donderdag 7 december 2017

Kiezen

Het is nergens voor nodig. maar soms is het best leuk om mensen naar hun voorkeuren in te delen. Naar hun muzikale voorkeuren in dit geval.
De wagneriaan tegenover de Verdi-fan.
De liefhebber van Debussy tegenover die van Ravel. Je kunt van allebei houden, maar je voorkeur bepaalt een stukje van je persoonlijkheid.
Prokofjev of Sjostakovitsj.
Così fan tutte, Don Giovanni of Le nozze di Figaro.
Er zijn er zeker nog veel meer te verzinnen en bij de meeste mensen zal het niet of/of zijn.
Zolang je niet hoeft te kiezen kan je overal van genieten, gelukkig maar.
Maar bij een gedwongen keuze zul je toch even goed moeten nadenken. Of is het louter emotie?
Verdi staat mij na aan het hart, Falstaff, Otello, La Traviata. Maar uiteindelijk zal de componist van Tristan, Parsifal en de Ring het toch winnen.
Ravel heeft fantastische muziek geschreven,  is waarschijnlijk de betere orkestrator, meer een perfectionist, maar Debussy past meer bij mij. Meer diepgang? Misschien. Of serieuzer, meer donker van kleur, dichter bij Wagner.
De verschillen tussen Prokofjev en Sjostakovitsj zijn misschien wel een beetje vergelijkbaar met die bij het Franse tweetal. Dan zou ik voor Sjostakovitsj moeten kiezen. Maar zo simpel blijkt het niet te zijn.
Sjostakovitsj staat zeker vaker op de lessenaars van ons orkest dan Prokofjev.
Hij heeft veel meer, namelijk 15 symfonieën geschreven, waarvan een aantal tot ons standaardrepertoire behoren. En evenveel strijkkwartetten, die her en der regelmatig gespeeld worden.
En hij werd van de ene dag op de andere de held van de Westerse wereld na de verschijning van de memoires opgetekend door Solomon Volkov, authentiek of niet. Terwijl Prokofjev zijn sterfdag met die van hun plaaggeest Stalin deelde.
En het meest populaire stuk voor de jeugd komt toch uit zijn pen.
Wie kent niet Peter en de wolf, of de Klassieke symfonie? De dans van de ridders uit Romeo en Julia?
Prokofjev is ongrijpbaar, schrijft in veel verschillende stijlen, kent humor en ironie en laat dat meer gelden dan Sjostakovitsj. En dat allemaal komt samen in zijn beroemdste ballet, Romeo en Julia.
Ik weet niet of het genoeg is om het duel te winnen, maar ik heb toch wel een zwak voor zijn muziek en zeker voor dit stuk, waar we deze week een suite uit spelen. Niet alleen ijzersterke muziek, maar ook heerlijk om te spelen.

Prokofjev stelde er al twee orkestsuites uit samen voordat het ballet eindelijk in premiere ging.
Uit die tijd is zelfs een door hem gedirigeerde opname overgebleven. Interessant voor de tempi en de klank:


En wat betreft de Mozartopera's: geef mij maar Cosí .



