dinsdag 23 juni 2015

Gekozen

En zijn naam is:...
Kirill.
Alsof er een prinsje is geboren.
Ik heb zelfs de persconferentie live via internet gevolgd.
Hij stond op veel lijstjes kanshebbers voor Berlijn.
En was er bijna net zo vaak weer afgevallen.
Maar de keus is zeker interessant.

Het zou kunnen zijn dat hij al eerder gevraagd was, en 'nee' had gezegd.
Als je de geruchten mag geloven zou hij ook bovenaan de verlanglijst van het KCO hebben gestaan.
En toch zal zelden zo'n hooggewaardeerde dirigent zo onbekend bij het grote publiek zijn geweest. Een aanbod om komend seizoen naar de Londense Proms te komen, met zijn opera-orkest uit München, werd nog niet lang geleden afgeslagen: trekt te weinig publiek!
Terwijl de naam Petrenko toch al door meerdere succesvolle musici wordt gedragen.
Petrenko is een dirigent die geen interviews geeft en nauwelijks opnames maakt.
Hoe anders was dat bij zijn voorgangers!
Hier toch een mooie opname vanuit Bayreuth.
In de manier waarop hij de muziek en het artistieke resultaat centraal stelt wordt hij al vergeleken met Carlos Kleiber. Daarbij past ook zijn geschiedenis van afzeggingen.
Afgelopen seizoen nog bij de Berliner Philharmoniker. Nog voor het begin van de eerste repetitie van de Zesde van Mahler zat hij al in de taxi, richting München.
Ik weet niet welke reden hij aan het orkest heeft gegeven. Een schouderblessure, las ik vandaag ergens. Misschien speelde de ook symfonie, een beruchte en fatalistische partituur, die verschillende grote Mahler-dirigenten hebben gemeden, een rol. Blijkbaar heeft het de beslissing van vandaag niet gehinderd. Misschien wel moeilijker, of anders toch, riskanter gemaakt.
Drie programma's heeft hij bij het orkest gedirigeerd, waarvan de laatste keer in 2012.
Zijn tijd spendeerde hij hoofdzakelijk aan het dirigeren van opera. Zo heb ik hem ook bij de Met in New York gehoord: een prachtige Ariadne auf  Naxos.
Ervaring met en liefde voor opera is voor een orkestdirigent vast een pre.
Waar men zich misschien meer zorgen over zou kunnen maken is de standvastigheid van Petrenko.
Zou hij de komende tijd, die minstens nog drie jaar duurt, niet gaan twijfelen aan zijn toezegging?
Als het gaat lukken kunnen we gaan genieten van een bijzondere combinatie en heel hoog niveau van muziekmaken vanuit een diepe integriteit. Daar wil ik de collega's in Berlijn graag mee feliciteren.
Een ander lichtpuntje verscheen afgelopen week op televisie bij Eva Jinek.
Joop van den Ende was te gast
Ik weet eigenlijk niet wat de aanleiding was. Een bedrijf verkocht, of juist weer iets nieuws begonnen, zoiets. Maar Joop zegt nooit zo maar iets. Als hij spreekt mag er gerust geluisterd worden.
Hij maakte zich boos, op aangeven van Jinek, over het verhogen van de btw op kaartjes voor voorstellingen.
Eerst bezuinigen op de culturele instellingen en nu ook de overlevingskansen van de nog bestaande gezelschappen bemoeilijken.
Het kabinet moet er nog over praten met de oppositie, waaronder D66, waar Van den Ende blijkbaar zijn hoop op had gevestigd.
'Een land zonder kunst en cultuur is een heel arm land.'
Hiermee haalde hij ook de schrijvende pers.
Nog meer hout snijdt voor mij zijn opmerking over het belang van muziek als onderdeel van het basisonderwijs. Onvoorstelbaar dat, na al die onderzoeken die uitwijzen dat de omgang met muziek, zingen, spelen, misschien ook nog wel luisteren, en positieve invloed heeft op het leervermogen van kinderen. Met andere woorden, het verbetert de leerprestaties, kinderen krijgen hogere cijfers. Ook andere positieve effecten zijn te constateren, zoals in het sociale gedrag bijvoorbeeld, maar dit alleen zou al voldoende moeten zijn om geld en tijd binnen het leerprogramma te reserveren en muziek een hoge prioriteit toe te kennen.
Dat heb ik overigens nergens in de pers teruggelezen.
Maar het is de logica en tegelijk ook het ongeloof van Joop van den Ende.
En ik ben heel blij dat hij dat op televisie zou duidelijk en recht uit zijn hart verwoordt. (Kijken vanaf 47:00.)

Wat ook weinig aandacht in de pers heeft gekregen is de afsluiting van ons seizoen.
Ten onrechte, als je het mij vraagt.
Voor duizenden bezoekers speelden we in Ahoy twee bijzondere voorstellingen,  
Verschillende namen heeft het gehad.
Als Zircony stond het lang op onze lijst, totdat het Julia ging heten.
Misschien wist de pers niet als wat ze het product moesten beoordelen. Het viel niet duidelijk in een bekend vakje. We zullen het vaker moeten doen. Nou, graag.
Het verhaal is me een beetje ontgaan. Liefde, verschillende soorten liefde, was de bindende factor, met spectaculaire en gevoelige acts. Maar het verhaal was niet de kracht van de voorstelling.
Dat was toch de muziek.
Natuurlijk Prokofjev en zijn Romeo et Juliet. Een ijzersterke balletpartituur, die we goed kennen.
Maar ook zo'n De Falla, El amor brujo, is meesterlijke muziek, die we zelden spelen.
Piazolla werkt fantastisch, zeker met Carel Kraayenhof.
Maar muzikaal het meest verrassend vond ik de twee Amorosi van Guridi, uit de Tien Baskische Melodieën. Beetje sentimenteel, bijna over de grens, maar heerlijk om te spelen:


Muziek die naar een vakantie in Spanje doet verlangen.
Want het zit er weer bijna op voor ons.
Nog wat bijeenkomsten, vergaderingen, audities en dan kunnen we ons verheugen op een nieuw seizoen.
Met een nieuwe directeur.
Tot die tijd zal het hier waarschijnlijk even stil blijven.
Iedereen een mooie zomer toegewenst.

O, en voor wie nog wil nagenieten van onze Benvenuto Cellini kan dat via deze link.
Veel plezier!

dinsdag 2 juni 2015

Origineel

Ik had graag nog willen schrijven over Berlioz en zijn Cellini, over de verwijzingen naar andere componisten, over Mahler als schatplichtige, het belang van zijn muziek en zijn originaliteit.
Maar de laatste voorstelling was zondag en dan is het ook echt weer even afgelopen.
Het was een mooie tijd met Hector.
Deze week is het bijvoorbeeld de beurt aan Alban.
Bij DNO worden we afgelost door de collega's van het KCO, die zich op Lulu storten.
Wij spelen komend weekend het Vioolconcert van Berg.
Wat mij betreft een van de absolute meesterwerken van de twintigste eeuw.
Ook Berg staat natuurlijk in een traditie.
Veel Mahler zit er in zijn muziek, maar ook wel Schubert, als je goed luistert.
Ondanks de dodecafonie, heeft hij een prachtig lyrisch en romantisch stuk geschreven.
Met een opvallend citaat van Bach: Es ist genug.
Niet alleen de noten komen van Bach, zelfs de klank van een orgel wordt 'geciteerd' in een combinatie van klarinetten en saxofoon, zoals te horen in een link in dit artikel over het werk.
Het merkwaardige bij Berlioz was overigens dat ik meer hoorde van componisten na hem dan van zijn voorbeelden. Er zal vast het een en ander terug te voeren zijn op Beethoven en Gluck, de inspiratiebronnen die vaak bij Berlioz genoemd worden, maar ik hoorde Verdi en Wagner.
Bij Wagner is dat vanuit de geschiedenis nog wel te verklaren. Zijn schoonvader en compagnon Liszt heeft in Weimar een belangrijke rol gespeeld in het uiteindelijke succes van de opera. Toch zal het vermoedelijk muziekwetenschappelijke onzin zijn als ik de cabaretier, die weigert het gezelschap nog verder wijn te schenken voordat er betaald wordt, te verbinden met Mime, die zich staande probeert te houden tegenover zijn pleegzoon Siegfried. In beide opera's hebben een kundig metaalbewerker als titelrol.
En die Verdi zat toevallig in de volgende scene, als het koor blij is dat het geld er is.
Het is een gevoel, dat onder meer zit in het tempo, dat als het ware net iets te langzaam gehouden wordt en daarmee een mooie spanning opbouwt. Maar juist dat tempo fluctueerde noch al eens van voorstelling tot voorstelling. Het is inmiddels geschiedenis.

