vrijdag 14 februari 2020

Project YMS 4

En dan is voor project YMS alweer de derde dag aangebroken.
Als er nu nog geen schaduw is gaat de keizer verstenen, aldus de vloek van Keikobad.
Hij heeft zijn twaalfde bode gestuurd om de keizerin er aan te herinneren.
Het is een van die dreigende leitmotieven waar Frosch vol mee zit.
Nog dominanter is het motief van Keikobad.
Daar begint de opera mee en duikt voortdurend weer op in de lage stemmen van het orkest. Bij ons dus ook.
Keikobad speelt geen rol in het verhaal maar is toch voortdurende als machtige schaduw aanwezig.
Vergelijkbaar met Agamemnon in Elektra, ook Richard Strauss. Een motief van vier noten, waarop zijn dochter Elektra later herhaaldelijk zijn naam zingt, opent de opera. Hij is vermoord, dus kan geen rol meer spelen. Maar het wreken van die moord is de motor van het verhaal.
De naam van Keikobad heeft maar drie noten nodig. Ook hij is de vader van de titelrol maar is afwezig omdat hij in een andere wereld leeft. Een geestenwereld waar de keizerin, zijn dochter, waarschijnlijk weer naar moet terugkeren omdat ze gefaald heeft. Ze was de talisman ook verloren 'in der Trunkenheit der ersten Stunde'....


Tijdens zo'n repetitieproces ga je die leitmotieven steeds meer herkennen, en ermee spelen als je weet wat er in het verhaal gebeurt. Die motieven kleuren de woorden en de handelingen van de zangers en spelen ook een grote rol bij de Verwandlungsmusik, de instrumentale overgangen, waar we lekker even voluit kunnen.
Hoe Strauss in zo'n motief karakter weergeeft van een persoon, dier, voorwerp of gemoedstoestand is echt meesterlijk.
Keikobad is groots, machtig, onwrikbaar als steen.
De Amme, de vroedvrouw, heeft een heel ongemakkelijk, eigenlijk vervelend ritme, en ook melodisch is het niet lekker. Zoals ze is, een slecht karakter. En je herkent het meteen. Terwijl de keizerin op een vluchtige manier de hoogte in gaat, vaak als vioolsolo, met logische intervallen.
Eigenlijk heeft ze geen idee waar ze mee bezig is, tot halverwege het verhaal.
Maar er zijn ook prachtige meeslepende liefdesthema's waarin je als strijkorkest heerlijk kunt zingen en schmieren.
Alles zit er in, zo zei Yannick, en hij heeft natuurlijk gelijk.
Deze dag kregen we de koren erbij, die niet een groot maar wel belangrijk aandeel hebben in het geheel. Het deed me wel weer een beetje terugdenken aan onze Achtste Mahler, nog niet zo heel lang geleden een van de hoogtepunten met Yannick. Toen waren de koren wel een veel dominanter factor. Er is nu ook weer een kinderkoor, wat zelfs gemaand moest worden iets zachter te zingen! Yannick legde uit wat voor rol ze moesten zingen als ze bij Barak om eten gingen bedelen. Als een hond die zin in iets lekkers heeft.

De knappe jongeling die als attractie aan de verversvrouw wordt aangeboden kwam even zijn ding doen, vanuit de zaal versterkt door een trompet. Het blijft een merkwaardig verhaal.
Vanuit een loge in de zaal zingt de valk, die ook een motief toebedeeld heeft gekregen, dat je nooit meer vergeet als je het eenmaal gehoord hebt. Een aanhoudend ritme, met voorslagen hard en hoog in de houtblazers gespeeld, hobo's, es-klarinet, die hoek.
Achter op het podium staat een breed spectrum aan slagwerkinstrumenten opgesteld, zoals de donder- en de windmachine.
Vooraan, achter de eerste violen, bevinden zich twee celesta's - waar vind je dat? - en helemaal aan de rand een glasharmonica, wat volstrekt uniek is. Met waterbakjes om de vingers schoon te houden.
 Alles zit er in.