woensdag 22 november 2017

Identiteit

Hoe vaak lezen we niet over de heilzame werking van muziek op de hersens van onze kinderen en van onszelf. Actieve muziekbeoefening zorgt voor betere prestaties op school, in alle vakken, maar ook luisteren naar Mozart of Bach heeft al een positief effect.
Waarom ontbreekt muziek en de kunst in het algemeen dan zo nadrukkelijk in het huidige onderwijs, kun je je dan met recht afvragen.
Ook in de medische wereld wordt regelmatig geëxperimenteerd met de uitwerking van muzikale klanken. Maar wat ik afgelopen zaterdag in de NRC las, was nieuw voor mij: museumbezoek als verplicht onderdeel van de medische opleiding. Harald Merkelbach schreef erover in zijn column.
Het is nog niet zo ver, maar met kijken naar kunst zouden de artsen in spe hun observatievaardigheden kunnen trainen.
Kunst genieten met als effect dat je daarna anders tegen de wereld om je heen aankijkt, of op een andere manier gevoelens ervaart of herkent. Want dat laatste, daar gaat het bij ons, bij de concertbezoeker, waarschijnlijk eerder over.
Zo hadden we afgelopen week de eerste aflevering van Core Classics, de serie die bedoeld is om onze muziek aan nieuw publiek te presenteren. Het afwijkende zit hem dan in de uitgebreide inleiding, met muziek en gesproken tekst.
Maar op welke manier breng je de muziek dichter bij de luisteraar, geef je ze een sleutel, een handvat voor het beluisteren of misschien zelfs begrijpen van, in dit geval, de Negende symfonie van Dvorak, Uit de Nieuwe Wereld?
Je kunt vertellen wie de componist was, in welke tijd hij leefde, waarom en onder welke omstandigheden hij het stuk geschreven heeft, welke vorm hij aan het stuk gegeven heeft.
Zo gebeurt het meestal.
Met het gevaar dat je de ongeoefende, onvoorbereide bezoeker met een hoop onbegrijpelijke informatie opzadelt en de ervaren liefhebber verveelt met bekende feiten.
Bovendien is het maar de vraag of je op die manier tot de kern van de zaak komt.
Onze keus lag meer bij het stellen van vragen dan het geven van antwoorden. Het mooie van muziek is dat het zelden eenduidige antwoorden biedt. Dat het verwachtingen schept die in veel gevallen ook de nieuweling niet zullen ontgaan. Zoals het hoornsignaal na de openingsmaten, dat klinkt als een waarschuwing. Of de accoorden in het koper waarmee het langzame deel begint, waarmee dus de beroemde solo voor engelse hoorn wordt ingeleid: het doek gaat open, of: het sprookje begint. Er was eens. Dvorak was een verhalenverteller en mensen luisteren graag naar verhalen. Verhalen over indianen of over wat je er zelf in hoort.
Nationale identiteit was een thema. Daarvoor was Dvorak naar New York gehaald, om een muziekstijl te helpen ontwikkelen waarmee  de Verenigde Staten zich konden presenteren naar de buitenwereld.
Het is ook een heel actueel thema, in politiek Den Haag, en in de positie van de Verenigde Staten tegenover het buitenland. Welk Amerika wordt door de huidige president vertegenwoordigd?
Dvorak had het zoeken naar een identiteit in zijn Boheemse vaderland meegemaakt, waar Duits lang de voertaal was onder de overheersing van het keizerrijk Oostenrijk-Hongarije, en muziek een enorme belangrijke rol speelde in de onafhankelijkheidsstrijd.
Die rol werd weer actueel bij een concert in Londen in 1968, vlak na de Russische inval in Praag. Op een onlangs opgedoken filmopname is te zien hoe het geprogrammeerde Celloconcert van Dvorak, in de intense vertolking van Jaqueline du Pre, inclusief een gebroken snaar, en haar man Daniel Barenboim, ineens een enorme politieke lading kreeg:

Ook dit concert componeerde Dvorak in Amerika, maar hierin heeft nog niemand naar indiaanse of afro-amerikaanse invloeden gezocht.
Misschien hadden we het ook wel over toonsoorten kunnen hebben. Het is een technische term maar je kunt het best in gevoelens vertalen. Waarom schreef Dvorak zijn laatste symfonie in e mineur? Zegt die keuze iets over de strekking van het werk? Het is niet een hele gebruikelijke toonsoort voor een symfonie. Heeft het iets te maken met zijn grote vriend en promotor, die acht jaar daarvoor zijn laatste symfonie in dezelfde toonsoort schreef?
Die, de Vierde van Brahms,  spelen we deze week met Lahav Shani.
Vandaag klonken er al twee delen op de openbare repetitie. Meestal wordt dat een soort lunchconcert, maar nu kon het talrijke publiek ook echt genieten van de manier waarop onze toekomstige chef zijn ideale uitvoering probeert te bereiken. Een kijkje in de keuken. Ik ben zeer onder indruk hoe genuanceerd, effectief en inspirerend hij dat voor elkaar krijgt.
Dat worden zeker bijzondere concerten, met zelfs nog een vleugje Dvorak in de ouverture!

