by Busoni. Then we heard a dazzling version of Beethoven’s Sonata in C major Op. 2, passed through a vigorously youthful and fiery rendering of Schumann’s Carnival Pranks in Vienna Op. 26, to be finally enraptured by Brahms’s Variations on a Theme of Paganini! I remember how a silent shiver ran through the balcony of the National Philharmonic Hall, where I had my seat directly behind the jurors, all famous artists who gave their own recitals after the auditions for the competition contestants. One after the other, they expressed their ecstatic joy and undisguised amazement that such a thing as Arturo Benedetti Michel- angeli’s pianism could exist on this earth. It was a reaction of astonishment mixed with absolute rapture. The artist was called back many times, and gave several encores, consisting of Scarlatti’s Sonata, Mompou’s Canzona e Danza, and Chopin’s Waltz in E flat ← 9 | 10 → major, which had only recently been discovered and published. However, the audience did not want to let the artist go, and with continuous applause and ovations forced him to give further displays from the stage. Finally, the piano was closed up, but even that was of little help, and so some of the lights in the hall were extinguished. But the audience remained riveted to their seats, so moved were they by the rich sensations of such brilliant playing. And I had heard the embodiment of my artistic ideal!


 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten