zondag 12 februari 2023

Transfermarkt

Het lijkt wel alsof, net als in het voetbal, de transfermarkt van dirigenten bijna gaat sluiten. Drie belangrijke dirigenten en orkesten hebben binnen korte tijd hun keuze gemaakt. De beslissing van Lahav om naar München te gaan heeft ons natuurlijk het meest geraakt, maar ook bij de verlenging van Yannick in Philadelphia voelen we ons betrokken. De aanstelling van Dudamel in New Yorkis een ander verhaal.

Die had ik niet meteen verwacht maar voelt ook wel weer logisch. De binnenkort vertrekkende algemeen directeur Deborah Borda kent Dudamel goed van haar tijd in Los Angeles. Het orkest is op zoek naar een topdirigent en haalt hiermee  zeker een grote naam binnen. Groter dan de vorige keren met Alan Gilbert en Jaap van Zweden. Dudamel is een dirigent waar eigenlijk elk orkest wel mee wil werken, inclusief Wenen en Berlijn. Maar hij is ook een persoonlijkheid die nieuw publiek zal aanspreken, jongeren, minderheden, en daar zitten ze in Manhattan zeker ook op te wachten. Dat betekent nog niet meteen dat het een succes gaat worden, maar ze weten wel waar ze aan beginnen, als ik lees dat ze sinds 2007 26 concerten samen hebben gegeven. Dat kan een mooie toekomst opleveren voor orkest en stad, maar zullen ze nog wel even op moeten wachten.Want hoewel Jaap van Zweden volgend jaar stopt als chef, na betrekkelijk korte tijd, volgt Dudamel hem pas op in 2026. Toch is dat minder extreem dan het Concertgebouworkest dat al een aantal seizoenen zonder chef zit en Klaus Mäkelä vanaf 2027 als chef krijgt. Het zegt iets over de huidige situatie.

De Münchener Philharmoniker zitten in een vergelijkbare situatie. Valery Gergiev is daar afgelopen jaar als chef-dirigent de laan uitgestuurd en onlangs hebben ze in Lahav Shani een opvolger gekozen, ook met ingang van seizoen 2026-27. Dat betekent dat hij bij ons zijn contract niet verlengt en zijn orkest in Israël aanhoudt. Ik werd er niet blij van toen ik het bericht kreeg, maar als ik er langer over nadenk zitten er veel positieve aspecten aan. Toevallig las ik het toen ik met de trein langs Berlijn kwam, waar Lahav woont. Net als Rattle dat eerder genoemd had ziet hij de bereikbaarheid van München vanuit zijn woonplaats als een groot voordeel. Naar Tel Aviv zal hij wel moeten blijven vliegen, maar zijn geschiedenis met het Israel Philharmonic Orchestra is van een andere orde dan die van ons. Daar is hij opgegroeid, ook muzikaal, en zijn familie woont er. Ook de muziekwereld zou vast niet positief gereageerd hebben als hij die banden zou doorsnijden. We mogen blij zijn dat hij zijn contract tot 2026, nog ruim drie jaar, uitdient, waarin we nog hele mooie dingen kunnen gaan doen en rustig, (hoewel rustig ?), naar een opvolger zoeken. Altijd een interessant proces waar we de laatste paar keren niet slecht uit zijn gekomen.

Ik denk ook dat je kunt stellen dat hij naar een mooi orkest gaat, in een muzikale metropool, dat goed kan passen bij zijn stijl van muziek maken. Ondanks alle chef-dirigenten die er tussen hebben gezeten zijn de Philharmoniker voor mij nog steeds het orkest van Celibidache, en dat sluit mooi aan bij de traditie waar Lahav vandaan komt. Ik denk dat hij in een omgeving terechtkomt waarin hij zich prachtig verder kan ontwikkelen en als het ons lukt de band met hem aan te houden kunnen wij daar zelfs ook nog van profiteren. Dat doen we natuurlijk ook nog steeds in de samenwerking met Yannick. Hij beperkt al jarenlang zijn optredens hoofdzakelijk tot zijn orkesten in Philadelphia en Montreal en natuurlijk de Met in New York met een enkel uitstapje naar Europa. Loyaliteit is een belangrijke karaktereigenschap van hem. Zijn verlenging in Philadelphia is een teken dat het daar goed loopt, dat ze hun relatie kunnen verdiepen om mooie dingen te maken. De connectie met de stad en de diverse bevolking lijkt goed te werken en te leiden tot verrassende programma's en activiteiten, waar we ons in Rotterdam en elders in de wereld misschien door kunnen laten inspireren.

Eigenlijk allemaal goed nieuws voor de orkestenwereld dus, als ik het zo inschat. En een spannende taak voor ons om een passende opvolger voor Lahav te vinden.

donderdag 12 januari 2023

Heldenleven

 Hij komt een paar keer in je orkestleven voorbij: Ein Heldenleben. Altijd een spannend avontuur. Komende week voor het eerst met Lahav. En niet alleen spannend, maar ook virtuoos. Echt een lastige cellopartij die vaak op audities wordt gevraagd. Voor die gelegenheid heb ik de openingsmaten voor het eerst gestudeerd, lang geleden. Goeie vingerzettingen uitgezocht die nog steeds werken, maar ook weer verbeterd kunnen worden. Ik ben er inmiddels wel aan toe om meer risico's te nemen en op zoek te gaan naar een mooiere klank en meer positiewisselingen die je als expressiemiddel kunt inzetten. De partij is weliswaar lastig maar idiomatisch perfect voor het instrument gecomponeerd en heerlijk om te studeren. Daarin merk je het meesterschap van Richard Strauss. Ook in veel andere aspecten van deze partituur. 

Het stuk heeft misschien een wat twijfelachtige reputatie, als ego-document van een componist die zich als object van heldenverering poneert. Ik moet dan ook altijd denken aan de platenhoes van vroeger met Karajan in een leren jack. Maar volgens mij neemt Strauss zichzelf niet zo serieus, en al helemaal niet als held. Zijn opera Intermezzo geeft in dat opzicht een beter beeld. Het schijnt zelfs dat voor de enscenering van de première in Dresden een van zijn huiskamers gekopieerd was. Ik hoorde een theorie waarin de aanleiding van de compositie van Ein Heldenleben uit 1898 verbonden werd met de mislukking van zijn eerste opera Guntram (1894), waaruit hij uitgebreid citeert, en de longziekte waaraan hij bijna was overleden. Maar er is natuurlijk ook gewoon de eeuwige strijd tussen het gilde van componisten en de critici die het maar niets vonden. En het zou niet lang duren of Strauss een belangrijke voorvechter van auteursrechten worden. Natuurlijk voor zijn eigen portemonnee, maar ook voor zijn collega's. 

Strauss heeft de partituur zoals bekend opgedragen aan Willem Mengelberg en zijn Concertgebouworkest. Aanvankelijk was de opdracht gericht aan het gebouw, aan de zaal in Amsterdam, maar dat was een vergissing. Ik weet niet hoeveel waardering Mengelberg en Strauss voor elkaar hadden, met het orkest had Strauss goede ervaringen. Toch was Mengelberg met zijn orkest pas de derde uitvoerders van het werk. De opname die hij in 1928 in New York dirigeerde is wel een van de meest legendarische uitvoeringen: 
Een opvallende aanpassing van Mengelberg is dat hij de legato-bogen in het beginthema heeft geschrapt: de triolen klinken als losse noten. Dat overdrijft hij nog meer in de versie die in 1941 in het Concertgebouw werd opgenomen. Sommigen vinden die uitvoering beter, maar voor mij krijgt die karikaturale trekken. Bovendien is de klank van de trompet vaak wel erg overheersend. 
Van de modernere opnames moet een live-opname van Carlos Kleiber in Wenen in 1993 zeker genoemd worden. Ik wist niet dat het stuk tot zijn beperkte repertoire behoorde en de klank en het vuur dat hij met de Weners bereikt, de rubati en de portamenti, passen perfect bij deze muziek.


 

  

donderdag 15 december 2022

Nog even over de Schepping

 Ik kan het niet nalaten nog even te reageren op mijn eigen tekst over Haydns Schöpfung. Ik vermeldde het herontdekte Celloconcert in C als een vroege liefde en het concert in D als onvermijdelijk proefspelstuk. Er zullen weinig cellocollega's zijn aangenomen zonder dat lastige stuk voor een proefspelcommissie te hebben gespeeld. En voor de een is dat een grotere hobbel dan voor de ander. Vooral in de eerste maten moet je je zenuwen te baas kunnen. Dat soort lastige passages zitten niet in dit oratorium. De grote instrumentale soli zitten meer in de eerste violen en houtblazers, die natuurlijk voor de vogels en andere mooie dieren worden opgetrommeld. Wij zijn, samen met altviolen en contrabas aan de beurt bij de walvissen: 

Maar er zit ook nog een mooie cellomelodie tegen het eind van de aria Mit Würd' und Hoheit angetan. Het is het moment dat er over de liefde tussen de eerste mensen wordt gezongen. Adam en Eva dus eigenlijk, maar die komen pas in het derde deel aan het woord. Jan Willem geeft ons de ruimte, dus we kunnen er iets moois van maken. Maar hoe prominent dat moment voor zijn tijdgenoten was blijkt uit de reactie van broer Michael Haydn, die een verwijzing naar deze passage gebruikt als slotzin van zijn brieven: 'Denk aan mij in liefde, zoals in Die Schöpfung met de obligate cello'! Vanaf 2:32:
Wij spelen de melodie overigens met de hele groep. Hoe mooi Haydn voor koor en cellosolo kan componeren toont hij vooral in zijn Paukenmesse, die hij min of meer in dezelfde tijd componeerde. Beluister hier het Qui Tollis (vanaf 2:51): 
Haydn hield van de cello, dat kan niet anders. Hij zal zeker ook goede cellisten in zijn omgeving hebben gehad, die we nu nog dankbaar mogen zijn.

  

woensdag 14 december 2022

In den beginne was Haydn

 Hoe langer je meedraait in het muziekleven hoe vaker je momenten kunt ervaren als een terugblik. Het programma van deze week met Haydns Schöpfung voelt als zo'n moment. Een terugblik naar de tijd, toen ik als student regelmatig werd ingehuurd voor koorbegeleidingen. Bij menig Zuidhollands amateurkoor ben ik aangeschoven, talloze kerken in de omgeving heb ik van binnen gezien. Natuurlijk voor de Passies van Bach, oratoria van Händel en Mendelssohn  en requiems van Fauré, Brahms en Mozart. Maar Haydn was zeker een favoriet. Die Schöpfung was ook de laatste die ik toen gedaan heb. Het moet vast winter geweest zijn want ik herinner me nog de hoest die ik voortdurend probeerde te onderdrukken, niet altijd met succes. Die hoest is er nu ook weer, helaas. We doen ons best.

Merkwaardig hoe zo'n stuk, een van de meesterwerken van een geliefde componist, vervolgens meer dan dertig jaar buiten beeld kan blijven. Een meesterwerk uit zijn laatste jaren. Zijn broodheer had hem met pensioen gestuurd en hij kreeg de gelegenheid wat van de wereld te zien. Hij maakte een tweetal reizen naar Engeland, waar hij gevierd werd en in aanraking kwam met de koorwerken van Händel. En dat hoor je op verschillende momenten terug. Een vleugje barokmuziek in deze Weense klassiek. Dat kan ook te maken hebben met de tekstschrijver, onze landgenoot Gottfried van Swieten, in Wenen de belangrijkste promotor van de muziek van Bach en Händel. Hij speelde onlangs ook al zo'n prominente rol in ons Mozart-programma Ook in dit geval zijn er overigens vermoedens van Vrijmetselaars-elementen in de partituur, hoewel Haydn minder actief als logebroeder was dan Mozart. Een intrigerende man die een van de mooiste schilderijen van Vermeer in Wenen achterliet. Als iemand nog eens een biografie over Van Swieten gaat schrijven zou ik die graag willen lezen.

Dit oratorium is eigenlijk één grote terugblik: op het begin van ons bestaan, op het begin van de wereld, op het begin van de Bijbel. De verhalen zoals ik ze vroeger op de zondagschool hoorde en in de kinderbijbel las. Mooie verhalen, maar welke rol zouden ze in mijn wereldbeeld toen hebben gespeeld. En welke rol speelden ze in de tijd van Haydn, die niet alleen een vroom man was maar ook geïnteresseerd in de ontwikkelingen van de wetenschap. Het voelt wel raar om Adam en Eva als personages te horen zingen. Nog ver voordat ze in de verleiding komt een appel te plukken. Alles is pais en vree. Dat is op zich al een wonder. Een groot werk zonder conflict of wanklank dat van begin tot eind blijft boeien en doen genieten. Dat kan alleen een Haydn op het toppunt van zijn kunnen.

Haydn was een van mijn eerste liefdes als cellist. Mijn ouders hadden een grammofoonplaat met het Celloconcert in C. Een wereldpremière want het stuk was in de 60er jaren ontdekt in een Praagse bibliotheek en voor het eerst gespeeld door Milos Sadlo. Ik was er technisch nog lang niet aan toe maar ik haalde een partij uit de muziekbibliotheek, octaveerde wat passages en ging aan de slag. Ik heb het later nog wel een keer echt met het Zeeuws Orkest mogen spelen en het is nog steeds een van mijn favorieten, meer dan het andere Celloconcert in D, dat steevast bij onze audities klinkt.

De laatste keer dat ik met dirigent Jan Willem de Vriend Haydn speelde was tijdens onze studententijd, de jaren 80. We hadden een strijkkwartet samen en hebben bij mijn leraar René van Ast een van de Zonnekwartetten opus 20 ingestudeerd. Maar het waren vooral ook de avonden bij hem op zijn Amsterdamse etage waar we met ontzettend veel plezier talloze andere opusnummers hebben doorgejast, steeds weer verrast door de inventieve wendingen van de componist. Dat gevoel komt deze week weer een beetje terug. Het was een leerschool die nooit ophoudt. Ook weer heerlijk deze week!

dinsdag 29 november 2022

Bruckner in Brugge

 Elk seizoen reizen we als orkest wel een keer naar Brugge om ons daar te laten horen. Dit weekend was het weer zover. Een prachtige stad, een soort museum. Lekkere zaal. En een mekka voor chocoladeliefhebbers. Maar daar merken we meestal weinig van als we na een lange busrit op tijd voor een voorrepetitie en concert in de stad aankomen. Dit keer had ik mezelf op een treinreis getrakteerd waardoor ik de middag kon besteden aan museumbezoek. Een van mijn favorieten van Jan van Eijck hangt in het Groeningemuseum: De Madonna met kanunnik Joris van der Paele. Fijn om er weer een tijdje in alle rust van te kunnen genieten. Die prachtige kleuren, al die verbluffende details, de spiegeling in het harnas van Sint Joris, de mantel van de heilige Donatius met al dat blauw en goud. Ongelooflijk. En elke keer ontdek je weer nieuwe dingen. Het ruimtelijk effect van het doorkijkje naar links, waar het licht vandaan komt, was me niet eerder zo opgevallen.

Het is een recente liefde van mij, die Vlaamse Primitieven. Maar het heeft me al vele momenten van genot, verbazing, bewondering en inspiratie opgeleverd. Hoofddoel in Brugge was dit keer de tentoonstelling rond een gerestaureerd werk van Hugo van der Goes: De dood van Maria. Ook weer Maria. Heeft ze ooit zo centraal gestaan in de geloofsbeleving als juist in die overgang van Middeleeuwen naar Renaissance? Bij Van der Goes is ze niet het stralend middelpunt zoals bij van Eijck. Wel het middelpunt, maar helemaal bleek, een witte huid, en geen rode mantel maar een blauw kleed. En ergens gaat het meer om de apostelen, die zich om haar sterfbed geschaard hebben, en hun individuele reacties. De emancipatie van het individu in de schilderkunst vind ik een van de meest fascinerende aspecten van die tijd.
Oog in Oog met de Dood heet de tentoonstelling in het Sint-Janshospitaal. Niet alleen dit schilderij is van dichtbij, midden in de ruimte te bewonderen. De combinatie met andere werken van tijdgenoten die het thema van afscheid en leiden, leven en dood, belichten werkt ook heel sterk. Er zijn ingesproken reacties van kunstenaars op het zien van het schilderij te bekijken en beluisteren. Een mooi voorbeeld welke wegen je kunt bewandelen om kunst aan het publiek te presenteren. Je zou er als muziekprogrammeur door geïnspireerd kunnen worden. Ook daar is het vaak een uitdaging de oude meesterwerken in nieuw licht en perspectief te tonen. En in dit geval voelde de combinatie van het zien van deze tentoonstelling en het spelen van Bruckners Negende onverwacht passend. Muziek, specifiek de helende werking, vormt ook een onderdeel van de tentoonstelling. Van der Goes maakte dit schilderij tijdens de laatste jaren van zijn leven, toen hij depressief was en zelfs last kreeg van zelfmoordneigingen. In het Rood Klooster bij Brussel, waar hij zich had teruggetrokken, werd hij behandeld met muziektherapie. We spreken dan over de jaren 80 van de 15e eeuw! Ik weet niet wat het inhield en nog minder in hoeverre het geholpen heeft.
Lahav had ervoor gekozen om de uitvoeringen van Bruckner deze week op te dragen aan onze overleden collega Jan Jansen. Dat was vooral de eerste avond in de Doelen, in aanwezigheid van zijn familie, met een lege stoel op het podium, best een emotionele aangelegenheid. Bruckner is niet de eerste muziek die bij me opkomt als ik aan Jan denk. Dat is eerder Mozart, Richard Strauss, Sjostakovitsj misschien. Maar dit zijn wel de eerste concerten waarbij onze chef-dirigent het gemis van een zeer gewaardeerde collega ervaart. Jan had altijd goed contact met de dirigenten, en zeker met Yannick en Lahav.
Bovendien gaat deze Negende over afscheid nemen van het leven. Zeker dat Adagio zit vol momenten van pijn, van angst, van leegte waarin je als speler en luisteraar verweesd achterblijft. Dat past verrassend goed bij dat schilderij van meer dan 500 jaar geleden. Specifiek het gevoel van aanvaarding, wat Bruckner tenslotte na veel worsteling bereikt, lijkt zichtbaar op al die gezichten van de apostelen, die Maria moeten laten gaan


dinsdag 22 november 2022

Nogmaals Bruckner met Celi

Ik had nog een vervolg zullen schrijven op het verhaal over Celibidache en de Zevende Bruckner bij de Berliner Philharmoniker. Dat moet nog even wachten. Komende week dirigeert Lahav de Negende bij ons en daarvan zijn van Celi ook repetities gefilmd. Niet in Berlijn maar bij zijn eigen orkest in München. Hij kent het orkest door en door, heeft het in de loop der jaren gevormd, en dat merk je. Van het eerste deel vond ik een kort fragment:

Celibidache zet Bruckner neer als een componist, anders dan alle anderen, uniek, en zo voert hij hem ook uit. Beroemd vanwege de langzame tempi. Het gaat om het begrip tijd. Celi formuleert het zo: bij Bruckner is tijd niet dat wat na het begin komt, maar dat wat na het einde komt. Een filosofische formulering die lastig te vatten is. Maar ik herinner me wel de bijzondere ervaring van tijd en het meevoelen met eindeloze tempi en enorme climaxen van de twee Bruckner-concerten die ik hem ooit in Amsterdam heb horen doen. Een bijna religieuze ervaring. Zo zijn de eerste maten muziek die je in dit fragment hoort, het lyrische thema van het eerste deel, ongekend langzaam en mild. Prachtig, maar niemand anders die dat zo kan doen. En hij is nog niet tevreden. Aandacht voor elke noot, betere indeling van de strijkstok. En eigenlijk hadden de musici dat inmiddels al wel moeten weten, al van nature moeten doen. 'Het kapitaal van het orkest' noemt hij dat. Een mooi begrip. Het resultaat van jaren intensief samenwerken waar je op verder kunt bouwen. En het is niet overdreven om te stellen dat een deel van dat kapitaal nog steeds in het orkest zit, zelfs 26 jaar na zijn dood. Het thema in de celli wordt ondergesneeuwd door de rest van het orkest, zelfs daar. Dat zal bij ons misschien ook gebeuren. 'Reich musizieren', maar altijd rekening houden met de balans. Die combinatie is een sleutel tot het succes van Celi. 

Een langer fragment concentreert zich op het Adagio. Voor wie er nog niet genoeg van heeft:

Ook hier weer pogingen om de ervaring in woorden uit te drukken: das Ende im Anfang erleben. Toen hij dat principe eenmaal doorhad kon hij niet meer terug. Er zijn gelukkig ook begrijpelijker formuleringen. Als de klank te Italiaans is, te Undeutsch, vraagt hij om een langzamer streek, een donkerder geluid. Die Duitse klank zit veel meer in dit orkest dan bijvoorbeeld bij de Berliner. Op zoek naar de Grösse in de muziek, zijn Sinn für die Ewigkeit. Bruckner erleben, nicht verstehen, Je ziet Celi ook nog even in de werkkamer van Bruckner, waar zelfs de meubels nog hetzelfde zijn. Zou het het klooster van Sankt Florian zijn? De dirigent lijkt niet heel erg onder de indruk van het contact met deze heilige grond. Zijn contact met Bruckner vind toch vooral plaats in de noten. Die ontmoetingen zijn verleden tijd. Dit soort opnames zijn niet meer dan een zwakke afspiegeling. Maar toch inspireert het mij en laat het iets zien van de werkwijze van een van de belangrijke dirigenten van de vorige eeuw. En het zou mooi zijn als we de komende weken, al spelend, iets van deze Bruckner kunnen ervaren. 