woensdag 15 november 2017

Nieuwe Wereld

November lijkt de maand van de Nieuwe Wereld te worden.
Niet alleen die beroemde symfonie van Dvorak meteen in de eerste week, maar er klonken toen ook nieuwe werelden in de muziek van Bartok en Pärt.
Zo origineel als de Muziek voor snaarinstrumenten nog steeds klinkt! En niet alleen modern, maar ook zo menselijk. Geworteld in de volksmuziek vindt hij in Dvorak een natuurlijk partner. Het lijkt een andere tijd maar toen de symfonie in New York in premiere ging was de jonge Bela toch ook al twaalf jaar. En ook hij zou later naar Amerika vertrekken.
De week daarna was het de beurt aan de wereld van de musical.
In combinatie met opera weliswaar, maar de musical-sfeer overheerst natuurlijk.
En dat is ook goed, want dat zijn de nummers die het publiek herkent en wil herkennen.
Een applaus na het horen van de eerste noten van een onaangekondigd nummer kennen wij in de klassieke wereld eigenlijk niet.
De operafragmenten waren ook goed gekozen deze keer, met niet alleen toppers als Nessun dorma en de Habanera uit Carmen maar ook een ouverture van Donizetti en een duet uit Rossini's Barbiere di Seviglia. Muziek uit de oude wereld, die we, wat mij betreft, veel vaker mogen spelen.
En wat mij betreft was Katie Hall de ster van de avond. Een bijzonder talent!
En dan staat deze week de Amerikaanse grootmeester John Adams op de lessenaars.
Harmonielehre klinkt niet erg Amerikaans, het verwijst naar Schönberg, maar het is een van zijn belangrijkste composities. Een van zijn eerste grote successen ook.
Minimal music in zekere zin, maar ergens ook heel romantisch. Niet wat je van zo'n titel zou verwachten dus. De aanleiding voor het eerste deel was een droom over een boot in de baai van San Francisco. Ik hoop niet dat dat de voornaamste reden is waarom voor Ligeti's San Francisco Polyphony als openingswerk gekozen is. Maar dat zal wel niet, want de Hongaar heeft fantastische muziek geschreven, ook regelmatig als muziek voor Amerikaanse films ingezet.
En dan Samuel Barber, de man van het Adagio.
Dat is op en top Amerika.
Over dat ene deel is zelfs een heel boek geschreven: Saddest music ever written van Thomas Larsson.
Dat stuk wordt overigens niet gespeeld, maar zijn wel Eerste symfonie.
En dan kom je toch weer terug bij Antonin Dvorak.
Die was door een rijke dame naar New York gelokt om bij te dragen aan de vorming van een muzikale identiteit van Amerika. Een eigen muziektaal die zich zou onderscheiden van het voorbeeld Europa. En tijdens die eerste maanden op Manhattan componeert hij dan een grote symfonie.
Aus der neuen Welt schrijft hij als ondertitel.
Alsof hij een ansichtkaart naar de overkant van de Atlantische Oceaan stuurt.
En is dat dan het voorbeeld wat gevolgd moet worden?
En zoja, wat heeft dat opgeleverd? Adams, Barber?
De Core Classics van deze week gaat er over.
En het bijzondere is dat we dit programma ook al op donderdag in Den Haag.
Daar heet het Masterclassics en is Lex Bohlmeijer degene die het verhaal vertelt.
En er zijn mooie verhalen te vertellen over zo'n beetje de beroemdste componist van Europa die de Amerikanen gaat leren hoe het allemaal moet.
En het was ook de tijd van de star-reporters, de journalisten die hun krant vol schreven met het laatste nieuws. En Dvorak was natuurlijk hot news, die zich gewillig liet interviewen.
Opmerkingen over de muziek van de slaven als rijke bron om een klassieke muziekcultuur mee te voeden verschijnen in de New York Herald van 21 mei 1893 en staan de volgende ochtend al in de Paris Herald, waarna er in Europa een debat ontstaat of dat nu wel zulke goeie ideeën zijn.
Maar Dvorak noemt ook de native americans, de indianen, als link met de symfonie.
Ik geloof niet dat hij hun muziek toen al gehoord had, de eerste maanden verlaat hij New York nog niet, maar als welkomstgeschenk had hij al wel een exemplaar van The song of Hiawatha gekregen.
Longfellows epos, dat ook al in vele vertalingen Europa veroverd had, gold als voorbeeld van de Amerikaanse literaire identiteit. Weinigen zullen nu nog de verhalen over de dappere krijger en zijn geliefde kennen, maar toen stond hij bij elke belezen Amerikaan in de kast.
Walt Disney heeft daar later iets heel anders van gemaakt.
De discussie over hoeveel Dvorak van de cultuur die hij in Amerika aantrof in zijn symfonie heeft gestopt duurt nog steeds voort. Ik vind het interessant, maar je hoeft je daar niet druk over te maken.
Het is ook gewoon hele mooie muziek, die haar Boheemse wortels niet verloochent, en altijd weer heerlijk is om te spelen. 