Een van de sterkste voorbeelden van muziek die een ander stuk uit de toekomst 'citeert' is misschien wel de Tweede symfonie van Brahms. In de finale zit een kwartenmotief, unisono in het orkest, waarbij menigeen meteen  aan de inleiding van de Eerste van Mahler wordt herinnerd. Het merkwaardigs is dat dat omgekeerd nooit gebeurt.
Het begint rond 5:08

Dit weekend speelde ik een vroeg werk van Mozart, met een onverwacht mooi middendeel in mineur. Het was een van de kwartetten die hij zal zestienjarige voor een reis naar Milaan schreef.


En het deed me zo denken aan de aria van Barberina waar Mozart zijn laatste acte van Le nozze di Figaro mee opent, veertien jaar later.
Ik leerde het ooit kennen als filmmuziek voor Kaos  van de broers Taviani:


Het was bij de tiener Wolfgang al met een ongelooflijke diepgang aanwezig.
Een wonder.
En voor mij weer een grote verrassing.

Komende zaterdag klinkt muziek van een ander zestienjarig genie.
Mendelssohn en zijn octet.
Ook daar kan ik alleen maar in verwondering naar luisteren, of, in dit geval, spelen.
Met de Rotterdam Philharmonic Strings in Delfshaven 


maandag 18 mei 2015

Berlioz, Aboutaleb en Mahler

Afgelopen vrijdagavond was het de derde voorstelling van Cellini.
Daarna begint het weekend.
Vanaf elf uur, zeg maar, als het uitbundige applaus is weggestorven.
En het orkest is dan ook echt weer eens op een zaterdag en een zondag vrij.
Vrije dagen vallen vaker op een maandag.
Maar je hoort ons niet klagen.
Ook niet nu, tijdens een van de drukste periodes van het seizoen.

Die opera is een hele kluif, maar gaat steeds makkelijker.
Wel vol lastige noten, waarbij je voortdurend op je qui vive moet blijven.
Bovendien, als we het over werkdruk hebben, gaan we vroeg van huis en zijn laat terug.
En zo'n tripje tussendoor naar Parijs, zoals vorige week, is wel leuk, maar ook niet echt ontspannend.
Zeker niet na anderhalf uur wachten op Rotterdam CS, vanwege een defecte Thalys.

Deze week stond Mahler op het wisselmenu.
Die Tweede symfonie hadden we toch al een aantal jaren niet meer op de lessenaar gehad, en met alle toeters en bellen, trompetten en hoorns her en der buiten de zaal, communicerend via televisietoestellen, was de repetitietijd bepaald niet ruim bemeten.
We waren daaromheen gebonden aan de voorstellingen in Amsterdam en de datum van 14 mei, vanwege het bombardement.
De keuze van het stuk, 25 jaar na de legendarische uitvoering met Haitink, lag voor de hand.
Extra actualiteit bood het nieuwe stuk van de Componist des Vaderlands, Willem Jeths.
Helemaal nieuw was het niet, hoewel er wat details waren aangepast na de wereldpremiere eerder dit seizoen, maar wel voor ons orkest geschreven en met het bombardement als thema.
Vanuit de stilte na Jeths barstte Mahler los.

Zo werd Jeths een onverwacht mooie inleiding op Mahler.
Dat het hele programma zo sterk werd ingeleid door onze burgemeester, was misschien nog meer een verrassing. We kennen Aboutaleb als een sterke spreker, doorgaans zonder papier, en met een bijzonder gevoel voor kunst en taal, maar deze keer ging zijn vergelijking tussen vluchtelingen in 1940 en vluchtelingen in 2015 wel heel rechtstreeks naar het hart.
Vluchten is een recht!
Het was niet alleen voor het publiek een goede voorbereiding op de inhoud van de muziek.
De manier waarop hij ook bij ons musici een snaar wist te raken zal zeker zijn invloed op de intensiteit van de uitvoering hebben gehad.
Een burgemeester om te koesteren!