Van een schaduw hebben we niets meer gemerkt. Meer van de 'dronkenschap van het eerste uur'.
We zitten inmiddels met zijn allen echt in een flow waar nog weleens hele mooie dingen uit zouden kunnen komen.
Misschien al maandag in Parijs.

dinsdag 11 februari 2020

Project YMS 3

Dag twee van Project YMS is aangebroken.
Bij Frosch is dat de dag dat de keizer zijn vrouw denkt te betrappen op bedrog omdat hij, terwijl hij haar bespiedt, bij haar mensengeur ruikt. Een schande! Hij wil haar doden maar merkt dat hij dat niet kan. Gelukkig, anders was zij in de 2e scene van de 2e acte blijven steken.
Een scene overigens met een prachtige cello solo.
Bij ons is hiervoor oud-collega Floris Mijnders even terug over uit München, de stad van Richard Strauss, dus dat zit wel goed.
Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de dag even met een kleine schaduw begon, namelijk met wijzigingen in de coupures.
Veel opera's worden standaard met coupures uitgevoerd, passages uit de oorspronkelijke versie die worden geschrapt, en Frau ohne Schatten is er daar zeker één van. Probleem is wel dat iedere dirigent en ieder operahuis daar zo zijn eigen ideeën over heeft en solisten blijkbaar ook.
Als dat betekent dat er coupures worden toegevoegd is dat niet zo'n probleem, maar in dit geval werd er ook één geschrapt. Dat betekent dat potloodstrepen moeten worden weggegumd en loopjes alsnog gestudeerd. Dat gaat natuurlijk nog wel lukken, maar het ging wel om een tricky passage, waar we de dag mee begonnen en, toevallig, een paar uur later ook weer mee eindigden.
In de tussentijd hadden de solisten zich bij ons gevoegd en dat belooft veel goeds.
Ik ken ze geen van alle, behalve de Kaiserin, Elza van den Heever, die ik vorige maand nog als Marie in Wozzeck vanuit de Met zag. Het lijken me allen ervaren Frosch-zangers. Nergens twijfels of onzekerheden. Vooral Michaele Schuster, de Amme, begint meteen met haar rol te acteren met heel haar lichaam, vooral het gezicht, en de timing van de tekst. En dan is in haar boosaardige rol veel te genieten.
En je voelt dan het grote voordeel van het zien van de zangers, het podium met ze delen, en zo direct bij het drama betrokken te zijn. De meeste zijn gelukkig goed te verstaan, wat bij opera geen vanzelfsprekendheid is.
Wij zijn nog wel even bezig met onze partij bij te werken, streken te coördineren en waar nodig vingerzettingen bij te schrijven. Strauss wijkt zo vaak van een logisch verloop van een motief af - met opzet, juist voor het karakter - dat je vaak iets onorthodox moet verzinnen om alle noten op tijd in de juiste volgorde te spelen. Wij strijkers delen doorgaans een partij met onze buurman of buurvrouw, die meestal voor andere oplossingen kiest, dus je moet met je aantekeningen ook nog bescheiden zijn.
En ook dat maakt dit project tot een spannend avontuur.

Project YMS 2

De kop is er af.
Project YMS is begonnen.
Ondanks de dreiging dat storm Ciara nog roet in het eten zou gooien zat iedereen op tijd op het podium en het past. Met het voorbehoud dat er nog geen koren en solisten waren, maar die zullen komende dagen wel elders een plekje krijgen.
Yannick toonde zich vol vertrouwen dat we de klus gaan klaren en gemotiveerd als altijd.
Frau ohne Schatten, kortweg Frosch, is de opera die hij ontzettend graag wilde doen met ons want hier zit alles in.
Nu is het onze taak om dat er allemaal uit te krijgen.
En het voelde eigenlijk meteen weer vertrouwd met Yannick.
We hebben al zoveel met elkaar meegemaakt.
Ook opera's, in de Stopera en een concertante Fliegende Holländer.
En toch is dit weer anders.
Extra bijzonder omdat we hem niet meer zo vaak zien.
En het lijkt alsof hij met zijn ervaring en positie als chef van een groot operahuis een nieuw soort autoriteit meebrengt. En misschien niet alleen autoriteit, maar vooral ook rust en overzicht.
We hebben onze beperkte tijd natuurlijk heel hard nodig maar hij gaf ons nooit het gevoel dat we haast hebben. Integendeel.
Dat alles erin zit konden we vandaag zonder de zangers natuurlijk nog niet volledig bevestigen, maar we konden ons nu wel helemaal concentreren op het orkestaandeel en dat is al een wonderlijk amalgaam van de mooiste en meest fantastische effecten en samenklanken.
Veel bekende Strauss zit erin: Don Quixote, Till Eulenspieghel, Rosenkavalier. Het is volop genieten, voor zover je daar de tijd voor kunt nemen tussen alle technische hindernissen door.
En ondertussen leidde Yannick ons moeiteloos langs alle tempo- en maatwisselingen.
Best wel indrukwekkend.
Wat hij ons vooral op het hart drukte was om met alle expressiviteit en gevoelige passages altijd de puls te houden, ons niet te verliezen. En ik kan me voorstellen dat dat een van de geheimen van een goed operaorkest is: altijd die doorgaande beweging volhouden, zonder nadruk, niet geforceerd, maar wel als basis waarop de solisten in hun zingen en acteren hun vrijheden kunnen nemen.
Hier en daar kwam de handeling van de opera even ter sprake, zoals aan het eind van de 1e acte.
Een merkwaardig moment, als nachtwachters door de straten lopen en een lied zingen over echtelieden die elkaar zouden moeten beminnen. Het is een centraal element van de opera en werkt op deze manier fantastisch na alles wat er in de eerste acte gebeurd is. Daarin is Strauss echt een meester. Je hoort al bijna het afscheidsgevoel van zijn Vier letzte Lieder.
Dat lijkt zeker ook een favoriete scene van Yannick zijn.