donderdag 26 oktober 2017

Turangalila

Ik dacht dat ik, na een intensieve periode met het Quatuor pour la fin du temps, wel een beetje thuis zou zijn in het idioom van Messiaen, maar Turangalila blijkt vooral uit andere vaatjes te tappen.
Er zitten niet veel jaren tussen de stukken, het kwartet was in 1941 voltooid, vijf jaren later begon hij aan de symfonie, maar de omstandigheden en het medium zijn wel totaal verschillend.
Als opmaat voor de symfonie schreef hij een liederencyclus, Harawi, een gezang over liefde en dood. Hij componeert het in de eerste maanden na de bevrijding.
De titels lijken wel wat op elkaar, maar Harawi komt uit het Quechua (een oude taal uit Peru) en Turangalila is Sanskriet. De verbinding ligt vooral in de Tristan-mythe die aan beide ten grondslag ligt. De legende die symbool staat voor alle grote liefdes en liefdesverhalen in de literatuur.
Een Franse Wagner zo vlak na de ondergang van het Derde Rijk?
Misschien meer nog een ont-wagnerde, een bevrijde versie van het eeuwenoude verhaal. 
De opdracht kwam overigens uit Amerika, uit Boston, van Serge Koussevitzky die daar chef-dirigent was. We kennen zijn naam tegenwoordig vooral van zijn Concert, vaste prik is op contrabasaudities.
Hij begon als bassist maar behaalde zijn grootste successen als dirigent.
Maar echt een monument heeft hij verdiend met de composities die hij mogelijk heeft gemaakt.
Deze Messiaen is natuurlijk zo'n topstuk, maar de bewerking die Ravel maakte van Moessorgski's Schilderijententoonstelling is helemaal niet meer weg te denken van de orkestprogramma's. En Bartok zou zijn Concert voor orkest niet op papier hebben gezet als Koussevitzky hem daar niet toe had uitgenodigd.
Een monument!
En een monument is het stuk zelf eigenlijk ook.
Steeds als het 'standbeeld'-motief in de trombones terugkeert zie ik een soort Commendatore uit Don Giovanni, een sculptuur van een strenge man voor me. Mozart gebruikte ook trombones. Messiaen maakt zelf een vergelijking met de beangstigende brutaliteit van oude Mexicaanse monumenten.
Een ander karakteristieke klank, die je niet snel zult vergeten is de ondes martenot, waar een electronisch geluid uit een ouderwetse luidspreker komt, doorgaans met een indringend vibrato, maar vaak toch ook heel ontroerend. De dame die het apparaat hanteert, een internationale specialiste, is naast ons geplaceerd. Ze kent niet alleen het instrument maar ook het werk op haar duimpje: ze speelt het helemaal uit haar hoofd!

Een mooie rol heeft het instrument ook in het lyrische langzame zesde deel, Jardin du sommeill d'amour. De geliefden zitten in de tuin, door hun roes bevangen. Één lange betoverende melodie.
Die doet me dan wel weer denken aan de beide Louanges in het Quatuor.
Merkwaardig genoeg blijkt deze veel vermoeiender, uitputtender voor je strijkarm te zijn dan het kwartet. Maar misschien vergt dat nog enige studie- en repetitietijd.
Een hoogtepunt van het stuk:



donderdag 5 oktober 2017

Bruckner

Het was mooi dat zoveel fans afgelopen week konden genieten van de gloednieuwe documentaire van Christiaan van Schermbeek over Yannick, maar ideale omstandigheden waren het niet.
Een concertzaal is toch iets anders dan een bioscoop.
En merkwaardig genoeg ligt het grootste verschil bij het geluid.
Maar ook het licht en de ruimte hielpen niet mee en het duurde bij mij even voordat ik in de film zat.
En dan mis je toch het effect van zo'n mooie openingsscene.
Maar ik mag inmiddels wel gaan spoilen en verklappen wat er gebeurt.
Yannick is frontaal in beeld, op zijn dirigentenbok, en doet niets.
Zelfs zijn gezicht verraadt aanvankelijk nog weinig, totdat hij zich ontspant en waarderende blikken met zijn musici uitwisselt, overgaand in de voorbereidingen voor een nieuwe inzet.
Dan pas blijkt dat we bij een concert van de Achtste van Bruckner aanwezig zijn, de overgang naar de finale, en zien we hoe hij de muziek vertaalt in beweging en met het orkest communiceert.
Het zegt meteen al veel over hem als dirigent, zonder woorden, en over de documentaire, die dichtbij de hoofdpersoon zal komen, die zijn bijzondere relatie met ons orkest illustreert en ondertussen ook de muziek van Bruckner dichterbij brengt.
Er klinkt best veel Bruckner in de film en er wordt uitgebreid over gesproken.
Yannick begint meteen al met een filosofische uiteenzetting over de essentie die in de muziek gevonden moet worden, de pulse, een beweging die voortgaat, met enige afwijkingen, maar niet extreem. Zoals een boom die omvalt als de takken teveel heen en weer gaan. En zoals in het leven, waarin we altijd op zoek zijn naar een balans.
En dat voel ik wel met hem mee, ook deze week als we de Vijfde met Jaap van Zweden doen.
Ook hij onttrekt zich niet aan die wetten van Bruckner, vanaf onze pizzicato-beweging in die prachtige inleiding, naar het indrukwekkende Adagio, waarin we in een langzame beweging verschillende ritmes boven elkaar moeten passen. Als dat goed gaat heeft een gigantische impact.
En het is voor mij dan niet alleen de flow, de continue beweging die je meeneemt, maar ook de ernorme ruimte die in die beweging gecreëerd kan worden. In de opbouw van de thema's en in de klankblokken die Bruckner, alsof hij op een orgel registreert, over het orkest verdeelt.
Niet voor niets wordt vaak de vergelijking gemaakt met een kathedraal, of verwezen naar de kerk van het klooster van Sankt Florian, waar de componist als tiener terechtkwam.
En de opbouw die ontstaat uit de herhaling van motieven en toewerkt naar een reusachtige climax aan het eind van de finale. Als luisteraar heb ik dat nooit meer zo sterk meegemaakt, ervaren, als bij de concerten met de Achtste en de Vierde die Celibidache in de 80-er jaren in Amsterdam gaf. Dat zit in mijn geheugen gegrift. Waarschijnlijk is het door de tijd ook nog aangedikt, geïdealiseerd, dus daar zal niemand meer aan kunnen tippen. Jaap van Zweden kan deze week met ons vier pogingen doen.
Hij heeft een goede reputatie als Bruckner-dirigent, dus wie weet.
Yannick kwam met de Achtste ook een heel eind, zoals gelukkig ook aan het eind van de film te zien en te horen is. De dvd is, in beperkte oplage, bij het orkest verkrijgbaar.

zaterdag 23 september 2017

Beelden

Ik had hier eigenlijk een stukje over de nieuwe film van Christiaan van Schermbeek, Yannick, willen schrijven, maar dat moet maar even wachten.
Hij is tenslotte nog niet vertoond.
Ik kan wel vast verklappen dat ik er erg enthousiast over ben, geroerd door de manier waarop muziek, tekst en beeld elkaar ontmoeten en versterken in een mooi verhaal. Voor details kan ik beter wachten tot na de vertoningen om het risico van spoilers te vermijden.
Maar de openingsscene is een trouvaille!
Vandaag werd ik geraakt door een ander verhaal over beeld en muziek: een portret van fotograaf Marco Borggreve in een Duits internet-magazine.
Ik bewonder Marco al lange tijd.
Niet alleen vanwege zijn prachtige foto's, waarbij zijn stijl altijd herkenbaar is, en tegelijk het resultaat ook weer zo passend bij de geportretteerde, maar ook in de manier waarop hij in het leven staat.
En een knappe prestatie van de journaliste om dat zo, in een beperkt aantal goed gekozen woorden, ondersteund door uniek beeldmateriaal, over het voetlicht te brengen.
Hij heeft ons orkest regelmatig gefotografeerd, maakte de mooiste foto's van Valery, maar komt de laatste jaren nog maar sporadisch langs. Helaas heeft hij Lahav Shani ook al op de gevoelige plaat vastgelegd. Dat had een reden kunnen zijn hem weer eens te zien en te spreken. Over musici bijvoorbeeld, die hij in zijn vak zo intensief leert kennen.
En hij raakt me nu weer met zijn inzichten in dit interview.
Wat je leert als musicus van op straat spelen, waarbij je op een directe manier de aandacht van de voorbijgangers moet vangen, de gedachten achter zijn Beethoven-experiment, zijn levenswerk met Harnoncourt. Dat soort zaken.
Later wil hij alleen nog maar concertfoto's maken, die reine Energie auf der Bühne einfangen.
Ik hoop dat hij dan nog eens naast me komt zitten in het orkest.