Ook over de samenwerking met dirigent Manfred Honeck, klonken veel positieve geluiden.
Hij brengt een Weense strijkerstraditie met zich mee, die hij vooral in het grazioso van het Ländler-thema in het tweede deel deed gelden.
De laatste keer dat hij ons orkest dirigeerde is alweer bijna twintig jaar geleden, maar een volgende gelegenheid laat vast niet zo lang op zich wachten.
Hij wees ons ook nog op een citaat uit Schuberts Unvollendete, die mij nooit eerder was opgevallen.
Er zit veel meer verleden in Mahler, zoals de invloed van Berlioz, waar ik nog op in had willen gaan, maar dan wordt dit verhaal te lang.

Beter afsluiten met de Ländler van Mahler. Bruno Walter, die zich na de oorlog al snel met de Weners had verzoend:





zondag 10 mei 2015

Bevrijding

Is er een nieuwe traditie geboren?
Het (gratis) Bevrijdingsconcert op een doordeweekse middag om 15.00 uur zat meer dan vol.
En er is nog een groot aantal mensen naar huis gestuurd.
Zelfs de trappen waren bezet.
Ik ken het fenomeen niet, maar er blijken in de historie van het orkest vaker bevrijdingsconcerten gegeven te zijn.
En die losse sfeer van mensen die zelf een plek zoeken, zelfs zonder zitplaats, doet ook aan vroeger denken.
Het repertoire was misschien niet echt met zorg gekozen.
Hoewel, de Vijfde van Tsjaikovski geldt als een somber stuk, maar eindigt in een stralend majeur.
Door de duisternis naar het licht.
Het moest gerepeteerd voor een concert in Parijs, dus waarom niet een presentatie voor eigen publiek. Hiermee hebben we afgelopen februari in Amerika triomfen gevierd, dus het zat nog goed in de vingers.
Een herhaling na een paar maanden kan dan nog voor een verdieping zorgen.
En herinneringen aan een succesvolle reis.
Op 4 mei was ik zelf op herhaling gegaan.
Naar de late Rembrandt.
Over het eerste bezoek had ik al bericht.
De zoektocht naar muziek in deze schilderijen heb ik dit keer snel gestaakt.
Er zit geen muziek in Rembrandt.
Rembrandt is een schilder van prachtige verhalen, de verteller van onuitgesproken teksten.
Het zou een mooi project op kunnen leveren als fantasievolle auteurs, die gevoelig zijn voor wat er in de schilderijen verwerkt zit, in die ongelooflijke gezichten, die sprekende ogen, die levende lichaamshoudingen, gevangen in hun beweging, zich laten uitdagen tot het uitspreken van die verborgen teksten.
 
Het Mauritshuis gaat volgende maand nog aan de slag met zo'n zeldzaam voorbeeld van muziek bij Rembrandt. Dan zou kunnen blijken dat die harpspelende David niet van de meester zelf is.
Die mogelijke conclusie is dan waarschijnlijk nog het minst interessante van de tentoonstelling.
Het zijn de vragen en gegevens die daaraan voorafgaan, die mij het meest interesseren.
Of ik die tentoonstelling ook vaker ga bezoeken, weet ik nog niet.
Over mijn ervaringen met de late Rembrandt op herhaling ben ik erg enthousiast. Verlost van de drang om niets te missen, want je weet inmiddels wat er is en waar het hangt, kun je de tijd nemen voor de onderdelen die je het meest intrigeren. En dan hoef je je niet te storen aan het grote aantal medebezoekers. Dat kan ik iedereen die er de gelegenheid voor heeft aanraden.
Een stukje Dodenherdenking passeerde ik op weg naar de Stopera bij het Weteringplantsoen.
Ik heb jarenlang daar om de hoek gewoond, maar het monument was me niet eerder opgevallen.
Toch zinvol om daar, op die dag even bij stil te staan.
Dertig helden uit de Tweede Wereldoorlog, gefusilleerd op 12 maart 1945, hebben daar een naam.
Op de Amstel wordt hard gebouwd aan een podium voor het Bevrijdingsconcert voor op televisie.
Maar wij moeten gewoon verder repeteren aan Benvenuto Cellini, een heel ander soort held.
De kunstenaar als held, waarbij Berlioz niet alleen de Italiaanse beeldhouwer, maar vast ook zichzelf op een voetstuk wilde plaatsen.
Bepaald geen muziek voor 4 mei.
Ik ben op tijd in Den Haag voor een voorstelling van een nieuwe opera van Caroline Ansink, Polen in plan Zuid. Een mooi concept met drie zangers en vier instrumentalisten en een zeer toepasselijk onderwerp voor deze gelegenheid.
We zijn om acht uur als publiek gezamenlijk stil. Best indrukwekkend zo, maar het werden wel meer dan twee minuten, want niemand hield de tijd bij.