maandag 14 november 2022

Stil

Het is goed dat het weer eens wordt gezegd, in deze tijd waarin de helft van de mensen op straat met oortjes in lopen. Met 'oortjes' die niet zijn om mee te horen maar om geluid naar je oren te brengen. En misschien nog meer om je van andere geluiden af te kunnen sluiten. Ik hoorde het Fokke Obbema, auteur van De zin van het leven gisteren op televisie zeggen: vaak is stilte het mooiste in de muziek.

Hij nuanceerde nog wel, leek het bijna terug te willen nemen: het hangt natuurlijk wel van de muziek af. Maar ik zou willen zeggen: stilte is een belangrijk onderdeel van alle goede muziek. Vanuit stilte ontstaan de eerste geluiden en die stilte blijft een continue ondergrond waarop het kunstwerk zich ontvouwt. Zonder die stilte geen muziek. En zeker geen Bruckner.

Weinig componisten die de stilte zo mee componeren als Anton Bruckner. We gaan binnenkort de Negende weer spelen. Een van die symfonieën die met een bijna onhoorbaar akkoord begint, tremolo in de strijkers. Een moment waarin de stilte ongemerkt overgaat in klank. En van een akkoord is dan in dit geval nog nauwelijks sprake, als iedereen met de toon d begint. En het is niet alleen de stilte van het begin. Ook onderweg creëert de componist vele momenten waarin ademgehaald wordt, momenten van rust, van het uitklinken van een akkoord. En in de driedelige onvoltooide versie die wij spelen is de ontbrekende finale als het ware één groot moment van stilte. Er zijn op basis van de schetsen verschillende voltooiingen gepubliceerd en uitgevoerd maar zonder finale is de symfonie waarschijnlijk nog steeds het meest overtuigend. En ik verheug me zeer op deze volgende Bruckner van Lahav, die we ook nog mee op tournee nemen.

De stilte werd ook gevierd afgelopen weekend in museum Voorlinden, waar we op de vroege zaterdagochtend gereserveerd hadden voor het stilte op sokken uur Schoenen uit, telefoon op stil, mond dicht en de tentoonstelling van Giuseppe Penone ervaren. Het zonnige weer hielp mee, fietsend door de bossen naar het prachtige landgoed, maar Penone heeft iets bijzonders te bieden. De sokken waren vooral bedoeld om een reliëf in de vloer te voelen maar het schept ook een band tussen de bezoekers, die niet tegen elkaar mogen praten. Hoe weldadig dat geweest is ervaar je als na een uur het 'gewone' publiek het museum vult met het gebruikelijke lawaai van alledag. We hebben, zonder schoenen, nog wel genoten van andere hoogtepunten in het museum en de heerlijke museumshop maar dat eerste uur was echt een traktatie. 

Een traktatie is ook de tentoonstelling Manhattan Masters in het Mauritshuis. Altijd al een heerlijk museum door zijn overzichtelijke afmeting en daarbinnen toch een aantal absolute topstukken. Vanuit New York zijn daar nu tijdelijk een tiental aan toegevoegd. Een prachtig groot zelfportret van Rembrandt - die ogen! - is een blikvanger. Maar ik merk dat ik nog meer geraakt word de Vermeer die er hangt. En misschien heeft ook dat wel met stilte te maken. Bij mij zit Vermeer een beetje in dezelfde hoek als Piero della Francesca, een van mijn absolute favorieten uit de Italiaanse Renaissance. Zo'n schilder waar je altijd even langs moet als je toevallig in de buurt bent. En hoe verschillend deze meesters ook zijn, ze raken elkaar in de rust, het evenwicht, de stilte die hun werk uitstraalt. Heel anders dan Rembrandt. En misschien dat ik daarom wat geïrriteerd raakte door het geluid van de documentaire die non stop aan de andere kant van het schilderij werd afgespeeld. Andere keren zijn het pratende bezoekers die het je moeilijk maken om een schilderij tot je te nemen, maar die blijven zelden lang op dezelfde plek. Deze continue stroom van gesproken tekst vond ik, zeker in de omgeving van Vermeer, een kleine smet op een prachtige tentoonstelling. Het belang van de stilte.