maandag 18 september 2017

Theater in Rotterdam

We waren vorige week bij de overburen op bezoek.
In de Rotterdamse Schouwburg werd de aftrap gegeven voor het fusiegezelschap met het Ro Theater en Productiehuis Rotterdam: Theater Rotterdam.
Ze presenteren zich op hun website als grensverleggend, vaak interdisciplinair theater en noemen o.a. spelers, dansers, vertellers en journalisten om ontmoetingen te realiseren.
Dat belooft veel goeds, maar musici ontbreken in de opsomming, hoewel je zou kunnen zeggen dat dat ook spelers zijn, of zelfs vertellers.
En we waren als musici van Domestica Rotterdam afgelopen week wel actief bij de doopplechtigheid.
Wat mij betreft zou het goed zou zijn als we ons als overburen aan het schouwburgplein, of dat nu Domestica of het Rotterdams Philharmonisch is, wat vaker door elkaar laten inspireren.
Met dank voor de uitnodiging van Theater Rotterdam.

Voor deze opening speelden we Messiaens beroemde Quatuor pour la fin du temps, als verbinding tussen verschillende teksten rond de thematiek uit In Europa van Geert Mak, samengesteld en geregisseerd door Johan Simons.
Een kwartet 'voor het einde der tijden', door de componist specifiek verbonden met het laatste bijbelboek, lijkt misschien niet het meest toepasselijk voor zo'n feestelijke gelegenheid, maar je kunt het ook als afsluiting van een periode zien. Bovendien is het ijzersterke muziek, een voorrecht om te mogen spelen, en het paste mooi in het verhaal dat verteld werd.
Verteld door een indrukwekkende line up van acteurs en actrices als Pierre Bokma, Jacob Derwig, Elsie de Brauw en de mensen van Wunderbaum. En niet te vergeten de burgemeester.
Aboutaleb toonde zijn redenaarskunsten in een tekst van Ramsey Nasr.
Het is altijd weer bemoedigend om te merken dat er in de politiek ook nog mensen rondlopen die kunst hoog in het vaandel hebben staan en laten zien hoe belangrijk het kan zijn voor de maatschappij en het persoonlijke leven. Een burgemeester om van te houden.

Maar zeker ook de samenwerking met Johan Simons maakte dit voor mij een waardevolle ervaring. We hebben bij Domestica in de loop der jaren al veel ervaring opgedaan met het combineren van tekst en muziek, de laatste tijd vooral in onze serie in de Laurenskerk.
Daar hadden we vandaag nog boeiende discussies met Kaat Haest, die komende woensdag met ons haar tekst gaat voordragen tussen muziek van onder meer Telemann en Kurtag.
En om dan te zien hoe een regisseur van het niveau Simons daarmee omgaat is uiterst leerzaam en inspirerend.
Waar wij meestal van de muziek uitgaan was bij hem nu het uitgangspunt de tekst, waar tot op het laatste moment in gesneden werd. En het mooie was dat veel nog open stond voor discussie en dat de muziek uiteindelijk het laatste woord kreeg.
Tot het moment dat het grote feest begon. Met dj, band, een lichtshow en wat er allemaal bijhoort.
Leuk om daar Mirjam Koen nog even te spreken. Met haar Onafhankelijk Toneel hebben we in het verleden verschillende mooie muziektheaterproducties mogen maken, maar zij zijn helaas bij de bezuinigingen en fusies buiten de boot gevallen. Toch doen ze nog steeds spannende dingen aan de Coolhaven. Extra leuk om dan vandaag te lezen dat ze de ACT-award heeft gekregen.
Gefeliciteerd, Mirjam!