Herdenken hoort voor mij misschien meer bij muziek dan feesten.
Meer bij klassieke muziek dan toch, meer bij de stilte daarvan.
Herdenken doen we komende donderdag met de Tweede symfonie van Mahler, 75 jaar na het bombardement op Rotterdam.En het zal worden voorafgegaan door een werk van de Componist des Vaderlands over datzelfde bombardement, Conductus.
Ook dan zal de zaal weer tot de laatste plaats bezet zijn.
 

zondag 3 mei 2015

Achtbaan

Het voelt als een achtbaan.
Je stapt er in, je wordt meteen gelanceerd, en stapt een paar uur later duizelig weer uit.
Soms krijg je even tijd, maar niet voor lang.
That's what we call opera.
Benvenuto Cellini heet de opera dit jaar, de componist Hector Berlioz.
Die kennen we wel.
Zijn Symphonie Fantastique hebben we al talloze malen uitgevoerd, waaronder gedenkwaardige concerten met Yannick (inclusief een cd-opname), Gergiev en Rattle.
En er gaat zelden een seizoen voorbij zonder een van zijn virtuoze ouvertures.
Zoals Benvenuto Cellini, en Le Carnaval Romain, die Berlioz later brouwde uit verschillende thema's van dezelfde opera.
Dat zorgt dan toch weer voor menig Aha-Erlebnis.
Maar de rest blijft fris en verrassend.
En verdraaid lastig, als je de excentrieke aanwijzingen van de componist serieus neemt.
En dat doet dirigent Mark Elder.
Sir Mark had ons al gewaarschuwd.
Een van de moeilijkste opera's uit het repertoire, volgens zijn inschatting.
Dat hadden we zelf ook kunnen weten, want we zijn met dit stuk ooit op reis gegaan.
In mei 1999 speelden we de opera concertant, met Gergiev in Amsterdam en de Londense Festival Hall. De solisten kwamen grotendeels uit de Kirov-stal, met een nog jeugdige en relatief onbekende Anna Netrebko als Teresa.
Veel tijd om van haar schoonheid te genieten hadden we niet, want de repetitietijd was, als gebruikelijk, beperkt gebleven en de uitgave waar we van speelden was een gloednieuwe Urtext-uitgave, de inkt nog nat, met alle versies (Parijs1, Parijs2 en Weimar) verenigd in een dikke partij.
Dat is smullen voor de liefhebbers van wetenschappelijk verantwoorde uitgaven, maar een jungle voor de praktische orkestmusicus, die in één oogopslag wil zien welke noten hij moet spelen.
Dit keer staat dezelfde editie op onze lessenaars, maar zijn de overbodige noten er grotendeels uitgeknipt. Dat levert hier en daar nog wel een chaotisch beeld op, maar daar is mee te werken.

Deze spectaculaire enscenering van regisseur Terry Gilliam, bekend bij de vele Monty Python liefhebbers, is dit seizoen al in Londen gegaan, maar met een andere dirigent.
Elder heeft zijn eigen keuzes gemaakt in de samenstelling van onderdelen uit de verschillende versies dus er moest nog tijdens de repetities flink geknipt, geplakt en gegumd worden.
Maar daar kunnen we dan ook even een paar weken mee vooruit.