We zijn begonnen.
Licht überm See -
ein fliessender Glanz

zondag 9 februari 2020

Project YMS

Als je de initialen en de positie van Yannick hebt, YNS, ligt het voor de hand dat daar mee gespeeld wordt. Een vergelijking met Yves Saint-Laurent bijvoorbeeld: YSL. Hij houdt ook van mooie dingen, luxe artikelen, dus waarom niet.
En aangezien wij met hem de komende twee weken ook met mooie en luxueuze zaken bezig zijn, waarbij niet alleen de letters, maar alles in elkaar grijpt, kies ik voor project-YMS.
Een uniek project waar hij zijn stempel als eredirigent op kan drukken.
Eerst een week intensief repeteren en dan met een fikse symfonie en een uitzonderlijke grootse opera, één van de buitencategorie, op reis door Europa. Een prachtig en misschien ook wel krankzinnig avontuur, waar ik veel zin in heb.
Morgen beginnen wij met project-YSM
Yannick-Strauss-Mahler
Het is een gigantisch en ambitieus project in vele opzichten.
Voor ons individueel geldt dat voor de enorme hoeveelheid noten en de technische moeilijkheid van die passages. De Vijfde van Mahler kennen we wel, hebben we al met vele dirigenten mogen spelen, maar het blijft een van de lastigste uit de hele serie.
En Frau ohne Schatten is compleet nieuw.
De collega's die Jeffrey Tate nog hebben meegemaakt zullen de Symphonische Fantasie uit die opera wel gespeeld hebben, maar dat is maar een heel klein deel en lang geleden.
Gigantisch ook vanwege de mensen die je nodig hebt voor deze opera.
Het strijkorkest wordt bescheiden gehouden, vanwege de beperkte ruimte op het podium en de balans met de zangers, maar bij de rest kun je natuurlijk niet bezuinigen.
Viervoudig hout, 8 hoorns inclusief een kwartet wagnertuba's, een glasharmonica, twee celesta's, een windmachine, een dondermachine, een orgel en nog heel veel meer moeten het podium delen met koren en zangers. En een dirigent.
Aangezien we ermee op reis gaan naar totaal andere podia in Parijs en Dortmund wordt dat voor onze orkestbodes nog een hele aparte uitdaging.
Met recht een ambitieus project waarbij we onderweg met die Mahler ook nog Essen en Baden Baden aandoen. Dit zou best eens een mijlpaal in de geschiedenis van ons orkest kunnen worden.
Uitzonderlijk is ook de kwaliteit van de solisten die nodig zijn in de opera voor een goede uitvoering. Alle vijf de hoofdrollen worden gerekend tot de zwaarste uit het repertoire en het schijnt dat het in alle gevallen gelukt is om topzangers te vinden. 
Ik ben benieuwd.
En dan nog de concentratie waarmee we moeten werken.
In zeer korte tijd zullen we moeten zorgen dat alles goed onder elkaar komt, dat de balans klopt en dat we dan ook nog mooi muziek maken.
Het is een grote uitdaging die ons wel ligt als orkest, gepokt en gemazeld in de jaren met Gergiev, maar waarvan ik de moeilijkheid en zwaarte nog niet helemaal kan inschatten.
Ik weet wel zeker dat we na het laatste concert, op zondag 23 februari terug in de Doelen met Strauss, als orkest zullen terugkijken op een unieke ervaring.
Onder het genot van een groot glas bier.
Bier natuurlijk, want de moeder van Strauss was een Pschorr, van de Münchense bierbrouwersfamilie. 