Dat achtbaan-effect zal dan ook wel steeds minder worden.
Zo'n partij van een opera, dit keer toch ook weer over de honderd pagina's, heeft ergens ook iets weg van een stadsplattegrond. Als je een paar dagen ergens in een hotel zit komt zo'n kaart steeds meer tot leven en krijgt reliëf. Je leert waar je op moet letten en vindt de weg tenslotte bijna blindelings.
Met alle valkuilen die Berlioz voor ons in petto heeft.
En moderne effecten.
Cellini is een van de allereerste partituren waarin de basklarinet werd voorgeschreven.
Ook de ophicleïde, die de rol van de tuba op zich neemt, was nog betrekkelijk nieuw, maar zou vooral een Franse aangelegenheid blijven.
Maar ook voor ons cellisten had Berlioz iets nieuws bedacht: belletjes aan de sourdine. Verzin daar maar eens een praktische oplossing voor. Gelukkig heb ik creatieve collega's en waren er in de Stopera voldoende wasknijpers voorhanden. Het effect is bedoeld voor de scene waarin de buurvrouwen en dienstmaagden dreigen Fieramosco, de liefdesrivaal en artistieke concurrent van Cellini, in bad te stoppen: Ah! Maître drôle, ah! Libertin!
Tegelijkertijd moet de paukenist een stapeltje tamboerijnen op zijn paukenvel leggen, dus hoeveel van onze inspanningen in de zaal nog hoorbaar blijft is even de vraag. Maar geen moeite is ons te veel.

Komende week werken we naar de premiere toe, met tussendoor nog even een uitstapje richting Parijs.
Yannick is er weer en vergeet ook zijn Rotterdamse publiek niet: dinsdagmiddag een gratis Bevrijdingsconcert!

zondag 26 april 2015

New York en de opvolging

Het is, zoals gezegd, niet alleen Berlijn, waar een nieuwe chef-dirigent gezocht wordt.
Ook bij het Philharmonisch Orkest van New York heeft de artistiek leider aangegeven aan het eind van zijn periode te willen vertrekken.
Het contract van Alan Gilbert loopt tot 2017, dus daar zullen ze iets meer haast moeten maken.
Dat de keus destijds op hem viel was overigens een grote verrassing, die niet door iedereen met groot enthousiasme werd ontvangen. Daar kan zijn relatief snelle afscheid, na een periode van acht jaar, vanaf 2009, mee te maken hebben.
Toch krijg ik de indruk dat hij het niet slecht gedaan heeft en dat hij, zeker qua programmering, een duidelijke stempel heeft achtergelaten.
Bovendien was zijn aanstelling, als zoon van twee (voormalige) orkestleden, zeker uniek.

Ook in New York zullen ze nu moeten kiezen tussen iemand die de huidige lijn voortzet en op zoek gaat naar uitbreiding van het repertoire, waarbij veel van na 1900, of een grote naam die de speelcultuur van de grote romantische werken gaat koesteren, in navolging van voorgangers als Masur en Mehta.
De namen die genoemd worden vormen daardoor een ander lijstje dan de line-up voor Berlijn, waar binnen een paar weken witte rook verwacht wordt.
Twee mensen die goed voor de hedendaagse muziek zouden zijn, zijn Esa-Pekka Salonen en David Robertson. Salonen gooit waarschijnlijk de hoogste ogen, maar heeft na zijn periode in Los Angeles , verwend met de Walt Disney Hall, misschien weinig zin in een periode met een orkest zonder zaal, want Avery Fisher Hall wordt gerenoveerd voor een grote som geld, van een sponsor die ook zijn naam aan de zaal wil verbinden.
Robertson kennen we in Europa minder goed. Hij staat al een tijd in St.Louis, maar was de vorige keer ook al in de race voor deze post.
Een outsider in deze hoek, en bovendien een vrouw, zou Susanna Mälkki kunnen zijn.
Manfred Honeck, de Wener die Mariss Jansons met veel succes in Pittsburgh is opgevolgd, zou passen in een keus voor meer traditie.
Daniel Harding wordt genoemd, wat een verrassing zou zijn, maar die heeft wel aangegeven met zijn ervaringen uit het verleden te willen breken. Misschien past New York daar wel in.
En laten we onze landgenoot Jaap van Zweden ook niet vergeten. Hij kent New York, past bij de mentaliteit van Manhattan en wil vast, na een paar jaar Dallas, wel weer hogerop.
Ik weet niet wanneer ze in New York gaan kiezen, maar dat kan toch niet lang meer duren.
Ze zijn nu op tournee door Europa, met vorige week twee juichend ontvangen concerten in Amsterdam.
Eerder deze maand gaf Gilbert een lezing in London, de Royal Philharmonic Society Lecture 2015.
Een zinnig verhaal van een dirigent met visie op de toekomst. Een visie die hij in New York in de praktijk heeft kunnen tonen.
Hij gaat in op de speculaties rond de opvolging in Berlijn en natuurlijk ook bij zijn eigen orkest, waarbij hij constateert dat de meeste commentatoren vooral geïnteresseerd zijn in namen, minder in de vraag wat zo'n orkest eigenlijk nodig heeft. Een grote naam en een fantastische dirigent is niet altijd de garantie voor succes.
Modern repertoire moet je niet spelen uit plichtsbesef, maar omdat je vindt dat het stuk het verdient en omdat het zin heeft in de context van het programma. Hij meldt vervolgens met trots dat ze op deze Europese tournee uitsluitend twintigste-eeuwse muziek uitvoeren, behalve de stukken die van recenter datum zijn. Dat zie ik ons orkest, maar ook het KCO, nog niet zo makkelijk doen.
Het is wel hoopgevend dat het kan.
De belangrijkste voorwaarde is dat je bij je publiek, en ook bij de eigen musici, vertrouwen opbouwt dat de gekozen stukken het waard zijn om gespeeld en beluisterd te worden. En dat je naar de zaal moet om het mee te kunnen maken.
Het zijn bij onze concerten vaak de onbekende werken, zoals een Vioolconcert van Ligeti of een Symfonie van Suk, en zeker ook het nieuwe werk van Jeths, die veel bijval krijgen van de mensen die het hebben aangedurfd te gaan luisteren.
Zijn verhaal over de productie van Petrushka, die ze ook mee naar Londen hebben genomen, met poppen en andere visuele middelen is nieuwsgierigmakend. Misschien lijkt het op de Vuurvogel die wij ooit met Theater Terra deden, maar als hij zegt dat het voor het orkest 'fundamentally transformative' is geweest, ben ik wel benieuwd naar de rol van de orkestmusici in deze productie.
De trailer laat daar helaas niet veel van zien.
Ik ben ervan overtuigd dat er de afgelopen jaren in New York belangrijke ontwikkelingen zijn geweest, net als in Berlijn met projecten als Rythm is it en de geënsceneerde Mattheus Passion. Het zou goed zijn als er door beide organisaties opvolgers gekozen worden die op deze voedingsbodem verder kunnen creëren, en zo een voorbeeld blijven voor andere orkesten.  `

Naschrift: de Berliner Morgenpost houdt vandaag een enquête onder haar lezers. Ook een leuk spelletje. Het betekent in ieder geval dat het leeft onder de bevolking. Ik ben benieuwd hoe hoog Yannick eindigt. Tot vanmiddag (26 april) 17.00 uur.

zondag 12 april 2015

Rembrandt en Bach?