vrijdag 24 januari 2020

Sascha

Ik heb het eigenlijk altijd aan mij voorbij laten gaan maar dit jaar hebben wij ons thuis gewaagd aan de kerstpuzzel van een landelijk ochtendblad.
De uitdaging was om een honderdtal citaten aan bekende en minder bekende mensen toe te schrijven.
Wie heeft wat gezegd?
Gelukkig zaten er een paar eenvoudige bij en met zijn allen kom je een heel eind maar in de buurt van een oplossing zijn we toch niet gekomen. We zullen wachten totdat de uitslag gepubliceerd gaat worden. Ik kan niet zeggen dat ik er goed in ben maar het was leuker dan ik had gedacht,
Deze week zitten we bij het orkest ook met een soort citatenkwis in de vorm van een symfonie:
Sjostakovitsj' Vijftiende, tevens laatste.
Het is niet een stuk dat we vaak spelen.
Veertien jaar en een groot aantal andere symfonieën geleden voor het laatst in Rotterdam, met James Conlon.
Hetzelfde jaar, 2006, namen we de symfonie mee naar de VS, waar we met Gergiev een viertal symfonieën van Sjostakovitsj speelden, als onderdeel van de viering van zijn honderdste geboortejaar.
Het stuk verdient zeker meer aandacht.
Dan maar eens wat minder vaak de Vijfde, of de Tiende.
Een citatenkwis dus.
We kennen Sjostakovitsj wel als iemand die regelmatig met passages uit eigen werk strooit.
Zijn Achtste strijkkwartet, ofwel de Kammersinfonie, is natuurlijk bekend, met zeer prominent en veelvuldig zijn initialen DSCH.
Die handtekening heb ik nog niet in deze symfonie ontdekt maar misschien zit ie wel ergens.
Er zijn mensen die zeggen dat wel al zijn eerdere symfonieën geciteerd zijn en dat geloof ik graag.
Van dat strijkkwartet is bekend dat hij het als terugblik op zijn leven beschouwde, vast van plan daar een einde aan te maken. Die terugblik op zijn leven, nu vele jaren later kan ook op deze symfonie van toepassing zijn.
Het verrassende van deze symfonie is wel het aantal citaten uit andermans werk en de manier waarop ze allerminst verborgen zijn. Willem Tell in het eerste deel, Wagners Walküre en Tristan in de finale.
Uit Walküre komt de Todesverkündigung: het motief dat klinkt als Siegmund, de voor en door Wotan gecreëerde held, hoort dat hij moet sterven. De oppergod had in een meningsverschil met zijn vrouw het onderspit moeten delven.
Sjostakovitsj zelf heeft nog enkele jaren te leven als hij deze passages componeert maar heeft de dood al wel enkele malen in de ogen gekeken, zowel als hartpatiënt als als kunstenaar overgeleverd aan de grillen van Stalin.
Zulke overduidelijke verwijzingen naar wat dan ook nodigen nadrukkelijk uit om ze in het grotere geheel te plaatsen, het achterliggende verhaal te construeren.
Zonder dat blijft er een volkomen originele partituur over, vol verrassende en bevreemdende details.
Het oplossen van de puzzel is absoluut niet nodig, dus.
Maar er is één aanwijzing die mij bijzonder intrigeert en waarvoor ik nog nergens een bevredigende verklaring heb kunnen vinden.
Het karakteristieke motief in de fluit waar het stuk mee begint en wat gedurende het eerste deel talloze malen herhaald wordt bestaat uit vijf noten: es, as, c, b, a.
Als je de b als h spelt, het Duitse systeem dat hij ook voor zijn initialen DSCH gebruikt, ontstaat overduidelijk de naam Sascha.
Maar wie is Sascha?
Misschien dat een bevredigend antwoord op deze vraag nog eens voor een dieper inzicht in het stuk kan zorgen, waarbij alle puzzelstukjes op hun plaats vallen.


zondag 12 januari 2020

Bester Freund 2



Op 19 april 1818 schrijft Maelzel vanuit Parijs een brief aan Beethoven in Wenen: 'Bester Freund, ..'