Er zijn van die dingen waar je gewoon heen moet.
Aan hypes heb ik een hekel, die wekken mijn weerstand op.
Boeken die iedereen leest, laat ik meestal links liggen.
Maar als de Late Rembrandt in Amsterdam hangt, dan wil ik die niet negeren.
In de media is het event niet te missen, dat heeft het Rijksmuseum goed gedaan.
Maar de berichten uit Londen, waar de tentoonstelling eerder was te zien, waren dermate juichend dat een Rembrandt-liefhebber, zo beschouw ik mezelf wel, dat niet voorbij kan laten gaan.
Dus togen we vorige week, met tickets, hoge verwachtingen en fikse tegenwind, in alle vroegte richting Amsterdam.
Ik zal hier op de tentoonstelling niet te diep ingaan.
Het is een unieke verzameling hoogtepunten, en enkele minder geniale werken, uit zijn oeuvre, die je nooit meer zo samen zal zien. Ook niet los van elkaar, overigens. Verschillende schilderijen komen uit verzamelingen waar je niet zo snel bij komt.
Een must voor iedere geïnteresseerde, die er dan wel tegen moet kunnen dat er nog talloze mensen op dat moment hetzelfde willen zien.
Ik kom er vast nog wel een keer voor half mei.
Een tweede bezoek aan een expositie kan soms een bijzondere meerwaarde bieden.
Wat voor dit verhaal misschien interessanter is, is een vraag die bij me opkwam: is Rembrandt te combineren met Bach?
Dat je, bij wijze van spreken, vanuit de tentoonstelling rechtstreeks het museumplein oversteekt en je in het Concertgebouw laaft aan de Mattheus-Passion? Als totaal-ervaring.
Een Nederlandse schilder uit de Gouden Eeuw en een Duitse componist uit de barok.
Rembrandt (1606-1669) was toch al 16 jaar dood toen Bach werd geboren.
En had hij wat met muziek?
De Gouden Eeuw was in Nederland niet een tijd van grote componisten, vergelijkbaar met het genie van een Rembrandt. Sweelinck kwam daar misschien nog het dichtste bij in de buurt, maar die was toch een generatie ouder
Misschien werd zijn muziek nog wel gespeeld in de Amsterdamse kerken waar de schilder kwam. Ik weet het niet. Het ging waarschijnlijk toch meer om componisten als Jacob van Eyk of Constantijn Huygens. Luisteren naar die muziek staat voor mij te ver af van het kijken naar een Rembrandt.
Dan liever Bach.
Ik bekijk ze natuurlijk vanuit de tegenwoordige tijd, en de enorme bewondering voor beider werk.
Voor hun tijdgenoten was dat anders.
Voor zover ze hoog in aanzien stonden, waren ze dat in de laatste jaren van hun leven wel kwijtgeraakt. Rembrandt schilderde in een stijl die als verouderd gold en als men het halverwege de 18e eeuw over de grote Bach had dan sprak men over zijn zoon Carl Philip Emanuel.
Beide meesters waren overtuigd van hun kunnen en hielden vast aan wat zij goed vonden, in weerwil van hun omgeving.
Maar Rembrandt is niet de eerste schilder die je met muziek zou associëren.
Het Metropolitan Museum in New York had dit jaar een kleine expositie rond De Musici van Carravagio opgesteld, waarbij je wat instrumenten kon zien en horen op je koptelefoon.
Iets dergelijks had de Londonse National Gallery een paar jaar geleden met Vermeer
Ik vermoed dat in de levens van deze schilders, misschien niet thuis maar zeker bij de mensen waarmee ze te maken hadden, muziek een veel grotere rol speelde dan bij Rembrandt.
En bij het beschouwen van de schilderijen van Vermeer, waar niet gemusiceerd wordt, biedt de stilte van de getoonde scene volop ruimte om muziek in je hoofd te laten klinken.
Rembrandt toont een andere energie, een andere beweging.

Bovendien is hij niet scheutig met muzikale onderwerpen in zijn schilderijen.
Een voorbeeld dat ik me herinner is David, die voor koning Saul op de harp speelt:
Erg mooi staat die harp er overigens niet op.
De aandacht gaat toch vooral naar de emoties van de koning, die zijn tranen droogt.
Het is wel na 1655 geschilderd, en hangt in het Mauritshuis, maar ik zag hem niet in het Rijksmuseum hangen. Misschien geen authentieke Rembrandt?
Er blijkt ook een vroegere versie te zijn, uit 1630, die in Frankfurt hangt:
Met de harp meer op de voorgrond, maar de musicus nauwelijks zichtbaar.
De harpen lijken veel op elkaar en ook hier is het de koning die de aandacht trekt.

Niet te vergeten De fluitspeler: 
Een ets uit 1642, waar de fluit van de jongen, waarmee hij onder de rokken van een herderinnetje gluurt, vooral een fallische betekenis lijkt te hebben.
En de trommelaar op de Nachtwacht.
Die past misschien wel het beste bij zijn maker.

Wat mij bij de tentoonstelling meer dan anders frappeerde was Rembrandts kunst van de suggestie.
Met een enkele veeg, een klodder verf, of juist het weghalen daarvan weet hij een enorme wereld op te roepen. Een wereld van licht, een gezichtsuitdrukking, een menselijk karakter, een beeld van zichzelf.
Dat is toveren.
Die magie is prima te vergelijken met de Bach van de cellosuites. Daar zijn het vaak maar een paar noten, maar met de suggestie van prachtige harmonieën en tegenstemmen. Het oor verzint er, gestuurd door de componist, een hele wereld omheen.
Grote kunstenaars.