Ik had ooit een celloleraar die de metronoom beschouwde als belangrijk hulpmiddel bij het studeren.
Vanaf die tijd heb ik vele uren met het mechanische apparaat doorgebracht en vele versies daarvan versleten.
Inmiddels is er wat meer afstand en is de metronoom geëvolueerd in een app op mijn smartphone maar ik kan het nog steeds goed met hem vinden.
In tegenstelling tot de traditionele metronoom kun je in zo'n app, tussen bepaalde grenzen, alle mogelijke snelheden vinden. Dat leidt tot getallen die voor mij nog steeds vreemd overkomen. Vroeger ging je van 126 naar 132. De volgende was dan 138. Die cijfers kende je, ken ik nog steeds Nu kan alles daar tussenin ook. Een verbetering zou je zeggen, maar het voelt ook een beetje als een verlies. Dat zal de leeftijd wel zijn.
Ooit zijn die getallen en is die metronoom geïntroduceerd.
Dat was door Johann Nepomuk Maelzel, vriend van Beethoven.
Of eigenlijk was het Dietrich Nikolaus Winkel, een uitvinder uit Amsterdam, wiens ontwerp Maelzel verder uitwerkte, maar die naam is vergeten. Het was Maelzel die in 1815 in Parijs patent aanvroeg als Maelzels metronoom.
Die m.m. staat nog vaak bij de tempo-aanduidingen.
Voor die tijd woonde Maelzel in Wenen, waar hij als mechanicus aan het hof werkzaam was.
Hij kende Beethoven goed en voorzag hem met enige regelmaat van een nieuw gehoorapparaat.
Daar gaat de brief die Maelzel op 19 april 1818 vanuit Parijs schreef ook over. De vriendschap moet hartelijk geweest zijn: de aanhef is 'Bester Freund' en halverwege wordt het zelfs 'Freundchen'.
Er is een nieuw apparaat klaar, waarmee hij ook kan dirigeren. Er moet alleen nog gewerkt worden aan het design, maar Beethoven kan hem eerst uitproberen als hij naar Parijs komt voor een gezamenlijke tournee.
Daar is het nooit van gekomen.
Maar Maelzel schrijft nog over andere belangwekkender zaken. Hij had in Parijs onder de plaatselijke componisten een brief van Beethoven, vertaald in het Frans, verspreid over het gebruik van de metronoom, een jaar eerder geschreven aan Ignaz Mosel en heeft inmiddels hun reacties binnen. Beethoven had geschreven hoe misleidend Italiaanse termen als Allegro, Andante, Adagio en Presto eigenlijk zijn en of ze daar niet vanaf moeten. Allegro betekent dan wel vrolijk maar staat vaak voor een tempo dat helemaal niet vrolijk is. Hij belooft zelfs deze termen voortaan niet meer te gebruiken als tempo-aanduiding en op metronoomgetallen over te stappen. En elke dorpsonderwijzer zou  gestimuleerd moeten worden een metronoom te gebruiken.
Goede reclame voor Maelzel dus.
De Beethoven-brief had een enorme uitwerking gehad: de Franse componisten verklaarden voortaan uitsluitend nog hun tempi te duiden aan de hand van de metronoom.
Bijgevoegd door Maelzel was een overzicht waarop componisten als Clementi, Cherubini, Cramer en Viotti hun Italiaanse aanduidingen hadden omgezet in metronoomgetallen wat, ook binnen het werk van een enkele componist tot zeer uiteenlopende resultaten leidde.
In Beethovens bezit is de achterkant van dit papier overigens later ook nog voor andere doeleinden gebruikt. Het is volgekalkt met opmerkingen van zijn toen elfjarige neef Karl die op die manier met zijn al te dove oom communiceerde.
Verder informeert Maelzel nog naar de twee nieuwe symfonieën is die Beethoven voor hun gezamenlijke tour zou componeren. De enige symfonie die nog zou verschijnen was de Negende, waarvoor de Philharmonic Society of London een jaar eerder een opdracht had verstrekt, maar die zou pas in 1824 voltooid worden.
Wellingtons Sieg had Beethoven voor Maelzel en zijn panharmonicon geschreven. Dat was uitgevoerd op concerten in 1813 en 1814 waarbij de Zevende en Achtste symfonie in première gingen. Die waren natuurlijk niet voor dat rare apparaat van Maelzel maar het tweede deel van de Achtste lijkt toch wel heel erg op een knipoog naar de metronoom:





Beethoven 8

donderdag 2 januari 2020

Bester Freund 1

Het nieuwe jaar is begonnen.
2020.
Beethovenjaar!
Ik heb er zin in.
Er kan natuurlijk gebeuren dat we met Beethoven, zijn muziek en wat er omheen zit, overvoerd gaan worden, maar zolang dat nog niet het geval is wil ik het jaar gebruiken om dieper in de materie te graven. Nieuwe ontdekkingen te doen.
Luisteren, lezen, schrijven.
Een belangrijke en directe bron zijn de brieven.
Brieven van en brieven aan Beethoven.
Daar zijn er heel veel van.
De Konversationshefte kunnen daar ook nog aan toegevoegd worden.
'Bester Freund' heb ik als motto gekozen. Het is de aanhef die Maelzel, de uitvinder van de metronoom, gebruikt als hij in april 1818 een brief aan de componist schrijft. Daarin heeft hij het over het vastleggen van tempi, waarin Beethoven een initiërende rol vervulde. Interessante lectuur, maar daarover later.
Johann Nepomuk Maelzel, niet alleen uitvinder maar ook ingenieur en artiest, was belangrijk bij het ontstaan van Wellingtons Sieg, oder die Schlacht bei Vittoria.
Dat werk wordt het opzienbarende sluitstuk van het nieuwjaarsprogramma bij het Rotterdams Philharmonisch. Opzienbarend niet alleen vanwege de vorm van het stuk, met volksliederen en oorlogsmuziek, maar ook omdat we het nog nooit hebben gespeeld.
Jos van der Zanden noemt het in zijn lezenswaardige boek Beethoven in zijn brieven 'een toevalstreffer' die Beethoven 'onverwacht meer roem heeft bezorgd dan welk ander werk ook'.
Dat vraagt, nee smeekt dan in een Beethovenjaar toch om een uitvoering!
Het stuk was op 8 december 1813, samen met de Zevende symfonie, in première gegaan, herhaald op 12 december en 2 januari en klonk tenslotte nog op 27 februari 1814 in de Weense Redoutenzaal. Weer met de Zevende maar het was de Achtste, die toen ten doop werd gehouden.
Zulke openbare concerten moesten geld in het laatje brengen maar de musici, voor zover ze professioneel waren, moesten natuurlijk ook betaald worden. Een overzicht van die betalingen is te vinden in een brief van Anton Brunner aan Beethoven. Meer een verantwoording dan een brief eigenlijk.
Brunner staat zelf op de lijst als degene die de musici moest organiseren en vraagt daarvoor 10 florijnen.
De florijn stond gelijk aan de gulden en was 60 kreuzer waard.
De meeste musici kregen de helft, tenzij ze ook de vrijdagrepetitie hadden meegemaakt. Maar dat waren er slechts negen, een bassist, een hoboïst, twee klarinettisten, een fagottist en een viertal hoornisten die 7 florijnen kregen.
Dat betekende niet dat die repetitie met zo'n klein clubje gehouden werd, want een groot deel bestond uit amateurs. In totaal speelden er het grote aantal van bijna zeventig strijkers mee, waarvan minder dan de helft betaald werd. Die betaalde musici staan allemaal met hun achternaam op de lijst.
Opvallend in het overzicht is de vermelding van twee contrafagottisten, terwijl ze nergens in de partituur staan. Hun aandeel was blijkbaar toch gewenst waarschijnlijk vooral in Wellingtons Sieg.
Hoeveel sopraan Anna Milder-Hauptmann voor haar aandeel betaald kreeg staat niet vermeld, wel de kosten voor een rijtuig (alleen voor de repetitie) en een bediende (voor repetitie en concert) waaraan 10 fl.  besteed zou moeten worden. Dat bedrag werd er uiteindelijk weer afgetrokken dus waarschijnlijk heeft zij haar geld niet gekregen. Was Beethoven het er niet mee eens? Een enkele florijn moest nog wel betaald worden voor het vervoer van de contrabas van meneer Grams.
321 florijnen was het totaal voor dit concert.
Het zal Beethoven vast veel meer hebben opgeleverd, als je rekent dat de concerten van 8 en 12 december een recette hadden van 4006 florijnen, maar dat geld was voor de oorlogsgewonden.